ECLI:NL:RBDHA:2025:27182

ECLI:NL:RBDHA:2025:27182

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-11-2025
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer C/09/692617 / KG ZA 25-989
Rechtsgebied Civiel recht; Ondernemingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Civiel recht, kort geding, ondernemingsrecht, verbintenissenrecht Geschil tussen verenigingen (nationale en overkoepelende entiteit) op het gebied van ornithologie waarin diverse vorderingen zijn ingesteld, onder meer gericht op medewerking aan een arbitrageprocedure en schorsing besluiten.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/692617 / KG ZA 25-989

Vonnis in kort geding van 14 november 2025

in de zaak van

eiseressen,

advocaat mr. L.F.B.M. Peeters te Vught,

tegen:

de vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid CONFEDERATION ORNITHOLOGIQUE (C.O.M.) te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. S. Yntema en mr. O.J. Hennis te Amsterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de FOI’, ‘de COM Italië’ en ‘de COM’. Eiseressen zullen hierna gezamenlijk ‘de FOI c.s.’ worden genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 7 oktober 2025 met producties 1 tot en met 24;

- de van de zijde van de COM overgelegde producties 1 tot en met 16;

- de op 24 oktober 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij van de zijde van de COM pleitnotities zijn overgelegd.

Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

De COM

De COM is een vereniging (met schriftelijke statuten) naar Nederlands recht, opgericht op 14 juli 1973, met haar statutaire zetel in Den Haag. De COM houdt zich bezig met activiteiten op het gebied van vogelkunde (ornithologie) wereldwijd. Het ledenbestand van de COM wordt gevormd door nationale federaties van ornithologische verenigingen uit meer dan vijftig landen. Op grond van artikel 7 van de statuten van de COM kan elk aangesloten land door maximaal één nationale entiteit binnen de COM worden vertegenwoordigd.

De COM kent verschillende organen, waaronder het dagelijks bestuur (Comité Directeur, hierna: het COM-bestuur). Het COM-bestuur telt zeven leden en wordt voorgezeten door de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ). Het COM-bestuur wordt bijgestaan door een uitvoerend comité van de OMJ (Ordre Mondial des Juges) (hierna: C.E./OMJ). De statuten kennen een algemene ledenvergadering (hierna: het Congres).

Jaarlijks coördineert de COM de organisatie van wereldkampioenschappen ornithologie op het zuidelijk en het noordelijk halfrond. Het wereldkampioenschap op het noordelijk halfrond gaat gepaard met een Congres. Door het jaar heen organiseren de lidstaten van de COM verder allerlei nationale en internationale ornithologische tentoonstellingen, waarvan een deel onder de vlag van de COM plaatsvindt.

De statuten van de COM bevatten, voor zover in deze procedure van belang, de volgende bepalingen (de statuten zijn in het Frans opgesteld, vanwege de leesbaarheid volgt hier de Nederlandse vertaling die is overgelegd):

“ARTIKEL 10

Ontslag

Uitsluiting van een lidstaat

Elk lidstaat heeft het recht om op elk moment uit de C.O.M. te treden.

Het kan ook worden uitgesloten in de volgende gevallen:

- weigering om zich te houden aan de bepalingen van deze statuten of aan die van het reglement of de statutaire besluiten van het congres;

- notoir onwaardig gedrag, fraude of ernstige fouten van zijn vertegenwoordiger(s), bij gebrek aan afkeuring door de leidinggevende instanties van het lidstaat;

- indien het voortduren van zijn lidstaat of zijn gedrag de belangen van de C.O.M. kan schaden;

- indien hij schriftelijke kritiek op de C.O.M. en/of de O.M.J. heeft verspreid.

(…)

ARTIKEL 21

Het statutaire congres

Het komt eenmaal per jaar bijeen in het land dat het wereldkampioenschap (“Mondial”) van het noordelijk halfrond organiseert.

(…)

Het statutaire congres heeft de meest uitgebreide bevoegdheden; zijn beslissingen zijn bindend voor alle leden, ongeacht of zij aanwezig zijn of niet.

Het statutaire congres en, in voorkomend geval, het buitengewone congres beraadslagen geldig over de punten die op de agenda staan, ongeacht het aantal vertegenwoordigde lidstaten.

Besluiten worden alleen aangenomen met absolute meerderheid van 2/3 van de vertegenwoordigde lidstaten, met uitzondering van de gevallen waarin de artikelen van deze statuten voorzien.

De stemming gebeurt bij naamsoproep. Wanneer het om personen of persoonlijke aangelegenheden gaat, is de stemming altijd geheim. Hetzelfde geldt voor de verkiezing van de leden van het Directiecomité van de C.O.M. en het Uitvoerend Comité van de O.M.J.

De lidstaten kunnen alleen aan de stemming deelnemen als zij hun contributie hebben betaald en als hun situatie in overeenstemming is met de inhoud van de artikelen 9 en 10 van deze statuten (niet ontslagnemend, niet uitgesloten) of als zij regelmatig vertegenwoordigend zijn (artikel 28 van het huishoudelijk reglement). Bovendien moeten zij voldoet aan de financiële verplichtingen die voortvloeien uit de organisatie van de wereldkampioenschappen, zoals bepaald in het bestek.

ARTIKEL 22

Geschillen

In onderling overleg met de betrokken partijen zoekt het Directiecomité van de C.O.M. naar manieren om eventuele geschillen tussen lidstaten via bemiddeling op te lossen.

Een geschil tussen het Uitvoerend Comité van de O.M.J. en een lidstaat valt onder de bevoegdheid van het Directiecomité van de C.O.M. wanneer het niet door de betrokken partijen kan worden opgelost.

Geschillen tussen het Directiecomité van de C.O.M. en de bovengenoemde partijen worden voorgelegd aan een arbitragecommissie die als volgt is samengesteld:

- een lid aangewezen door het Directiecomité van de C.O.M.;

- een lid aangewezen door het lidstaat binnen dertig (30) dagen na ontvangst van de aangetekende brief met ontvangstbevestiging van het Directiecomité van de C.O.M. waarin het lidstaat op de hoogte wordt gesteld van de verwijzing naar de commissie en de naam van zijn arbiter.

