ECLI:NL:RBDHA:2025:27109

ECLI:NL:RBDHA:2025:27109

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 01-12-2025
Datum publicatie 26-01-2026
Zaaknummer C/09/691841 KG ZA 25-931
Rechtsgebied Civiel recht; Aanbestedingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Aanbesteding cateringdiensten GOO- locaties gemeente Apeldoorn. Gunningsbeslissing nav herbeoordeling kan in stand blijven; geen sprake van gestelde procedurele en inhoudelijke beoordelingsfouten en geen sprake van motiveringsgebrek.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/691841 / KG ZA 25-931

Vonnis in kort geding van 1 december 2025

in de zaak van

ECOLOG DEUTSCHLAND GmbH te Düsseldorf, Duitsland,

eiseres,

advocaten mrs. M.E. Berends-de Weerd en M. Strijker te Zeist,

tegen:

GEMEENTE APELDOORN te Apeldoorn,

gedaagde,

advocaten mrs. M.J. Mutsaers en M.A.J. de Groot te Nijmegen,

waarin is tussengekomen:

[bedrijf] B.V. te [vestigingsplaats] ,

advocaat mr. D.R. Versteeg te Amsterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Ecolog’, ‘de Gemeente’ en ‘ [bedrijf] ’.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 23 september 2025, met producties 1 tot en met 5;

- de incidentele conclusie van [bedrijf] tot primair tussenkomst en subsidiair voeging, met productie A;

- de conclusie van antwoord, met productie A;

- de op 10 november 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd.

Tijdens de zitting is vonnis bepaald op uiterlijk vandaag.

2. Het incident tot tussenkomst/voeging

[bedrijf] heeft primair gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Ecolog en de Gemeente dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Gemeente. Ter zitting hebben Ecolog en de Gemeente verklaard geen bezwaar te hebben tegen de primair gevorderde voeging. [bedrijf] is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

De Gemeente heeft de Europese openbare aanbestedingsprocedure ‘Overeenkomst Catering gemeentelijke opvang Oekraïne (GOO)’ georganiseerd. Doel van deze aanbestedingsprocedure is het sluiten van een overeenkomst met één partij voor het uitvoeren van cateringdiensten op GOO-locaties van de Gemeente. De cateringdiensten op de huidige GOO-locaties van de Gemeente worden sinds 1 december 2024 verzorgd door The Canteen Apeldoorn B.V. (hierna: ‘Canteen’).

De Gemeente heeft ten behoeve van deze aanbestedingsprocedure een Beschrijvend Document opgesteld. Naar aanleiding van de vragenrondes heeft de Gemeente een nieuw Beschrijvend Document verstrekt. Blijkens paragraaf 4.1 van dit document is het gunningscriterium de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI) op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. De economisch meest voordelige inschrijving is de inschrijving met de hoogste eindscore. Paragraaf 4.1.1 bevat onderstaande tabel met daarin de subgunningscriteria, de wegingspercentages, de maximaal te behalen scores per subgunningscriterium en de te behalen maximale score.

Het subgunningscriterium Plan van Aanpak K1 is in paragraaf 4.1.2 als volgt uitgewerkt:

In paragraaf 4.1.2.2 van het Beschrijvend Document is beschreven op welke wijze de beoordeling van de inschrijvingen op de kwalitatieve subgunningscriteria plaatsvindt. Ten aanzien van het subgunningscriterium Plan van Aanpak K1 is het volgende bepaald:

De scoretoekenning op de kwalitatieve subgunningscriteria vindt plaats aan de hand van onderstaande in paragraaf 4.1.2.2 van het Beschrijvend Document opgenomen beoordelings- en scoretabel:

Hierbij is toegelicht dat de waardering afhankelijk is van de mate waarin de uitwerking adequaat, logisch, realistisch en steekhoudend is onderbouwd. In dat verband wordt onder meer beoordeeld of in de uitwerking rekening wordt gehouden met dan wel de uitwerking aansluit op het Programma van Eisen en de overige documenten van de aanbesteding. Tevens dient de beschrijving passend te zijn, in die zin dat bij de beantwoording van de vragen blijk wordt gegeven van ‘begrip en aansluiting op de werkelijkheid van de Gemeente’.

Ecolog en [bedrijf] hebben tijdig op de opdracht ingeschreven. Op 21 februari 2025 heeft de Gemeente aan Ecolog bericht dat haar inschrijving de inschrijving is met de beste prijs-kwaliteitverhouding en dat de Gemeente voornemens is om de opdracht aan haar te gunnen. Op 18 april 2025 heeft de Gemeente bericht dat zij de aanbesteding intrekt, onder meer vanwege het feit dat zij heeft geconstateerd dat de voorwaarden voor het indienen van het Plan van Aanpak K1 niet volledig transparant zijn. Onduidelijk is volgens de Gemeente of het Plan van Aanpak K1 uit maximaal 5 pagina’s A4 mocht bestaan dan wel 5 pagina’s A4 en 1 pagina A3. Daarnaast geeft de Gemeente als reden voor intrekking dat zij haar inkoopbehoefte opnieuw wenst te onderzoeken.

