RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.36548
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. L. Sinoo),
en
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. M.M. van Duren).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag. Zij heeft op 13 juli 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 1 augustus 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 24 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, B. Diani als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Aangifte
Tijdstip indienen asielaanvraag
Politiek actieve familie
2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
4. Eiseres stelt dat zij de Venezolaanse nationaliteit heeft en dat zij is geboren op [geboortedatum] 1983. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij Venezuela is ontvlucht vanwege aanhoudende intimidatie, bedreiging en afpersing door lokale autoriteiten die betrokken waren bij het beheer van het winkelcentrum waarin haar winkel was gevestigd. Zij vreest in het bijzonder voor ambtenaren zoals de heer [A] , die haar onder druk hebben gezet, mishandeld en haar winkel onrechtmatig hebben ingenomen. Eiseres heeft op 17 oktober 2022 aangifte gedaan van een inval in haar winkel, is na de aangifte meerdere keren bedreigd en voelde zich op het politiebureau geïntimideerd. Op 10 december 2022 heeft een incident plaatsgevonden, waarbij twee witte Hylux-voertuigen probeerden om de weg waar eiseres liep te blokkeren. Volgens eiseres waren dit de autoriteiten en was dit een poging tot ontvoering. Eiseres vreest dat zij als “vijand van het vaderland” wordt beschouwd. Op 27 december 2022 is eiseres uit Venezuela vertrokken. Zij is ervan overtuigd dat zij, als zij moet terugkeren, bij aanhouding zal worden overgedragen aan de inlichtingendienst Sebin en dat zij haar zullen doden.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
6. De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. De enkele omstandigheid dat eiseres uit Venezuela komt, is echter onvoldoende om aan te nemen dat zij bij terugkeer een gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade.
7. De minister acht het confisqueren van de winkel van eiseres en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig. Eiseres heeft haar verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten die dit asielmotief volledig onderbouwen. Volgens de minister is dit asielmotief niet alsnog aannemelijk, omdat haar verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen ingevolge artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De minister betrekt hierbij dat:
Ook is het asielmotief van eiseres volgens de minister niet aannemelijk omdat zij haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en daarvoor geen goede verklaring heeft (artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d van de Vw). Verder stelt de minister zich op het standpunt dat de politieke achtergrond van eiseres terecht niet als afzonderlijk asielmotief is beoordeeld, onder andere omdat eiseres dit in de gehoren niet heeft genoemd als de reden voor haar vertrek. De minister concludeert dat de asielaanvraag van eiseres wordt afgewezen als kennelijk ongegrond.
WI 2024/6
8. Eiseres voert aan dat zij door de toepassing van de werkinstructie (WI) 2024/6 in haar belangen is geschaad, omdat er in deze WI meer aandacht wordt besteed aan het al dan niet overleggen van documenten. Ook heeft de minister geen reden gegeven voor het langdurig tijdsverloop (twee jaar) van deze procedure. Volgens eiseres had het tijdsverloop aanleiding moeten zijn om haar asielrelaas te beoordelen volgens de aan WI 2024/6 voorafgaande WI (WI 2014/10).
9. De rechtbank overweegt als volgt. Uit de uitspraak van de Afdeling van 13 februari 2019 volgt dat als uitgangspunt heeft te gelden dat bij het nemen van een besluit het recht wordt toegepast zoals dat op dat moment geldt. Dit geldt ook voor beleidsregels. De enkele omstandigheid dat een belanghebbende door toepassing van het nieuwe recht in een ongunstigere positie komt, is onvoldoende om van dit uitgangspunt af te wijken. In geval van bijzondere omstandigheden kan van dit uitgangspunt worden afgeweken. 1 De minister mocht de duur van de procedure onvoldoende vinden om een bijzondere omstandigheid aan te nemen. Bovendien volgt de rechtbank niet dat in het geval van eiseres de toepassing van de WI 2024/6 tot een strengere beoordeling heeft geleid. Dat volgens de WI 2024/6 eerst (in stap 2a) wordt beoordeeld of reeds voldoende objectieve en authentieke bewijsstukken zijn overgelegd om het aan de orde zijnde asielmotief reeds daarom aannemelijk te achten, maakt op zichzelf niet dat sprake is van verhoging van de bewijsmaatstaf, zolang maar in de beoordeling erna alle verklaringen van de vreemdeling, al het overgelegde bewijsmateriaal en alle overige omstandigheden worden betrokken en in samenhang worden beoordeeld. Wat betreft de daaropvolgende toets aan vijf cumulatieve voorwaarden (stap 2b) zijn wel situaties denkbaar waarin de toepassing van de WI 2024/6 tot een beoordeling kan leiden die in strijd is met artikel 4 van de Kwalificatierichtlijn, bijvoorbeeld als de minister een asielmotief ongeloofwaardig acht enkel en alleen omdat de vreemdeling zijn aanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft gedaan en geen goede reden heeft aangevoerd waarom hij dit heeft nagelaten.2 Dat doet zich in de zaak van eiseres echter niet voor. De minister heeft voldoende aandacht besteed aan de verklaringen van eiseres en de overgelegde documenten. De rechtbank wijst op hetgeen hierna wordt overwogen. De beroepsgrond slaagt niet.
10. Eiseres voert aan dat de minister geen of weinig waarde heeft gehecht aan de kopie van de aangifte die zij heeft overgelegd. De minister heeft ten onrechte aan haar tegengeworpen dat de status van de aangifte onbekend is en dat zij heeft verklaard dat de handtekening op de aangifte niet van haar is. Dit was gelet op de verklaringen van eiseres in het nader gehoor (NG), p. 8 juist onderdeel van de intimidatie die zij ervaarde. Ook is het onduidelijk welke aanvullende en verifieerbare informatie zij had kunnen verstrekken, en wat de minister bedoelt met de “officiële versie” van de aangifte. Ook gaat de verwijzing in het bestreden besluit naar par. 2.1.6 van het voornemen niet op, omdat hier slechts wordt opgemerkt dat het document niets zegt over de problemen van eiseres. Dat is onjuist, want de aangifte zegt wel iets over problemen in het winkelcentrum die de kern zijn van haar asielrelaas.
11. De rechtbank oordeelt dat de minister de kopie van de aangifte voldoende in de beoordeling heeft betrokken, en kan volgen dat hieraan beperkte waarde door de minister is toegekend. In het bestreden besluit is over de aangifte onder andere opgemerkt dat het een fotokopie betreft en dat eiseres heeft verklaard dat de handtekening niet van haar is en dat zij niet weet of de aangifte formeel is opgenomen. Het document mist daardoor voldoende waarborgen van echtheid en betrouwbaarheid. De minister heeft in de beoordeling van de kopie van de aangifte kunnen betrekken dat eiseres weliswaar aangifte heeft gedaan, maar dat de aangifte ook is opgesteld naar aanleiding van hetgeen eiseres bij de politie heeft verklaard. De minister heeft dan ook een beperkte waarde aan de kopie van de aangifte kunnen toekennen. Verder kan de rechtbank het standpunt van de minister volgen dat eiseres haar verklaring, dat zij is geïntimideerd en onder druk stond op het politiebureau, onvoldoende heeft onderbouwd met concrete en verifieerbare gegevens. Anders dan eiseres stelt, is in het bestreden besluit duidelijk vermeld welke gegevens zij had kunnen overleggen zoals verklaringen van haar advocaat of van andere aanwezigen, of andere contextuele aanwijzingen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om eiseres – zoals zij ter zitting heeft verzocht – in de gelegenheid te stellen om alsnog een verklaring van haar advocate op te vragen. Uit het bestreden besluit bleek immers al dat de minister tegenwerpt dat er onvoldoende steunbewijs is, waardoor het voor rekening en risico van eiseres komt dat zij niet eerder een verklaring heeft opgevraagd. Ook is gesteld noch gebleken dat eiseres niet in staat was of gelegenheid had om op een eerder moment een verklaring op te vragen.
Ook volgt de rechtbank eiseres niet in haar betoog op de zitting dat de minister de fotokopie had moeten voorleggen aan Bureau Documenten. Eiseres heeft daarbij gewezen op par. 9.3 van de Vakbijlage van Bureau Documenten, waaruit blijkt dat ook kopieën kunnen worden onderzocht, en dat op basis van technische of tactische elementen soms wel een oordeel kan worden gegeven. Uit die passage blijkt echter ook dat aan (gewaarmerkte) kopieën slechts beperkt onderzoek uitgevoerd kan worden. Bovendien geeft ook een originele aangifte enkel het verhaal van eiseres weer en laat dit onverlet dat eiseres geen steunbewijs heeft overgelegd. De beroepsgrond slaagt niet.
1. ECLI:NL:RVS:2019:433, r.o. 2.1.
2 Uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats van 10 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10057 r.o. 7.1-7.3.
Incident met de Hylux-voertuigen: waarnemingen en verblijf daarna
12. Eiseres voert dat het een feit van algemene bekendheid is dat de witte Hylux-voertuigen die zij heeft beschreven doorgaans door de Venezolaanse autoriteiten worden gebruikt. Verder zijn haar verklaringen (dat zij een gedeelte van het wapen dat doorgaans door de autoriteiten wordt gebruikt, en de zwarte broek en hoge laarzen die vaak door overheidsfunctionarissen worden gedragen, heeft waargenomen) niet volledig weergegeven in het bestreden besluit. Volgens eiseres blijkt uit het voorgaande wel degelijk dat de autoriteiten in de Hylux-voertuigen zaten. Verder werpt de minister haar ten onrechte tegen dat zij na het incident op 10 december 2022 nog enige tijd in Venezuela heeft verbleven. Eiseres heeft in de zienswijze uiteengezet dat zij geen hulp kon zoeken, geen familie heeft en haar vriendin niet in gevaar wilde brengen. Hier is in het bestreden besluit niet op ingegaan.
13. De rechtbank overweegt als volgt. Ook als de omschrijving van eiseres van de Hylux-voertuigen zou worden gevolgd en dat dit dus voertuigen van de autoriteiten zijn, dan heeft de minister kunnen tegenwerpen dat de stelling van eiseres dat de autoriteiten naar haar op zoek waren, op aannames berust en niet is onderbouwd met concrete of verifieerbare kenmerken.
14. Eiseres heeft namelijk verklaard dat het haar “logisch leek” dat ze haar zochten (NG, p. 17). Ook heeft de minister het ongerijmd kunnen vinden dat eiseres heef verklaard dat het incident op 10 december 2022 de directe aanleiding was om te vluchten, maar dat zij desondanks is teruggekeerd naar haar woning en daar nog tien dagen heeft verbleven. Eiseres heeft immers verklaard dat het incident plaatsvond in een straat verder dan haar woonadres (NG, p. 15) en uit haar verklaringen kan ook worden afgeleid dat de autoriteiten op de hoogte waren van haar woonadres (NG, p. 10). Daarmee rijmt niet dat eiseres op haar woonadres heeft verbleven, ook als wordt aangenomen dat zij geen hulp kon zoeken, geen familie heeft en haar vriendin niet in gevaar wilde brengen. De minister heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat het dagenlange – probleemloze - verblijf van eiseres in haar woning ongerijmd is gezien haar stelling dat de autoriteiten haar overal kunnen vinden en dat zij in ernstig gevaar verkeerde. De beroepsgrond slaagt niet.
