[eiser] , eiser,
geboren op [geboortedag] 1985, met de Sierra Leoonse nationaliteit,
(gemachtigde: mr. M.A.C. de Vilder-van Overmeire),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna: de minister,
(gemachtigde: mr. A.R. Menschaart).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser heeft op 18 augustus 2020 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 30 augustus 2023 de aanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. Eiser heeft in diezelfde beschikking voorlopig uitstel van vertrek toegekend gekregen tot 1 maart 2024.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De gemachtigde van eiser heeft op 26 september 2023, 28 november 2023 en 21 december 2023 een verzoek ingediend om uitstel van het indienen van de gronden van beroep. In alle gevallen werd om uitstel verzocht vanwege de ernstige psychische problemen van eiser en de daardoor moeizame communicatie met eiser. De rechtbank heeft beide verzoeken gehonoreerd. Op 18 maart 2024 heeft gemachtigde laten weten dat het vanwege de mentale gesteldheid van eiser niet mogelijk was om de zaak inhoudelijk met hem te bespreken. Gemachtigde heeft verzocht om de zaak voor onbepaalde tijd aan te houden. De rechtbank heeft een termijn gegeven tot 17 april 2024 om gronden van beroep in te dienen.
De behandeling van de zaak stond gepland op 20 maart 2025. Op 10 maart 2025 heeft de gemachtigde van eiser opnieuw een verzoek om uitstel ingediend, omdat eiser volgens haar niet in staat is op zitting te verschijnen en eerst mentaal stabieler moet zijn om vragen te kunnen beantwoorden. Eiser was op dat moment ook in afwachting van een beslissing op zijn parallel lopende aanvraag op medische gronden. De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen en aangegeven de zaak opnieuw op zitting te zullen plannen, met de voorwaarde dat de rechtbank op de hoogte wordt gehouden van de medische gesteldheid van eiser en de aanvraag op medische gronden.
Uiteindelijk heeft de rechtbank het beroep op 30 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, H. Abulla als tolk in de Engelse taal en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden die eiser heeft aangevoerd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Achtergrond
3. Eiser is afkomstig uit Sierra Leone en heeft op jonge leeftijd zijn ouders verloren. Hij is opgevoed door zijn buurman, die naar eigen zeggen rond zijn twintigste levensjaar overleed. Eiser is uit Sierra Leone weggegaan en is in mensenhandel en later ook gedwongen prostitutie terechtgekomen.
Eiser kampt door traumatische gebeurtenissen uit het verleden met ernstige psychische problemen. Dat blijkt onder meer uit de e-mail van 20 maart 2024 en de brieven van 26 februari 2025 en 30 juni 2025 van de behandelaren van eiser bij [bedrijf 1]. In de brief van 26 februari 2025 werd door de behandelaar van [bedrijf 1] nog geadviseerd om eiser geen vragen te stellen over de reden van zijn vlucht naar Nederland ter zitting. Volgens de behandelaar was het te verwachten dat wanneer eiser zou moeten verklaren over zijn reden tot vluchten naar Nederland, trauma's uit het verleden zullen leiden tot een nieuwe terugval. Mogelijk tijdelijk, maar in ieder geval dusdanig dat zijn angstniveau erg toeneemt en er geen adequaat contact meer hem mogelijk is. Ook zal hij dan zeker niet in staat zijn om te begrijpen wat er van hem gevraagd wordt of om goed en kloppend antwoord te geven. In de brief van 30 juni 2025 ligt de behandelaar toe dat eiser stabieler is en minder snel van slag is met sneller herstel. Tegelijkertijd is er nog sprake van sterke vermijding, trauma gerelateerd wantrouwen en bij momenten randpsychotische overschrijdingen. De behandelaar schrijft dat eiser regelmatig buiten reguliere behandelcontacten om een beroep doet op de hulpverlening. De balans in stabiliteit is zeer dun en breekbaar.
Eiser is sinds 3 april 2025 in bezit van een vergunning op medische gronden die geldig is van 18 oktober 2024 tot 18 oktober 2029.
Het asielrelaas
4. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is homoseksueel en betrapt toen hij met zijn vriend [persoon 1] samen was. Hij is hierom gevlucht naar Bo en heeft later Sierra Leone moeten verlaten. Via Mali, Niger en Libië heeft eiser Italië bereikt, waar hij wiet moest verkopen voor een man genaamd [persoon 2] . Eiser is ontsnapt, maar later gedwongen in de prostitutie in Nederland terecht gekomen. Eiser vreest bij terugkeer naar Sierra Leone voor vervolging vanwege zijn geaardheid.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
De minister acht de nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig, maar zijn identiteit niet. Volgens de minister heeft eiser zijn identiteit niet onderbouwd met tenminste één origineel en echt bevonden Sierra Leoons identificerend document. De minister stelt zich op het standpunt dat niet dezelfde waarde kan worden gehecht aan het Italiaans vreemdelingendocument dan aan een origineel en echt bevonden identificerend document uit het land van herkomst. Ook heeft eiser volgens de minister wisselend en tegenstrijdig verklaard over zijn geboortejaar.
De minister acht de overige asielmotieven ongeloofwaardig. De minister acht de verklaringen over de gestelde homoseksualiteit van eiser ongeloofwaardig, omdat eiser er niet in is geslaagd zijn homoseksualiteit aannemelijk te maken door middel van zijn persoonlijke en authentieke verhaal. Volgens de minister ligt het zwaartepunt van de beoordeling op eisers verklaringen over zijn privéleven en zijn huidige en voorgaande relaties, contacten in het land van herkomst en contact met of kennis van lhbti-groepen. Onder het eerste thema, privéleven, wordt eiser niet in zijn verklaringen gevolgd, omdat eiser onvoldoende duidelijk heeft kunnen maken hoe hij zich realiseerde dat hij homoseksueel was, hoe hij dit persoonlijk heeft beleefd en hoe zijn omgeving hierop heeft gereageerd. Hierbij heeft eiser ook niet duidelijk kunnen maken welke gedachten en gevoelens hij daarbij had. De minister volgt eiser in het standpunt dat homoseksualiteit in zijn algemeenheid geen praktische keuze is, maar niet dat eiser zelf zijn homoseksualiteit niet als praktische keuze ziet. Zo heeft eiser verklaard dat hij heeft besloten om homoseksueel te zijn en dat hij zich niet geschikt voelde voor een vrouw. Eiser heeft ook verklaard dat dit ook had te maken had met financiële beperkingen die hij had en dat hij niet genoeg zelfvertrouwen had om zich bezig te houden met vrouwen.
