ECLI:NL:RBDHA:2025:27173

ECLI:NL:RBDHA:2025:27173

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-12-2025
Datum publicatie 30-01-2026
Zaaknummer NL25.58698
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Roermond
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RVS:2026:130

Samenvatting

Beoordeling verlengingsbesluit. Beroep ongegrond. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor de verlenging van de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000. Er kan worden uitgegaan van de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit dat aan de maatregel van bewaring ten grondslag ligt. Het zicht op uitzetting naar Ghana ontbreekt niet; geen sprake is van feiten of omstandigheden op basis waarvan moet worden aangenomen dat de Ghanese autoriteiten geen LP aan eiser zullen verstrekken. De bewaring is niet onevenredig bezwarend. Ontbreken voornemen: deze schending is onvoldoende voor het oordeel dat de maatregel niet mocht worden verlengd of dat de maatregel moet worden opgeheven. Wel proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] (V-nummer: [V-nummer]), eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.58698

(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),

en

(gemachtigde: mr. N.L. Schoonbrood).

Procesverloop

Verweerder heeft op 2 juni 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Bij besluit van 28 november 2025 heeft verweerder de maatregel van bewaring met ten hoogste twaalf maanden verlengd (het verlengingsbesluit).

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel en tegen het verlengingsbesluit beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd en schriftelijk beroepsgronden ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 9 december 2025 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen T. Koc. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst, om eiser in de gelegenheid te stellen enkele stukken toe te voegen aan het digitale dossier en om verweerder in de gelegenheid te stellen een toelichting te geven op het LP-traject.

Eiser heeft op 9 december 2025 stukken met betrekking tot zijn kind toegevoegd aan het dossier. Verweerder heeft hier op dezelfde dag schriftelijk op gereageerd en daarbij ook een toelichting gegeven op het LP-traject. Eiser heeft vervolgens gereageerd op het standpunt van verweerder over het LP-traject. Partijen hebben de rechtbank vervolgens toestemming gegeven om de zaak zonder nadere zitting af te doen.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 10 december 2025.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Ghanese nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 1984.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw 2000 het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan. Uit artikel 94, zevende lid, eerste volzin, van die wet volgt dat hetzelfde geldt voor het verlengingsbesluit.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring en het voortduren daarvan al eerder heeft getoetst. Uit deze uitspraken volgt dat de maatregel van bewaring rechtmatig was tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan de laatste uitspraak ten grondslag ligt. Daarom staat nu ter beoordeling of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste beroep op 7 oktober 2025 op enig moment onrechtmatig is geworden en of verweerder vervolgens de maatregel van bewaring mocht verlengen.

4. Verweerder moet in het verlengingsbesluit conform het beleid van paragraaf A5/6.8 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) nagaan of er is voldaan aan de voorwaarden voor verlenging zoals opgenomen in artikel 59, zesde lid, van de Vw 2000, of er nog voldoende gronden voor de bewaring zijn, of de bewaring voor de vreemdeling onevenredig bezwarend is en of er zicht op uitzetting bestaat. Als dit voldoende gemotiveerd is, wordt hiermee voldaan aan alle uit de Terugkeerrichtlijn en het arrest Mahdi voortvloeiende vereisten voor het nemen van een verlengingsbesluit.

Voorwaarden voor de verlenging

5. Voor de verlenging van de maatregel van bewaring geldt op grond van artikel 59, zesde lid, van de Vw 2000 dat deze maatregel na afloop van zes maanden met maximaal nog eens twaalf maanden kan worden verlengd indien de uitzetting, alle redelijke inspanningen ten spijt, wellicht meer tijd zal vergen, omdat de vreemdeling niet meewerkt aan zijn uitzetting of de daarvoor benodigde documentatie uit derde landen ontbreekt.

