ECLI:NL:RBDHA:2025:27143

ECLI:NL:RBDHA:2025:27143

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-02-2025
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer NL25.651 (beroep) en NL25.652 (voorlopige voorziening)
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Niet in behandeling nemen asielaanvraag (Dublin-procedure). Duitsland. Interstatelijk vertrouwensbeginsel. Beroep ongegrond.

Uitspraak

[eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. A. Jankie),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter beoordeelt in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 3 januari 2025 niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.

Beoordeling door de rechtbank

Geen zitting

2. De rechtbank houdt in deze zaak geen zitting. Het beroep is namelijk kennelijk ongegrond. Hieronder legt de rechtbank dit uit.

Waar gaat deze zaak over?

3. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1996 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling daarvan.

Wat vinden eisers in beroep?

4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – aan dat verweerder voor Duitsland niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit kan gaan, nu eiser heeft ervaren dat er daar sprake is van systeemfouten in de asielprocedure.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

5. Uit rechtspraak van de hoogste bestuursrechter (de Afdeling) volgt dat verweerder voor Duitsland van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. Dit betekent dat verweerder er in beginsel van mag uitgaan dat Duitsland zijn internationale verdragsverplichtingen nakomt. Het is aan eiser om met concrete aanwijzingen aannemelijk te maken dat hij bij overdracht naar Duitsland, als gevolg van het niet nakomen van de internationale verplichtingen door de Duitse autoriteiten, een reëel risico loopt op een met artikel 4 van het Handvest en artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser hier niet in geslaagd. Hij heeft zijn stellingen in het geheel niet onderbouwd en heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van structurele tekortkomingen in het asiel- en opvangsysteem van Duitsland. Daar komt bij dat de Duitse autoriteiten met het claimakkoord hebben gegarandeerd dat zij de asielaanvraag van eiser in behandeling zullen nemen. Als eiser toch problemen ondervindt met het krijgen van opvangvoorzieningen of andere problemen, kan hij hiervoor zijn beklag doen bij de daartoe geëigende instanties dan wel bij de (hogere) Duitse autoriteiten. Niet is gebleken dat klagen voor eiser niet mogelijk is of bij voorbaat zinloos is. Eisers enkele stelling dat hij verwacht dat de autoriteiten hem niet willen of kunnen helpen, doet aan het voorgaande niet af. Verweerder mocht in dit geval dus voor Duitsland van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaan.

Conclusie en gevolgen

6. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank twijfelt hier niet over. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond.

7. Nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.

8. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de

rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U

moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is

verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw

verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?