Ecolog heeft naar aanleiding van de intrekkingsbeslissing de Gemeente op 8 mei 2025 in kort geding gedagvaard. In die procedure vorderde Ecolog onder meer een veroordeling van de Gemeente tot intrekking van de intrekkingsbeslissing en een verbod om over te gaan tot heraanbesteding. Daartoe stelde Ecolog dat de Gemeente het intrekkingsbesluit onvoldoende heeft gemotiveerd althans dat die motivering de intrekking niet kan dragen. Volgens Ecolog is van de door de Gemeente geconstateerde intransparantie in het Beschrijvend Document en van een gewijzigde inkoopbehoefte geen sprake. Voor zover sprake is van een gewijzigde inkoopbehoefte, is hierin naar de mening van Ecolog in de aanbestedingsstukken reeds voorzien.

Bij vonnis van 8 juli 2025 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank de Gemeente verboden om (verdere) uitvoering te geven aan de intrekkingsbeslissing van 18 april 2025, zulks met de verplichting om deze intrekkingsbeslissing in te trekken. Daarnaast heeft de voorzieningenrechter de Gemeente geboden om de aanbestedingsprocedure te vervolgen, het Plan van Aanpak K1 van alle inschrijvers te laten herbeoordelen door een nieuw beoordelingsteam en een nieuwe voorlopige gunningsbeslissing te nemen met een nieuwe rechtsbeschermingstermijn. Daartoe heeft de voorzieningenrechter – onder toepassing van de CAO-norm – overwogen dat van het door de Gemeente gestelde transparantiegebrek in het Beschrijvend Document geen sprake is. Een normaal oplettende en behoorlijk geïnformeerde inschrijver heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter op basis van de tekst van paragraaf 4.1.2 van het Beschrijvend Document moeten begrijpen dat in het kader van subgunningscriterium Plan van Aanpak K1 maximaal 5 pagina’s A4 Plan van Aanpak en 1 pagina A3 Planning inhoudelijk zouden worden beoordeeld en dat ingediende pagina’s boven die voorgeschreven maxima niet in de beoordeling zouden worden betrokken. De voorzieningenrechter heeft daarnaast geoordeeld dat sprake is van een gebrekkige beoordeling van het Plan van Aanpak K1, die zich leent voor herstel. In dat verband heeft de voorzieningenrechter overwogen dat het Plan van Aanpak K1 niet bij alle inschrijvers volledig in overeenstemming met het Beschrijvend Document is beoordeeld. Van een gewijzigde inkoopbehoefte die intrekking van de aanbesteding kan rechtvaardigen, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake.

De Gemeente bij brief van 15 juli 2025 de intrekkingsbeslissing van 18 april 2025 ingetrokken. Daarbij heeft de Gemeente aangekondigd dat zij het Plan van Aanpak K1 van alle inschrijvers met inachtneming van het vonnis van 8 juli 2025 zal laten herbeoordelen door een nieuw beoordelingsteam en vervolgens een nieuwe voorlopige gunningsbeslissing zal nemen met een nieuwe rechtsbeschermingstermijn.

Bij brief van 3 september 2025 heeft de Gemeente aan Ecolog bericht dat na de aangekondigde herbeoordeling de inschrijving van [bedrijf] is aangemerkt als de inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding en dat de Gemeente voornemens is om de opdracht te gunnen aan [bedrijf] . De inschrijving van Ecolog is blijkens deze brief in de rangorde op de tweede plaats geëindigd. In die brief valt onder meer het volgende te lezen:

4. Het geschil

Ecolog vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

de Gemeente te verbieden (verdere) uitvoering te geven aan de voorlopige gunningsbeslissing van 3 september 2025 en de Gemeente te gebieden over te gaan tot intrekking van deze voorlopige gunningsbeslissing;

de Gemeente te gebieden een nieuwe gunningsbeslissing te nemen die inhoudt dat de opdracht aan Ecolog wordt gegund;

subsidiair:

de Gemeente te verbieden (verdere) uitvoering te geven aan de voorlopige gunningsbeslissing van 3 september 2025 en de Gemeente te gebieden over te gaan tot intrekking van deze voorlopige gunningsbeslissing;

de Gemeente te gebieden over te gaan tot een herbeoordeling van de inschrijvingen op de wijze zoals beschreven in de aanbestedingsstukken en met inachtneming van het juiste beoordelingskader, het vonnis van 8 juli 2025 en het gestelde in deze procedure;

meer subsidiair:

de Gemeente te verbieden (verdere) uitvoering te geven aan de voorlopige gunningsbeslissing van 3 september 2025 en de Gemeente te gebieden over te gaan tot intrekking van deze voorlopige gunningsbeslissing;

de Gemeente te gebieden een nieuwe gunningsbeslissing te nemen voorzien van een motivering die voldoet aan de eisen van het aanbestedingsrecht;

nog meer subsidiair:

de Gemeente te verbieden (verdere) uitvoering te geven aan de voorlopige gunningsbeslissing van 3 september 2025 en de Gemeente te gebieden over te gaan tot intrekking van deze voorlopige gunningsbeslissing;

de Gemeente te gebieden over te gaan tot een herbeoordeling van de inschrijvingen met inachtneming van de aanbestedingsstukken en dit vonnis;

uiterst subsidiair: in goede justitie een voorziening te treffen die recht doet aan de belangen van Ecolog;

in alle gevallen: op straffe van een dwangsom en met veroordeling van de Gemeente in de proces- en nakosten.