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat in het geval van eiser wordt voldaan aan de voorwaarden voor de verlenging van de maatregel van bewaring in artikel 59, zesde lid, van de Vw 2000. De rechtbank stelt vast dat eiser geen geldig document heeft voor grensoverschrijding. Dit heeft eiser ook niet betwist. Daarnaast heeft verweerder voldoende toegelicht dat eiser niet meewerkt aan zijn uitzetting. Eiser dient Nederland te verlaten en naar Ghana terug te keren. Dit brengt onder andere met zich mee dat hij volledige medewerking dient te verlenen aan het vaststellen van zijn identiteit en de afgifte van een lp. Er zijn in dat verband regelmatig vertrekgesprekken met eiser gevoerd, maar dat heeft niet tot resultaat of medewerking geleid. Eiser is daarnaast uitgenodigd voor een presentatie in persoon bij de Ghanese autoriteiten op 2 juli 2025, waar hij echter niet is verschenen. De lp-aanvraag is daardoor schriftelijke in behandeling genomen en dat loopt nu nog. Eiser heeft bovendien in de vertrekgesprekken (bijvoorbeeld die van 17 september 2025 en 15 oktober 2025) verklaard dat hij niets doet (en ook niets zal doen) aan zijn eigen verantwoordelijkheid en vertrekplicht, omdat hij niet terug wil naar Ghana (dat laatste heeft hij ook nog eens bevestigd in het vertrekgesprek van 28 november 2025). Verder overweegt de rechtbank dat verweerder zich voldoende inspant om het vertrek van eiser te bewerkstelligen. Er wordt elke drie weken schriftelijk gerappelleerd bij de autoriteiten van Ghana en er worden ook op regelmatige basis vertrekgesprekken met eiser gevoerd. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder mocht concluderen dat aan de voorwaarden voor verlenging van de maatregel van bewaring is voldaan in het geval van eiser.

Gronden voor de bewaring

7. In het verlengingsbesluit staat dat eiser op 2 juni 2025 in bewaring is gesteld, omdat er een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en/of omdat eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Vervolgens staat in het verlengingsbesluit dat de volgende zware en lichte gronden voor bewaring uit artikel 5.1b van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) ten grondslag liggen aan het besluit tot verlenging van de bewaringstermijn:

zware gronden

3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;

lichte gronden

4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

8. Eiser stelt zich op het standpunt dat de maatregel slechts is gebaseerd op twee zware gronden. Dat relativeert de noodzaak voor de voortduring van de oplegging van de maatregel, gelet op het door verweerder gestelde belang. Er kan hierdoor geen bijzonder gewicht worden toegekend aan de stelling van verweerder dat het risico op onttrekking nog steeds mag prevaleren boven het belang van eiser. Bovendien staat het terugkeerbesluit nog niet in rechte vast.

9. De rechtbank stelt voorop dat uit vaste rechtspraak volgt dat verweerder bij de zware gronden 3a en 3b kan volstaan met een toelichting dat deze gronden zich feitelijk voordoen. De rechtbank stelt vervolgens vast dat eiser de gronden niet inhoudelijk heeft bestreden. Ook de rechtbank ziet ambtshalve geen aanleiding voor het oordeel dat de zware en lichte gronden samen het verlengingsbesluit niet kunnen dragen.

10. Over het terugkeerbesluit (dat ten grondslag ligt aan de maatregel van bewaring) heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat het beroep daartegen op 23 juni 2026 ongegrond is verklaard en geen voorlopige voorziening is getroffen, zodat vooralsnog (hangende het hoger beroep daartegen) kan worden uitgegaan van de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit en er om die reden ook uitvoering aan kan worden gegeven.

Zicht op uitzetting

11. Eiser voert aan dat er geen concreet zicht op uitzetting is, omdat er sinds 2 juli 2025 niets meer is vernomen van de Ghanese ambassade. Eiser is die dag niet verschenen bij de ambassade en daarmee staat vast dat er geen LP zal worden afgegeven, omdat een presentatie noodzakelijk is. Volgens eiser had verweerder concreet moeten informeren bij de Ghanese vertegenwoordiging en niet is gebleken dat dit is gebeurd.

