RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.40465
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. E. Sahin),
en
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. K.A.W. Boonen).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser heeft op 25 april 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 20 augustus 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. De gemachtigde van eiser heeft zich afgemeld voor de zitting. Eiser was niet aanwezig.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
1. De rechtbank ziet zich (ambtshalve) voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.
2. Uit de bijlage bij de brief van de minister van 25 november 2025 blijkt dat eiser volgens informatie van de Vreemdelingenpolitie met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. De Vreemdelingenpolitie heeft op 25 november 2025 gemeld dat eiser
zelfstandig de woonruimte heeft verlaten. De gemachtigde van eiser heeft op 26 november 2025 laten weten dat eiser niet meer reageert op zijn e-mails. De rechtbank leidt daaruit af dat eiser en zijn gemachtigde geen contact meer hebben. Tijdens de zitting is gebleken dat eiser zich niet meer bij de minister heeft gemeld. Daaruit leidt de rechtbank af dat eiser niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft eiser geen belang bij een beoordeling van het beroep.1
Conclusie en gevolgen
3. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 november 2025 door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
1. Vergelijk de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662 en 25 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4063.
02 december 2025
Documentcode: [Documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: