ECLI:NL:RBDHA:2025:27211

ECLI:NL:RBDHA:2025:27211

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-10-2025
Datum publicatie 03-02-2026
Zaaknummer NL25.50037
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Bewaring eerste beroep, aanvullend pv over tijdstip overname, rechtbank niet bevoegd te oordelen over medische zorg/cameratoezicht politiebureau, geen geactualiseerde beoordeling non-refoulement, beroep ongegrond.

Uitspraak

Gronden van de maatregel van bewaring

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.50037

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. E. Derksen),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. L. Hartog).

Procesverloop

Bij besluit van 13 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet ook worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 20 oktober 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen Z. Hamidi. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft de zaak aangehouden om de minister in de gelegenheid te stellen om een aanvullend proces-verbaal te overleggen over het tijdstip van overname en ophouding. De minister heeft dit aanvullend proces-verbaal op dezelfde dag ingediend en de gemachtigde van eiser heeft hierop gereageerd. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten op 21 oktober 2025.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2007.

Overname en ophouding

2. Eiser voert aan dat de ophouding eerder is begonnen dan 14.53 uur. In het proces-verbaal van ophouding (M105-A) onder punt 1 staat dat eiser is overgenomen en opgehouden op 13 oktober 2025 om 14.53 uur, maar daar kan niet vanuit worden gegaan. Onder punt 2 in de M105-A staat namelijk dat eiser om 14.27 uur op zijn rechten is gewezen. Hierdoor kan ook niet worden vastgesteld op welk tijdstip eiser exact is overgenomen uit het strafrechtelijke traject. Volgens eiser betekent dit ook dat het vertrekgesprek dat op 13 oktober 2025 om 14.30 tot 15.00 uur met hem is gevoerd, een verkapt verhoor was in het kader van de ophouding. Eiser wijst erop dat dit verhoor mede is afgenomen door de AVIM-medewerker die hem later heeft gehoord in het kader van de bewaring en de maatregel van bewaring heeft opgelegd. Eiser vindt het ook opmerkelijk dat deze AVIM-medewerker om 14.58 uur een piketmelding gedaan. Eiser betoogt dat bij dit verkapte verhoor in het kader van de ophouding de waarborgen van artikel 4.18, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) niet zijn nageleefd. De piketcentrale is namelijk niet in kennis gesteld en de komst van een advocaat is niet afgewacht, terwijl eiser wel had verklaard prijs te stellen op de aanwezigheid van een advocaat in het geval van een verhoor. Volgens eiser is sprake van een ernstig gebrek en is hij hierdoor ook ernstig in zijn belangen geschaad, nu de motivering van de maatregel mede is gebaseerd op de verklaringen van eiser tijdens het vertrekgesprek. De maatregel van bewaring is daarom volgens eiser onrechtmatig.

3. De rechtbank overweegt als volgt. De minister heeft op de zitting toegelicht dat hij contact heeft gehad met de AVIM, en dat de AVIM heeft toegelicht dat het tijdstip van 14.27 uur in de M105-A staat, omdat het formulier op dat tijdstip is aangemaakt. Het tijdstip kwam er automatisch in te staan, en kon later niet meer worden aangepast. De ophouding is aangevangen om 14.53 uur en de mededelingen zijn daarna gedaan. Omdat de gemachtigde van eiser dit heeft betwist, heeft de rechtbank een aanvullend proces-verbaal opgevraagd. Hierin staat het volgende:

“(…) Diezelfde dag, te 14.53 uur heb ik betrokkene overgenomen na heenzending uit zijn strafzaak. Betrokkene was in de tijd voor strafrecht nog gesproken door de regievoerder van de DT&V. Hij had in het vertrekgesprek aangegeven niet mee te willen werken aan een terugkeer naar Marokko. Ik heb toen besloten betrokkene over te nemen in verband met zijn onrechtmatige verblijf in Nederland. Het tijdstip van overname is gewoon correct en ook de daadwerkelijke tijdstip van overname.

Echter zijn de verkeerde tijdstippen genoteerd van het mededelen van de rechten aan de vreemdeling. In de m105-a is het tijdstip 14.27 uur opgenomen. Dit is dus niet correct. De mededelingen zijn pas na de overname gedaan aan betrokkene. Ik heb de digitale melding voor vreemdelingenpiket te 14.57 uur verstuurd. De mededelingen met de rechten zijn diezelfde dag te 15.00 uur aan betrokkene medegedeeld. Het tijdstip van 14.27 uur is dus niet correct en verkeerd genoteerd. (…)”

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het aanvullend op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal afdoende dat eiser is overgenomen en opgehouden op 13 oktober 2025 om 14.53 uur en dat de mededelingen over zijn rechten daarna zijn gedaan. De toelichting in het aanvullend proces-verbaal kan worden gelezen in het verlengde van de toelichting van de minister op zitting. De rechtbank volgt eiser dus niet in zijn betoog dat de toelichtingen tegenstrijdig zijn met elkaar. Verder is het aanvullend proces-verbaal opgemaakt door de AVIM-medewerker die de piketmelding heeft gedaan, het gehoor voorafgaand aan de bewaring heeft afgenomen en de maatregel van bewaring heeft opgelegd. Dat het niet dezelfde medewerker is als degene die de M105-A heeft ondertekend is voor de rechtbank op zichzelf geen aanleiding om niet van de juistheid van het aanvullend proces-verbaal uit te gaan. Het voorgaande betekent ook dat het vertrekgesprek tijdens het strafrechtelijke traject en dus voorafgaand aan de overname en ophouding (en de mededelingen) heeft plaatsgevonden. De rechtbank volgt daarom niet dat sprake was van een verkapt verhoor in het kader van de ophouding waarbij de waarborgen van artikel 4.18, eerste lid, van de Vb niet zijn nageleefd. Dit kan ook niet worden afgeleid uit de enkele omstandigheid dat er een AVIM-medewerker aanwezig was bij het vertrekgesprek. De beroepsgrond slaagt niet.