Verder volgt de minister de verklaringen van eiser over zijn huidige en vorige relaties, contacten in het land van herkomst en contacten met en kennis van lhbti-groeperingen niet. Zo heeft eiser volgens de minister tegenstrijdig verklaard over de wijze waarop hij [persoon 1] heeft leren kennen in Sierra Leone en vaag en summier verklaard over het ontstaan van de relatie met [persoon 1] en de redenen waarom hij deze relatie is aangegaan. De minister stelt zich verder op het standpunt dat eiser weinig kennis heeft van lhbti-groepen in Nederland, oppervlakkig en ontwijkend heeft verklaard over de situatie in Nederland en vaag en summier over de gedachten en gevoelens die hij heeft over de acceptatie van homoseksualiteit in Nederland en de niet acceptatie hiervan in Sierra Leone. Tot slot heeft eiser summier en oppervlakkig verklaard over de positie van lhbti’s in Sierra Leone.
De minister acht ook de problemen van eiser vanwege zijn gestelde homoseksualiteit ongeloofwaardig. Nu eiser niet wordt geloofd in zijn gestelde homoseksualiteit, weegt dit volgens de minister in zijn nadeel. Ook weegt de minister in het nadeel van eiser mee dat hij geen nieuwsbericht heeft overgelegd, terwijl hij heeft verklaard dat het incident van de betrapping met [persoon 1] in het nieuws heeft gestaan en dat hij door soldaten en anderen uit zijn omgeving werd gezocht. Eiser heeft ook tegenstrijdig en onsamenhangend verklaard over de inval in het huis van [persoon 1] .
Bij de beoordeling van de asielmotieven van eiser heeft de minister rekening gehouden met eisers referentiekader. Het referentiekader van eiser bestaat volgens de minister uit de volgende feiten: eiser is afkomstig uit Sierra Leone, behoort tot de Limba bevolkingsgroep en heeft het christelijke geloof als religie. Uitgaande van de geboortedatum van [geboortedag] 1985 was eiser ten tijde van het bestreden besluit 37 jaar oud, is hij ongehuwd en heeft hij geen kinderen. Hij staat dan wel stond onder behandeling wegens psychische problemen en gebruikt daarvoor medicijnen. Daarnaast is de hoogst genoten opleiding de vijfde klas van de middelbare school en heeft eiser in een fabriek voor alcohol en water gewerkt tussen 2007 en mei 2010.
De beroepsgronden
6. Eiser voert aan dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn referentiekader. Eiser is laagbegaafd, is psychisch ziek en is bijzonder kwetsbaar. Eiser verblijft op een speciale GGZ-afdeling van het [AZC] genaamd [bedrijf 1] . Bij triggers decompenseert eiser en wordt hij psychotisch en niet aanspreekbaar. Hij is gediagnostiseerd met PTSS en kan zich data niet goed herinneren. Verder stelt eiser slachtoffer te zijn van mensenhandel en smokkelaars en heeft hij in Libië in gedwongen prostitutie gezeten. Daarnaast legt de minister volgens eiser ten onrechte het zwaartepunt op de discrepanties in zijn verhaal en ten onrechte niet op het grote verhaal.
Verder stelt eiser dat hij de vragen over zijn homoseksualiteit onvoldoende heeft begrepen. Eiser heeft niet bedoeld uit te leggen dat homoseksualiteit een praktische keuze is, maar heeft bedoeld te zeggen dat het voor hem makkelijker was om voor een man te kiezen omdat hij niets voor vrouwen voelde en daar alleen maar nadelen in zag. Ondanks dat eiser heeft geprobeerd uit te leggen dat hij homoseksualiteit niet als een praktische keuze ziet, is de rapporteur hier toch op door blijven gaan. Ter zitting heeft eiser verwezen naar pagina 13 van het nader gehoor waarin duidelijk zichtbaar is dat hij de vragen van de rapporteur niet begreep. Eiser heeft verklaard dat hij in zijn jeugd ook al homoseksuele gevoelens had en heeft geprobeerd uit te leggen dat hij zich aangetrokken voelt tot mannen. Eiser heeft in zijn algemeenheid moeite met het beantwoorden van de vragen en op meerdere plekken in het nader gehoor is te zien dat eiser de vraag niet begrijpt. Hij verwijst ter onderbouwing van dit standpunt ook naar de e-mail van 20 maart 2024 van zijn behandelaar bij [bedrijf 1] waarin wordt aangegeven dat eiser bij oplopende stress in schemertoestand en flashbacks terecht kan komen waarbij hij niet meer hoort wat wordt besproken, de neiging heeft om de situatie te ontvluchten, maar dat dat niet altijd even duidelijk zichtbaar is voor zijn omgeving. Eiser stelt – in tegenstelling tot wat de minister meent – dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn medische toestand.
Ten aanzien van de kennis van lhbti-groepen in Nederland, stelt eiser dat hij contact heeft gehad met verschillende COC -verenigingen in Nederland en ook bij bijeenkomsten is geweest, maar dat het door zijn psychische problemen ook moeilijk is om contacten en relaties te onderhouden omdat niet iedereen daar begrip voor heeft. Voor wat betreft de problemen in Sierra Leone stelt eiser dat het geen zin heeft om aangifte te doen omdat men geen bescherming krijgt van de politie in zaken waarin geweld wordt gepleegd tegen homoseksuelen. Ook is sprake van hoge straffeloosheid en wordt homoseksualiteit niet geaccepteerd.