Indien het lidstaat na deze termijn geen arbiter heeft aangewezen, kan het Directiecomité van de C.O.M. het geschil naar eigen goeddunken beslechten, op voorwaarde dat zijn beslissing door het volgende statutaire congres wordt bekrachtigd.

De twee arbiters wijzen een derde arbiter aan.

De aldus opgerichte commissie heeft vier (4) maanden de tijd om haar uitspraak bekend te maken. Deze uitspraak is onherroepelijk. Elke partij legt haar dossier voor aan de commissie en draagt haar eigen kosten.

De uitsluiting van een lidstaat kan alleen worden uitgesproken in het kader van de bepalingen van artikel 14 van het huishoudelijk reglement.”

In het huishoudelijk reglement van de COM is onder meer het volgende bepaald:

“ARTIKEL 2

Indien een organisatie van een lidstaat wordt geweigerd als lid van de nationale entiteit, heeft zij bij wijze van uitzondering de mogelijkheid om zich voor een periode van één jaar rechtstreeks bij de C.O.M. aan te sluiten, in afwachting van een snelle normalisering van haar situatie.

Gedurende deze periode is zij onderworpen aan dezelfde verplichtingen (met name contributies) als de andere nationale structuren die lid zijn van de nationale entiteit.

Indien een organisatie van een lidstaat wordt geweigerd om toe te treden tot de door de C.O.M. erkende nationale entiteit, heeft zij de mogelijkheid om binnen dertig dagen na de weigering een beroep te doen op het Directiecomité door middel van een aangetekende brief aan de voorzitter en een kopie aan de secretaris-generaal. Bij haar verzoek moet zij een kopie van haar statuten en huishoudelijk reglement voegen, een kopie van het officiële document waaruit haar oprichting blijkt, een gedetailleerd overzicht van haar activiteiten in de afgelopen vijf jaar (of sinds haar oprichting indien deze recenter is), een officieel overzicht van de leidinggevende leden van de afgelopen vijf jaar (of sinds de oprichting indien deze recenter is), een lijst van haar juryleden met een toelichting over hun selectiemethode en opleidingsvoorwaarden. De uitsluiting van een organisatie die de nationale entiteit verlaat, maakt de toepassing van deze procedure mogelijk.

Het Directiecomité kan bij gemotiveerde beslissing het verzoek afwijzen of de nationale entiteit verzoeken om binnen een door het Directiecomité vastgestelde termijn de nodige maatregelen te nemen om de verzoekende organisatie aan te sluiten.

In geen geval wordt het naast elkaar bestaan van twee vertegenwoordigers voor één land toegestaan.

(…)

ARTIKEL 7

De uitsluiting van een lidstaat wordt door het Directiecomité van de C.O.M. uitgesproken met een meerderheid van 2/3, d.w.z. vijf (5) leden.

Het lidland wordt per aangetekende brief met ontvangstbevestiging uitgenodigd om zijn verdediging voor te leggen aan het statutaire congres.

Indien het congres de uitsluiting bevestigt, verliest het betrokken lidstaat al zijn rechten en eventuele voordelen (zie artikel 6 van dit reglement).

Indien de nationale entiteit die de C.O.M. vertegenwoordigt, wordt uitgesloten, wordt haar deze vertegenwoordiging ambtshalve ontnomen, met alle gevolgen van dien.

(…)

ARTIKEL 11

Nieuwe commissies of andere structuren kunnen door het C.O.M. worden opgericht, onder voorbehoud van ratificatie door het statutaire congres.

(…)

ARTIKEL 26

Het statutaire congres van de C.O.M. bestaat uit twee delen: een technisch deel (OMJ) en een administratief deel.

(…)

De volgende punten worden ambtshalve opgenomen in de agenda van het administratieve gedeelte van het statutaire congres van de C.O.M.:

(…)

Organisatie van de volgende wereldkampioenschappen (plaats en data);

Kandidatuur(en) voor de volgende wereldkampioenschappen;

Bekrachtiging van de administratieve en/of technische beslissing(en);

Vragen van nationale entiteiten overeenkomstig de bepalingen van artikel 27 hieronder.

ARTIKEL 27

Lidstaten die punten willen voorstellen voor de agenda van de C.O.M.- en O.M.J.-congressen, moeten deze vóór 30 juni voorafgaand aan de datum van het congres (datum van de poststempel) per aangetekende brief versturen naar het adres vermeld in de “Nieuws”; een kopie van de brief wordt naar de secretaris-generaal gestuurd.”

In het huishoudelijk reglement O.M.J. is in artikel 1 het volgende bepaald:

“Een nationale rechter die als zodanig erkend is door een lidstaat van de C.O.M. kan, na een periode van ten minste vijf (5) volledige jaren ononderbroken effectieve en praktijkervaring, kandidaat zijn en examens afleggen om deskundig rechter van de O.M.J. te worden.

De inschrijving moet gebeuren via de C.O.M. of de nationale entiteit van het land van de kandidaat-rechter en volgens de geldende richtlijnen en voorschriften van de O.M.J. (30 juni van het lopende jaar).

(…)”

COM Italië

De COM Italië is een vereniging naar Italiaans recht, die zich volgens artikel 6 van haar statuten richt op de vertegenwoordiging van de belangen van Italiaanse organisaties en verbanden bij de COM en fungeert als tussenpersoon tussen de COM en de Italiaanse ornithologie. Op dit moment zijn de volgende vier organisaties lid van de COM Italië: i) de FOI, ii) de Federazione Colombofila Italiana, iii) de Federazione Italiana Allevatori Colombi, en iv) de Federationze Italiana Associazioni Avicole.