Medische zorg op het politiebureau

4. Eiser voert aan dat hem op het politiebureau medische zorg is onthouden. Eiser had last van zijn been (hij hinkte). Zijn gemachtigde heeft daarom verzocht om teruggave van de brace die hem was afgenomen, pijnstilling en/of bezoek van een arts. Volgens eiser had direct aan zijn verzoek moeten worden voldaan, ook omdat bekend was dat hij automutileerde en suïcidale uitlatingen had gedaan. Eiser is pas de volgende dag gezien door de medische dienst in het [locatie] ( [locatie] ). Verder had de minister volgens eiser moeten motiveren dat er gegronde redenen waren om hem onder cameratoezicht te stellen.

5. De rechtbank overweegt als volgt. De klacht van eiser over het onthouden van medische zorg en de plaatsing onder cameratoezicht betreft een klacht over de feitelijke toepassing van het regime binnen het politiebureau. Daarvoor staat een andere rechtsingang open, namelijk het indienen van een klacht bij het politiebureau. Gelet hierop kan de rechtbank in deze bewaringsprocedure niet oordelen over de rechtmatigheid van het onthouden van medische zorg en het toepassen van cameratoezicht op het politiebureau. De rechtbank ziet steun voor dit oordeel in de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 10 december 20101, 25 november 20202 en 15 juni 20223. De beroepsgrond treft daarom geen doel.

6. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De minister heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vb, als zware gronden vermeld dat eiser:

3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;

3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;

3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;

3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer; en als lichte gronden vermeld dat eiser:

4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden.

7. De rechtbank stelt vast dat eiser de gronden van de maatregel niet heeft betwist. De rechtbank is van oordeel dat de gronden en de motivering daarvan de maatregel van bewaring kunnen dragen.

Zicht op uitzetting / non-refoulement

8. Eiser voert aan dat er geen zicht op uitzetting is, omdat eerst beoordeeld moet worden of hij vanwege zijn homoseksualiteit risico loopt bij terugkeer naar Marokko. Dit is niet beoordeeld in het besluit op eisers vorige asielaanvraag, omdat eiser hier tijdens het nader gehoor van 16 september 2025 (nog) niet over kon verklaren. Uit het medisch dossier blijkt echter dat eiser homoseksueel is en dit moet alsnog beoordeeld worden. Eiser verwijst naar het arrest Ararat van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 17 oktober 20244.

1. ECLI:NL:RVS:2010:BO8075.

Ambtshalve toetsing

2 ECLI:NL:RVS:2020:2795.

3 ECLI:NL:RVS:2022:1710.

9. De rechtbank overweegt als volgt. Er is recent – in het terugkeerbesluit van 22 september 2025 – een beoordeling gemaakt van het risico voor eiser bij terugkeer naar Marokko. Dit terugkeerbesluit staat in rechte vast. In het dossier van de medische dienst van het [locatie] is opgenomen dat eiser op 14 oktober 2025 heeft verklaard dat hij tot de LHBTIQ gemeenschap hoort en bang is voor mensen op de afdeling vanwege zijn seksuele geaardheid. Eiser heeft dit ook verklaard op de zitting. De rechtbank ziet in de enkele verklaring van eiser dat hij homoseksueel is echter onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat het terugkeerbesluit berust op een achterhaalde beoordeling of om nu tot het oordeel te komen dat de bewaring moet worden opgeheven in verband met een refoulementrisico. Van eiser mag worden verwacht dat hij dit nader aanvult en verheldert. Dat heeft eiser nagelaten. De rechtbank kan uit het nader gehoor van 16 september 2025, p. 5, ook niet opmaken dat eiser wilde verklaren over zijn homoseksualiteit maar dit niet kon. Eiser verklaarde immers: “Maar door het gebruik ontstonden er ook veel problemen ook met mijn familie en moeder maar dat is een onderwerp dat ik niet kan bespreken, ongeacht wat er gezegd wordt.” De rechtbank volgt eiser dus niet in zijn betoog dat er geen zicht op uitzetting is omdat er een geactualiseerde beoordeling moet plaatsvinden. Het terugkeerbesluit van 22 september 2025 mocht ten grondslag worden gelegd aan de maatregel van bewaring. De beroepsgrond slaagt niet.

10. De rechtbank moet ook ambtshalve toetsen of de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. Op grond van de stukken en wat op de zitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat dit niet het geval is.

Conclusie

11. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

4. C-156/23, ECLI:EU:C:2024:892.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

28 oktober 2025

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A. Skerka

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?