ECLI:NL:RBDHA:2025:27181

ECLI:NL:RBDHA:2025:27181

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-12-2025
Datum publicatie 01-02-2026
Zaaknummer SGR 24/1644
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Goedkeuren en afstempelen van revisietekeningen als behorend tot de omgevingsvergunning van 31 januari 2022 niet meebrengen dat ondergeschikte wijzigingen met betrekking tot bouwen worden vergund. Ook een ondergeschikte wijziging van de omgevingsvergunningen voor bouwen van 12 april 2019 en 23 november 2020 is niet mogelijk op basis van het goedkeuren en afstempelen van revisietekeningen, omdat die omgevingsvergunningen onherroepelijk zijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

het college van burgemeester en wethouders van Leiden,

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 24/1644

en

(gemachtigden: S. Ramsoekh, A. Ramdien en S. Roth).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Domu Praesto Amsterdam B.V., te Leiden, vergunninghoudster

(gemachtigde: mr. K. Lagrouw).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het verzoek van eiser om handhavend op te treden tegen het volgens eiser bouwen in afwijking van een op 23 november 2020 aan vergunninghoudster verleende omgevingsvergunning voor het pand op de locatie [pand 1 en pand 2] in Leiden. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn handhavingsverzoek. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van het handhavingsverzoek.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 12 april 2019 is door het college aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning (kenmerk Wabo 182877/4023971) verleend voor het verbouwen en uitbreiden van het kantoorpand aan de [pand 1 en pand 2] (het pand) tot 19 woonstudio’s.

Op 8 juni 2020 is door het college aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning (kenmerk Wabo 200976/5053547) verleend voor het wijzigen van de gebruiksfunctie van het pand van onzelfstandig wonen naar zelfstandig wonen.

Op 23 november 2020 is door het college aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning (kenmerk Z/20/1600562) verleend voor de sloop en herbouw van het pand.

Op 31 januari 2022 is door het college aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning (kenmerk Z/21/3281840) verleend voor het wijzigen van de gebruiksfunctie van het pand van onzelfstandig wonen naar een hotelfunctie.

Eiser is eigenaar van een aangrenzend perceel en woont in de buurt van het hotel. Hij heeft op 17 februari 2023 bij het college een verzoek tot handhaving ingediend. Volgens eiser heeft vergunninghoudster op 22 punten in afwijking van de op 23 november 2020 verleende omgevingsvergunning gebouwd.

Bij besluit van 6 juni 2023 heeft het college het handhavingsverzoek gedeeltelijk afgewezen.

Bij besluit van 15 januari 2024 heeft het college de bezwaren van eiser tegen het besluit van 6 juni 2023 ongegrond verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 15 januari 2024. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft de zaken met zaaknummers SGR 22/5137, 23/2950, 23/3533, 23/6907, 23/7131 en 24/1644 gevoegd en op 19 september 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, vergezeld door [naam 1] . Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Derde-partij heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en [naam 2] .

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit

3. Het college heeft het handhavingsverzoek gedeeltelijk afgewezen. Voor zes geconstateerde overtredingen heeft het college bij besluit van 1 mei 2023 een last onder dwangsom opgelegd. Voor het overige heeft het college zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van overtredingen en is het handhavingsverzoek afgewezen. Voor zover sprake is van vergunningplichtig bouwen in afwijking van de eerder verleende omgevingsvergunningen voor bouwen, stelt het college zich op het standpunt dat deze afwijkingen zijn gelegaliseerd op basis van goedgekeurde revisietekeningen.

Overgangsrecht Omgevingswet

4. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een verzoek om handhaving van de Wabo is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt. Het verzoek om handhaving is ingediend op 17 februari 2023. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

De toepasselijke wettelijke regels staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Het beroep van eiser

5. Het beroep van eiser is gericht tegen de weigering om handhavend op te treden tegen in afwijking van de omgevingsvergunning gerealiseerde brandcompartimentering en tegen gewijzigde uitvoering van de gevel. Volgens eiser is de wijziging van brandcompartimentering niet ondergeschikt en kan dit ook niet zijn gelegaliseerd door het afstempelen van revisietekeningen behorend bij de omgevingsvergunning van

31 januari 2022. Die omgevingsvergunning heeft namelijk alleen betrekking op een wijziging van gebruik van het pand. De revisietekeningen komen verder niet overeen met de gegevens uit het constateringsrapport van 20 maart 2023, aldus eiser.