De FOI

De FOI is een vereniging naar Italiaans recht die zich onder meer bezig houdt met de bevordering van de liefde voor en de kennis van vogels en hun leefomgeving en de verspreiding van systemen voor het correct fokken van vogels voor sier- en tentoonstellingsdoeleinden. Binnen de FOI zijn Italiaanse ornithologische verenigingen verenigd. De FOI is vanuit Italië al decennia betrokken bij de activiteiten van de COM. De FOI heeft in de loop der jaren – in afwisseling met andere aangesloten landen – ten behoeve van de COM verschillende wereldkampioenschappen op het noordelijk halfrond georganiseerd in Italië. De FOI heeft een dagelijks bestuur en een ledenvergadering.

Onderdeel van de FOI is de Italiaanse orde van Keurmeesters (hierna: de Italiaanse Orde). De Italiaanse Orde is de tegenhanger van de OMJ op Italiaans (nationaal) niveau.

Contacten tussen de COM en COM Italië over onder meer aansluiting van de FAI en de organisatie van het wereldkampioenschap 2027

Op 23 augustus 2024 heeft de heer [naam 2] , in hoedanigheid van tijdelijk voorzitter van de Italiaanse vereniging Federazione Allevatori Italinani (hierna: de FAI) de COM Italië verzocht om aansluiting bij de COM Italië. Namens de FAI is toegelicht dat de oprichting van de nieuwe federatie een toegevoegde waarde heeft voor de Italiaanse ornithologie. Ook is namens de FAI te kennen gegeven welke verenigingen en clubs zijn aangesloten bij de nieuw opgerichte FAI. Bij het verzoek zijn verder enkele documenten toegevoegd.

De COM Italië heeft de FAI op 30 september 2024 geantwoord naar aanleiding van het verzoek om aansluiting. De COM Italië heeft haar statuten toegestuurd en gewezen op de vereisten die gelden voor lidmaatschap. De FAI is verzocht nadere stukken toe te sturen: de toegestuurde statuten zouden geen gegevens over de registratie bevatten, er zou anders dan door de FAI was meegedeeld geen oprichtingsakte zijn toegestuurd en ook is gevraagd om het exacte adres van de federatie.

Op 16 oktober 2024 heeft de FAI de COM verzocht om rechtstreeks lid te mogen worden van de COM, nu een antwoord van de COM Italië op haar aansluitingsverzoek – zo meldde zij de COM – uitbleef.

Op 18 oktober 2024 heeft de FOI de heer [naam 3] (hierna: [naam 3] ) geroyeerd als jurylid van de FOI. In de loop van 2025 is het de FOI gebleken dat [naam 3] rechtstreeks is toegelaten tot het examen voor de toelating van de juryleden namens de OMJ.

Bij brief van 15 november 2024 heeft de COM de FAI als volgt bericht:

“Wij hebben uw brief van 16 oktober 2024 ontvangen met het verzoek om rechtstreeks lid te worden van de Com, met uitleg over het uitblijven van een antwoord van de COM-Italië, waaraan u al meer dan een maand geleden twee aangetekende brieven heeft gestuurd.

Eerder hebben wij al informatie ontvangen en uw uitleg gehoord over de huidige ornithologische situatie in Italië, met inbegrip van de laatste beslissingen van de COM-Italië/FOI met betrekking tot de activiteiten van de COM in Italië en de mogelijke en reële ernstige gevolgen voor de mentaliteit en de praktijk van de ornithologische kwekers, de sportieve en culturele evenementen en de verschillende instellingen die allemaal zeer belangrijk zijn voor de COM.

Het bestuur van de COM heeft deze argumenten zorgvuldig geanalyseerd en is zich bewust van uw sterke wens om deel te nemen aan de activiteiten van de COM.

Op 8 mei 2024 hebben we echter een brief ontvangen die naar alle leden van het CD COM en CE OMJ is gestuurd en waarin een boodschap van de voorzitter van de FOI is overgebracht met grof taalgebruik waarin hij ons op de hoogte bracht van “beslissingen” die door de FOI waren genomen en die in de praktijk tot doel hebben de organisatie van COM-evenementen in Italië en de deelname van Italiaanse fokkers en keurmeesters aan de activiteiten van de COM in Italië en in andere lidstaten van de COM te verhinderen.

Deze “beslissingen” zijn een goede illustratie van de huidige redenering van de FOI-leiders, die de steun hebben gekregen van de huidige voorzitter van de COM-Italië.

Na een grondig en uitgebreid onderzoek en beraad over de interpretatie en de motieven van de regels in onze statuten en ons huishoudelijk reglement, met name in artikel 2, en de huidige realiteit, heeft de CD COM besloten uw verzoek om rechtstreekse aansluiting bij de COM te aanvaarden.

Deze beslissing biedt al uw leden de mogelijkheid om deel te nemen aan de activiteiten van de COM in Italië en in het buitenland en zal, naar onze mening, het begin zijn van een serieuzere en constructievere dialoog in het komend jaar, met het oog op een definitieve oplossing van de conflicten.

Ik ben van plan om zeer binnenkort een vergadering te beleggen met u en alle federaties die lid zij van de huidige COM Italië, om ieders doelstellingen te horen en een oplossing te vinden die aansluit bij de verwachtingen en wensen van de belangrijke, talrijke en trotse Italiaanse ornithologische gemeenschap, die zeer toegewijd is aan de COM.

(…)”

Op 23 april 2025 heeft [naam 2] van de FAI de COM Italië bericht dat de FAI zeven maanden tevergeefs heeft gewacht op een reactie van de COM Italië, en dat de FAI bij de COM om rechtstreekse aansluiting heeft verzocht, die in november 2024 is verkregen. De COM Italië heeft [naam 2] daarop laten weten dat er op 30 september 2024 weldegelijk is gereageerd op het verzoek om toelating.

