ECLI:NL:RBDHA:2025:27104

ECLI:NL:RBDHA:2025:27104

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-07-2025
Datum publicatie 26-01-2026
Zaaknummer NL25.12899
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Aanvraag mvv. Jongvolwassenenbeleid. Bijkomende elementen van afhankelijkheid. Hechte persoonlijke banden. Beroep ongegrond.

Uitspraak

[eiser], V-nummer: [v-nummer]3595, eiser

(gemachtigde: mr. P.C.M. van Schijndel),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A.R. Menschaart).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).

Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 10 november 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 3 maart 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

De rechtbank heeft het beroep op 17 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 2002 en heeft de Syrische nationaliteit. Hij heeft op 16 december 2021 een aanvraag ingediend voor een mvv met als doel verblijf bij zijn jongere broer de heer [naam] (referent).

3. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen. Met betrekking tot de ouders van eiser overweegt verweerder dat eiser niet valt onder het jongvolwassenenbeleid en dat tussen hen geen bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan. Verder vindt verweerder dat tussen eiser, referent en zijn broers en zus geen sprake is van hechte en persoonlijke banden. Vanwege het voorgaande is er volgens verweerder geen sprake van familieleven dat beschermd moet worden zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM.

Wat vindt eiser in beroep?

4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en vindt – kort gezegd – het volgende. Ten eerste valt eiser wel onder het jongvolwassenenbeleid, nu hij – anders dan hij eerder zelf heeft verklaard – volledig financieel afhankelijk was van zijn vader. Verder heeft verweerder in dit kader een onjuiste maatstaf gebruikt door te toetsen of eiser zich zelfstandig en moeiteloos kan handhaven in plaats van te beoordelen of hij wel of niet in zijn eigen levensonderhoud voorziet. Verweerder dient bij dat laatste alle relevante feiten te betrekken. Daarbij is van belang dat eiser – vanwege anti-Syrische sentimenten – in Turkije niet in zijn eigen onderhoud kon voorzien. Dat geldt ook voor Griekenland. Eisers verwijst in dit kader naar een uitspraak van de hoogste bestuursrechter (de Afdeling) en stelt dat zelfs al zou er enige tijd geen afhankelijkheid zijn geweest omdat hij werkte en inkomen had, dit nog niet wil zeggen dat er geen afhankelijkheid meer kan bestaan. Ten tweede stelt eiser dat er wel sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen hem en zijn ouders en ten derde vindt eiser dat er wel sprake is van hechte persoonlijke banden tussen hem en zijn broertjes en zus.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiser kon afwijzen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank dat uit.

Mocht verweerder vinden dat eiser niet onder het jongvolwassenenbeleid valt?

6. Verweerder neemt familie- en gezinsleven aan als bedoeld in artikel 8 van het EVRM tussen ouder(s) en het meerderjarig kind, zonder dat er sprake moet zijn van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, uitsluitend als het meerderjarig kind jongvolwassen is, met de ouder(s) in gezinsverband samenleeft, niet in zijn eigen onderhoud voorziet en geen zelfstandig gezin heeft gevormd. Voor de beoordeling of de jongvolwassene met zijn ouder(s) in gezinsverband samenleeft, is het moment van binnenkomst van de ouder(s) of de jongvolwassene in Nederland leidend en betrekt verweerder ook uitdrukkelijk de gezinssituatie ten tijde van het vertrek van de ouder(s) of de jongvolwassene uit het land van herkomst (dan wel het land van bestendig verblijf). Daarnaast beoordeelt verweerder of zich na binnenkomst van de ouder(s) of de jongvolwassene in Nederland omstandigheden hebben voorgedaan waardoor kan worden aangenomen dat van samenleving in gezinsverband niet langer sprake is. Bij de vraag of de jongvolwassene in eigen levensonderhoud voorziet, dient verweerder altijd rekening te houden met de individuele omstandigheden van het geval.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder mocht vinden dat eiser niet onder dit beleid valt. Zo heeft eiser zelf verklaard dat hij in Turkije zes dagen in de week werkte en uit zijn verklaringen volgt dat hij daar meer dan het sociaal minimum verdiende. Verweerder mocht zich dan ook op het standpunt stellen dat niet kan worden gesproken van een bijbaantje en dat hij daarom stappen heeft gezet naar zelfstandigheid. De latere verklaringen van referent en vader, dat vader in eisers levensonderhoud voorzag, staan haaks op eisers eigen verklaringen. Verweerder had geen reden om niet uit te kunnen gaan van eisers verklaringen. Daar komt bij dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn ouders hem financieel ondersteunen of ondersteund hebben. De verklaring van eiser in de beroepsgronden en ter zitting –dat eiser zijn verhaal in zijn gehoor heeft aangedikt om meer kans te maken op toelating en dat zijn vader kostwinner was – hoeft de besluitvorming daarom niet anders te maken. Verder mocht verweerder betrekken dat eiser vanuit Turkije zelfstandig naar Griekenland is vertrokken en heeft gezegd daar te willen werken. Verder mocht verweerder betrekken dat alhoewel het aannemelijk is dat eiser altijd met zijn ouders heeft samengewoond, hij zelf heeft verklaard dat hij zelfstandig kan wonen en dat samenwoning met zijn ouders meer een praktisch oogpunt had.

