ECLI:NL:RBDHA:2025:27200

ECLI:NL:RBDHA:2025:27200

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-01-2025
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer NL25.16366
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

regulier - verblijf onder de beperking verblijf bij familie- of gezinslid - familierechtelijke relatie niet aangetoond - referente heeft geen documenten aangeleverd om de onduidelijkheden over haar gestelde identiteit weg te nemen - identiteit referente - identiteit eiser - overlijdensakte - beroep ongegrond.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 januari 2025 in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer 1] , eiser en [eiseres], V-nummer: [v-nummer 2] , eiseres,

tezamen aangeduid als eisers

(gemachtigde: mr. M.E. Muller),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A.E. van der Burg)

Inleiding

1. In deze uitspraak oordeelt de rechtbank over het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) onder de beperking ‘verblijf bij familie- of gezinslid’.

Verweerder heeft de aanvraag van eiser met het besluit van 15 oktober 2024 afgewezen. De aanvraag van eiseres is met het besluit van 21 februari 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 11 maart 2025 op de bezwaren van eisers is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

De rechtbank heeft het beroep op 25 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referente, de gemachtigde van eiser, M.V. Babkina als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Eisers hebben de Ugandese nationaliteit. Eiser is geboren op [geboortedatum 1] 2007 en eiseres is geboren op [geboortedatum 2] 2004. Eisers hebben op 15 september 2023 een aanvraag ingediend voor het verblijfsdoel ‘familie en gezin’ bij hun gestelde pleeg- dan wel biologische moeder, [referente] alias [alias referente] (referente). Referente verblijft in Nederland op grond van een reguliere verblijfsvergunning in het kader van artikel 20 VWEU.

3. Verweerder heeft de aanvraag ten aanzien van eiseres afgewezen, omdat zij meerderjarig was ten tijde van de indiening van de aanvraag en reeds daarom niet in aanmerking komt voor verblijf als pleegkind op grond van artikel 3.28 Vb. Ten aanzien van eiser heeft verweerder de aanvraag afgewezen, omdat de familierechtelijke relatie tussen eiser en referente niet is aangetoond. Zo heeft referente onvoldoende objectieve bewijsstukken overgelegd en is ook niet aangetoond dat de achterblijvende ouder daadwerkelijk is overleden. Referente heeft geen documenten aangeleverd om de onduidelijkheden over haar gestelde identiteit, [alias referente] , weg te nemen. Verweerder gaat er vanuit dat referente [referente] is, wat in rechte vaststaat na haar vorige verblijfsprocedures. Nu verweerder niet kan vaststellen in welke relatie referente tot eiser staat en er gerede twijfel is over de aangedragen feiten en omstandigheden, heeft verweerder geen aanleiding gezien om te toetsen of eiser op grond van artikel 8 van het EVRM in aanmerking komt voor verblijf.

Wat vinden eisers in beroep?

4. Eisers zijn het niet eens met het bestreden besluit. Eisers verzoeken om hetgeen zij in de procedure naar voren hebben gebracht als herhaald en ingelast te beschouwen. Ten aanzien van de familierechtelijke relatie heeft eiser in beroep een DNA-onderzoek overgelegd waaruit volgt dat referente met 99,9% zekerheid de moeder is van eiser. Ook had verweerder nader onderzoek moeten verrichten naar de identiteit van referente en de bij de hoorzitting overgelegde documenten door Bureau Documenten moeten laten onderzoeken. Daarnaast heeft verweerder nagelaten om een integrale beoordeling te maken. Verweerder had hierbij moeten betrekken dat referente een consistente verklaring heeft gegeven over het vals bevonden paspoort. Ook had verweerder meer gewicht moeten toekennen aan de geldige identiteitsdocumenten, de afgegeven verblijfsvergunning op naam van [alias referente] , het feit dat zij met deze naam in de BRP geregistreerd staat en zij ook op de geboorteakten van haar in Nederland geboren kinderen. Ook heeft referente een geldig Ugandees paspoort. Eiser verwijst naar twee uitspraken waaruit volgt dat verweerder waarde moet toekennen aan authentiek bevonden documenten. Tot slot heeft verweerder ten onrechte niet getoetst aan artikel 8 van het EVRM.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

Herhaald en ingelast

6. Eisers hebben verzocht alles wat tot nu toe in de procedure is ingebracht als herhaald en ingelast te beschouwen. Uit het in algemene zin herhalen en inlassen van wat eerder in de procedure is aangedragen kan de rechtbank niet afleiden waarom eisers van mening zijn dat het bestreden besluit onjuist is. Daarom ziet de rechtbank hierin geen aanleiding om het besluit te vernietigen en gaat hierna in op de in beroep aangevoerde gronden.

