ECLI:NL:RBDHA:2025:27204

ECLI:NL:RBDHA:2025:27204

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-10-2025
Datum publicatie 03-02-2026
Zaaknummer NL25.38495
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Verweerder heeft eisers asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard omdat Zuid-Korea voor hem een veilig derde land is om naar toe te gaan. De rechtbank concludeert echter dat verweerder dit niet goed heeft gemotiveerd omdat verweerder niet heeft gereageerd op de recente bronnen van eiser over Zuid-Korea als veilig derde land. Over het uitgevaardigde terugkeerbesluit, waarin staat dat eiser moet terugkeren naar Egypte of Zuid-Korea, concludeert de rechtbank dat verweerder dit niet zorgvuldig heeft voorbereid en ook niet goed heeft gemotiveerd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.38495

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. J.E. Groenenberg),

en

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser en het tegen hem uitgevaardigde terugkeerbesluit. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag.

Verweerder heeft eisers asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard omdat Zuid-Korea voor hem een veilig derde land is om naar toe te gaan. De rechtbank concludeert echter dat verweerder dit niet goed heeft gemotiveerd. Over het uitgevaardigde terugkeerbesluit, waarin staat dat eiser moet terugkeren naar Egypte of Zuid-Korea, concludeert de rechtbank dat verweerder dit niet zorgvuldig heeft voorbereid en ook niet goed heeft gemotiveerd. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 30 juli 2025 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 14 augustus 2025 deze asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard. Hierbij heeft verweerder ook een terugkeerbesluit tegen hem uitgevaardigd.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 7 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser en [tolk] als tolk deelgenomen. Verweerder heeft zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft de Egyptische nationaliteit en is geboren op [datum] 2004. De veiligheidsdienst is op zoek naar eiser en zijn familie, vanwege politieke redenen. Eiser ging van jongs af aan al mee naar demonstraties tegen de voormalig dictator. Eén broer van eiser is door de veiligheidsdienst gearresteerd waarna hij is verdwenen en een andere broer is een keer aangehouden. Eiser vreest dat hem hetzelfde zal overkomen en is daarom met een visum voor een taalstudie naar Zuid-Korea gegaan. Hier heeft eiser van 30 mei 2023 tot 29 juli 2025 gewoond. Eiser heeft vervolgens Zuid-Korea verlaten en in Nederland asiel aangevraagd.

Het bestreden besluit

4. Verweerder verklaart de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw, omdat Zuid-Korea voor eiser een veilig derde land is. Eiser heeft een band met Zuid-Korea en het is aannemelijk dat eiser zal worden toegelaten tot Zuid-Korea. Verweerder vaardigt ook een terugkeerbesluit uit, gericht op Zuid-Korea of Egypte.

Had verweerder het bestreden besluit moeten ondertekenen?

5. Eiser voert aan dat het bestreden besluit niet ondertekend is. Eiser verwijst hierbij naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 6 november 2023. Het gebrek is tot heden niet hersteld, waardoor verweerder de bestreden beschikking niet kan handhaven.

De rechtbank overweegt dat de Afdeling in de uitspraak van 6 november 2023 heeft geoordeeld dat een terugkeerbesluit kenbaar en toetsbaar moet zijn. Het moet daarvoor mogelijk zijn om te controleren of het terugkeerbesluit door een bevoegd persoon is genomen. De Afdeling heeft geconcludeerd dat het ontbreken van een ondertekening in die zaak een gebrek opleverde. Deze zaak verschilt van onderhavige zaak. In de zaak die voorlag bij de Afdeling ging het om een los terugkeerbesluit dat was genomen door de AVIM, waarbij sprake was van een ondertekeningsmandaat in de zin van artikel 10:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In deze zaak is artikel 10:1 van de Awb van toepassing en is een ondertekening niet verplicht. Het is voor eiser ook mogelijk om te controleren wie het bestreden besluit heeft genomen, omdat de naam van de beslismedewerker in het besluit is vermeld en het team waarin deze werkzaam is. Het ontbreken van de ondertekening levert daarom geen gebrek op. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Kon verweerder verwijzen naar een niet gepubliceerde uitspraak?