Van een situatie als bedoeld in de door eiser ingeroepen uitspraak van de Afdeling van 20 november 2024, waarbij er na een periode zonder afhankelijkheid voor het peilmoment weer afhankelijkheid zou zijn ontstaan, is gelet op wat hiervoor is overwogen geen sprake.

Mocht verweerder vinden dat er geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiser en zijn ouders?

7. Uit vaste rechtspraak van het EHRM volgt dat de vraag of sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid, een vraag is van feitelijke aard en dat de beantwoording daarvan afhankelijk is van de vraag of er sprake is van een afhankelijkheid tussen volwassen familieleden, die uitstijgt boven het gebruikelijke. Bij de beoordeling van de vraag of er bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan, dient verweerder alle individuele omstandigheden van het geval te betrekken. Zo kan van belang zijn de mate van financiële afhankelijkheid, de mate van emotionele afhankelijkheid, de medische omstandigheden, de banden met het land van herkomst en of de gezinsleden in het land van herkomst behoorden tot hetzelfde gezin en hebben samengewoond. Het is aan de betrokken vreemdeling om te stellen, en zoveel mogelijk te onderbouwen, uit welke feiten en omstandigheden de bijkomende elementen van afhankelijkheid zouden kunnen blijken. Het is vervolgens aan verweerder om te beoordelen of er daadwerkelijk bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan. Deze beoordeling is van feitelijke aard. De bestuursrechter moet het onderzoek van verweerder naar de relevante feiten en omstandigheden en de door verweerder gegeven motivering voor het antwoord op de vraag of er familieleven bestaat in de zin van artikel 8 van het EVRM, als dit wordt betwist, volledig toetsen. Bij de weging van de elementen heeft verweerder beoordelingsruimte. De uitkomst van de beoordeling of er bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan, toetst de bestuursrechter daarom enigszins terughoudend.

Verweerder heeft betrokken dat eiser met zijn ouders heeft samengewoond, maar mocht vinden dat dit op zichzelf onvoldoende is om te spreken van een bijzondere afhankelijkheidsrelatie die het gebruikelijke overstijgt. Verweerder mocht hierbij betrekken dat eiser, zoals hiervoor is overwogen, niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van financiële afhankelijkheid. Voor zover wordt betoogd dat niet is betrokken dat eiser zich niet staande kan houden in Griekenland, wijst de rechtbank op hetgeen zij al in rechtsoverweging 6.1 heeft overwogen. Verder mocht verweerder betrekken dat eiser geen gezondheidsproblemen heeft en niet medisch afhankelijk is van zijn ouders. Ook werpt verweerder terecht tegen dat niet is gebleken van een materiële (praktische) afhankelijkheid, nu uit eisers verklaringen blijkt dat hij voor zichzelf kan zorgen zoals dit gebruikelijk is voor zijn leeftijd. Dat er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid vanwege de onveilige en onstabiele situatie in Turkije volgt de rechtbank niet, te meer nu eiser momenteel niet meer in Turkije is.

De rechtbank begrijpt dat eisers ouders zich grote zorgen maken om het welzijn van hun zoon en dat zij graag met hem samen zouden wonen, maar dit is onvoldoende om aan te nemen dat er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen hen.

Mocht verweerder vinden dat er geen sprake is van hechte persoonlijke banden tussen eiser en zijn broers en zus?

8. Uit rechtspraak van het EHRM volgt dat tussen meerderjarige en minderjarige broers of zussen familie- of gezinsleven kan bestaan als sprake is van hechte persoonlijke banden. De Afdeling heeft overwogen dat de vraag of hier sprake van is een kwestie is van feitelijke aard. Uit WI 2020/16 volgt verder dat samenwonen kan duiden op hechte persoonlijke banden, maar ook het hebben frequent contact zonder samenwoning. Anders dan eiser betoogt en zoals verweerder terecht vindt, betekent dit dus niet dat de samenwoning op zichzelf al maakt dat er sprake is van hechte persoonlijke banden. Verder betrekt verweerder dat niet is gebleken dat eiser een rol heeft gehad in de opvoeding en verzorging van zijn broers en zus. Alhoewel de verklaringen van eiser blijk geven van een goede band met hen, overstijgt dit niet de gebruikelijke band tussen gezinsleden. Dat zij samen veel hebben meegemaakt maakt op zichzelf evenmin dat de gebruikelijke banden tussen broers en zussen reeds daarom worden overstegen. Vanwege het voorgaande mocht verweerder dan ook vinden dat er tussen eiser en zijn broers en zus geen sprake is van hechte en persoonlijke banden.

Conclusie en gevolgen

9. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder de aanvraag voor een mvv mocht afwijzen. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit blijft staan. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. B. van Dokkum

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?