Op 1 mei 2025 hebben de FOI en de COM Italië bij de COM een arbitrageverzoek ingediend op grond van artikel 22 van de statuten van de COM. Het verzoek bevat een zestal punten die de FOI en COM Italië in arbitrage beslecht willen zien:

Op 28 juli 2025 heeft de COM de COM Italië bericht over de organisatie van het wereldkampioenschap 2027. Het COM-bestuur heeft de COM Italië bericht dat het verzoek om van de COM Italië om de COM-wereldkampioenschappen 2027 in Italië te organiseren, niet kan aanvaarden. In de brief zijn onder meer de volgende omstandigheden genoemd:

de COM heeft tot op heden geen verdere informatie ontvangen, zelfs geen indicatie van de gaststad, het voorlopige tijdschema, informatie over de hallen, informatie over de noodzakelijke procedures om de toepasselijke veterinaire voorwaarden te controleren en de contacten en stappen die zijn ondernomen bij de veterinaire autoriteiten van het land om de COM in staat te stellen de deelname van de lidstaten correct te plannen;

het wk in 2022 dat gepland was in Piacenza was minder dan 24 uur voor aanvang van het internationale transport door de FOI geannuleerd, waarbij tot op heden geen plausibele uitleg is gegeven;

er is geen contract of bestek ondertekend door de COM en de COM-Italië of de bij de FOI aangesloten federatie;

het CD COM heeft geen nieuws over het gedane verzoek om de FOI-reglementen aan te passen, die op dit moment afwijken van die van de COM met betrekking tot COM-evenementen in Italië;

de FOI heeft vorig jaar, via haar voorzitter, geprobeerd om de internationale evenementen die gepland waren voor het seizoen 2024 te annuleren, de deelname van deze OMJ-juryleden aan het Algemeen Congres van Santa Maria de Feira 2024 te annuleren en te verklaren dat het Italiaanse transport naar het Wereldkampioenschap 2025 niet zou worden georganiseerd;

uitbraken van vogelgriep in Noord-Italië duren voort en er mag geen risico genomen worden om lidstaten op te roepen deel te nemen aan een evenement als een COM-wereldkampioenschap, als deze is georganiseerd door instellingen die geen vertrouwen en respect hebben voor de bestuursorganen van de COM en ook geen interesse en ook geen competentie lijken te hebben om te toepasselijke sanitaire en veterinaire voorwaarden goed te bestuderen en de relaties met de Italiaanse overheidsinstellingen goed te beheren om de organisatie van het evenement mogelijk te maken.

Op 29 juli 2025 heeft de COM de COM Italië bericht dat de COM de directe aansluiting van de FAI bij de COM op 16 november 2024 heeft aanvaard. De COM heeft daarbij zorgen geuit omdat de COM Italië de FAI niet heeft aanvaard als lid. De COM heeft daarbij opgemerkt dat het recent de gewijzigde statuten van COM Italië grondig heeft bestudeerd, met name de artikelen over toelating van nieuwe leden en met het oog op de bestaande voorschriften in de statuten en het huishoudelijk reglement. De COM Italië is daarbij bericht dat de huidige statuten niet in overeenstemming zijn met het huishoudelijk reglement van de COM, met name artikel 7. De COM heeft de COM Italië bericht dat deze moet instemmen met toelating van de FAI als lid van COM Italië en de deelname van haar individuele leden, fokkers, verenigingen en keurmeesters. Daarbij is bericht dat deze aanvaarding voor 30 september 2025 moet zijn beslist en geconcretiseerd. Het uitblijven van een aanvaarding wordt uitgelegd als een niet-aanvaarding van het besluit en een niet-naleving van het reglement en de statuten van de COM, en dus als een belemmering voor de voortzetting van de huidige COM Italië als nationale COM-entiteit die Italië vertegenwoordigt in de COM.

Bij brief van 26 augustus 2025 heeft het COM-bestuur aan de advocaat van de FOI en COM Italië bericht dat artikel 22 van de statuten van de COM niet is bedoeld om individuele leden of derden de mogelijkheid te bieden zelf een arbitrageprocedure te initiëren, omdat deze bepaling de bevoegdheid uitsluitend verleent aan de COM. Daaraan is toegevoegd dat het bestuur van de COM heeft besloten geen arbitrageprocedure in te stellen in “deze zaak”.

Op 6 oktober 2025 heeft de COM de COM Italië bericht dat gebleken is dat deze niet bereid is de aansluiting van de FAI te accepteren. De COM schrijft verder:

“Aangezien het ornithologische seizoen net is begonnen, de internationale tentoonstellingen binnenkort zullen plaatsvinden en de inschrijving voor de volgende COM-wereldtentoonstelling in België binnenkort van start gaat, samen met alle andere procedures die gewoonlijk in deze periode worden georganiseerd, waaronder de georganiseerde deelname van Italiaanse fokkers aan de volgende wereldtentoonstelling in België, heeft het CD COM besloten om een voorlopig comité aan te stellen, dat we voor het gemak ITALIACOM zullen noemen, bestaande uit drie personen, dat deze coördinerende taak kan uitvoeren voor een periode van zes maanden tot verdere beslissingen kunnen worden genomen.

Dit comité ITALIA COM zal met name de volgende taken hebben:

Het vervullen van de rol van coördinator tussen de Italiaanse federaties, met inbegrip van alle federaties die momenteel bij COM-Italia zijn aangesloten en ook de federatie FAI

De nodige maatregelen nemen om de regelmatige deelname van alle Italiaanse fokkers die zijn aangesloten bij COM-Italia en de FAI aan de internationale tentoonstellingen van COM en aan het wereldkampioenschap in januari 2026 te garanderen. (…)

(…)

Naar aanleiding van deze mededeling delen wij u mee dat op zaterdag 18 oktober 2025 om 14.30 uur in het ZENO SHOWS COMPLEX, Ercolano, Napels, een speciale coördinatievergadering zal worden gehouden om dit comité voor te stellen en een begin te maken met de planning van zijn werkzaamheden in de komende maanden.