12. De rechtbank stelt voorop dat het zicht op uitzetting naar Ghana binnen een redelijke termijn in het algemeen niet ontbreekt. Zij verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 3 maart 2025. De rechtbank heeft geen aanleiding om in het geval van eiser anders te oordelen. Verweerder heeft op 11 juni 2025 een LP-aanvraag bij de Ghanese autoriteiten ingediend. Er was een presentatie in persoon gepland op 2 juli 2025, maar eiser is niet verschenen (waarover hij toelichtte dat hij niet is gegaan omdat hij hieromtrent niet vooraf heeft kunnen overleggen met zijn advocaat). De LP-aanvraag is vervolgens schriftelijk in behandeling genomen en verweerder is in afwachting van een reactie daarop, wat echter langer kan duren nu eiser niet naar de presentatie is geweest. Verweerder heeft – naar aanleiding van wat daarover op de zitting besproken is – nader toegelicht dat de landvertegenwoordiger van DIA bevestigt dat eiser schriftelijk is gepresenteerd nadat hij niet op de presentatie is verschenen, dat de LP-aanvraag in onderzoek is genomen en daarmee de noodzaak is komen te vervallen om eiser alsnog in persoon te presenteren. De rechtbank heeft geen reden aan deze toelichting te twijfelen. Daarmee is voldoende toegelicht dat er geen aanleiding is ervan uit te gaan dat eisers LP-traject niet (meer) in onderzoek is dan wel er geen LP voor eiser zal worden verstrekt zonder presentatie. Uit de voortgangsrapportage blijkt verder dat verweerder op 16 oktober 2025, 6 november 2025 en 27 november 2025 nog eens schriftelijk heeft gerappelleerd bij de Ghanese autoriteiten. Daarnaast zijn op 15 oktober 2025, 18 november 2025 en 28 november 2025 weer vertrekgesprekken met eiser gevoerd. De rechtbank overweegt dat eiser geen (reis)documenten heeft en verweerder dus afhankelijk is van de Ghanese autoriteiten om de terugkeer te effectueren (door afgifte van een LP). Bovendien werkt eiser zelf tot op heden niet mee aan zijn terugkeer en het LP-traject: hij heeft zelf nog geen enkele actie ondernomen om zijn identiteit/nationaliteit aan te tonen. Terwijl van eiser wel mag worden verlangd en verwacht dat hij meewerkt aan zijn terugkeer(proces). De rechtbank is van oordeel dat er op dit moment nog geen sprake is van feiten of omstandigheden op basis waarvan moet worden aangenomen dat de Ghanese autoriteiten geen LP aan eiser zullen verstrekken. Naar het oordeel van de rechtbank moet verweerder de gelegenheid krijgen het LP-traject verder af te wachten. Het enkele tijdsverloop tot nu toe of het ontbreken van een reactie van de Ghanese autoriteiten is daarvoor niet genoeg. Zij hebben ook niet laten weten dat geen LP voor eiser zal worden verleend. Voldoende toegelicht is dat nu een schriftelijk LP-traject loopt en dit langer kan duren, terwijl dat ook komt door eisers opstelling die mede is ingegeven door zijn uitdrukkelijke weigering naar Ghana terug te willen keren. Door wel mee te werken (door bijvoorbeeld te kennen te geven alsnog deel te willen nemen aan een presentatie, zoals verweerder toelichtte) kan hij dat traject mogelijk versnellen.

Bewaring onevenredig bezwarend (belangenafweging in verband met lichter middel)

13. Eiser stelt zich op het standpunt dat van een verlenging van de maatregel langer dan zes maanden in alle redelijkheid geen sprake kan zijn. De verlenging is

onrechtmatig. Het belang van eiser behoort zwaar te wegen. Eiser verwijst daarbij naar een citaat uit de Vc (overigens zonder te noemen waar dat staat). Volgens eiser heeft verweerder ten onrechte de omstandigheid dat hij een vrouw en kind heeft in Denemarken niet bij de motivering betrokken.

14. De rechtbank overweegt allereerst dat – naast het verlengingsbesluit – niet nog een aparte verzwaarde belangenafweging dient plaats te vinden. Zoals hiervoor ook onder r.o. 4 al is overwogen, dient verweerder na te gaan of er nog voldoende gronden voor de bewaring zijn, de bewaring voor de vreemdeling onevenredig bezwarend is en of er zicht op uitzetting bestaat.

15. De rechtbank is van oordeel dat verweerder geen aanleiding heeft hoeven te zien om te volstaan met een lichter middel. De gronden zoals die ten grondslag zijn gelegd aan de bewaring zijn nog steeds van toepassing. Uit deze gronden volgt dat er nog steeds een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht op vreemdelingen zal onttrekken. Verweerder heeft daarbij kunnen betrekken dat eiser niet actief en volledig meewerkt aan zijn terugkeer, omdat eiser niet terug wil naar Ghana. Verweerder heeft daarnaast eisers medische situatie betrokken. De rechtbank begrijpt dat de lange periode van bewaring eiser zwaar valt, maar dit alleen maakt niet dat het voortduren en de verlenging van de maatregel van bewaring voor eiser onevenredig bezwarend is (geworden). Daarvoor zijn verder ook geen (medische) omstandigheden gesteld, onderbouwd of gebleken.