Daartoe voert Ecolog – samengevat – aan dat haar plan van aanpak met een ‘uitstekend’ had moeten worden gewaardeerd en dat de Gemeente de aan het plan van aanpak van [bedrijf] toegekende score onvoldoende heeft gemotiveerd. Zij motiveert dit als volgt. Uit de in de voorlopige gunningsbeslissing van 3 september 2025 opgenomen scoretabel blijkt niet of in het kader van de oorspronkelijke gunningsbeslissing te veel, te weinig of precies het juiste aantal pagina’s van het Plan van Aanpak K1 van [bedrijf] zijn beoordeeld. Voor zover in dat verband aanvankelijk bij [bedrijf] te veel pagina’s of precies het juiste aantal pagina’s zijn beoordeeld, heeft de Gemeente volgens Ecolog niet afdoende en transparant gemotiveerd hoe een beoordeling van minder of hetzelfde aantal pagina’s tot een hogere score voor [bedrijf] heeft kunnen leiden. Voor zover in dit verband in het kader van de herbeoordeling meer pagina’s van [bedrijf] zijn beoordeeld, heeft de Gemeente volgens Ecolog niet inzichtelijk gemaakt op welke grond zij daartoe is overgegaan en hoe dit tot een hogere score heeft kunnen leiden. Er zijn aldus voorshands redenen om aan de juistheid van de beoordeling van de inschrijving van [bedrijf] te twijfelen, waardoor er op de Gemeente een verdergaande motiveringsplicht rust voor wat betreft de inschrijving van [bedrijf] .

Nu haar Plan van Aanpak K1 aan de omvangvoorschriften voldeed en reeds volledig inhoudelijk was beoordeeld, bestond volgens Ecolog voor een inhoudelijke herbeoordeling daarvan geen aanleiding en ontbrak in ieder geval een reden voor toekenning van een lagere score.

Daarnaast stelt Ecolog dat de Gemeente met de overweging dat niet alle uitgevraagde aspecten in haar Plan van Aanpak K1 (voldoende) SMART zijn omschreven, deels buiten het beoordelingskader is getreden en in ieder geval onvoldoende aan haar motiveringsverplichting heeft voldaan.

(i) In de eerste plaats stelt Ecolog in dit verband dat in het kader van subgunningscriterium K1 onder aspect E niet is gevraagd om onderscheid te maken tussen verschillende typen incidenten. Door hierop toch te toetsen, is het beoordelingsteam buiten het beoordelingskader getreden. Ecolog stelt verder dat zij in haar plan van aanpak wel twee typen incidenten heeft uitgewerkt, zodat de beoordeling van de beoordelingscommissie op dit punt in ieder geval evident onjuist is. Met de constatering dat de verwachtingen over de rol van de opdrachtgever minimaal zijn beschreven, treedt de beoordelingscommissie naar de mening van Ecolog eveneens buiten het beoordelingskader.

(ii) Een uitgebreide beschrijving van de rol van de opdrachtgever is onder aspect F niet uitgevraagd en is volgens Ecolog niet een vereiste onder de geformuleerde SMART-criteria. Bovendien zijn volgens Ecolog deze wel degelijk in haar plan van aanpak beschreven.

(iii) Uit aspect J volgt volgens Ecolog niet dat responsetijden dienden te worden benoemd. Daarbij merkt Ecolog op dat zij in haar plan van aanpak heeft toegelicht dat zij 24/7 beschikbaar is en volgens Ecolog is het dan niet relevant of zinvol om ook de responsetijden te benoemen. Ook die beoordeling is daarmee volgens Ecolog inhoudelijk onjuist.

(iv) Wat betreft de implementatie van de dienstverlening voor bewoners stelt Ecolog dat dit uitvoerig en SMART door haar is omschreven in het Plan van Aanpak K3 en dat het nieuwe beoordelingsteam hiervan kennis had kunnen nemen als zij de gehele inschrijving had beoordeeld.

Ten slotte stelt Ecolog in dit verband dat de Gemeente met de opmerking dat [bedrijf] haar aangeboden trainingen SMART(-er) heeft uitgewerkt de inschrijvingen relatief in plaats van absoluut lijkt te hebben beoordeeld.

De beoordeling van haar inschrijving op de aspecten B, D en H is volgens Ecolog eveneens onjuist en onvoldoende gemotiveerd.

(i) Wat betreft aspect B stelt Ecolog dat zij in haar plan van aanpak wel degelijk uitvoerig en SMART heeft beschreven hoe door haar wordt omgegaan met wijzigingen in de planning en/of locaties en/of omvang van de cateringwerkzaamheden. Ecolog stelt dat zij een schaalbaar netwerk heeft beschreven dat getuigt van flexibiliteit doordat het voorziet in proactieve noodplannen, strategische voorraden, real-time communicatie en AI-ondersteund voorraadbeheer. Door het nieuwe beoordelingsteam is naar de mening van Ecolog onvoldoende duidelijk gemaakt waarom haar inschrijving niet en die van [bedrijf] op dit punt wel overtuigende meerwaarde heeft.