Actor van vervolging, paspoort en legale uitreis
15. Eiseres voert aan dat de minister de actor van vervolging niet goed heeft geduid, en dus geen juiste beoordeling heeft kunnen maken van haar asielrelaas. Zij heeft namelijk uitgelegd dat zij niet vreest voor de officiële autoriteiten, maar voor een criminele groepering (corrupte ambtenaren) waar de autoriteiten geen bescherming tegen bieden. Zij wijst in dit verband op landeninformatie en op een uitspraak van 18 oktober 2024.3 Volgens eiseres is ook haar legale uitreis ten onrechte aan haar tegengeworpen. Eiseres heeft problemen ondervonden van bepaalde corrupte ambtenaren. De minister veronderstelt ten onrechte dat die ambtenaren ook macht en controle zouden hebben over de luchthaven. Volgens eiseres blijkt uit de landeninformatie juist dat de autoriteiten geen geheel vormen. Om die reden is ook ten onrechte aan haar tegengeworpen dat zij een paspoort heeft kunnen verkrijgen. Bovendien is zij niet “geholpen” door een officiële overheidsinstantie, zoals de minister stelt, want zij kreeg het paspoort pas nadat zij documenten van haar winkel had overhandigd. Eiseres stelt dat haar verklaringen passen bij de landeninformatie en niet ongeloofwaardig zijn.
16. De rechtbank overweegt als volgt. Eiseres heeft in het nader gehoor verklaard dat zij vreest voor de autoriteiten (o.a. p. 15, 17 en 18). Over de ambtenaren waarvoor zij vreest verklaart eiseres: “Ze horen tot de autoriteiten en ze zoeken mij op een illegale wijze” (p. 23). Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres met de verwijzing naar de landeninformatie niet aannemelijk gemaakt dat de autoriteiten in Venezuela geheel onafhankelijk van elkaar opereren. Verder heeft de minister er in het verweerschrift terecht op gewezen dat eiseres heeft verklaard dat zij online een paspoort heeft aangevraagd, om vervolgens geconfronteerd te worden met de corrupte groep die haar paspoort niet wilden afgeven tenzij zij de documenten van haar winkel zou aanleveren. Dat duidt erop dat de lokale autoriteiten waarvoor eiseres vreest, verregaande invloed hebben en behoren tot de autoriteiten in brede zin. De rechtbank kan daarom volgen dat het ongerijmd is dat eiseres Venezuela legaal heeft kunnen uitreizen, terwijl zij stelt dat zij door de (lokale) autoriteiten wordt gezocht. Verder heeft de minister het onsamenhangend kunnen vinden dat eiseres een paspoort heeft gekregen. Hoewel eiseres heeft verklaard dat zij daar problemen bij heeft ondervonden omdat zij de documenten van haar winkel heeft moeten afgeven, blijkt uit het feit dat zij het paspoort wel heeft verkregen en op 20 december 2022 persoonlijk heeft opgehaald bij SAIME niet dat zij door de autoriteiten wordt gezocht. De beroepsgrond slaagt niet.
17. Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte aan haar tegenwerpt dat zij haar asielaanvraag niet tijdig heeft ingediend. Eiseres wijst erop dat zij de eerste drie maanden wel rechtmatig verblijf in Nederland had. Ook heeft zij uiteengezet dat zij gedurende de zeven maanden voor het indienen van haar asielaanvraag meende dat de situatie in Venezuela in positieve zin kon wijzigen, maar dat dit niet het geval bleek omdat zij bedreigingen bleef ontvangen. Volgens eiseres heeft zij bijzondere omstandigheden aangevoerd, en is de minister hier onvoldoende op ingegaan.
