ECLI:NL:RBDHA:2025:27151

ECLI:NL:RBDHA:2025:27151

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-08-2025
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer NL25.38411
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Spoedpiket-zaak (verzoek om een voorlopige voorziening). Aanvraag verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd geweigerd. Dreigende uitzetting naar Marokko. Spoedeisend belang. Bezwaar geen redelijke kans van slagen. Verzoek afgewezen.

Uitspraak

[verzoeker], V-nummer: [v-nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. C.F. Wassenaar),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. R.G.P. van Bel).

Inleiding

1. Bij besluit van 13 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder verzoekers aanvraag van 8 augustus 2025 voor een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel familie of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM afgewezen.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit bezwaar ingediend.

Op 13 augustus 2025 heeft verweerder aan verzoeker kenbaar gemaakt dat hij op 16 augustus 2025 gedwongen zal worden uitgezet naar Marokko.

Verzoeker heeft vervolgens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend met het doel om niet op de geplande datum uit te worden gezet en de behandeling van zijn bezwaar in Nederland af te kunnen wachten.

Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting, omdat spoed dit vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad.

Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?

2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Is er sprake van een spoedeisend belang?

3. De voorzieningenrechter kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Op het door verzoeker ingediende bezwaar is nog niet beslist. Verweerder heeft bij kennisgeving van 13 augustus 2025 aan verzoeker medegedeeld dat hij op 16 augustus 2025 zal worden uitgezet naar Marokko. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat verzoeker een spoedeisend belang bij zijn verzoek om een voorlopige voorziening heeft.

Heeft het bezwaar een redelijke kans van slagen?

4. Bij besluit van 7 mei 2021 is verzoekers Nederlanderschap ingetrokken wegens een veroordeling voor terroristische misdrijven. Ook is hem een terugkeerbesluit en een inreisverbod van 20 jaar opgelegd. Bij uitspraak van 28 juni 2023 van de hoogste bestuursrechter zijn deze intrekking, alsmede het terugkeerbesluit en inreisverbod, in rechte vast komen te staan. De intrekking van het Nederlanderschap is niet in strijd geacht met het evenredigheidsbeginsel. Verweerder heeft alle door verzoeker aangevoerde persoonlijke omstandigheden bij de beoordeling betrokken en niet ten onrechte gesteld dat deze minder zwaar wegen dan de essentiële belangen van Nederland. Ook is geoordeeld dat artikel 8 van het EVRM niet aan intrekking in de weg staat.

Bij besluit van 13 augustus 2025 is de reguliere aanvraag van verzoeker op grond van artikel 8 van het EVRM afgewezen, wegens het ontbreken van een geldige mvv. Verzoeker komt niet in aanmerking voor vrijstelling van het mvv-vereiste. Verweerder heeft – kort samengevat – overwogen dat de intrekking van het Nederlanderschap in rechte vast staat, niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en dat de persoonlijke omstandigheden van verzoeker minder zwaar wegen dan de essentiële belangen van Nederland. Voorts staat in rechte vast dat artikel 8 van het EVRM niet aan de intrekking van het Nederlanderschap in de weg staat.

Met verweerder is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker bij zijn reguliere aanvraag van 8 augustus 2025 geen stukken heeft overgelegd die een nieuw licht op de zaak laten schijnen. Het rapport van Forensisch Maatwerk d.d. 26 maart 2023 is al tijdens de eerdere procedure overgelegd. De kwetsbare positie van de moeder van de kinderen was ook tijdens de eerdere procedure al bekend. Daarbij is niet gebleken dat zij niet voor de kinderen kan of wil zorgen. Niet is gesteld of gebleken dat het niet goed gaat met de kinderen van verzoeker. Ook de brieven van zijn zus en broer over de rol van verzoeker bij de opvoeding van de kinderen, alsmede de omstandigheid dat verzoeker en de moeder van zijn kinderen het gezamenlijk gezag over de kinderen hebben, maken de belangenafweging inzake artikel 8 van het EVRM niet anders. Verweerder heeft het belang van de bescherming van de openbare orde, nu verzoeker is veroordeeld voor terroristische misdrijven, zwaarder mogen laten wegen. Ten aanzien van de stelling van verzoeker dat de toets aan artikel 20 van het VWEU niet op een juiste wijze heeft plaatsgevonden, mocht verweerder zich op het standpunt stellen dat een verblijfsrecht op grond van deze bepaling mocht worden geweigerd, omdat verzoeker een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt. Deze beoordeling staat in rechte vast en er zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd die maken dat hier niet meer van uit kan worden gegaan.

De verwijzing van verzoeker naar de uitspraak van rechtbank Amsterdam over intrekking van het Nederlanderschap maakt het voorgaande niet anders. Daarbij is van belang dat onderhavige procedure niet ziet op intrekking van het Nederlanderschap en staat de intrekking in verzoekers geval al in rechte vast. Voorts ziet de voorzieningenrechter in deze (enkele) uitspraak vooralsnog geen reden om af te wijken van de bestendige lijn van de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken.

Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. Verweerder heeft kunnen besluiten om de uitzetting van verzoeker niet achterwege te laten.

Conclusie en gevolgen

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Dit betekent dat verweerder de uitzetting van verzoeker niet achterwege hoeft te laten. Verzoeker krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.

De beslissing is telefonisch bekendgemaakt aan partijen op 15 augustus 2024.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?