(ii) Wat betreft aspect D heeft het nieuwe beoordelingsteam naar de mening van Ecolog onvoldoende duidelijk gemaakt waarom in haar inschrijving geen sprake is van een duidelijke en SMART omschreven overlegstructuur. Ecolog stelt dat zij in haar plan van aanpak heeft voorzien in een communicatiemodel dat voorziet in operationeel, tactisch en strategisch overleg met bijbehorende rapportages, KPI’s, dashboards en feedbacksystemen. Daarbij merkt Ecolog op dat, nu zij net als [bedrijf] heeft voorzien in realtime-communicatie, ook haar plan van aanpak duidelijke meerwaarde biedt.

(iii) Ten aanzien van aspect H stelt Ecolog in de eerste plaats dat in het Beschrijvend Document niet is gevraagd om te beschrijven hoe wordt omgegaan met situaties waarin de (toe)leverancier niet kan leveren. Daarnaast stelt Ecolog dat zij hierop in haar plan van aanpak wel degelijk is ingegaan, onder meer door onder aspect B te beschrijven dat zij met een eigen distributiecentrum werkt en samenwerkt met diverse lokale partijen. Het nieuwe beoordelingsteam heeft niet gemotiveerd waarom desondanks van meerwaarde geen sprake is en evenmin waarom [bedrijf] op dit aspect beter heeft gescoord.

Ter zitting heeft Ecolog nog betoogd dat het feit dat een motivering ten aanzien van de (relatieve) beoordeling van de Plannen van Aanpak K2 en K3 en de Prijs volledig ontbreekt, op zichzelf al een motiveringsgebrek oplevert. Ook heeft Ecolog zich ter zitting nog op het standpunt gesteld dat op dit moment van een rechtsgeldige overbruggingsovereenkomst met Canteen geen sprake is.

De Gemeente en [bedrijf] voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

[bedrijf] vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de vorderingen van Ecolog af te wijzen en de Gemeente te gebieden de voorlopige gunningsbeslissing van 3 september 2025 te handhaven, zulks met veroordeling van Ecolog in de proces- en nakosten.

Verkort weergegeven stelt [bedrijf] daartoe dat zij er belang bij heeft dat de opdracht definitief aan haar gegund wordt en dat zij daarom belang heeft bij afwijzing van de vorderingen van Ecolog, nu die definitieve gunning daardoor in gevaar kan komen.

Voor zover nodig zullen de standpunten van Ecolog en de Gemeente met betrekking tot de vorderingen van [bedrijf] hierna worden besproken.

5. De beoordeling van het geschil

Beoordeeld moet worden of de op 3 september 2025 door de Gemeente genomen gunningsbeslissing, waarbij de opdracht voorlopig is gegund aan [bedrijf] , (ongewijzigd) in stand kan blijven. Deze voorlopige gunningsbeslissing is het resultaat van een bij vonnis van 8 juli 2025 door de voorzieningenrechter bevolen herbeoordeling van het Plan van Aanpak K1 door een nieuw beoordelingsteam. Ecolog stelt zich op het standpunt dat aan deze herbeoordeling procedurele en inhoudelijke gebreken kleven dan wel dat sprake is van een gebrekkige motivering, hetgeen de Gemeente en [bedrijf] op hun beurt betwisten.

Vooropgesteld wordt dat enige mate van subjectiviteit inherent is aan de (her)beoordeling van een kwalitatief gunningscriterium, zoals hier aan de orde. Dat brengt weliswaar enige spanning teweeg met de objectieve beoordelingssystematiek van het aanbestedingsrecht en de daarop toepasselijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling, maar het behoeft nog niet mee te brengen dat ook daadwerkelijk sprake is van strijd met het aanbestedingsrecht en/of die beginselen. Van belang is dat (i) het voor een potentiële inschrijver duidelijk is wat er van hem wordt verwacht, (ii) de inschrijvingen aan de hand van een zo objectief mogelijk systeem worden beoordeeld en (iii) de gunningsbeslissing zodanig inzichtelijk wordt gemotiveerd dat het voor een afgewezen inschrijver mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen. Voor het overige komt aan de voorzieningenrechter slechts een beperkte toetsingsvrijheid toe wanneer het aankomt op de beoordeling van kwalitatieve criteria. Aan het aangewezen beoordelingsteam, waarvan de deskundigheid in beginsel moet worden aangenomen, moet de nodige beoordelingsruimte worden gegund, mede omdat de rechter geen specifieke deskundigheid bezit op het gebied van het onderwerp van de opdracht. Alleen als sprake is van een evident onbegrijpelijke beoordeling, dan wel evidente procedurele of inhoudelijke onjuistheden en/of onduidelijkheden, die ertoe leiden dat de gunningsbeslissing niet deugt, is plaats voor ingrijpen door de rechter.