De beoordeling van de rechtbank
7. De rechtbank stelt vast dat het niet ter discussie staat dat eiser laagbegaafd is. De minister benoemt dat eiser laagbegaafd is op pagina 10 van het voornemen. Verder neemt de minister op pagina 4 en 6 van het bestreden besluit aan dat eiser een laag IQ heeft en kampt met een psychische stoornis waarvoor hij medicatie slikt. Daarnaast verwijst de rechtbank ook naar het [bedrijf 3] rapport van 28 april 2022 waarin staat aangegeven dat eiser laagbegaafd is en de e-mail van zijn behandelaar bij [bedrijf 1] van 20 maart 2024 waarin het vermoeden van een lichtverstandelijke beperking wordt vermeld. Verder is niet in geschil dat eiser lijdt aan ernstige psychische problematiek.
Wat partijen verdeeld houdt is of met de laagbegaafdheid van eiser en zijn ernstige psychische problematiek voldoende rekening is gehouden bij het afnemen van het nader gehoor en of bij de beoordeling van zijn asielrelaas voldoende rekening is gehouden met zijn referentiekader. De rechtbank is van oordeel dat de minister dat onvoldoende heeft gedaan en zal dit toelichten.
Voorafgaand aan het nader gehoor is eiser in totaal drie keer door [bedrijf 3] gezien. [bedrijf 3] heeft op 24 februari 2021 geadviseerd eiser niet te horen als gevolg van psychische klachten en psychiatrische problematiek. Op 2 oktober 2021 heeft [bedrijf 3] opnieuw geadviseerd om eiser niet te horen, omdat hij een psychische aandoening heeft en daardoor beperkingen heeft op het gebied van het onder woorden brengen van zijn asielrelaas. In het derde advies van 28 april 2022 heeft [bedrijf 3] aangegeven dat eiser gehoord kan worden, met de aanbeveling om dat in aanwezigheid van een vertrouwenspersoon (zijn vriend) te doen. Er bestaat de mogelijkheid dat eiser psychisch kan decompenseren door herbelevingen. Het gesprek dient dan te worden afgebroken en opnieuw te worden opgepakt. Ook adviseert [bedrijf 3] de tijd te nemen om eiser zijn verhaal te laten doen.
8. De minister stelt zich op het standpunt dat voldoende rekening is gehouden met eisers beperkingen, door tijdens de gehoren rekening te houden met de adviezen van [bedrijf 3] , en dat eisers referentiekader is meegenomen in de afwegingen.
9. De rechtbank stelt vast dat in het voornemen bij het kopje referentiekader niet is opgenomen dat eiser laagbegaafd is. Wel staat bij de beoordeling over de gestelde problemen van eiser vanwege zijn homoseksualiteit het volgende:
“Nu betrokkene vanwege zijn eigen verklaringen, ondanks zijn laagbegaafdheid en overige referentiekader, in staat moet worden geacht om deze aangifte bij de autoriteiten te kunnen doen, valt niet in te zien waarom niet tevens van hem verlangd mag worden dat hij in ieder geval geprobeerd heeft aangifte te doen bij de Sierra Leoonse autoriteiten.”
Hoe de minister eisers laagbegaafdheid concreet heeft meegenomen bij de beoordeling is de rechtbank niet duidelijk. Verder stelt de rechtbank vast dat in het bestreden besluit helemaal geen melding wordt gemaakt van eisers laagbegaafdheid. De minister werpt alleen op meerdere punten tegen dat eiser er niet in is geslaagd om op authentieke en persoonlijke wijze over zijn seksuele geaardheid te verklaren, dat eiser verzandt in standaard antwoorden en op meerdere vragen over zijn homoseksualiteit ontwijkend geantwoord heeft.
De rechtbank overweegt verder dat uit de [bedrijf 3] rapporten duidelijk blijkt dat er voor eiser beperkingen zijn om te worden gehoord. Uit de werkinstructie ‘Medische problematiek en horen en beslissen in de asielprocedure’ blijkt niet dat met laagbegaafdheid in het bijzonder rekening wordt gehouden tijdens het afnemen van het nader gehoor. Wel geeft deze werkinstructie handvatten aan gehoormedewerkers om gehoren af te nemen bij asielzoekers met medische problemen in het algemeen en hoe het medisch advies daarbij dient te worden betrokken. Het doel van het medisch advies voorafgaand aan het nader gehoor is het vaststellen van eventuele functionele beperkingen die ertoe kunnen leiden dat de vreemdeling niet goed kan verklaren over zijn asielrelaas en het adviseren over deze beperkingen bij de gehoren en het beslissen op de aanvraag. Het uitgangspunt is dat de vreemdeling wordt gehoord. Bezien moet worden wat nodig is om toch zorgvuldig een gehoor te kunnen houden ondanks het bestaan van medische beperkingen. Alleen in uitzonderlijke gevallen wordt van horen afgezien. Het is daarbij zaak om zoveel als mogelijk maatwerk toe te passen.
Verder staat in de werkinstructie dat voor de benodigde voorzieningen zo veel mogelijk wordt aangesloten bij wat hierover is vermeld in het medisch advies. Met trauma gerelateerde aspecten dient in de gehoren kenbaar rekening te worden gehouden. Dat kan onder andere worden gedaan door het nemen van extra pauzes, het stellen van meer gesloten vragen of het meer inleiden van vragen over een gevoelig onderwerp. Ook kan gebruik worden gemaakt van alternatieve of aanvullende vormen van informatievergaring, zoals gebruik maken van informatie van de behandelaar, informatie via gemachtigde, VluchtelingenWerk, een vertrouwenspersoon of het op schrift stellen van het relaas door de vreemdeling. Dat staat ook in artikel 14, tweede lid, onder b, van de Procedurerichtlijn. Van belang is dat, voordat kan worden beslist, de minister wel alle redelijke inspanningen kenbaar moet hebben verricht die in het gegeven geval gevraagd kunnen worden om de asielmotieven van de vreemdeling en de voor de beoordeling daarvan relevante gegevens op een alternatieve wijze te achterhalen.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister op meerdere momenten in het nader gehoor rekening gehouden met de psychische omstandigheden van eiser. Uit het verslag blijkt dat tijdens het gehoor meerdere pauzes zijn ingelast, het nader gehoor op twee dagen heeft plaatsgevonden en dat aan eiser meerdere keren is verteld dat wanneer hij moeite heeft met de vragen dat hij dat kan aangeven. Dit is echter naar het oordeel van de rechtbank vooral gericht op vreemdelingen die kampen met medische dan wel psychische problematiek. Dat, en op welke manier, de minister ook rekening heeft gehouden met eisers laagbegaafdheid is de rechtbank onvoldoende duidelijk geworden. Uit het gehoor blijkt niet dat de vraagstelling is aangepast op de persoonlijke situatie van eiser zijn laagbegaafdheid.