(…) ”

3. Het geschil

Eisers vorderen – zakelijk weergegeven – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

de COM te veroordelen tot medewerking aan de arbitrageprocedure van artikel 22 van haar statuten en de COM te verplichten: 1) haar arbiter binnen 10 werkdagen na dagtekening van dit vonnis aan te wijzen, 2) haar dossier binnen 20 werkdagen na dagtekening van dit vonnis aan te leveren bij de arbiters, 3) te bewerkstelligen dat de arbiters uiterlijk op dinsdag 23 december 2025 hun uitspraak doen, en 4) de COM te verplichten de uitspraak van de arbitragecommissie te delen met haar ledenvergadering zodra deze beschikbaar is, en in ieder geval uiterlijk op 23 december 2025;

de COM te veroordelen tot betaling van een onmiddellijk opeisbare en niet voor matiging vatbare dwangsom van € 50.000,- voor elke dag of dagdeel dat het met aanwijzing van een arbiter en/of met aanlevering van haar dossier conform dit vonnis in gebreke blijft;

de COM te veroordelen tot betaling van een onmiddellijk opeisbare en niet voor matiging vatbare dwangsom van € 10.000,- voor elke dag of dagdeel vanaf 24 december 2025 tot aan de dag dat de COM de uitspraak van de arbitragecommissie deelt met haar ledenvergadering;

de COM te verbieden de COMITALIA te erkennen als nationale entiteit vanuit Italië, dan wel het besluit tot erkenning van de COMITALIA per direct te schorsen en de COM te gebieden het besluit tot erkenning van de COMITALIA binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis in te trekken;

de COM te verbieden de FAI te erkennen als één van haar leden, dan wel het besluit tot erkenning van de FAI te schorsen en de COM te gebieden het besluit tot erkenning van de FAI binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis in te trekken;

de COM te verbieden de COM Italië uit te sluiten als Italiaanse nationale entiteit, dan wel het besluit tot uitsluiting van de COM Italië te schorsen en de COM te gebieden het besluit tot uitsluiting in te trekken binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis;

te bepalen dat de hiervoor onder iv) tot en met vi) gevorderde verboden/geboden in ieder geval gelden totdat definitief is beslist in de arbitrageprocedure of – indien de arbitrageprocedure niet van toepassing is – de Ledenvergadering over deze kwestie heeft beslist, en ten slotte te bepalen dat de verboden voortduren tot de ledenvergadering van 2028 indien de arbitrageprocedure of de Ledenvergadering beslist in het voordeel van de COM Italië en de FOI;

de COM te gebieden de erkenning van de heer [naam 3] als jurylid namens de OMJ in te trekken;

de COM te verbieden juryleden die niet door de FOI worden erkend, tot het examen van de OMJ toe te laten en/of als officiële juryleden van de OMJ te erkennen, daarbij te bepalen dat deze verboden in ieder geval gelden totdat definitief is beslist in de arbitrageprocedure of – indien de arbitrageprocedure niet van toepassing is – de Ledenvergadering over deze kwestie heeft beslist, en tot slotte te bepalen dat de verboden voortduren tot de ledenvergadering van 2028 indien de arbitrageprocedure of de Ledenvergadering beslist in het voordeel van de COM Italië en de FOI;

de COM te verbieden het wereldkampioenschap voor het noordelijk halfrond in 2027 toe te kennen aan een andere lidstaat dan Italië;

de COM te veroordelen tot betaling van een onmiddellijk opeisbare en niet voor matiging vatbare dwangsom van € 25.000,- voor elke dag of dagdeel waarop het handelt in strijd met één of meerdere van de verboden of geboden als geëist onder de randnummers iv) tot en met x); en

de COM te veroordelen in de kosten van dit geding, inclusief nakosten, te voldoen binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis, en – voor het geval de voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf de bedoelde termijn voor voldoening.

Daartoe voeren eisers – samengevat – het volgende aan.

Op grond van artikel 22 van de statuten van de COM geldt dat geschillen tussen een lidstaat en het Directiecomité van de COM door arbitrage worden beslecht. Omdat het Directiecomité van de COM zijn medewerking hieraan niet wil verlenen, dient zij veroordeeld te worden tot medewerking aan de arbitrageprocedure.

De COM meent ten onrechte dat de COM Italië de FAI als lid zou hebben geweigerd, waarna de COM op onjuiste gronden is overgegaan tot erkenning van de FAI. Het Directiecomité van de COM is vervolgens ten onrechte overgegaan tot erkenning van ITALIACOM. De COM Italië heeft daarom belang bij een verbod voor de COM om ITALIACOM te erkennen als nationale entiteit vanuit Italië, dan wel dient het besluit van de COM tot erkenning van ITALIACOM per direct geschorst te worden.

De COM heeft [naam 3] toegelaten tot het examen voor juryleden van de OMJ. Daarmee handelt de COM in strijd met de reglementen, zodat deze status moet worden ingetrokken en het de COM verboden moet worden om juryleden die niet door de FOI worden erkend tot het examen van de OMJ toe te laten en/of als officiële juryleden van de OMJ te erkennen.

Het wereldkampioenschap 2027 is toegewezen aan Italië. Nu de COM een poging doet om de organisatie van het wereldkampioenschap de FOI c.s. te ontnemen, hebben de FOI c.s. belang bij een verbod voor de COM om het wereldkampioenschap aan een andere lidstaat dan Italië toe te kennen.

De COM voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Deze zaak heeft internationale aspecten, gelet op (onder meer) de plaats waar de FOI en de COM Italië zijn gevestigd (Italië), en de COM kantoor houdt (Portugal). De voorzieningenrechter moet daarom ambtshalve beoordelen of hij rechtsmacht heeft en, als dat het geval is, welk recht op dit geschil van toepassing is.

De zaak valt onder het temporele en materiële toepassingsbereik van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking), PbEU 2012, L 351/1 (hierna: Brussel I bis-Verordening). De procedure betreft een handelszaak in de zin van artikel 1 lid 1 Brussel I bis-Verordening. De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht op grond van artikel 4 van de Brussel I bis-Verordening, omdat de COM statutair is gevestigd in Nederland.

De FOI c.s. leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat de COM ten onrechte geen gevolg geeft aan artikel 22 van haar statuten door geen medewerking te verlenen aan een arbitrageprocedure. Verder beroepen FOI c.s. zich erop dat de COM ten onrechte de FAI als nationale entiteit heeft toegelaten en de COM-Italië buiten spel heeft gezet en verder ook diverse beslissingen heeft genomen die de FOI c.s. ernstig benadelen. Op deze vorderingen is ingevolge artikel 10:118 jo. artikel 10:119 aanhef en onder b Burgerlijk Wetboek (BW) het incorporatierecht van toepassing. Artikel 10:118 BW bepaalt dat een corporatie die ingevolge de oprichtingsovereenkomst of akte van oprichting haar zetel, of bij gebreke daarvan, haar centrum van optreden ten tijde van oprichting heeft op het grondgebied van de staat naar welks recht zij is opgericht, wordt beheerst door het recht van de staat (lex societas). Dat betekent dat de vorderingen moet worden beoordeeld naar Nederlands recht.