Daarnaast is bij een beoordelingssystematiek, zoals hier aan de orde, uitgangspunt dat een inschrijver in eigen bewoordingen moet aangeven op welke wijze de door de aanbestedende dienst verlangde kwaliteit wordt geleverd. Daarmee wordt een inschrijver in de gelegenheid gesteld zich te onderscheiden van andere inschrijvers en kan hij zijn meerwaarde aantonen. Mede gelet hierop behoeft een aanbestedende dienst ook niet aan te geven wat nodig is om een maximale score op een kwalitatief gunningscriterium te behalen. Als een aanbestedende dienst daartoe wel zou zijn gehouden, wordt immers iedere innovatie, creativiteit of ieder zelfstandig denkproces bij inschrijvers weggenomen. De gehanteerde beoordelingssystematiek brengt verder met zich dat – zonder dat afbreuk wordt gedaan aan het absolute karakter van de beoordeling – inschrijvingen op onderdelen met elkaar worden vergeleken.

Naar de voorzieningenrechter begrijpt stelt Ecolog zich op het standpunt dat het nieuwe beoordelingsteam haar Plan van Aanpak K1 ten onrechte (lees: in strijd met het vonnis van 8 juli 2025) volledig heeft herbeoordeeld. In dat standpunt kan Ecolog niet worden gevolgd. De voorzieningenrechter heeft de Gemeente in het vonnis van 8 juli 2025 immers expliciet veroordeeld tot een herbeoordeling van Plan van Aanpak K1 van de inschrijvers door een nieuw beoordelingsteam. Aan die beslissing ligt blijkens het vonnis ten grondslag dat niet al die plannen van aanpak door het oorspronkelijke beoordelingsteam volledig in overeenstemming met het Beschrijvend Document waren beoordeeld. Meer in het bijzonder kon niet worden vastgesteld of – zoals is voorgeschreven – van iedere inschrijver maximaal 5 pagina’s A4 plan van aanpak en 1 pagina A3 planning waren beoordeeld. De Gemeente heeft dus in dit verband overeenkomstig het vonnis van 8 juli 2025 gehandeld. Daarbij heeft de Gemeente er terecht op gewezen dat met een herbeoordeling van uitsluitend de plannen van aanpak, waarvan in het kader van de oorspronkelijke beoordeling niet het juiste aantal pagina’s zijn beoordeeld, in strijd zou worden gehandeld met het toepasselijke gelijkheidsbeginsel. Ecolog heeft bovendien tegen het vonnis van 8 juli 2025 geen hoger beroep ingesteld, hetgeen op haar weg had gelegen als zij van mening is dat de voorzieningenrechter daarin ten onrechte heeft geoordeeld dat alle in het kader van subgunningscriterium K1 ingediende plannen van aanpak in de herbeoordeling moeten worden betrokken.

Ecolog heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat het onmogelijk is dat het Plan van Aanpak K1 van [bedrijf] in het kader van de herbeoordeling beter heeft gescoord (dan haar eigen Plan van Aanpak K1). Met dit standpunt miskent Ecolog in de eerste plaats dat vanwege de hiervoor aangehaalde subjectiviteit, die inherent is aan de beoordeling van kwalitatieve subgunningscriteria, een herbeoordeling door een nieuw beoordelingsteam kan leiden tot andere uitkomsten dan de beoordeling van het oorspronkelijke beoordelingsteam. Het feit dat de herbeoordeling tot andere uitkomsten heeft geleid, rechtvaardigt als zodanig dus niet de conclusie dat sprake is van een gebrekkige beoordeling. Daarnaast gaat Ecolog ten onrechte ervan uit dat in het kader van de herbeoordeling uitsluitend minder dan wel hetzelfde aantal pagina’s van de ingediende Plannen van Aanpak K1 moesten worden beoordeeld. Het vonnis van 8 juli 2025 biedt voor die stelling geen steun. In rov. 4.5 van dat vonnis is een overzicht opgenomen van de in het kader van het Plan van Aanpak K1 door de inschrijvers ingediende documenten en de documenten die de afzonderlijke leden van het oorspronkelijke beoordelingsteam hiervan inhoudelijk hebben beoordeeld. Uit dit overzicht volgt dat destijds de planning van ‘inschrijver B’ door geen van de beoordelaars inhoudelijk is beoordeeld. De voorzieningenrechter heeft in dat verband het volgende overwogen:

“Inschrijver B heeft – naar niet ter discussie staat – haar op 1 A3 aangeleverde planning niet op de juiste wijze ingediend en om die reden is haar planning, hoewel die de gestelde maximale omvang niet overschrijdt, op goede gronden niet inhoudelijk beoordeeld. Inschrijver B is daartegen niet (in rechte) opgekomen.”

Uit het overzicht volgt verder dat inschrijver C 7 pagina’s A4 Plan van Aanpak heeft ingediend, waarbij de Planning is verweven in de tekst. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat niet kan worden uitgesloten dat inschrijver C daarmee wel binnen de voorgeschreven maximaal te beoordelen omvang voor zowel het Plan van Aanpak als de Planning is gebleven. Of dit daadwerkelijk het geval is, is afhankelijk van de (niet bekende exacte) omvang van zowel het Plan van Aanpak als die van de Planning van inschrijver C. Onjuist is blijkens het vonnis van 8 juli 2025 in ieder geval de beoordeling van de vierde beoordelaar, die slechts 5 pagina’s A4 van inschrijver C heeft beoordeeld, met daarin de gedeeltelijke planning. Deze beoordelaar heeft, gelet op het feit dat een Planning van 1 pagina A3 mocht worden ingediend, in ieder geval te weinig pagina’s van inschrijver C beoordeeld. Hieruit volgt dat van inschrijver C in het kader van een herbeoordeling per saldo dus meer pagina’s dienden te worden beoordeeld.

