Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/690388 / KG ZA 25-837
Vonnis in kort geding van 7 oktober 2025
in de zaak van
1. de vereniging FRANCHISEVERENIGING HN te Doetinchem,
2. [eiser sub 2] h.o.d.n. [handelsnaam 1] T.H.O.D.N. [handelsnaam 2] te [woonplaats 1] ,
3. [eiser sub 3] h.o.d.n. [handelsnaam 3] T.H.O.D.N. [handelsnaam 4] te [woonplaats 2] ,
4. [eiser sub 4] h.o.d.n. [handelsnaam 5] H.O.D.N. [handelsnaam 6] te [woonplaats 3] ,
5. SODENSO CURO B.V. te Capelle aan de IJssel,
6. SODENSO PROFESSIONALS B.V. te Capelle aan de IJssel,
7. HETFLEX B.V. te Doetinchem,
8. HAPPY2HELP APELDOORN B.V. te Harskamp, gemeente Ede,
9. HAPPY2HELP NIJMEGEN B.V. te Harskamp, gemeente Ede,
eisers,
advocaten mr. D.F.P. van Arkel te Den Haag en mr. J.H.M. Spanjaard te Aalsmeer,
tegen:
HAPPYNURSE FRANCHISE B.V. te Den Haag,
gedaagde,
advocaat mr. A.M.A. Canta te Den Haag.
Eiseres sub 1 zal hierna FVHN worden genoemd. Eisers sub 2 tot en met 9 zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als ‘Franchisenemers’. Eisers sub 2, sub 3 en sub 4 zullen hierna afzonderlijk worden aangeduid als ‘ [eiser sub 2] ’, ‘ [eiser sub 3] ’ en ‘ [eiser sub 4] ’. Eisers zullen samen FVHN c.s. worden genoemd. Gedaagde wordt hierna aangeduid als ‘Franchisegever’.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 5 september 2025 met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de op 16 september 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2. De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
Franchisegever exploiteert uitzendbureaus in de zorg onder de door haar ontwikkelde HappyNurse franchise formule. Dit doet zij via eigen uitzendbureaus, en ook door uitgifte in franchise aan zelfstandige ondernemers. De HappyNurse franchise formule ziet primair op het ter beschikking stellen van uitzendkrachten en bemiddelt daarnaast zelfstandige ondernemers in de zorg. Marketing en het automatiseringssysteem van Franchisegever maken deel uit van de formule.
Franchisenemers zijn zelfstandige ondernemers die met Franchisegever op grond van franchiseovereenkomsten een samenwerkingsverband zijn aangegaan zodat zij onder de naam van Franchisegever overeenkomsten kunnen sluiten met opdrachtgevers en uitzendkrachten. Franchisenemers hebben zich verenigd in de statutaire vereniging FVHN. FVHN heeft als doel het behartigen van de belangen van haar leden zoals vastgelegd in de franchiseovereenkomst tussen Happy Nurse Uitzendbureau Franchise B.V. en de verschillende franchisenemers. FVHN probeert haar doel onder meer te bereiken door het houden van overleg en het gecoördineerd en actief geven van opvolging aan de uitvoering van de franchiseovereenkomst.
Het bestuur van FVHN en het bestuur van Franchisegever voeren met elkaar overleg in de Franchiseraad. Doel van dit overleg is de HappyNurse franchiseformule te versterken en daar waar mogelijk te verbeteren.
Tussen Franchisegever en FVHN geldt het Reglement van de franchiseraad, waarin onder meer het volgende is bepaald:
De initiële franchiseovereenkomsten die Franchisegever met de afzonderlijke Franchisenemers heeft gesloten, hebben niet allemaal dezelfde ingangsdatum (en daarmee expiratiedatum), maar kennen voor het overige vergelijkbare bepalingen. De franchiseovereenkomsten bevatten onder meer de volgende bepalingen:
Het verdienmodel van Franchisegever is geënt op door Franchisenemers aan Franchisegever te betalen vergoedingen: een vaste vergoeding per week, een franchise vergoeding van 30% van hun brutomarge per jaar, een vergoeding van 1,24% over de omzet inclusief btw (‘factoring fee’, voor incassowerkzaamheden, voorfinanciering en risicoverzekering van debiteuren) en een inkoopprijs voor franchisenemer voor iedere bemiddelde uitzendkracht, zoals nader bepaald in de overwegingen en artikel 19 van de Franchiseovereenkomst.