Veroordeling COM tot medewerking aan arbitrageprocedure? (vorderingen i, ii en iii)

De COM heeft aangevoerd dat de FOI c.s. ten onrechte menen dat zij gehouden is tot medewerking aan een arbitrageprocedure. De COM heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet veroordeeld kan worden tot het onmogelijke omdat, zelfs als aangenomen zou worden dat partijen arbitrage zijn overeengekomen – wat door de COM wordt betwist – een partij niet veroordeeld kan worden om een arbiter te benoemen of een proceshandeling te verrichten. De COM meent dat partijen de keuze hebben om niet te verschijnen, geen proceshandelingen te verrichten of hun medewerking aan een procedure te onthouden. Ook meent de COM dat de door FOI c.s. ingediende vorderingen niet-arbitrabel zijn in de zin van artikel 1020 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

Anders dan de COM heeft bepleit is de voorzieningenrechter van oordeel dat artikel 22 van de statuten niet uitsluitend aan de COM de bevoegdheid toekent om een geschil met een lidstaat aan een arbitragecommissie voor te leggen. In genoemd artikel wordt in algemene zin bepaald dat geschillen tussen het Directiecomité van de COM (het COM-bestuur) en een van de “bovengenoemde partijen” worden voorgelegd aan een arbitragecommissie. Nu lidstaten in artikel 22 als dergelijke partijen zijn omschreven, moet het ervoor worden gehouden dat ook de COM Italië – als aangesloten lidstaat – deze bevoegdheid heeft. Dat in het vervolg van het artikel over de wijze van benoemen van arbiters alleen wordt uitgegaan van de situatie dat een lidstaat zijn medewerking niet verleent aan het benoemen van een arbiter, en dat er geen woorden zijn gewijd aan de situatie dat het COM-bestuur zijn medewerking onthoudt, betekent niet dat daarom aangenomen moet worden dat sprake is van een asymmetrische arbitrageovereenkomst. In algemene zin is bepaald dat geschillen tussen de partijen aan een arbitragecommissie voorgelegd moeten worden, zodat voorshands aangenomen wordt dat ook een lidstaat het initiatief daartoe kan nemen.

Artikel 1027 Rv regelt de wijze van benoeming van arbiters. Het derde lid van dit artikel bepaalt dat als de benoeming van de arbiter of arbiters niet binnen de in lid 2 bedoelde termijn plaatsvindt, de ontbrekende arbiter of arbiters op verzoek van de meest gerede partij worden benoemd door de voorzieningenrechter van de rechtbank. Daarbij wordt de wederpartij in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Lid 4 bepaalt dat de voorzieningenrechter (of de derde zoals genoemd in lid 1) de arbiter of arbiters benoemt ongeacht de vraag of de overeenkomst tot arbitrage geldig is. De wet biedt aldus een effectieve rechtsgang om het door FOI c.s. gewenste resultaat te bereiken, een rechtsgang die bovendien op een relatief korte termijn tot de verzochte benoeming door de voorzieningenrechter zal kunnen leiden. Deze wettelijke regeling, die de ruimte biedt om tot benoeming van een voor het geschil geschikte arbiter te komen – staat aan toewijzing van de vordering van FOI c.s. in de weg. De vorderingen onder i tot en met iii zullen worden afgewezen.

Verbod tot erkenning FAI althans schorsing besluit tot erkenning van de FAI? (vordering v)

De COM heeft met een beroep op artikel 2 van haar huishoudelijk reglement toegestaan dat de FAI zich rechtstreeks bij haar aansluit. De COM heeft aangevoerd dat de FAI om directe aansluiting bij de COM heeft verzocht omdat de COM Italië niet op het verzoek van de FAI tot toetreding zou hebben gereageerd. De COM meent dat het voor haar niet is vast te stellen of er door de COM Italië wel of niet is gereageerd op het verzoek (en of deze reactie in goede orde is ontvangen door de FAI), maar dat zij de facto de conclusie mocht trekken dat de FAI werd geweigerd, zodat de COM bevoegd was de FAI rechtstreeks bij haar te laten aansluiten. De voorzieningenrechter volgt de COM hierin niet. Daarvoor is het volgende van belang.

De COM Italië heeft aangevoerd dat zij in aansluiting op het verzoek van de FAI tot toekenning van het lidmaatschap van de COM Italië op 30 september 2024 om aanvullende informatie heeft gevraagd. De COM Italië heeft deze brief ook overgelegd, en gewezen op het bewijs van elektronische verzending en ontvangst (productie 18 FOI c.s.). Hoewel het voor de voorzieningenrechter niet is vast te stellen of deze brief de FAI daadwerkelijk heeft bereikt, kan in ieder geval niet geconcludeerd worden dat toelating van de FAI door de COM Italië is geweigerd. Er zijn geen stukken overgelegd waaruit dat zou blijken. Ook van een de facto weigering van de FAI door niet te beslissen op het verzoek is kennelijk geen sprake. Daarbij springt in het oog dat de COM, nadat de FAI zich tot haar had gewend, zonder enig overleg met de COM Italië de FAI heeft geaccepteerd als (rechtstreeks) lid. Die beslissing wekt bevreemding nu de COM zich er op geen enkele wijze van heeft vergewist of de COM Italië de FAI als lid had geweigerd. De COM heeft de COM Italië, zo moet worden aangenomen, volledig genegeerd door over te gaan tot toelating van de FAI. Die handelwijze is in strijd met de redelijkheid en billijkheid, artikel 2:8 BW, die de COM ten opzichte van COM Italië in acht heeft te nemen. Daar komt nog bij dat de COM, anders dan zij bij brief van 29 juli 2025 aan de COM Italië heeft geschreven, niet aannemelijk heeft gemaakt dat de COM Italië recent tot wijziging van haar statuten is overgegaan, waarmee zij – aldus de COM - een blokkade zou hebben opgeworpen voor de toetreding van nieuwe leden, zoals de FAI. In dat verband heeft de COM Italië gemotiveerd aangevoerd dat het bestuur van de COM in april 2020 juist nog met een beroep op onder meer de statuten van de COM Italië – die de COM op dat moment dus terdege bekend waren – een verzoek om toelating van een andere partij, de Federazione Ornitofili Amatoriali Sportivi Italiani, heeft geweigerd. Uit (onder meer) de op 15 november 2024 gedateerde brief, hiervoor bij 2.14 geciteerd, lijkt het er veeleer op er een brouille gaande is tussen de COM en de COM Italië, op grond waarvan de COM zich met deze rechtstreekse toelating van de FAI tegen COM Italië keert.