Ter zitting is gebleken dat [bedrijf] in het hiervoor bedoelde overzicht is aangeduid als inschrijver [bedrijf] was in de kortgedingprocedure die heeft geleid tot het vonnis van 8 juli 2025 geen partij en zij is dus niet gebonden aan hetgeen in het vonnis van 8 juli 2025 specifiek ten aanzien van haar inschrijving is overwogen. In het kader van de onderhavige kortgedingprocedure heeft [bedrijf] toegelicht dat zij na kennisneming van de oorspronkelijke voorlopige gunningsbeslissing direct bezwaar heeft gemaakt bij de Gemeente tegen het niet inhoudelijk beoordelen van haar planning. Volgens [bedrijf] had zij deze planning wel op de juiste wijze ingediend. De Gemeente heeft in de onderhavige kortgedingprocedure ter zitting toegelicht dat zij de planning van [bedrijf] , die in een afzonderlijk pdf-bestand was aangeleverd, bij de oorspronkelijke beoordeling ten onrechte niet inhoudelijk heeft beoordeeld en dat dit een van de redenen was om over te gaan tot intrekking van de aanbesteding. [bedrijf] heeft toegelicht dat zij destijds vanwege die aangekondigde intrekking van rechtsmaatregelen heeft afgezien. Bij gebreke van door Ecolog gestelde feiten en/of omstandigheden die duiden op het tegendeel, moet in het kader van de onderhavige aanbestedingsprocedure ervan uit worden gegaan dat de planning van [bedrijf] destijds wel op juiste wijze was ingediend en dat deze in het kader van de oorspronkelijke beoordeling ten onrechte niet inhoudelijk is beoordeeld. Daarbij tekent de voorzieningenrechter wel aan dat het opmerkelijk is dat de Gemeente hierover in het eerste kort geding geen volledige openheid van zaken heeft gegeven. Dit laatste laat echter onverlet dat het nieuwe beoordelingsteam de planning van [bedrijf] in de herbeoordeling heeft mogen, zelfs moeten betrekken. Dit heeft tot gevolg gehad dat in het kader van de herbeoordeling dus meer en niet – zoals Ecolog stelt – minder pagina’s van het Plan van Aanpak K1 van [bedrijf] zijn beoordeeld. In zoverre bevreemdt het dus niet dat het Plan van Aanpak K1 van [bedrijf] in het kader van die herbeoordeling anders, namelijk beter heeft gescoord dan in het kader van de oorspronkelijke beoordeling. Deze omstandigheid vormt dus geen grond om voorshands aan de juistheid van de beoordeling van de inschrijving van [bedrijf] te twijfelen. Van een verdergaande motiveringsverplichting van de Gemeente, zoals Ecolog stelt, is in dit verband derhalve geen sprake.

In het Beschrijvend Document heeft de Gemeente in paragraaf 4.1.2 voorgeschreven welke aspecten in het Plan van Aanpak K1 moesten worden uitgewerkt en op welke wijze dit diende te gebeuren (SMART). In paragraaf 4.1.2.2 van het Beschrijvend Document heeft de Gemeente beschreven op welke wijze de beoordeling op subgunningscriterium Plan van Aanpak K1 zal plaatsvinden. Hierin valt te lezen dat zal worden beoordeeld op a) de mate waarin aantoonbaar invulling wordt gegeven aan de geformuleerde doelstelling, b) de mate waarin de ingediende informatie volledig is en c) de mate waarin de ingediende informatie SMART is beschreven en is vertaald naar concrete maatregelen waar de Gemeente recht aan kan ontlenen. Geen van de inschrijvers heeft tegen de uitvraag en/of de beoordelingssystematiek geprotesteerd en dus mag ervan uit worden gegaan dat voor alle inschrijvers (en dus ook voor Ecolog) duidelijk was wat er van haar werd verwacht en op welke wijze haar inschrijving zou worden beoordeeld. Gelet op de Grossman-doctrine zou overigens een bezwaar tegen de uitvraag en de beoordelingssystematiek in dit stadium van de aanbestedingsprocedure tardief zijn en ongegrond worden verklaard.

Ecolog heeft betoogd dat het nieuwe beoordelingsteam buiten de vooraf bekendgemaakte beoordelingssystematiek is getreden door diverse aspecten in de beoordeling te betrekken die niet expliciet in paragraaf 4.1.2 van het Beschrijvend Document zijn vermeld. Dit betoog faalt. Zoals hiervoor reeds is overwogen, is het niet aan de aanbestedende dienst om exact voor te schrijven wat nodig is om op kwalitatieve gunningscriteria maximaal te scoren. Het is aan de inschrijvers om de gewenste kwaliteit op eigen wijze te leveren. Bovendien heeft de Gemeente gemotiveerd toegelicht dat de door Ecolog ter discussie gestelde beoordelingsaspecten wel degelijk vallen binnen de scope van de in paragraaf 4.1.2 voorgeschreven aspecten E, F, H en J. Ecolog heeft dit onvoldoende gemotiveerd weersproken en reeds daarom wordt de stelling dat het nieuwe beoordelingsteam buiten het beoordelingskader is getreden, gepasseerd. Daarbij tekent de voorzieningenrechter nog aan dat vanwege de vrijheid die inschrijvers toekomt om de gewenste kwaliteit op de uitgevraagde aspecten op eigen wijze te leveren, een onderlinge vergelijking van de inschrijvingen een wezenlijk kenmerk is van het onderhavige type aanbestedingsprocedure (EMVI). Die onderlinge vergelijking is immers noodzakelijk om te bepalen welke inschrijver op welk aspect de beste kwaliteit levert, op grond waarvan vervolgens kan worden vastgesteld welke inschrijver op het desbetreffende subgunningscriterium het beste scoort. Dit betekent – anders dan Ecolog stelt – niet dat sprake is geweest van een relatieve in plaats van een absolute beoordeling.