Het college stelt zich op het standpunt dat de wijzigingen van de brandcompartimentering en van de gevel van ondergeschikte aard zijn en gelegaliseerd zijn op basis van goedgekeurde revisietekeningen.

De rechtbank overweegt dat een wijziging van een bouwplan zonder nieuwe aanvraag om een omgevingsvergunning alleen mogelijk is als sprake is van een wijziging van ondergeschikte aard. Een dergelijke wijziging is verder alleen mogelijk zolang de omgevingsvergunning waarvan wijziging wordt beoogd niet onherroepelijk is.

De rechtbank stelt vast dat de omgevingsvergunning van 31 januari 2022 met kenmerk Z/21/3281840 niet voorziet in toestemming voor de activiteit ‘bouwen’, maar uitsluitend betrekking heeft op afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van gebruik als hotel. Om die reden kan het goedkeuren en afstempelen van revisietekeningen als behorend tot de omgevingsvergunning van 31 januari 2022 niet meebrengen dat ondergeschikte wijzigingen met betrekking tot bouwen worden vergund. Ook een ondergeschikte wijziging van de omgevingsvergunningen voor bouwen van 12 april 2019 en 23 november 2020 is niet mogelijk op basis van het goedkeuren en afstempelen van revisietekeningen, omdat die omgevingsvergunningen onherroepelijk zijn. Het college heeft dit niet onderkend in het bestreden besluit.

Gelet op artikel 3, aanhef en het achtste lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, betoogt eiser terecht dat een wijziging van de brandcompartimentering niet vergunningvrij kan worden gerealiseerd. Het college heeft zich daarom ten onrechte op het standpunt gesteld dat de ten behoeve van gebruik als hotel gewijzigde brandcompartimentering geen overtreding oplevert.

Met betrekking tot gewijzigde uitvoering van de gevel is de rechtbank van oordeel dat het college zijn standpunt dat geen sprake is van een overtreding onvoldoende heeft gemotiveerd. In het bestreden besluit stelt het college zich op het standpunt dat aanpassingen van de gevel in overeenstemming zijn met de verleende omgevingsvergunning. In het constateringsrapport van 20 maart 2023 wordt over aanpassingen van de gevel opgemerkt dat deze “conform vergunning Z/21/3281840 zijn uitgevoerd”. De omgevingsvergunning van 31 januari 2022 voorziet, zoals hiervoor overwogen, echter niet in een toestemming voor de activiteit bouwen. De aanpassingen aan de gevel kunnen dus ook niet zijn uitgevoerd overeenkomstig die omgevingsvergunning.

Conclusie en gevolgen

6. Uit wat onder 5. is overwogen, volgt dat het bestreden besluit in strijd is genomen met artikel 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het beroep is dus gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. Het college moet een nieuw besluit op het bezwaar nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Dit betekent dat het college opnieuw zal moeten beoordelen of kan worden afgezien van handhavend optreden tegen de door eiser naar voren gebrachte overtreding met betrekking tot de brandcompartimentering. Met betrekking tot wijziging van de gevel dient het college te beoordelen of sprake is van een overtreding wegens bouwen in afwijking van een daartoe benodigde omgevingsvergunning. Voor zover sprake is van een overtreding, zal het college moeten beoordelen of sprake is van concreet zicht op legalisering.

Gelet op het nog door het college te verrichten onderzoek ziet de rechtbank geen mogelijkheid om zelf in de zaak te voorzien. Om diezelfde reden ziet de rechtbank geen aanleiding om het college op te dragen om het geconstateerde gebrek te herstellen met een verbeterde motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft het college hiervoor een termijn van twaalf weken.

Omdat het beroep gegrond is, moet het college het griffierecht aan eiser vergoeden. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank;

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.H. van den Ende, rechter, in aanwezigheid van

mr. H.B. Brandwijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

22 december 2025.

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Besluit omgevingsrecht

Artikel 3

Een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de wet is niet vereist, indien deze activiteit betrekking heeft op:

(…)

8. een verandering van een bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.H. van den Ende

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?