ECLI:NL:RBDHA:2025:27174

ECLI:NL:RBDHA:2025:27174

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-08-2025
Datum publicatie 30-01-2026
Zaaknummer SGR 24/7044
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verzoek van eiser om kennisneming van eventueel over hem bij de AIVD aanwezige gegevens afgewezen. Beroep ongegrond.

Uitspraak

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. M. Rafik),

en

de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister

(gemachtigde: mr. M.C. van der Linden).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot kennisneming van eventueel over hem bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) aanwezige gegevens.

De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 26 april 2023 grotendeels afgewezen. Met het bestreden besluit van 29 mei 2024 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

De minister heeft ten aanzien van enkele op de zaak betrekking hebbende stukken een beroep gedaan op artikel 8:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Bij brief van 12 juni 2025 heeft de rechtbank laten weten dat de bestuursrechter handelt alsof hij heeft besloten dat het verzoek om beperkte kennisneming gerechtvaardigd is omdat kennisneming van de betreffende stukken onderwerp van geschil is en verstrekking van deze stukken de procedure dan ook zinloos zou maken.

De rechtbank heeft op 20 juni 2025 op het kantoor van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst kennisgenomen van deze stukken. Eiser heeft hiervoor aan de rechtbank toestemming verleend.

De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 26 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Voorgeschiedenis

2. Eiser heeft op 3 januari 2018 een verzoek om kennisneming van eventueel bij de AIVD over hem aanwezige documenten ingediend. Bij besluit van 3 september 2018 is een inzagedossier verstrekt aan eiser van bij de AIVD aanwezige niet-actuele gegevens betreffende zijn persoon. Het inzagedossier betreft 67 documenten waarvan 66 documenten onleesbaar zijn. De minister heeft het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld. Bij uitspraak van 9 juli 2020 heeft de rechtbank eisers beroep ongegrond verklaard. Tegen de uitspraak heeft eiser hoger beroep ingesteld. Bij uitspraak van 30 juni 2021 heeft de hoogste bestuursrechtergeconcludeerd dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de minister in redelijkheid heeft kunnen beslissen de gevraagde documenten op grond van de nationale veiligheid niet aan eiser te verstrekken. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak is bevestigd.

Waar gaat deze zaak over?

3. Op 7 juni 2021 heeft eiser opnieuw verzocht om kennisneming van eventueel over hem aanwezige documenten bij de AIVD. De minister heeft opnieuw besloten om eiser geen inzage te geven in de 66 documenten. Omdat tijdens de bezwaarprocedure is gebleken dat eiser voornamelijk bezwaar heeft tegen het volledig onleesbaar maken van de documenten heeft de minister onderzocht of er meer context kan worden gegeven over deze documenten. Het is voor de minister niet mogelijk gebleken om de documenten gedeeltelijk te verstrekken dan wel de documenten samen te vatten zonder informatie prijs te geven over de bronnen, werkwijze en persoonsgegevens van derden. Aan de hand van bijvoorbeeld de datum, titel en inhoud van de documenten kan eiser achterhalen wat de te beschermen actuele werkwijze is geweest en op welke personen deze is toegepast waardoor de nationale veiligheid kan worden geschaad. De minister heeft de documenten geweigerd op grond van artikel 84, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wiv 2017. Deze zaak gaat over de vraag of de minister deze weigeringsgrond goed heeft toegepast.

Wat vindt eiser in beroep?

Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister door het niet verlenen van volledige kennisneming van de niet actuele (persoons)gegevens een inbreuk maakt op zijn recht op eerbiediging van zijn privéleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM. De inbreuk op eisers recht op eerbiediging van zijn privéleven voldoet niet aan het vereiste dat deze noodzakelijk moet zijn in een democratische samenleving. De inbreuk beantwoordt niet aan een pressing social need en is evenmin proportioneel in relatie tot het doel. Het volledig onleesbaar maken van de 66 verstrekte documenten is in strijd met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit.