Identiteit van eiser en referente

7. Naar het oordeel van de rechtbank stelt verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt dat de identiteit van eiser en referente niet aannemelijk is gemaakt. Het is in de eerste plaats aan de vreemdeling om zijn gestelde identiteit te staven. Dat kan door het overleggen van documenten waaruit zijn identiteit blijkt. Eiser heeft ter onderbouwing van de identiteit van eiser en van referente documenten overgelegd die door Bureau Documenten negatief zijn beoordeeld. Zo is de geboorteakte van eiser vals bevonden en is de legalisatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Uganda frauduleus verkregen. Gelet hierop heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de identiteit van eiser niet is aangetoond. Verweerder heeft er ook op mogen wijzen dat referente persisteert bij haar huidige alias, waardoor het niet mogelijk is om de aanvraag van eiser goed te kunnen beoordelen. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat door eerdere procedures in rechte vaststaat dat referente niet [alias referente] , maar [referente] is. Dat de Chavez-vergunning van referente op naam van [alias referente] staat, kan niet leiden tot een ander oordeel omdat de Chavez-vergunning is afgegeven op zowel haar alias als de identiteit die verweerder heeft aangenomen. Verweerder heeft kunnen tegenwerpen dat de documenten waar de naam [alias referente] op staat niet kunnen dienen als objectieve bewijsstukken. Dat referente onder de naam [alias referente] in de BRP geregistreerd staat, komt omdat zij zichzelf als zodanig heeft laten registreren. Om die reden heeft verweerder eiser erop kunnen wijzen dat aan de afgegeven verblijfsvergunning, de BRP-registratie, de kopie van het nieuwe paspoort van referente en de geboorteakten van haar in Nederland geboren kinderen niet de gewenste waarde kan worden gehecht. Gelet op het voorgaande heeft verweerder alle overgelegde documenten zowel los van elkaar als in samenhang bezien. De beroepsgrond van eiseres dat verweerder heeft nagelaten om een integrale beoordeling te maken, slaagt hierom niet.

Verder heeft verweerder kunnen tegenwerpen dat de bij de aanvraag overgelegde overlijdensakte van de vader van eiser vals is gebleken, nu uit onderzoek blijkt dat de legalisatiestempel frauduleus is verkregen. Verweerder heeft op grond hiervan mogen concluderen niet is aangetoond dat de achterblijvende ouder daadwerkelijk is overleden. Ten aanzien van de geboorteakte en overlijdensakte die referente bij de hoorzitting heeft overgelegd, overweegt de rechtbank dat verweerder tijdens de hoorzitting niet ten onrechte heeft aangegeven dat deze documenten niet worden onderzocht omdat deze zijn afgegeven op de alias van referente. Bovendien heeft de gemachtigde van eiser zelf tijdens de hoorzitting aangegeven dat deze documenten vals moeten zijn aangezien daar de alias van referente op vermeld staat.

Familierechtelijke relatie tussen referente en eiser

8. Eiser heeft in beroep op vrijdag 21 november 2025 om 17:35 uur een DNA-onderzoek overgelegd waaruit zou volgen dat referente met 99,99% zekerheid de biologische moeder van eiser is. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat het document zodanig kort voorafgaand aan de zitting is overgelegd, dat dit in strijd is met de goede procesorde. Daarbij heeft verweerder opgemerkt dat het document al van 4 november 2025 dateert en dat onduidelijk is waarom het pas op 21 november 2025 is gedeeld. De gemachtigde van eiser heeft vervolgens toegelicht dat zij zelf pas op 11 november 2025 de beschikking over het document had. Met haar stelling dat zij het druk had, heeft gemachtigde van eiser onvoldoende uitgelegd waarom er vervolgens tien dagen zijn verstreken voordat het document is overgelegd. Dit is de gemachtigde van eiser aan te rekenen nu zij het document feitelijk één werkdag voorafgaand aan de zitting heeft overgelegd. De rechtbank acht dit in strijd met de goede procesorde, omdat het stuk zodanig laat is ingediend dat verweerder hier niet adequaat op heeft kunnen reageren. De rechtbank betrekt daarbij dat in het document mevrouw [alias referente] als moeder van eiser wordt genoemd en dat dit niet de identiteit is waarvan verweerder uitgaat. Of uit het document daadwerkelijk volgt dat referente de moeder is van eiser, staat daardoor niet zonder meer vast en verweerder heeft dit – voor zover nodig – ook niet nader kunnen onderzoeken. Gelet hierop laat de rechtbank het in beroep overgelegde DNA-onderzoek buiten beschouwing.

Nu de identiteit van referente en de familierechtelijke relatie tussen eiser en referente niet is aangetoond heeft verweerder het standpunt mogen innemen dat er geen sprake is van beschermingswaardig familie- en gezinsleven. Verweerder was daarom niet verplicht om te toetsen aan artikel 8 van het EVRM. Gelet op het voorgaande heeft verweerder de aanvraag om afgifte van een mvv mogen afwijzen en het beroep ongegrond mogen verklaren.

Overlijdensakte

9. De rechtbank stelt vast dat eiser in bezwaar een nieuwe overlijdensakte van zijn vader heeft overgelegd. Verweerder heeft geen aanleiding gezien om deze overlijdensakte te onderzoeken en heeft deze verder in het geheel niet bij de beoordeling betrokken. Nu dat is nagelaten, en evenmin in het bestreden besluit wordt gemotiveerd waarom, is er sprake van een gebrek in de besluitvorming. De rechtbank zal het motiveringsgebrek echter passeren op grond van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat eiser hierdoor niet in zijn belangen is geschaad. Verweerder heeft namelijk op zitting voldoende gemotiveerd dat, nu de identiteit van referente niet aannemelijk is gemaakt, hij de aanvraag reeds om die reden mocht afwijzen en niet toekomt aan de beoordeling van de overlijdensakte van de vader.

Familierechtelijke relatie: voldoet eiseres aan de voorwaarden van een pleegkind?

10. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een mvv op goede gronden heeft afgewezen omdat zij niet voldoet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning voor een pleegkind. Zo was eiseres ten tijde van de indiening van de aanvraag meerderjarig en kwam zij om die reden niet in aanmerking voor verblijf als pleegkind op grond van artikel 3.28 Vb.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug.

11. Gelet op hetgeen is overwogen in 7.2, veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Smeets, rechter, in aanwezigheid van mr. P.P. Schaap, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J. Smeets

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?