Gelet op het voorgaande heeft de COM Italië dan ook belang bij een voorziening waarmee wordt ingegrepen op de directe toetreding van de FAI bij de COM. De voorzieningenrechter zal het besluit van de COM van 16 november 2024 tot directe toelating van de FAI schorsen totdat in arbitrage of door een burgerlijke rechter is beslist. Deze beslissing heeft naar zijn aard vanzelfsprekend ook gevolgen voor de FAI, die in de procedure geen partij is, zodat het op de weg van de COM ligt om de FAI hierover te informeren.

Verbod tot uitsluiting COM-Italië? (vordering vi) en verbod om ITALIACOM te laten functioneren als nationale entiteit? (vordering iv)

Op grond van artikel 7 van de statuten van de COM geldt dat elk land binnen de COM slechts door één entiteit kan worden vertegenwoordigd. Vanuit Italië is dat al langere tijd de COM Italië. Bij brief van 29 juli 2025 heeft de COM de COM Italië evenwel opgedragen om over te gaan tot toelating van de FAI en daarbij is vermeld dat het uitblijven van aanvaarding van het besluit van de COM een belemmering vormt voor de voortzetting van de huidige COM Italië als nationale COM-entiteit. Hiervoor is geoordeeld dat de handelwijze van de COM bij acceptatie van de FAI als lid erop duidt dat de COM de COM Italië heeft gepasseerd en dat dit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Gebleken is verder dat het bestuur van de COM met de aanstelling van ITALIACOM een voorlopig comité heeft aangesteld dat onder meer als taak heeft om te coördineren tussen de Italiaanse federaties, met inbegrip van alle federaties die momenteel bij COM Italië zijn aangesloten en ook de FAI.

Tegen deze achtergrond volgt de voorzieningenrechter de COM Italië in haar visie dat het handelen van de COM niet anders kan worden begrepen dan dat zij door de COM terzijde is gesteld, althans dat de COM bezig is de COM Italië op een zijspoor te stellen, waarbij ITALIACOM als vervanger/opvolger naar voren wordt geschoven. Dat er goede gronden zijn om af te wijken van de statutaire regel dat elk land binnen de COM slechts door één entiteit kan worden vertegenwoordigd, heeft de COM op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt. De beweerdelijke weigering van de COM Italië om de FAI als lid toe te laten kan gelet op het voorgaande niet als een dergelijke grond worden aangenomen. Dat de COM op grond van haar reglement geen (goede) reden nodig zou hebben voor het instellen van een (voorlopige) commissie, omdat dit een discretionaire bevoegdheid van het bestuur is, volgt de voorzieningenrechter niet. Het in het leven roepen van ITALIACOM, in het licht van het eerdere bericht van 29 juli 2025 aan de COM Italië, raakt direct de positie van de COM Italië. Dat niet gebleken is van een formeel besluit van de COM om het lidmaatschap van de COM Italië te beëindigen doet daar niet aan af. In aanloop naar een arbitrageprocedure of bodemprocedure (als geschilbeslechting door arbitrage toch niet mocht zijn overeengekomen, dan wel partijen alsnog gezamenlijk kiezen voor de bodemprocedure) heeft de COM Italië er belang bij dat haar positie als lid van de COM niet alleen formeel, maar ook in de praktische zin behouden blijft. Dat ITALIACOM nog geen werkzaamheden zou hebben verricht, zoals de COM stelt, verhoudt zich daarbij niet met de eigen stelling van de COM dat de ITALIACOM naast de COM Italië functioneert.

In het voorgaande wordt aanleiding gezien om de COM enerzijds de te verbieden om de COM Italië uit te sluiten als aangesloten nationale entiteit in de zin van artikel 7 van de statuten van de COM, en anderzijds om de COM te verbieden om ITALIACOM te laten functioneren als nationale entiteit in de zin van artikel 7 van de statuten van de COM. Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissingen, is aangewezen. De op te leggen dwangsom zullen worden gematigd en gemaximeerd.

Intrekking status OMJ jurylid van [naam 3] ? (vordering viii) en verbod juryleden toe te laten tot examen OMJ? (vordering ix)

[naam 3] is bij brief van 26 september 2024 geroyeerd als jurylid van de FOI. De FOI stelt in de loop van 2025 te hebben vernomen dat [naam 3] , ondanks zijn royement, rechtstreeks is toegelaten tot het examen voor toelating van juryleden namens de OMJ. De FOI meent dat dit in strijd is met artikel 1 van het reglement OMJ, zodat de COM gehouden is de erkenning van [naam 3] als jurylid namens de OMJ in te trekken. De COM heeft aangevoerd dat de vorderingen van de FOI c.s. iedere feitelijke en juridische grondslag missen.