Ecolog richt haar pijlen verder vooral op de inhoudelijke beoordeling van haar eigen Plan van Aanpak K1. Zij is het met geen van de in voorlopige gunningsbeslissing van 3 september 2025 genoemde ‘minpunten’ van haar Plan van Aanpak K1 eens en is van mening dat haar Plan van Aanpak K1 ten onrechte is gewaardeerd met een ‘goed’ in plaats van een ‘uitstekend’. De voorzieningenrechter constateert in dat verband dat Ecolog bij een ongewijzigde score van [bedrijf] ook met de door haar betoogde score ‘uitstekend’ niet als winnaar van de aanbesteding uit de bus komt. Ook in dat geval blijft [bedrijf] immers vanwege het prijsverschil de inschrijver die met de beste prijs-kwaliteitverhouding heeft ingeschreven. Ecolog kan dan ook slechts aanspraak maken op gunning van de opdracht als vast komt te staan dat het nieuwe beoordelingsteam op onjuiste gronden de score ‘uitstekend’ aan het Plan van Aanpak K1 van [bedrijf] heeft toegekend. Het is aan Ecolog om – indachtig de terughoudendheid die de voorzieningenrechter bij kwalitatieve beoordelingen dient te betrachten – aannemelijk te maken dat dit beoordelingsteam zich in dat verband heeft schuldig gemaakt aan een of meerdere evidente beoordelingsfouten. Ecolog is daarin naar het oordeel van de voorzieningenrechter geenszins geslaagd. Ecolog heeft in dat verband geen enkele concrete evidente beoordelingsfout gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt, en heeft volstaan met de stelling dat de Gemeente in de voorlopige gunningsbeslissing van 3 september 2025 onvoldoende heeft gemotiveerd wat de kenmerken en relatieve voordelen zijn van de inschrijving van [bedrijf] . Dit standpunt levert, indien juist, hooguit een motiveringsgebrek op maar laat de score van [bedrijf] ongemoeid. Bij gebreke van gestelde dan wel aannemelijk gemaakte evidente fouten in de beoordeling van het Plan van Aanpak K1 van [bedrijf] , ontbreekt het Ecolog in deze kortgedingprocedure aan belang bij een inhoudelijke beoordeling van de fouten die volgens haar in het kader van de beoordeling van haar Plan van Aanpak K1 zijn gemaakt. Die inhoudelijke beoordeling kan dan ook achterwege blijven.

Van het door Ecolog gestelde motiveringsgebrek ten aanzien van de kenmerken en de relatieve voordelen van de inschrijving van [bedrijf] is evenmin sprake. Uit artikel 2.130 Aw 2012 volgt dat de mededeling van de gunningsbeslissing de relevante redenen moet bevatten voor die beslissing en dat daaronder in ieder geval wordt verstaan de kenmerken en relatieve voordelen van de uitgekozen inschrijving, alsmede de naam van de voorlopige winnaar. Blijkens de parlementaire geschiedenis van dit artikel ligt het, ingeval de aanbestedende dienst (zoals hier) het EMVI-criterium heeft gehanteerd, in de rede dat de aan de inschrijvingen toegekende scores en de relatieve positie van de afgewezen inschrijver ten opzichte van de geselecteerde inschrijver ter onderbouwing van de mededeling van de gunningsbeslissing door de aanbestedende dienst worden meegezonden. Hoewel een precieze invulling van de relevante redenen afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, geldt in zijn algemeenheid dat de relevante redenen onder meer de volgende elementen zullen bevatten:

bekendmaking van de eindscores van zowel de afgewezen inschrijver als van de geselecteerde inschrijver;

bekendmaking van de scores van de afgewezen inschrijver op specifieke kenmerken en de reden(en) waarom op dat specifieke kenmerk eventueel niet een hogere score is toegekend;

verduidelijking van de toepassing van de gehanteerde criteria bij gunning volgens het EMVI-criterium.