16. De rechtbank is verder van oordeel dat geen sprake is van een motiveringsgebrek omdat verweerder volgens eiser zijn gezinsleven (vrouw en zoontje in Denemarken) niet kenbaar in de motivering van het verlengingsbesluit heeft betrokken. Van belang daarvoor is allereerst dat eiser tijdens zijn bewaringsgehoor op 2 juni 2025 (onder meer) verklaarde dat hij naar Spanje terug wil (p. 2 en 3), dat zijn vriendin in Spanje woont en dat hij een ex-vriendin in Denemarken heeft met wie hij een zoontje heeft (p. 4). Hij is van plan ‘voor zijn vriendin in Spanje te gaan’ en heeft ook verklaard dat hij geen zorgtaken heeft voor zijn kind (in Denemarken) maar dat zijn ex-vriendin het kind verzorgt (p. 4). In het proces-verbaal van gehoor (HV12) van 2 juni 2025 heeft eiser hierover (onder meer) verklaard dat hij in Spanje woont met zijn vriendin, hij heel graag terug wil naar Spanje en hoopt dat dit ook kan. Eiser heeft verder verklaard dat hij een vriendin ‘uit het verleden’ heeft in Denemarken waarmee hij weer kort contact had, dat hij nu samen met haar een kindje heeft (dat hij nog niet heeft erkend) en dat zij de zorg voor dat kindje heeft. Eisers verklaringen over (onder meer) zijn vriendin en zoontje in Denemarken zijn in de maatregel van 2 juni 2025 betrokken. Uit eisers verklaringen hierover kan niet worden afgeleid dat (hij vond dat) een gezinsleven (met zijn vriendin en zoontje in Denemarken) aan de maatregel van bewaring in de weg stond en evenmin op welke wijze de inbewaringstelling hem dan zal belemmeren in het contact. Dat is ook niet geoordeeld in de beroepen over (het voortduren van) de maatregel (genoemd in noot 1). Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser ook daarna (en tot op heden) niet heeft aangegeven op welke wijze de bewaring hem zal belemmeren in het contact met zijn kind en dat een gezinsleven nu aan bewaring in de weg staat. Eiser stelt enkel (bijvoorbeeld in het vertrekgesprek van 18 november 2025 over de verlenging) dat hij in vrijheid wil worden gesteld en naar zijn vriendin en zoontje in Denemarken wil. In het vertrekgesprek van 28 november 2025 heeft hij daarover verklaard dat hij eerst naar zijn vriendin en kind toe wil om te kijken ‘of alles goed gaat’ en dan mogelijk wel terug wil naar Ghana. Maar daarmee heeft hij ook naar het oordeel van de rechtbank niet aangegeven op welke wijze de bewaring hem in het contact belemmert en dat een gezinsleven nu wel aan bewaring in de weg zou moeten staan. Dat de situatie over zijn gezinsleven in relatie tot de bewaring anders is geworden, heeft eiser met andere woorden niet concreet (en onderbouwd) duidelijk gemaakt. Overigens mag (en dus kan) eiser niet naar Denemarken, want hem is een terugkeerverplichting naar Ghana opgelegd. Gelet op het voorgaande hoefde verweerder in het verlengingsbesluit dan ook niet kenbaar in te gaan op eisers gestelde gezinsleven in Denemarken. De stukken die eiser (overigens pas op de zitting in beroep) nog heeft ingebracht en waaruit zou blijken dat hij dit kind inmiddels heeft erkend, doen hier niet aan af. Verweerder heeft daarover terecht opgemerkt dat deze stukken geen originele documenten zijn (het zijn foto’s van documenten) en dus nu niet op echtheid kunnen worden gecontroleerd. Bovendien heeft verweerder in de schriftelijke reactie op goede gronden twijfels geuit over de echtheid van deze documenten. Zo wijst verweerder terecht op het verschil in opmaak met voorbeelden van een dergelijk ‘attest’ en dat uit het ‘person attest’ verder blijkt dat deze registratie plaats heeft gevonden op 31 juli 2025, terwijl mag worden aangenomen dat voor die registratie identificerende documenten vereist zijn maar eiser toen al enige tijd in bewaring zat en heeft verklaard dat hij niet weet waar zijn paspoort is. Van eisers verklaring op de zitting (dat hij nodig is voor de zorgtaken omdat zijn ex-vriendin voor het eerst moeder is geworden en dat zonder hem niet kan, dat hij dat nu via de telefoon moet doen en er complicaties zijn ontstaan als gevolg van de bevalling) zonder enige vorm van onderbouwing hoefde verweerder evenmin uit te gaan. Daarbij weegt ook mee dat uit de voorgaande gesprekken en gehoren dit nu geschetste beeld niet naar voren komt.

17. Voor zover het gestelde gezinsleven van eiser ertoe zou moeten leiden dat de terugkeerverplichting (naar Ghana) niet kan worden uitgevoerd en er dus om die reden geen zicht op uitzetting bestaat, dient hij dit aan de orde te stellen in de procedure tegen het terugkeerbesluit. De rechtbank gaat in dit beroep (over de maatregel van bewaring en de verlenging daarvan) uit van de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit en dat dit ook kan worden uitgevoerd (zie ook r.o. 10).