Duidelijk is dat eiser de vraagstelling niet heeft begrepen. Dit illustreert de rechtbank aan de hand van de vragen in het gehoor die gaan over de praktische keuze van eiser om homoseksueel te zijn:
“Was homoseksueel zijn voor u een keuze?
Ja, het was een keuze die ik voor de rest van mijn leven heb gemaakt. Ik heb er nu ook plezier van.
Had u ook de keuze kunnen maken om heteroseksueel of een andere geaardheid te kiezen?
Ja, maar ik heb er bewust voor gekozen om homoseksueel te zijn.
Begrijp ik goed dat u heeft gekozen om homoseksueel te zijn vanuit praktische
redenen, namelijk dat u vanwege financiële beperkingen geen vrouw zou kunnen krijgen?
Ja, het financiële is een aspect. Daarnaast zou ik stress kunnen krijgen van vrouwen, het zelfvertrouwen om een vrouw te vinden ontbreekt.
Homoseksualiteit is over het algemeen geen keuze, maar een iets wat door gevoel en emoties ontstaat. Kunt u vertellen waarom het voor u een keuze is?
U vroeg eerder over de voor- en nadelen, toch?
Volgens mij niet.
Kunt u de vraag nogmaals stellen?
Homoseksualiteit komt, naar mijn ervaring, voort uit emoties en gevoelens van personen, het is over het algemeen geen keuze. Kunt u mij vertellen waarom het voor u een keuze was?
De keuze om als homoseksueel door het leven te gaan, had te maken met de nadelen die ik zag met het andere geslacht. Zoals u eerder aangaf, heb ik het vanaf kleins af aan passie voor homoseksualiteit. Door [persoon 1] is de passie versterkt. Hij leerde mij dingen en hij maakt dingen aan mij bewust, hierdoor is de passie meer geworden.”
…
“Ik wil ook even wat bredere vragen stellen over uw geaardheid. Hoe ontdekte u dat u homoseksueel bent?
Omdat ik geen tijd heb voor vrouwen.
Hoe bedoelt u dit?
Als ik met vrouwen ga praten, voel ik mij oncomfortabel. Ik heb geen gevoelens voor vrouwen.
Kunt u mij vertellen wat er belangrijk was voor u om tot deze conclusie te komen?
Ik begrijp de vraag niet.
Wat was er voor u, qua gevoelens en gedachtes, belangrijk om tot de conclusie te komen dat u homoseksueel bent?
Als ik met mannen praat, voel ik mij comfortabel. Meer dan bij een vrouw.
Op welke manier uit dit zich?
Als ik met een man praat, kijk ik diegene in zijn ogen aan. Met vrouwen voel ik mij verlegen, ik kijk dan naar beneden. Met mannen toon ik emotie, maar met een vrouw ben ik verlegen.”
…
“Hoe is de praktische keuze om homoseksueel te worden veranderd in een emotie?
Ik snap de vraag niet.
U verklaart dat uw geaardheid een praktische keuze was, om homoseksueel te worden. U verklaart ook dat de emoties later kwamen. Hoe is uw praktische keuze overgegaan naar een emotie?
Het was praktisch, vandaar heb ik emotie gekregen. Bijvoorbeeld, u bent een cursus gaan doen. Hoe meer je je bent gaan verdiepen in die cursus, hoe meer je erover wil weten om te leren. Dat is een voorbeeld ervan.
Had u, bijvoorbeeld, ook de praktische keuze kunnen maken om heteroseksueel te zijn?
Nee, ik heb mijn keuze al gemaakt en ik val op mannen.”
Uit de geciteerde passages maakt de rechtbank op dat eiser de vragen herhaaldelijk niet begrijpt of antwoorden geeft die niet op de gestelde vraag zien. Het standpunt van de minister op zitting dat het herhalen van de vragen een geschikt middel is om voldoende rekening te houden met het referentiekader van eiser, volgt de rechtbank in dit geval dan ook niet. De minister heeft zich ook, onder verwijzing naar meerdere paginanummers van het nader gehoor, op het standpunt gesteld dat waar nodig is doorgevraagd, de vraag is herhaald of verder is verduidelijkt. De rechtbank stelt vast dat de minister dit inderdaad heeft gedaan. Het feit dat de minister de vragen zo vaak opnieuw heeft moeten stellen en/of verduidelijken, zegt naar het oordeel van de rechtbank iets over het vermogen van eiser om de vragen te begrijpen en dat de manier waarop de vragen zijn gesteld wellicht voor hem te moeilijk was.
10. Dat het herhalen van de vragen in dit geval geen geschikt middel is en eiser moeite blijft hebben met het beantwoorden van vragen is ook gebleken uit de vragen die de rechtbank aan eiser heeft gesteld over zijn asielrelaas ter zitting:
“R: Kunt u het zichzelf nog herinneren dat u met de IND moest praten?
E: Het is een tijd geleden.
R: Kunt u daar nog iets over zeggen hoe u dat hebt beleefd?
E: Ik begrijp de vraag niet.