Het verdienmodel voor Franchisenemers is de marge die zij bovenop de inkoopprijs van uitzendkrachten aan opdrachtgevers in rekening brengen en die zij zelf bepalen.
Vanwege de groei van het aantal zzp’ers in de zorg zijn Franchisenemers zich binnen de Happy Nurse formule ook gaan bezighouden met de bemiddeling van zzp’ers.
Franchisegever en FVHN hebben de afgelopen jaren gesprekken gehad over de samenwerking, marktontwikkelingen en over de vergoedingenstructuur die Franchisegever en Franchisenemers zijn overeengekomen. Tussen partijen is eerder in een kortgedingprocedure bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank geprocedeerd over een voorstel van Franchisegever om een inkoopprijs in te voeren voor Franchisenemers voor het bemiddelen bij zzp’ers. In die procedure is uiteindelijk geen vonnis gewezen. Franchisegever en FVHN c.s. hebben op 5 juli 2023 een vaststellingsovereenkomst gesloten (hierna: de vaststellingsovereenkomst). Daarin zijn onder meer afspraken gemaakt over de zzp-vergoeding die Franchisegever bij Franchisenemers in rekening zal brengen, het in rekening brengen van administratiekosten door Franchisegever, en een bijdrage van Franchisenemers in de ontwikkelingskosten van software programma HappyOne (een online platform dat gebruikt kan worden voor de bemiddeling van flexwerkers). Ook zijn partijen overeengekomen dat Franchisenemers HappyOne zo snel mogelijk samen met Franchisegever zullen implementeren.
FVHN c.s. hebben vervolgens in een procedure bij de rechtbank Den Haag onder meer vernietiging van de vaststellingsovereenkomst gevorderd. Zij hebben aangevoerd dat de vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen op grond van misbruik van omstandigheden dan wel dwaling dan wel dat deze in strijd is met dwingende wetsbepalingen. De vorderingen van FVHN c.s. zijn bij vonnis van 19 februari 2025 afgewezen. Ook is in deze procedure de vraag aan de orde gekomen of de online recruitment marketing bijdrage die is opgenomen in de individuele franchiseovereenkomsten van Franchisenemers door Franchisegever in strijd met de artikelen 7:912 en 7:921 Burgerlijk Wetboek (BW) is doorgedrukt. De rechtbank heeft die vraag ontkennend beantwoord en de door FVHN c.s. gevorderde verklaring voor recht afgewezen. FVHN c.s. zijn in hoger beroep gegaan van het vonnis. Die procedure loopt nu nog.
Franchisegever heeft investeringen gedaan in de HappyNurse chatbot ‘Aisha’. Het doel van deze chatbot is het werkproces voor Franchisenemers efficiënter te laten verlopen. Ook is het de bedoeling dat deze chatbot de gehele terbeschikkingstelling van de uitzendkracht/bemiddeling van zzp’ers kan regelen.
De initiële franchiseovereenkomsten van [eiser sub 3] , [eiser sub 2] en [eiser sub 4] liepen af op respectievelijk 31 mei 2023, 30 september 2024 en 31 maart 2025. Omdat tussen hen en Franchisegever geen overeenstemming werd bereikt over een nieuw te sluiten franchiseovereenkomst, zijn hun franchiseovereenkomsten lopende de gesprekken over een verlenging meerdere malen voor bepaalde tijd verlengd. Telkens voor de einddatum zijn deze overeenkomsten weer verlengd. In deze verlengingen is telkens opgenomen dat na afloop van de bepaalde tijd de franchiseovereenkomst van rechtswege eindigt. De franchiseovereenkomsten van [eiser sub 3] , [eiser sub 2] en [eiser sub 4] zijn laatstelijk verlengd tot 1 oktober 2025. De franchiseovereenkomsten van de overige franchisenemers hebben een expiratiedatum van op of na 1 april 2026.