6. Eiser voert aan dat verweerder verwijst naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, die niet is gepubliceerd (NL25.17668). Dit is relevante informatie die verweerder achterhoudt terwijl eiser meermaals heeft verzocht om de uitspraak in te zien. Eiser kan hierdoor niet inhoudelijk reageren. Dit is in strijd met de artikelen 6 en 13 van het EVRM.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende inzicht heeft gegeven in zijn besluitvorming. In het voornemen is verwezen naar de genoemde uitspraak en is gesteld dat in die uitspraak sprake is van soortgelijke omstandigheden als in eisers zaak en zijn vervolgens die omstandigheden beschreven. De rechtbank ziet niet in dat eiser hierop niet inhoudelijk had kunnen reageren en ziet de verwijzing naar de uitspraak dan ook niet als een gebrek in het bestreden besluit. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Moest verweerder een mondelinge toelichting geven bij het terugkeerbesluit?

7. Eiser voert aan dat uit artikel 12, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn volgt dat verweerder het terugkeerbesluit mondeling moet toelichten indien eiser dit verzoekt. Verweerder heeft niet uitgelegd waarom hij dit niet doet terwijl eiser wel om zo’n toelichting heeft verzocht.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder kon volstaan met een schriftelijke toelichting bij het terugkeerbesluit. Naar het oordeel van de rechtbank dient verweerder op grond van artikel 12, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn op verzoek een schriftelijke of een mondelinge toelichting bij het terugkeerbesluit te verstrekken. Uit deze bepaling volgt niet dat de verzoeker kan bepalen of dit schriftelijk of mondeling moet gebeuren, verweerder mag dus kiezen. Nu verweerder een schriftelijke toelichting heeft gegeven, heeft hij voldaan aan deze bepaling. Eiser heeft overigens ook niet benoemd dat hij enig nadeel heeft ondervonden. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Heeft verweerder Zuid-Korea als veilig derde land kunnen aanwijzen voor eiser?