Het debat over de legitimiteit van de gestelde toelating van [naam 3] als jurylid van de OMJ heeft zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter nog onvoldoende uitgekristalliseerd. Hoewel op grond van wat de FOI c.s. hebben aangevoerd niet valt uit te sluiten dat het royement van [naam 3] in de weg staat aan aansluiting bij de OMJ, is onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe het proces is verlopen en welke normen voor deze toelating relevant zijn. Dit geschilpunt leent zich dus niet voor beoordeling in dit kort geding, noch daargelaten dat de voorzieningenrechter niet duidelijk is gemaakt welk spoedeisend belang van de FOI c.s. onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk maakt en het afwachten van de uitkomst van de arbitrage of de bodemprocedure niet van FOI c.s. verlangd kan worden. De vordering van de FOI c.s. in de toelating van [naam 3] als jurylid in te grijpen zal dan ook worden afgewezen. Ook het in algemene zin gevorderde verbod om juryleden die niet door de FOI worden erkend tot het examen van de OMJ toe te laten, zal bij gebrek aan (spoedeisend) belang worden afgewezen.

Verbod toekenning wereldkampioenschap 2027 aan een andere lidstaat dan Italië? (vordering x)

Tot slot verschillen partijen van mening over de vraag of het wereldkampioenschap voor het noordelijk halfrond (definitief) aan Italië is toegekend. De FOI c.s. hebben in dit verband gewezen op de notulen van het congres van 4 december 2021 waarin onder punt 12 “Organisatie van de volgende wereldkampioenschappen (locaties en data)” voor het jaar 2027 “Italië” staat vermeld. De FOI c.s. menen dat de COM het wereldkampioenschap haar op onjuiste gronden ontneemt. De COM heeft aangevoerd dat de FOI c.s. een rechterlijk oordeel vraagt over een besluit dat op grond van artikel 26 van het huishoudelijk reglement door de ledenvergadering genomen moet worden. Zij voert ook aan dat er geen sprake is van een definitieve toewijzing en dat er ook nog geen contract is gesloten tussen de COM en de FOI c.s. over de toewijzing. Zij meent dat toewijzing van het wereldkampioenschap 2027 ook op inhoudelijke gronden (veiligheid en organisatorische tekortkomingen) onwenselijk is.

Ook voor deze vordering geldt dat het debat hierover nog onvoldoende is uitgekristalliseerd. Hoewel uit de notulen van het congres uit 2021 opgemaakt kan worden dat Italië is aangewezen als organisator, is niet duidelijk gemaakt welk orgaan, op basis van welke regeling (statuten, huishoudelijk reglement), gehouden en gerechtigd is tot de aanwijzing. Welke besluitvorming hieraan vooraf is gegaan kan uit de notulen niet worden opgemaakt. De COM lijkt in dit verband ook geen vaste lijn te hanteren. Zij stelt enerzijds dat de ledenvergadering gehouden is dit besluit te nemen, maar aan de andere kant meent zij kennelijk gerechtigd te zijn om het gestelde verzoek van de COM Italië tot organisatie van het wereldkampioenschap “niet te aanvaarden”, zo volgt uit de brief van 28 juli 2025.

Er zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook zeker vraagtekens te plaatsen bij de motivering van de COM op basis waarvan zij meent dat het wereldkampioenschap 2027 aan Italië voorbij moet gaat en het lijkt er ook op dat de verstoorde verstandhouding tussen de FOI c.s. en de COM hierin een belangrijke rol speelt. Het valt de voorzieningenrechter bijvoorbeeld op dat de COM er op wijst dat FOI c.s. in gebreke is met het aanleveren van informatie c.q. het aangaan van een contract ten behoeve van het WK 2027, maar geen enkele concrete aanwijzing aanreikt waaruit blijkt dat FOI c.s. hierop eerder gewezen is en is kenbaar gemaakt door de COM dat bij gebreke aan voortgang in de voorbereidingen voor het WK 2027 haar deze (al dan niet voorlopige) toewijzing weer ontnomen zou kunnen worden. Dat neemt niet weg dat voor een ingrijpende voorziening die de COM zou dwingen om het wereldkampioenschap in 2027 zonder meer in Italië te laten plaatsvinden meer informatie en een uitgebreider debat nodig is. In dit kort geding heeft het debat zich met name geconcentreerd op de positie van de FOI c.s. ten opzichte van de COM, terwijl het gevorderde verbod noodzaakt tot een inventarisatie van bevoegdheden, relevante (verenigings-)normen en factoren die (normaliter) relevant zijn voor de toewijzing of de ontneming van een wereldkampioenschap. Het gevorderde zal dan ook worden afgewezen.

Kanttekening bij de te treffen voorzieningen

Als overwogen worden er voorzieningen getroffen die erop zien dat 1) de rechtstreekse aansluiting van de FAI voorlopig eindigt en wel door middel van een schorsing van het besluit van de COM, 2) de COM Italië behandeld wordt als enig nationaal lid namens Italië en 3) (in samenhang met het voorgaande) de ITALIACOM niet naast of in plaats van de COM Italië behandeld wordt als nationaal lid namens Italië. Die voorzieningen blijven van kracht zolang niet in arbitrage of in een bodemprocedure over deze geschilpunten (anders) is beslist. Verder zijn deze voorzieningen vanzelfsprekend getroffen in het licht van de nu bekende feiten en omstandigheden.

Proceskosten

De COM is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de FOI c.s. worden begroot op:

- dagvaarding € 148,04

- griffierecht € 714,00

- salaris advocaat € 1.107,00

- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de

beslissing)

Totaal € 2.147,04

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

schorst het besluit van de COM van 16 november 2024 tot directe aansluiting van de FAI bij de COM;

verbiedt de COM om de COM Italië anders te behandelen dan als de enig aangesloten nationale entiteit van Italië in de zin van artikel 7 van de statuten van de COM;

verbiedt de COM om ITALIACOM te behandelen als entiteit in de zin van artikel 7 van de statuten van de COM naast of in plaats van de COM Italië;

bepaalt dat de COM een dwangsom is verschuldigd van telkens € 2.500,-- voor iedere overtreding (en per dag dat de overtreding voortduurt) van een van de verboden genoemd onder 5.2 en 5.3, telkens met een maximum van € 100.000,--;

veroordeelt de COM in de proceskosten van € 2.147,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de COM niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de COM € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;

veroordeelt de COM in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2025.

ddg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?