R: Ik heb het gehoor gelezen. U zegt best vaak ik begrijp het niet. Kunt u zich dat nog herinneren dat u het lastig vond om de vragen te begrijpen?
E: Ja, het is moeilijk om te begrijpen.
R: Hielp het dan als de vragen opnieuw werden gesteld?
E: Is uw vraag of het helpt als de vraag opnieuw wordt gesteld?
R: Ja, als de IND de vraag opnieuw stelt, snapt u het dan?
E: Ik snap de vraag niet.
R: Uw advocaat zegt dat toen u door de IND werd gehoord dat u niet goed de vragen begreep.
E: Dat klopt.
R: Ik vroeg u als de IND de vragen opnieuw ging stellen of dat hielp voor u?
E: Ik kan het mij niet herinneren.”
…
“R: Meneer [eiser] , voor de IND is het belangrijk dat uw homoseksualiteit een praktische keuze is. Kunt u daar iets over zeggen?
E: Ik kan me niet herinneren dat ik dat heb gezegd. Het enige dat ik me kan herinneren is dat partners altijd misbruik van mij maken. Voor hen ging het alleen om loltrappen en niet over iets authentieks.
R: Gaat het ook over [persoon 1] ?
E: [persoon 1] ?
R: Dat was uw partner is Sierra Leone.
E: Ik had het over [persoon 3] .
R: Weet u nog dat u heeft gezegd dat u niet graag met vrouwen wil zijn?
E: Iets over dat ik het niet leuk vind om met vrouwen te zijn?
R: De IND zegt het is een praktische keuze, maar u zegt ik weet dat niet meer. Kunt u iets vertellen over hoe het ging, dat u wist ik ben homoseksueel?
E: Wat ik probeerde te benadrukken is dat de partners die ik in Nederland had dat alleen deden voor de lol. Zij kwam niet opdagen bij COC-activiteiten. Als ik ze mee vroeg dan kwamen ze niet opdagen en dat probeerde ik te benadrukken. Dat is verkeerd begrepen met de tolk. De manier waarop mensen mij behandelen is niet eerlijk. Ze willen niet aan andere mensen laten zien dat wij samen zijn, maar alleen voor seks en voor de lol. Ik wil iets authentieks en dan komen ze niet opdagen.
R: U wilt graag met iemand samen zijn dat heb ik gelezen, klopt dat?
E: Ja, ik wil samen zijn met een partner. De laatste keer dat ik mijn advocaat zag heeft ze dat ook gevraagd. Ik ben nog steeds zoekende. Het gaat ook over iets authentieks.
R: Wanneer wist u nou als jonge jongen dat u homoseksueel was. Hoe ging dat?
E: We waren aan het spelen. We deden verschillende activiteiten. We noemen het botaways.”
…
“R: Meneer [eiser] , ik heb geen vragen meer. Is er iets dat u zelf nog wil vertellen?
E: Iets om toe te voegen?
GE: Heb je alles begrepen?
E: Kunt u dat herhalen?
T: Hebt u alles begrepen?
E: Ja.
T: Wilt u nog iets vertellen wat u belangrijk vindt?
Waarneming griffier: Eiser kijkt de rechter heel lang aan en zegt niks.
R: Ja, of u iets wil vertellen dat u belangrijk vindt?
E: Ja, want tijdens mijn verblijf hier heb ik veel meegemaakt. Een depressie en ik heb last van mijn gezondheid. Ik kon ook niet naar de organisaties komen. Daarom zijn die later pas gekomen. Ik wil dat zij dat begrijpen.”
Het voorgaande illustreert dat eiser de vragen herhaaldelijk niet lijkt te begrijpen. De rechtbank begrijpt dat het voor de minister lastig is om vreemdelingen met psychische problematiek in het bijzonder in combinatie met laagbegaafdheid te horen. De minister heeft ter zitting toegelicht dat hoormedewerkers niet getraind worden in hoe om te gaan met laagbegaafde vreemdelingen in gehoren. Desondanks is de rechtbank van oordeel dat in de situatie van eiser meer van de minister had kunnen en mogen worden verwacht, dat de minister ook duidelijk had moeten maken wat van eiser, gezien zijn beperkte kunnen om te verklaren, had mogen worden verwacht en hoe dit in de beoordeling van de aanvraag wordt meegenomen en wat de invloed van zijn laagbegaafdheid is op zijn verklaringen.
Daarnaast had de minister ook extra stappen kunnen zetten voordat het nader gehoor werd afgenomen. In het [bedrijf 3] rapport van 28 april 2022 werd immers geadviseerd om eiser in het bijzijn van een vertrouwenspersoon (een vriend) te horen. Dat is niet gebeurd. De minister had bijvoorbeeld in contact kunnen treden met eisers gemachtigde en eiser voorafgaand aan het gehoor kunnen laten weten dat hij een vertrouwenspersoon had mogen meenemen. Het op zitting ingenomen standpunt van de minister dat het eiser vrij stond om zelf een vertrouwenspersoon mee te nemen, vindt de rechtbank in dit geval, gelet op de psychische problematiek en laagbegaafdheid, zoals ook vermeld in het [bedrijf 3] rapporten, onvoldoende.
De minister had in het geval van eiser ook informatie kunnen vergaren op één van de andere manieren die worden genoemd in Werkinstructie 2021/12, door bijvoorbeeld gebruik te maken van informatie van de behandelaar van eiser, informatie via de gemachtigde of een vertrouwenspersoon of door het op schrift stellen van het relaas door de vreemdeling. Het vergaren van informatie over het asielmotief van de vreemdeling op alternatieve wijze valt naar het oordeel van de rechtbank onder inspanningen die in alle redelijkheid van de minister kunnen en mogen worden verwacht. Dat blijkt namelijk ook uit artikel 14, tweede lid, onder b, van de Procedurerichtlijn.