Door het onthouden van kennisneming van niet-actuele gegevens over eiser, kan niet worden getoetst of bevoegdheden door de minister rechtmatig zijn ingezet. Om eventueel misbruik van bevoegdheden aan de orde te kunnen stellen, is van belang dat eiser ervan op de hoogte is dat hij het doelwit was van een surveillanceoperatie en welke bevoegdheden daarbij zijn ingezet. Het EHRM heeft meermalen (zie onder andere de uitspraak van 28 juni 2007, nr. 62540/00) bepaald dat de notificatieplicht de mogelijkheid waarborgt om de rechtmatigheid van de inzet van bevoegdheden achteraf te betwisten en daarmee beschermt tegen misbruik van bevoegdheden. Door de 66 documenten volledig onleesbaar te maken is niet bekend welke bevoegdheden ten aanzien van eiser zijn ingezet, wat zijn recht om de rechtmatigheid daarvan te kunnen betwisten illusoir maakt. Het besluit van de minister om geen kennisneming te verlenen van de niet-actuele gegevens is dan ook in strijd met artikel 8 van het EVRM.

Voorts stelt eiser dat het besluit in strijd is met het verbod op détournement de pouvoir, omdat eiser kennisneming van een grote hoeveelheid documenten in het inzagedossier volledig is onthouden. De minister had de stukken ook in bewerkte vorm kunnen verstrekken, waarbij geen afbreuk wordt gedaan aan het waarborgen van de nationale veiligheid.

Het besluit van de minister is ook discriminatoir, omdat in andere gevallen door de minister wel wordt volstaan met het weglakken van passages in documenten. Derhalve is sprake van een ongelijke behandeling. Ter onderbouwing van zijn standpunt verwijst eiser onder andere naar de uitspraak van de Afdeling van 27 februari 2019.

Tot slot stelt eiser dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd, omdat de minister niet toelicht waarom het witten van de gegevens die niet verstrekt mogen worden geen oplossing biedt.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

De rechtbank stelt vast dat het inzagedossier dat eiser heeft gekregen dezelfde documenten bevat als het inzagedossier dat eiser heeft gekregen op grond van zijn aanvraag van 3 januari 2018. Dit heeft de gemachtigde van de minister ook op de zitting bevestigd. Het enige verschil is dat de correspondentie over de procedure(s) aan het dossier zijn toegevoegd. Net als in de vorige procedure heeft de minister de verstrekking van de documenten geweigerd omdat dit de nationale veiligheid zou kunnen schaden.

Ook stelt de rechtbank vast dat eiser geen andere beroepsgronden heeft aangevoerd dan hij in de eerdere beroepsprocedure heeft aangevoerd. De rechtbank ziet geen reden om in deze procedure anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan in de uitspraak van 9 juli 2020, die bovendien is bevestigd door de Afdeling.

Op de zitting is gebleken dat het eiser voornamelijk te doen is om meer context te krijgen van informatie die de AIVD over hem heeft verwerkt. Net als bij de eerdere aanvraag heeft de minister onderzocht of er meer context kan worden gegeven over de documenten. De minister heeft opnieuw toegelicht waarom het verstrekken van delen van de documenten of het samenvatten van de documenten niet mogelijk is zonder informatie prijs te geven over de bronnen, werkwijze en persoonsgegevens van derden. Ook in deze beroepsprocedure is de rechtbank na inzage van de gegevens van oordeel dat de minister deugdelijk gemotiveerd heeft dat verstrekking van de gegevens in bewerkte vorm in dit geval niet mogelijk is. De documenten geven immers dusdanig veel zicht op een actuele werkwijze van de minister, brongegevens en/of gegevens van derden dat deze ook niet in bewerkte vorm kunnen worden vrijgegeven.

De rechtbank wijst er in dit kader nog op dat de minister in het bestreden besluit op een andere wijze heeft geprobeerd meer duiding te geven met de volgende passage onder het kopje ‘Ten overvloede’:

“Volledigheidshalve meld ik u nog het volgende. Het feit dat er persoonsgegevens voorkomen bij de AIVD hoeft niet noodzakelijkerwijs te betekenen dat de aanvrager zelf onderwerp van onderzoek is geweest en dat er een persoonsdossier van diegene is. De gegevens van iemand kunnen om uiteenlopende redenen zijn verwerkt bij de AIVD. Bijvoorbeeld:

• Als de AIVD kennisnam van een publicatie van of over deze persoon en deze publicatie heeft opgeslagen in de eigen systemen omdat deze relevante informatie bevatte over een persoon, groep of fenomeen waar de AIVD onderzoek naar deed.

• Als een persoon is genoemd door een persoon of organisatie die wel onderwerp is van inlichtingenmatig onderzoek, bijvoorbeeld tijdens een telefoongesprek dat door de AIVD is afgetapt, of door een persoon die een bron is van de AIVD.”

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van Y.E. de Loos, griffier. De beslissing in het openbaar op 15 augustus 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?