Ontbreken voornemen

18. Eiser voert aan dat hij ten onrechte niet in de gelegenheid is gesteld een zienswijze uit te brengen tegen het voornemen tot verlenging van de maatregel. Dit voornemen is namelijk niet naar de gemachtigde van eiser gestuurd.

19. Verweerder heeft op de zitting toegelicht dat het voornemen abusievelijk naar de verkeerde gemachtigde is gestuurd en dat het dus juist is dat eiser(s gemachtigde) geen zienswijze heeft kunnen indienen op het voornemen. Verweerder stelt zich echter op het standpunt dat daarmee geen sprake is van een schending van het verdedigingsbeginsel dat tot onrechtmatigheid van de maatregel moet leiden.

20. De rechtbank overweegt dat uit (bijvoorbeeld) de uitspraak van de Afdeling van 21 januari 2016 volgt dat niet elk verzuim zodanig is dat dit stelselmatig tot onrechtmatigheid van de maatregel van bewaring leidt, zodat dit ook niet automatisch ertoe dwingt tot invrijheidstelling van de vreemdeling. Beoordeeld dient te worden of de schending van het verdedigingsbeginsel eiser de mogelijkheid heeft ontnomen om zich zodanig te verweren dat de besluitvorming een andere afloop had kunnen hebben.

21. Zoals hiervoor overwogen, heeft eiser de gronden van de maatregel niet bestreden en deze gronden geven in beginsel voldoende grond om aan te nemen dat nu nog steeds het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken (met name ook omdat eiser niet terug wil naar Ghana). Eiser heeft zich voornamelijk gericht op het zicht op uitzetting en het lichter middel (de belangenafweging). Eiser is tijdens de hele bewaring bijgestaan door zijn gemachtigde en hij heeft meerdere malen (vervolg)beroepen ingesteld tegen (de voortduring van) de maatregel van bewaring. Er is met eiser zelf gesproken over de verlenging van de maatregel (in het vertrekgesprek van 18 november 2025). Ook heeft hij beroep ingesteld tegen het verlengingsbesluit en schriftelijk gronden ingediend. De essentie van die gronden (de belangenafweging en het zicht op uitzetting in verband met het LP-traject) is besproken in het verlengingsbesluit. Over het gezinsleven is hiervoor geoordeeld dat geen overweging hieraan hoefde te worden gewijd in het verlengingsbesluit omdat eiser dat niet concreet heeft gemaakt. Ook niet gelet op wat daarover in de beroepsgronden staat en ervan moet worden uitgegaan dat dit dan in een zienswijze zou zijn gezegd (namelijk enkel dat hij zijn kind nog niet heeft gezien). Eiser heeft verder de gelegenheid gekregen om na de zitting (waarop het beroep tegen het verlengingsbesluit is behandeld) nog stukken toe te voegen aan het dossier en om te reageren op de nadere schriftelijke toelichting van verweerder. De rechtbank is, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en mede in aanmerking genomen dat eiser geen feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht die maken dat het verlengingsbesluit niet opgelegd had mogen worden, van oordeel dat geen grond aanwezig is voor de conclusie dat de schending van het verdedigingsbeginsel (doordat zijn gemachtigde geen zienswijze heeft kunnen indienen) eiser de mogelijkheid heeft ontnomen om zich zodanig te verweren dat de besluitvorming over het verlengingsbesluit een andere afloop had kunnen hebben. Met andere woorden: de schending is onvoldoende voor het oordeel dat de maatregel niet mocht worden verlengd of dat de maatregel moet worden opgeheven. Deze beroepsgrond slaagt dus niet.

Ambtshalve toetsing

22. De rechtbank overweegt tot slot dat zij ook ambtshalve geen aanleiding ziet voor de conclusie dat het verlengingsbesluit dan wel het voortduren van de bewaring vanaf sluiting van het onderzoek in het vorige vervolgberoep onrechtmatig is.

Conclusie

23. Het beroep is ongegrond. Het voortduren en de verlenging van de maatregel is rechtmatig. Dat betekent dat de maatregel van bewaring niet wordt opgeheven. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

24. Vanwege de schending van het verdedigingsbeginsel veroordeelt de rechtbank verweerder wel in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Broier, rechter, in aanwezigheid van

mr. F.A.E. van de Venne, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 15 december 2025

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. P.H. Broier

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?