Gelet op het voorgaande komt het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking. De minister dient opnieuw onderzoek te doen naar de asielaanvraag van eiser. Hoe de minister dit onderzoek moet verrichten, laat de rechtbank over aan de minister. Bij het nieuw te nemen besluit dient de minister in ieder geval de laagbegaafdheid van eiser expliciet in de besluitvorming mee te nemen en toe te lichten hoe dit een rol heeft gespeeld bij de beoordeling.
Het beroep is gegrond en de overige beroepsgronden behoeven daarom geen bespreking meer.
Conclusie en gevolgen
11. De minister heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing te nemen. Ook draagt de rechtbank niet aan de minister op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Naar het oordeel van de rechtbank is dit geen doelmatige en efficiënte manier om de zaak af te doen.
12. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van twaalf weken.
13. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 30 augustus 2023;
- draagt de minister op binnen twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.1814,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.F.J. Bernt, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Hol, griffier.
BIJLAGE
ZITTINGSAANTEKENINGEN
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Aantekeningen van het verhandelde ter zitting van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken op 30 juni 2025
Tevens is ter zitting verschenen: collega van de IND
Opening: Welkom. U bent meneer [eiser] . Naast u zit de tolk mevrouw Abdulla, verstaat u elkaar goed?
E: Ja.
R: Uw advocaat is er ook. Aan de andere kant ziet u meneer Menschaart namens de minister. U hebt ook een collega meegenomen. Naast mij zit mevrouw Hol en wij hebben samen de zaak voorbereid. Wij gaan het hebben over de afwijzing van uw asielaanvraag.
GE: Ik heb vandaag een brief gekregen over de situatie van de meneer. Ik kan dat mailen of voorlezen. Ik had een tolk in de taal Krio geprobeerd te regelen, maar die is er niet. Volgens mij gaat het goed.
E: Ja, het is alleen iets te snel.
R: Ik ga proberen wat langzamer alles te doen. Als ik te snel ga, geeft u dat dan aan.
GE: De huidige medische situatie staat in de brief van [bedrijf 1] . Het is de psychiater. Er is sprake van enige verbetering bij het aangaan van contact met de buitenwereld. Hij is stabieler en minder snel van slag. Tegelijkertijd is sprake van sterke vermijding en trauma gerelateerd wantrouwen en bij momenten psychotische overschrijding. Hij doet regelmatig een beroep op de hulpverlenging buiten de gestelde momenten. Er is veel wantrouwen richting de omgeving en balans is dun en breekbaar. Hij heeft heel erg de neiging om zichzelf terug te trekken en er wordt gekeken naar wat hij aankan. Hij is onder de sociaal psychologische hulpverlening. Vandaag is hij voor het eerst alleen op stap.
R: Meneer uw advocaat vertelt de laatste stand van zaken over uw gezondheid. Wilt u daar nog iets over zeggen?
E: Het is erg moeilijk voor mij om dingen uit het verleden terug te halen. Ik word makkelijk getriggerd door de menigte. Voor nu gaat het goed met mij.
R: Ik heb ook gelezen in de medische stukken dat u moeite hebt met praten over het verleden. We gaan het over de asielaanvraag hebben. Misschien is dat voor u moeilijk of spannend.
E: Vandaag?
R: Het is fijn dat u er bent.
E: Ja, is goed.
R: Ik kijk even naar u mevrouw de Vilder. Ik heb vragen voor u en zal ze zo veel mogelijk aan u richten. Meneer heeft een medische vergunning, per wanneer?
GV: De beschikking is van 3 april 2025. De medische vergunning is geldig van 18-10-2024 tot 18-10-2029.
R: Het is fijn dat u een medische verblijfsvergunning hebt. Vandaag gaan we het over de asielvergunning hebben. U zegt ik kom uit Sierra Leone en ik kan niet terug omdat er daar een groot probleem is.
E: Ja.
R: Het is wat lastig om te communiceren. Ik kijk ook naar u mevrouw de Vilder, want u kan dat beter inschatten. De minister zegt eigenlijk dat zij niet geloven dat u homoseksueel bent. Uw advocaat is het daar niet mee eens en daar gaan we het over hebben. Er is een verweerschrift gekomen en per vandaag de e-mail van [bedrijf 1] . Er is ook een brief van COC. De rode draad is, is er voldoende rekening gehouden met het referentiekader? We beginnen bij u mevrouw de Vilder. U zegt dat blijkt onvoldoende. U zegt het ziektebeeld was er al tijdens de gehoren. Hoe blijkt volgens u dat daar onvoldoende rekening mee is gehouden?
GE: Ik verwijs naar de gronden en ik heb het meerdere malen in het nader gehoor gezien. Hij zegt vaak dat hij de vraag niet begrijpt. Hij wil in de kamer blijven en is emotioneel. Dat is aan het begin van het gehoor. Hij had ook de medicatie niet geslikt, omdat hij dacht dat hij anders niet wakker zou worden. Waar ik met name over val is het verhaal over de praktische keuze. Ik zie het staan op pagina 13. Dan vraagt de rapporteur zelf: is homoseksualiteit een keuze? Je ziet hem dan zeggen: u zei toch dat ik de voor- en nadelen moet benoemen? Daarna begrijpt hij de vragen ook niet meer. Eiser zegt dan ik heb het over de botaways. Dat was praktisch en het waren alleen maar jongens. Daar wordt niet op doorgevraagd en dat bedoelde hij misschien wel met praktisch. Ik heb het ook in de zienswijze aangegeven. Ik heb het herhaald in de beroepsgronden en in punt 15 van de beroepsgronden leg ik uit dat de communicatie heel moeilijk gaat. Ik heb gevraagd wat hij daarmee bedoelt en hoe hij het voelt. Dan zegt verweerder dat dat eerder had gemoeten. Al met al vind ik dat onvoldoende rekening is gehouden met hoe hij is.
R: U zegt bij eerste gehoor is daar al op gewezen. Hoe moet ik dat gieten in de aanvraag? Vindt u dan dat daar tekort is geschoten?