FVHN en Franchisegever hebben in 2024 veelvuldig overleg gehad over de nieuw te sluiten franchiseovereenkomst. Van de zijde van Franchisegever zijn verschillende voorstellen aan FVHN gestuurd. Partijen zijn het niet eens geworden. Het huidige verschil van inzicht tussen partijen concentreert zich op het vergoedingenstelsel. Het laatste voorstel van Franchisegever dateert van 27 juni 2025. In dat voorstel is in aanvulling op het bestaande vergoedingenstelsel een vergoeding van 0,8% van de omzet exclusief btw voor digitalisering toegevoegd (nieuw artikel 19 lid 1 sub d), en een vergoeding voor een volledig geautomatiseerde ter beschikking/bemiddeling van een kandidaat bij een opdrachtgever van 3,2% van de omzet exclusief btw (nieuw artikel 19 lid 1 sub e). Dit voorstel is niet geaccepteerd. Van de zijde van FVHN is op 7 augustus 2025 een tegenvoorstel gedaan. Franchisegever heeft dit voorstel verworpen.
3. Het geschil
FVHN c.s. vorderen – zakelijk weergegeven – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Franchisegever te verbieden het vergoedingenstelsel binnen de franchiseovereenkomst te wijzigen zolang de FVHN c.s. hiermee niet hebben ingestemd op straffe van verbeurte van een dwangsom totdat over de rechtmatigheid van het hiertoe strekkende besluit van de Franchisegever is beslist door de bodemrechter in een daartoe aanhangig gemaakte bodemprocedure dan wel binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn althans binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn waarbinnen de dagvaarding in de bodemprocedure door FVHN c.s. dient te worden betekend aan de Franchisegever;
althans een zodanige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren.
Franchisegever te veroordelen in de kosten van de procedure, een bedrag aan kosten voor de door haar raadsvrouw verleende juridische bijstand inbegrepen, alsmede met veroordeling van Franchisegever in de nakosten, indien en voor zover Franchisegever niet binnen de wettelijke vereiste termijn van twee dagen, althans binnen een door de rechtbank redelijk geachte termijn, na betekening van het te wijzen vonnis, heeft voldaan.
Daartoe voeren de FVHN c.s. samengevat – het volgende aan.
Voor doorvoering van de door de Franchisegever gewenste wijziging van het vergoedingenstelsel dient zij de instemming van FVHN c.s. te verkrijgen. FVHN c.s. worden geconfronteerd met een ‘slikken of stikken’ tactiek, inhoudende acceptatie van de gewijzigde franchiseovereenkomst of geen verlenging van de franchisesamenwerking. Franchisegever handelt in strijd met het goed franchisegeverschap gelet op de ongelijke onderhandelingspositie van partijen. Franchisenemers zijn van mening dat een wijziging van het vergoedingenstelsel hun instemming behoeft nu dit de in het reglement Franchiseraad opgenomen drempelwaarde van € 3.000,- aanzienlijk overstijgt. De door Franchisegever voorgestelde wijziging van het vergoedingenstelsel heeft een zeer negatieve impact op het verdienmodel van de franchisenemer. Deze impact is zo groot dat geen enkele franchisenemer na de invoering daarvan nog een winstgevend resultaat zal behalen, zodat zij gedwongen zullen worden hun exploitatie te staken.
Franchisegever voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4. De beoordeling van het geschil
FVHN c.s. stellen dat Franchisenemers tegen de achtergrond van aflopende franchiseovereenkomsten feitelijk gedwongen worden de door Franchisegever voorgestelde wijzigingen van het vergoedingenstelsel te accepteren. Vanwege deze wijzigingen zou het voor Franchisenemers niet langer mogelijk zijn een rendabele onderneming te exploiteren, zo hebben zij aangevoerd. Het spoedeisend belang van FVHN c.s. in deze procedure is dan ook gegeven.
Centraal staat de vraag of het Franchisegever verboden moet worden om het vergoedingenstelsel binnen de franchiseovereenkomst te wijzigen zolang FVHN c.s. hiermee niet hebben ingestemd, totdat over de rechtmatigheid van het hiertoe strekkende besluit van de Franchisegever is beslist door de bodemrechter. Deze vordering komt niet voor toewijzing in aanmerking. Daarvoor is het volgende van belang.