3 ECLI:NL:RBDHA:2024:17093.
18. De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat eiseres geen goede redenen heeft aangevoerd voor het niet zo spoedig mogelijk indienen van haar asielaanvraag. De minister heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiseres pas na zeven maanden asiel heeft aangevraagd terwijl zij wist dat zij twee à drie maanden visumvrij in Nederland kon verblijven. Eiseres heeft ook pas nadat zij door de politie voor de keuze is gesteld om het land te verlaten of asiel aan te vragen, besloten om asiel aan te vragen. Eiseres was dus op de hoogte van haar illegale verblijf en had in ieder geval na verloop van de visumvrije termijn asiel kunnen vragen. Van iemand die stelt dat sprake is van een acute vrees voor vervolging of ernstige schade in het land van herkomst, mag worden verwacht dat diegene direct of zo spoedig mogelijk na binnenkomst om bescherming verzoekt. De verklaring van eiseres dat zij wilde afwachten of de situatie in Venezuela zou verbeteren, vormt geen toereikende reden. Voor zover eiseres stelt dat de mantelzorg voor haar Nederlandse partner betrokken had moeten worden, volgt de rechtbank dit niet. Dit biedt immers geen verklaring voor het niet tijdig indienen van de asielaanvraag. Bovendien kan de rechtbank het standpunt van de minister volgen dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard over haar kennis omtrent de mogelijkheid om asiel aan te vragen. Eiseres heeft enerzijds verklaard dat zij niet wist dat zij asiel kon aanvragen in Nederland, maar anderzijds heeft zij ook verklaard dat zij van plan was om in Spanje asiel aan te vragen, maar dat haar vriend dit niet kon verwerken (NG, p. 19). De minister heeft kunnen tegenwerpen dat uit die laatste verklaring blijkt dat eiseres wel op de hoogte was van de asielprocedure in Europa, en dat van haar verwacht mag worden dat zij bij aankomst in Nederland actief informeert over bescherming. Eiseres heeft ook verklaard dat haar advocate in Venezuela haar in februari 2023 heeft aangeraden om asiel aan te vragen in Nederland of elders (NG, p. 11) en dat zij bang was om asiel aan te vragen, en niet wist hoe het moest (NG, p. 12). Deze verklaringen duiden er ook op dat eiseres wél op de hoogte was van het feit dat zij asiel kon aanvragen. De minister heeft aan eiseres dan ook kunnen tegenwerpen dat zij dit niet heeft gedaan. De beroepsgrond slaagt niet.
19. Eiseres voert aan dat zij in de gehoren en in de zienswijze de aandacht heeft gevestigd op het feit dat zij behoort tot een politiek actieve familie die tot vijand van het vaderland is bestempeld. Hier is ten onrechte niet op ingegaan in het voornemen. Verder is in het bestreden besluit miskend dat de problemen zich in 2022 nog niet voordeden, waardoor zij toen zonder problemen Venezuela kon in- en uitreizen.
20. De rechtbank overweegt als volgt. Eiseres heeft in het aanmeldgehoor verklaard dat haar familie als “vijand van het vaderland” wordt gezien (p. 9). In het nader gehoor heeft zij dit echter alleen toegepast op haar eigen verzet tegen de inname van haar winkel (p. 22). Eiseres heeft toen ook verklaard dat zij nooit persoonlijke problemen heeft gevonden vanwege haar politieke overtuiging en nooit lid is geweest van een politieke partij of groepering (p. 14 en 23). Eiseres heeft ook verklaard dat zij niet is gevlucht om de ontvoering van haar vader in 2002, maar vanwege haar winkel (NG, p. 15). De minister heeft zich in het bestreden besluit terecht op het standpunt gesteld dat eiseres haar politiek actieve familie niet als zelfstandig asielmotief heeft aangevoerd noch dat zij dat in het nader gehoor of in haar aanvullende verklaringen heeft onderbouwd. Bovendien heeft de minister kunnen tegenwerpen dat eiseres heeft verklaard dat de ontvoering van haar vader plaatsvond rond 2002, en dat zij in 2021 en 2022 meerdere maanden in Europa heeft verbleven en vervolgens op 20 januari 2022 zonder problemen is teruggekeerd naar Venezuela. Daaruit blijkt niet dat eiseres destijds in de negatieve belangstelling van de autoriteiten stond. Het betoog van eiseres dat de problemen in 2022 nog niet waren begonnen, treft geen doel. Uit haar verklaringen blijkt immers niet dat haar gestelde problemen in 2022 verband hielden met politieke activiteiten van haar familie. De minister heeft in het verweerschrift ook terecht opgemerkt dat de problemen die de familie van eiseres zouden hebben ervaren niet om politiek lijken te gaan, maar om het feit dat haar vader zijn boerderij niet wilde afstaan (NG, p. 15 en 22). De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
21. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
18 november 2025
Documentcode: [Documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.