De Gemeente heeft in de voorlopige gunningsbeslissing van 3 september 2025 zowel de door Ecolog en [bedrijf] behaalde totaalscore als de door hen op de te onderscheiden kwalitatieve subgunningscriteria en prijs behaalde deelscores bekendgemaakt. Daarnaast heeft de Gemeente aan de hand van concrete ‘minpunten’ toegelicht waarom het Plan van Aanpak K1 van Ecolog een ‘goed’ en niet een ‘uitstekend’ heeft gescoord. Ook heeft de Gemeente een vrij uitvoerige toelichting gegeven op de kenmerken en de relatieve voordelen van het Plan van Aanpak K1 van [bedrijf] . In algemene zin heeft de Gemeente toegelicht dat dit plan helder is geschreven en dat hierin uitgebreid en SMART wordt ingegaan op alle aspecten die zijn benoemd in de paragrafen 4.1.2 en 4.1.2.2 van het Beschrijvend Document. De uitwerking sluit volgens de Gemeente in onderlinge samenhang uitstekend aan bij de doelstelling van het subgunningscriterium en biedt overtuigende meerwaarde. Daarbij heeft de Gemeente een aantal specifieke kenmerken en relatieve voordelen benoemd, waarvan Ecolog, blijkens hetgeen hiervoor is overwogen, het bestaan niet gemotiveerd heeft weersproken. Benoemd zijn het beschikken over een flexibel personeelsbestand in de regio en een realtime online dashboard, de SMART uitgewerkte onderverdeling in type incidenten en de wijze waarop deze worden opgepakt, het SMART uitgewerkte trainingsaanbod en de SMART uitgewerkte activiteitenplanning, waarmee op een heldere wijze draagvlak wordt gecreëerd. Met dit alles heeft de Gemeente ruimschoots aan de op haar rustende motiveringsplicht voldaan. Ecolog kan immers op basis van de motivering in de gunningsbeslissing vaststellen in welk opzicht het Plan van Aanpak K1 van [bedrijf] beter heeft gescoord dan haar eigen Plan van Aanpak K1. Van de Gemeente kan niet worden verlangd dat zij de voorlopige gunningsbeslissing verdergaand onderbouwd. De motiveringsplicht van een aanbestedende dienst strekt niet zo ver dat de aanbestedende dienst inzicht moet verschaffen in de inschrijving van de voorlopige winnaar, zodat een andere inschrijver de gelegenheid heeft de beoordeling van de aanbestedende dienst over te doen. Daarbij speelt een belangrijke rol dat het aan een aanbestedende dienst niet is toegestaan om bedrijfsvertrouwelijke informatie van de ene inschrijver aan een andere inschrijver te verstrekken.

Ecolog heeft nog gesteld dat de Gemeente in de voorlopige gunningsbeslissing niet de kenmerken en relatieve voordelen van de door [bedrijf] ingediende Plannen van Aanpak K2 en K3 heeft benoemd. Ook ontbreekt volgens Ecolog een toelichting op de behaalde scores op het subgunningscriterium Prijs. Ook die stellingen moeten worden gepasseerd. Wat betreft de Plannen van Aanpak K2 en K3 geldt dat Ecolog en [bedrijf] beiden maximaal hebben gescoord en er dus van relatieve voordelen van deze plannen van aanpak van [bedrijf] geen sprake is. De scores op Prijs spreken voor zich en behoeven geen nadere toelichting.

Ecolog heeft tenslotte nog aangevoerd dat thans geen sprake is van een rechtsgeldige overbruggingsovereenkomst met Canteen. Wat hier verder ook van zij, Ecolog heeft aan deze stelling geen rechtsgevolg verbonden. In ieder geval valt niet in te zien hoe deze stelling, indien juist, kan leiden tot toewijzing van een van de vorderingen van Ecolog.

Uit al het voorgaande volgt dat van de door Ecolog gestelde procedurele en inhoudelijke (beoordelings-)fouten geen sprake is en dat de voorlopige gunningsbeslissing van 3 september 2025 behoorlijk is gemotiveerd. Daarmee is geen van de vorderingen van Ecolog toewijsbaar.

Nu de Gemeente voornemens is de opdracht ook definitief te gunnen aan [bedrijf] , brengt voormelde beslissing mee dat [bedrijf] geen belang (meer) heeft bij toewijzing van haar vorderingen, zodat deze worden afgewezen.

[bedrijf] zal worden veroordeeld in de kosten van de Gemeente, welke kosten worden begroot op nihil, nu niet is gebleken dat de Gemeente als gevolg van deze vorderingen extra kosten heeft moeten maken. Ondanks de afwijzing moet Ecolog in haar verhouding tot [bedrijf] worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Het doel van [bedrijf] was immers te voorkomen dat de opdracht aan Ecolog zou worden gegund, welk doel is bereikt. Ecolog zal dan ook worden veroordeeld in de proceskosten van [bedrijf] . Voorts zal Ecolog, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de Gemeente. De proceskosten van zowel [bedrijf] als de Gemeente worden begroot op:

- griffierecht € 714,--

- salaris advocaat € 1.107,--

- nakosten € 178,-- (plus de verhoging zoals vermeld in de

beslissing)

Totaal € 1.999,--

De door de Gemeente gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6. De beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt [bedrijf] voor wat betreft de door haar ingestelde vorderingen jegens de Gemeente in de kosten van de Gemeente, tot dusver begroot op nihil;

veroordeelt Ecolog in de overige proceskosten van zowel de Gemeente als [bedrijf] van ieder € 1.999,--, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Ecolog niet tijdig aan deze kostenveroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij € 92,-- extra aan de betreffende partij betalen, plus de kosten van betekening;

veroordeelt Ecolog in haar verhouding tot de Gemeente in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

verklaart deze kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Bordes en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?