FVHN c.s. hebben aan hun vordering ten grondslag gelegd dat het vergoedingenstelsel niet eenzijdig door Franchisegever kan worden gewijzigd. In dat verband beroepen zij zich er allereerst op dat op grond van artikel 7:921 BW een wijziging van het vergoedingenstelsel voorafgaande instemming van Franchisenemers behoeft. Ook menen FVHN c.s. dat dit instemmingsrecht is vastgelegd in artikel 1.3 van het reglement Franchiseraad. De voorzieningenrechter volgt FVHN c.s. hierin niet. Het instemmingsrecht van artikel 7:921 BW is van toepassing bij een wijziging in lopende franchiseovereenkomsten. Daarvan is hier geen sprake. De discussie van partijen ziet immers uitsluitend op de tussen partijen beoogde nieuw te sluiten franchiseovereenkomsten, die volgen op de van rechtswege aflopende franchiseovereenkomsten. Nu de lopende franchiseovereenkomsten door de voorgestelde wijzigingen van Franchisegever niet worden geraakt, is het instemmingsrecht van artikel 7:921 BW daarop niet van toepassing. Ook artikel 1.3 van het reglement Franchiseraad biedt geen grondslag voor deze vordering. Het daarin genoemde instemmingsrecht voor een investering met een drempelbedrag van € 3.000,- per keer per vestiging sluit uitdrukkelijk aan bij het bepaalde in artikel 7:921 lid d BW. Dit instemmingsrecht is dan ook niet van toepassing op de situatie waarin wordt onderhandeld over een nieuwe franchiseovereenkomst die volgt op de aflopende franchiseovereenkomsten
Het voorgaande brengt mee dat de vordering onder 1 zal worden afgewezen.
Voor het treffen van een andere, in goede justitie te bepalen, voorziening (gevorderd onder 2) wordt ook geen aanleiding gezien. Op grond van artikel 21 van de lopende franchiseovereenkomsten geldt dat de franchiseovereenkomsten na het verstrijken van een termijn van vijf jaren van rechtswege eindigen, tenzij partijen een nieuwe overeenkomst sluiten voor een nadere termijn en onder nader overeen te komen voorwaarden. Franchisenemers hebben gelet daarop geen recht op ongewijzigde voortzetting van de bestaande overeenkomsten. Zij moeten er in beginsel rekening mee houden dat Franchisegever pas wil overgaan tot verlenging van de franchiseovereenkomsten als Franchisegever haar rechtsverhouding met Franchisenemers heeft kunnen aanpassen aan gewijzigde marktomstandigheden. Franchisenemers onderkennen dit overigens ook, nu zij veelvuldig met Franchisegever hebben gecorrespondeerd en onderhandeld over deze nieuwe franchiseovereenkomsten. Dat Franchisenemers hebben te dulden dat Franchisegevers hun rechtsverhouding met franchisenemers wensen aan te passen, heeft wel een grens. Het recht op het aanbieden van nieuwe (aangepaste) franchiseovereenkomsten wordt beperkt door de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. De door Franchisegever voorgestelde aanpassingen van het vergoedingenstelsel kunnen in een concreet geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Daarvan zou sprake kunnen zijn als de impact van de wijzigingsvoorstellen zo groot zou zijn dat geen enkele franchisenemer na de invoering daarvan nog een winstgevend resultaat zal behalen, zoals FVHN c.s. hebben aangevoerd. Dat daarvan sprake zou zijn, is evenwel in het bestek van deze procedure onvoldoende aannemelijk geworden. In dat verband is het volgende van belang.