GE: Ik vind dat het onzorgvuldig is dat hij te laat zou zijn met dingen naar voren brengen. Het gaat ook om seksuele geaardheid en ik denk dat er een aanvullend gehoor had moeten komen naar aanleiding van de zienswijze. Er is sprake van onzorgvuldigheid en er is onvoldoende samengewerkt gelet op zijn situatie.
R: U heeft ook een e-mail ingebracht dat het lastig is en dat hij vluchtgedrag vertoont zoals de psychiater omschrijft. Zegt u daar was sprake van?
GE: Ik, was er niet bij en ik merk zelf tijdens de bespreking dat je echt heel gericht en makkelijk tegen hem moet praten.
R: Kunt u het zichzelf nog herinneren dat u met de IND moest praten?
E: Het is een tijd geleden.
R: Kunt u daar nog iets over zeggen hoe u dat hebt beleefd?
E: Ik begrijp de vraag niet.
R: Ik heb het gehoor gelezen. U zegt best vaak ik begrijp het niet. Kunt u zich dat nog herinneren dat u het lastig vond om de vragen te begrijpen?
E: Ja, het is moeilijk om te begrijpen.
R: Hielp het dan als de vragen opnieuw werden gesteld?
E: Is uw vraag of het helpt als de vraag opnieuw wordt gesteld?
R: Ja, als door de IND de vraag opnieuw wordt gesteld, snapt u het dan?
E: Ik snap de vraag niet.
R: Uw advocaat zegt toen u door de IND werd gehoord dat u niet goed de vragen begreep.
E: Dat klopt.
R: Ik vroeg als de IND de vragen opnieuw ging stellen of dat hielp voor u?
E: Ik kan het mij niet herinneren.
R: Mijn eerste vraag aan de IND is, ik las de medische adviezen en dat een vertrouwenspersoon aanwezig moest zijn.
GV: Daar is door eiser geen gebruik van gemaakt, maar dat had wel gemogen. Dat is niet expliciet naar voren gekomen.
R: De IND zegt er is wel voldoende rekening gehouden. Zowel met zijn psychische gesteldheid als de laagbegaafdheid. Dat laatste, hoe is daar rekening mee gehouden en hoe blijkt dat uit de verslaglegging?
GV: Dat blijkt uit pagina 2 van het voornemen en in de beschikking op pagina 4. Daar wordt voldoende naar voren gebracht dat daarmee rekening is gehouden. De vragen zijn herhaald en op een andere manier uitgelegd. Dat is expliciet en heel duidelijk naar voren gekomen, ik verwijs naar pagina 6 van de beschikking. Er mag verwacht worden dat de vragen duidelijk genoeg gesteld waren.
R: Krijgen de gehoormedewerkers speciale training om met laagbegaafdheid om te gaan? Voor wat betreft de psychische kant zie ik dat pauze aangeven mag en dat vragen anders worden gesteld. Is dat genoeg in het kader van laagbegaafdheid? Zijn de mensen daarvoor geschoold?
GV: Dat wordt benadrukt en er wordt meerdere keren doorgevraagd en de vragen worden op verschillende manieren uitgelegd.
R: Er wordt door IND verwezen naar alle pagina’s waar dat gebeurd is. Als ik naar de voetnoot kijk, met alle paginanummers genoemd, dan is dat een hoop. Zegt dat dus niet iets? Kennelijk werkte dat niet voor meneer?
GV: Dat de vragen zijn herhaald, daaruit blijkt juist dat het een geschikt middel is. Ik deel uw mening niet. Met kwetsbaarheid moet voldoende rekening worden gehouden en dat is gebeurd. Het verhaal moet aannemelijk worden gemaakt door de vreemdeling.
GE: Het moet langzamer voor meneer.
GV: Daar is voldoende rekening mee gehouden.
R: Ergens in het besluit staat dat referentiekader gaan we erbij betrekken. Verder gaat het erover dat hij niet zo veel weet over lhbti in Sierra Leone. Er staat in het besluit ondanks zijn psychische gesteldheid en laagbegaafdheid verwachten we dat het duidelijk is.
GV: Gemachtigde zegt dat dit anders interpreteerbaar is. Verweerder zegt dat dat niet zo is en heeft dat ook onder elkaar gezet.
R: Het standpunt is, als we het hebben over lhbti in Nederland dan heeft meneer weinig laten zien. En dat mag wel verwacht worden? Had daar niet in het referentiekader rekening mee moeten worden gehouden?
GV: Verweerder zegt dat daar rekening mee is gehouden. Als het gaat over dat hij geen contact heeft gehad over zulke organisaties. Eiser heeft zich er niet in verdiept.
R: Er was ook sprake van een slechte psychische toestand. Als je het aan de ene kant gebruikt en de andere kant niet dat is dan vreemd?
GE: Met lhbti in Nederland heeft hij nu wel contact.
R: Het ging over de situatie in Sierra Leone en ik vroeg me af, speelde dat toen ook een rol?
GV: Het ging ook over situatie in Sierra Leone en daar heeft hij niks over verklaard.
R: Ik ga even naar meneer, gaat het?
E: Ja.
R: Het punt van praktische keuze.
GV: Een authentiek en persoonlijke verhaal is waar verweerder naar op zoek is en dat weegt het meest mee. Over de praktische keuze in het nader gehoor staat meermalen dat ernaar is gevraagd. Op pagina 16 en 30 in het nader gehoor en pagina 31. Hier zijn ook de financiële redenen als verklaring van zijn seksuele geaardheid genoemd. Het kan niet worden gevolgd dat het om een misverstand gaat. De reactie op het nader gehoor had daar ook voor gebruikt kunnen worden.
R: Meneer [eiser] , voor de IND is het belangrijk dat uw homoseksualiteit een praktische keuze is. Kunt u daar iets over zeggen?
E: Ik kan me niet herinneren dat ik dat heb gezegd. Het enige dat ik me kan herinneren is dat partners altijd misbruik van mij maken. Voor hen ging het alleen om loltrappen en niet over iets authentieks.
R: Gaat het ook over [persoon 1] ?
E: [persoon 1] ?