8. Eiser heeft verweerder gevraagd wanneer de laatste drie keer is geweest dat de Commissie op de hoogte is gebracht van het feit dat Zuid-Korea als veilig derde land wordt aangemerkt, zoals voorgeschreven in artikel 38 van de Procedurerichtlijn. Verder voert hij aan dat uit artikel 38 van de Procedurerichtlijn en overweging 48 van de preambule van deze richtlijn volgt dat landen als veilig derde land aangemerkt kunnen worden op basis van actuele informatie. Bij het aanmerken van Zuid-Korea als veilig derde land, verwijst verweerder naar het informatiebericht 2020/165, van 10 december 2020. Inmiddels is dit informatiebericht bijna vijf jaar oud en de informatie waar het informatiebericht op is gebaseerd is nog ouder. Hieruit blijkt dat verweerder op basis van onvoldoende actuele informatie Zuid-Korea heeft aangewezen als veilig derde land. Daarnaast geeft verweerder in het bestreden besluit onvoldoende aan wat de concrete bronnen zijn op basis waarvan hij Zuid-Korea als veilig derde land aanmerkt. Verweerder werpt ook ten onrechte tegen dat de bronnen die eiser heeft overgelegd enkel zien op de algemene situatie in Zuid-Korea, waardoor ze niet van toepassing zijn op de individuele situatie van eiser. Verweerder miskent dat deze stukken juist de realiteit van de algemene situatie aantonen waar eiser in zal belanden en waarom daaruit volgt dat Zuid-Korea niet aangemerkt kan worden als veilig derde land voor hem.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat Zuid-Korea een veilig derde land is voor eiser. Verweerder stelt in het bestreden besluit dat hij niet begrijpt wat eiser bedoelt met zijn verzoek om te laten weten wanneer de Commissie in de laatste drie keer op de hoogte is gebracht. Hier kan de rechtbank verweerder niet volgen; hij had eenvoudig kunnen nalezen dat in artikel 38, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn staat dat de lidstaten de Commissie op gezette tijden in kennis stellen van de landen waarop dit begrip wordt toegepast overeenkomstig het bepaalde in dit artikel. De informatie die eiser verzoekt, verstrekt verweerder in ieder geval niet. Ook verder reageert verweerder volgens de rechtbank niet adequaat op wat eiser aanvoert. Verweerders standpunt dat Zuid-Korea een veilig derde land is, baseert hij met name op het Informatiebericht SUA “IB 2020/165 Beoordeling veilig derde land – Zuid Korea”, van 10 december 2020. Eiser verwijst naar verschillende informatiebronnen van recentere datum. Zo verwijst hij naar rapporten van het Verenigde Naties (VN) Mensenrechtencomité van 24 november 2023, van het VN Comité tegen Foltering van 16 augustus 2024 en van NANCEN Refugee Rights Center van 13 juli 2024. Eiser verwijst ook naar verschillende artikelen van Middle East Eye, Alestiklal, Aljazeera, Korea Times en Noonpost. Maar één artikel waar eiser naar verwijst dateert van voor het genoemde informatiebericht. Verweerders standpunt dat de door eiser aangevoerde algemene bronnen niet specifiek over hem persoonlijk gaan vindt de rechtbank geen adequate reactie nu verweerder zelf verwijst naar algemene bronnen die niet specifiek over eiser gaan om te onderbouwen dat Zuid-Korea voor hem een veilig derde land is. Eiser kan dan vervolgens de juistheid of toepasselijkheid van verweerders algemene bronnen betwisten met andere algemene bronnen. De rechtbank moet verder constateren dat verweerder niet heeft gereageerd op wat eiser in beroep heeft aangevoerd, noch met een verweerschrift noch met een reactie ter zitting. De rechtbank concludeert daarom dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd en dat deze beroepsgrond slaagt.

Kon verweerder in het terugkeerbesluit bepalen dat eiser moet terugkeren naar Zuid-Korea of Egypte?

9. Eiser voert aan dat verweerder miskent dat er systematische problemen zijn met de asielprocedure in Zuid-Korea. Een gedwongen terugkeer naar Zuid-Korea zou daarom een schending zijn van artikel 3 van het EVRM. Eiser verwijst naar een rapport van het VN Mensenrechtencomité van 24 november 2023 waarin zorgen worden geuit over het systematisch gebruik van administratieve detentie van migranten in onregelmatige situaties en frequente detentie van asielzoekers met een onregelmatige migratiestatus. Ook verwijst eiser naar het arrest Adrar van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

De rechtbank overweegt dat, gelet de overwegingen hiervoor onder 8.1, verweerder alsnog deugdelijk moet motiveren dat eiser bij terugkeer naar Zuid-Korea geen reëel risico op ernstige schade loopt.

10. Eiser voert verder aan dat verweerder niet heeft getoetst of terugkeer naar Egypte in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Hij heeft dit in zijn zienswijze, beroep en ter zitting aangekaart zonder reactie van verweerder. Ook hierbij verwijst eiser naar het al genoemde arrest Adrar.

De rechtbank constateert dat verweerder niet heeft getoetst of eiser een risico loopt in de zin van artikel 3 van het EVRM bij terugkeer naar Egypte. De conclusie is dat verweerder het terugkeerbesluit niet zorgvuldigheid heeft voorbereid en niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Deze beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit is genomen in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat eiser gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor zes weken.

12. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten.

Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 14 augustus 2025;

- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, rechter, in aanwezigheid van mr. J.W. Robijn, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Kraefft

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?