Franchisegever heeft aangevoerd dat zich de afgelopen jaren binnen de HappyNurse franchiseformule twee grote ontwikkelingen hebben voorgedaan. De eerste ontwikkeling is dat Franchisenemers zich ook bezig zijn gaan houden met de bemiddeling van zelfstandige ondernemers in de zorg (de zzp’ers). Franchisegever heeft toegelicht dat de verhouding tussen het ter beschikking stellen van uitzendkrachten en de bemiddeling van zzp’ers is scheefgegroeid, en dat partijen daarover enkele jaren geleden ook het gesprek zijn aangegaan. Dit heeft geleid tot een afspraak in de vaststellingsovereenkomst over de zzp-vergoeding. De tweede ontwikkeling betreft de toenemende digitalisering en platformisering. Franchisegever heeft onweersproken aangevoerd dat zij daarvoor aanzienlijke investeringen heeft gepleegd in met name de ontwikkeling van webapplicatie HappyOne en verder ook in chatbot Aisha. Zij heeft aangevoerd dat het in lijn met de marktontwikkelingen en de investeringen die zij heeft gedaan (en nog zal doen), niet meer dan redelijk is dat zij van Franchisenemers een bijdrage verlangt van 0,8% van de omzet. Ook heeft Franchisegever voorgesteld dat Franchisenemer een fee van 3,2% van de omzet verschuldigd is voor een volledig geautomatiseerde ter beschikkingstelling/bemiddeling van een kandidaat bij een opdrachtgever. Franchisegever heeft toegelicht dat van dit laatste nu nog geen sprake is, en dat zij met FVHN heeft besproken dat dit een ingroeimodel is dat in overleg met Franchisenemers wordt ingevoerd. Franchisenemers zouden door deze automatisering minder personeel nodig hebben. Onder verwijzing naar de als productie 26 en 29 overgelegde overzichten heeft Franchisegever aangevoerd dat het voor Franchisenemers ook na doorvoering van de voorgestelde wijzigingen mogelijk blijft om hun ondernemingen rendabel te exploiteren.
Anders dan FVHN c.s. hebben bepleit, hebben zij voorshands niet aannemelijk gemaakt dat de door Franchisegever voorgestelde kostenverhogingen in het vergoedingenstelsel, afgezet tegen de beoogde voordelen van de investeringen door Franchisegever, een dusdanig negatief effect met zich brengen dat deze naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. FVHN c.s. wijzen ter onderbouwing van hun stelling op een viertal overzichten die zij als productie 14 hebben overgelegd. Het vierde overzicht (“Voorstel FG vernieuwde franchiseovereenkomst o.b.v. 70/30 mét ZZP-vergoeding en bijdrage automatisering”) zou onderbouwen dat de kosten door de voorgestelde wijzigingen – in vergelijking met door Franchisenemers acceptabel geachte voorstellen – onevenredig zouden toenemen. Het overzicht, dat ziet op de periode week 1 – week 26 2025, toont onder meer de door FVHN c.s. doorberekende kosten “Basis automatisering 0,80%” en “Plaatsing 3,20%” voor een zestal Franchisenemers (waaronder [eiser sub 2] , [eiser sub 3] en [eiser sub 4] ), die zouden maken dat tot een negatief bedrijfsresultaat wordt gekomen:
De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dit overzicht een adequaat resultaat toont van doorvoering van de door Franchisegever gewenste kostenverhogingen. FVHN c.s. gaan er aan voorbij dat Franchisegever uitdrukkelijk heeft verklaard dat de plaatsingsvergoeding van 3,2% een ingroeimodel betreft, en dat de vergoeding pas verschuldigd is als franchisenemer en Franchisegever gezamenlijk vaststellen dat een kandidaat volledig geautomatiseerd ter beschikking is gesteld/bemiddeld. FVHN c.s. gaat er in haar overzicht daarbij ook vanuit dat deze fee berekend dient te worden over haar gehele omzet, terwijl dat niet voor de hand ligt. Gelet op het ingroeimodel waarvan Franchisegever spreekt, ligt het in ieder geval allerminst in de rede dat in het hypothetische scenario dat in één boekjaar van slechts één automatische plaatsing sprake zou zijn, er toch over de gehele jaaromzet een vergoeding van 3,2% in rekening zou worden gebracht. Het overzicht toont daarbij ook niet welke besparingen en voordelen deze automatische plaatsingen met zich kunnen brengen. Bij deze stand van zaken kan in ieder geval niet worden aangenomen dat de voorstellen van Franchisegever naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn.
Nu FVHN c.s. niet aannemelijk hebben gemaakt dat het laatste voorstel van Franchisegever naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, is evenmin gebleken dat Franchisegever in strijd met het goed franchisegeverschap heeft gehandeld, of dat zij misbruik van omstandigheden heeft gemaakt door een aangepaste overeenkomst aan Franchisenemers voor te leggen.
FVHN c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Franchisegever worden begroot op:
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 1.107,00
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
Totaal € 1.999,00
5. De beslissing
De voorzieningenrechter:
wijst het gevorderde af;
veroordeelt FVHN c.s. in de proceskosten van € 1.999,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als FVHN c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet FVHN c.s. € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.F. Hesselink en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025.
ddg