R: Dat was uw partner is Sierra Leone.
E: Ik had het over [persoon 3] .
R: Weet u nog dat u heeft gezegd dat u niet graag met vrouwen wil zijn?
E: Iets over dat ik het niet leuk vind om met vrouwen te zijn?
R: De IND zegt het is een praktische keuze, maar u zegt ik weet dat niet meer. Kunt u iets vertellen over hoe het ging, dat u wist ik ben homoseksueel?
E: Wat ik probeerde te benadrukken is dat de partners die ik in Nederland had dat alleen deden voor de lol. Zij kwam niet opdagen bij COC-activiteiten. Als ik ze mee vroeg dan kwamen ze niet opdagen en dat probeerde ik te benadrukken. Dat is verkeerd begrepen met de tolk. De manier waarop mensen mij behandelen is niet eerlijk. Ze willen niet aan andere mensen laten zien dat wij samen zijn, maar alleen voor seks en voor de lol. Ik wil iets authentieks en dan komen ze niet opdagen.
R: Ik wil graag met iemand samen zijn dat heb ik gelezen, klopt dat?
E: Ja, ik wil samen zijn met een partner. De laatste keer dat ik mijn advocaat zag heeft ze dat ook gevraagd. Ik ben nog steeds zoekende. Het gaat ook over iets authentieks.
R: Wanneer wist u nou als jonge jongen dat u homoseksueel was. Hoe ging dat?
E: We waren aan het spelen. We deden verschillende activiteiten. We noemen het botaways.
R: Oké, dank u wel. Nog een vraag voor u mevrouw de Vilder. U heeft het gehad over het inzoomen op de discrepanties, maar dat het gaat om de grote lijnen. Vind u dan dat de IND op basis van de grote lijnen anders had moeten kijken?
GE: Het gaat er om, is hij homoseksueel? Er wordt heel erg ingezoomd op de praktische keuze. Dat is natuurlijk niet zo. Je bent het of je bent het niet. Daar is sowieso aan voorbij gegaan. Daarnaast is het ook nog zo dat ik vind dat de rapporteur hem dat in de mond heeft gelegd. De vraag is: was homoseksueel voor u een keuze? ‘Ja’ zegt hij en hij zegt dat hij die keuze voor de rest van zijn leven heeft gemaakt en ik heb er ook plezier van. Dan vraagt de rapporteur ook; is dat ook om financiële redenen en of het een praktische keuze is. Vanaf daar gaat het de hele tijd daarover. Hij heeft helemaal niet bedoeld te zeggen ik ga nu homo worden. De rapporteur is gekomen met het woord praktische keuze.
GV: Verweerder wil echt benadrukken dat het zwaartepunt ligt bij het authentieke en persoonlijk verhaal en daar wordt hij niet in geloofd. Daar komen dan dingen bij, zoals de praktische keuze. Vragen zijn herhaald en verduidelijkt. De discrepanties zelf zijn gewogen, maar daar ligt het zwaartepunt niet.
GE: De verklaringen van derden, daarvan werd gezegd daar wordt op teruggekomen?
GV: Dat speelt hier een minder grote rol, maar de foto’s die zijn overgelegd daar wordt niet heel veel waarde aan toegekend. Het speelt geen grote rol dat het geen authentieke documenten zijn.
GE: Uit de beschikking blijkt niet hoeveel gewicht daar aan wordt gegeven. Over zijn relaties in Nederland wordt niet veel gezegd. Dat is vreemd.
GV: Dat heeft eiser onvoldoende gemotiveerd. Verweerder heeft gemotiveerd dat dat binnen de beoordelingsvrijheid ligt om dat als onvoldoende te beschouwen.
R: Er staat dat het niet wordt meegenomen?
GV: Het is onvoldoende gemotiveerd.
R: Wat is onvoldoende gemotiveerd?
GV: Er is heel weinig over onderbouwd en daarom wordt het niet goed meegewogen. In het besluit is bijvoorbeeld genoemd u vervalt in algemeenheden.
GE: Hij heeft verteld over de COC-verenigingen en hij is veel verplaatst. De personen waarmee hij de relatie had waren uit op plezier. Het gaat niet verder. De relatie blijft in die zin vaag.
R: Wat wilde u dat de IND daarmee deed?
GE: Dat het wordt meegewogen bij de gestelde homoseksualiteit. Dat dat te laat zou zijn ingebracht vind ik onvoldoende gemotiveerd.
GV: Ook daar is het vrij laat ingebracht.
R: Het is ex nunc.
GV: De hoorzitting is daar juist voor gemaakt. Als daar iets niet duidelijk voor is dan kan dat daar gedaan worden. Dit is niet het enige punt en dan is het heel slecht toetsbaar. Ik wil verwijzen naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag, van 7 augustus 2024 met ECLI-nummer: ECLI:NL:RBDHA:2024:12349, r.o. 7.4.
R: Meneer [eiser] , ik heb geen vragen meer. Is er iets dat u zelf nog wil vertellen?
E: Iets om toe te voegen?
GE: Heb je alles begrepen?
E: Kunt u dat herhalen?
T: Hebt u alles begrepen?
E: Ja.
T: Wilt u nog iets vertellen wat u belangrijk vindt?
Waarneming griffier: Eiser kijkt heel lang naar de rechter en zegt niks.
R: Ja, of u iets wilt vertellen dat u belangrijk vindt?
E: Ja, want tijdens mijn verblijf hier heb ik veel meegemaakt. Een depressie en last van mijn gezondheid. Ik kon ook niet naar de organisaties komen. Daarom zijn die later pas gekomen. Ik wil dat zij dat begrijpen.
R: Oké, dank u wel. Ik ga het onderzoek sluiten. Wij gaan nadenken en de uitspraak opschrijven op papier. In de uitspraak staat of u gelijk krijgt of de IND gelijk krijgt en ook waarom. De uitspraak komt uiterlijk 12 augustus. Als de uitspraak eerder is dan komt die eerder. Hij gaat naar uw advocaat.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.