ECLI:NL:RBDHA:2025:27223

ECLI:NL:RBDHA:2025:27223

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-10-2025
Datum publicatie 03-02-2026
Zaaknummer NL25.49969
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Bewaring eerste beroep, 59a Vw, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. L. Hartog).

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.49969

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. H.K. Jap A Joe),

en

Procesverloop

Bij besluit van 16 september 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

De minister heeft de rechtbank op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw van de bewaring in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet ook worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 20 oktober 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen dhr. Abas. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Ambtshalve toetsing

1. Eiser stelt van Oezbeekse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1992.

Bewaringsgronden

2. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht aan Kroatië als bedoeld in de Dublinverordening. Ook bestaat er een significant risico dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. De minister heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, tweede, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser: 3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;

3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;

3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;

en als lichte gronden vermeld dat eiser:

4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;

4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

3. De rechtbank stelt vast dat eiser de gronden niet heeft betwist. De rechtbank oordeelt dat de gronden onder 3a, 3b, 4a, 4c en 4d feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn. Daaruit volgt ook dat er een significant risico is dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken.

Zicht op overdracht

4. Eiser voert aan dat de bewaring onrechtmatig is, omdat er weinig zicht is op wanneer Kroatië op het verzoek om overname zal reageren.

5. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Op 18 september 2025 hebben de Kroatische autoriteiten laten weten dat zij akkoord zijn met de overname van eiser op grond van artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening. De overdracht aan Kroatië staat gepland voor 30 oktober 2025. Er is dus wel zicht op overdracht binnen een redelijke termijn. De beroepsgrond slaagt niet.

Lichter middel

6. Eiser voert aan dat de minister moet volstaan met een lichter middel dan de maatregel van bewaring, omdat hij in het vertrekgesprek heeft verklaard dat hij zo snel mogelijk naar Kroatië wil vertrekken. Ook heeft hij de voorlopige voorziening bij het beroep tegen het overdrachtsbesluit ingetrokken om vertrek mogelijk te maken.

7. De rechtbank oordeelt dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat niet kan worden volstaan met een lichter middel. Uit de gronden van de maatregel volgt dat er een significant risico is dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Verder heeft eiser in het gehoor voorafgaand aan de bewaring verklaard dat hij Kroatië niet leuk vindt en dat hij graag in Nederland wil blijven. Dat eiser in het vertrekgesprek op 6 oktober 2025 heeft verklaard dat hij zo snel mogelijk terug wil keren naar Kroatië, biedt daarom onvoldoende garantie dat eiser ook vanuit vrijheid zal meewerken aan de overdracht. De rechtbank merkt daarbij ook op dat eiser op de zitting nogmaals heeft verklaard dat hij niet naar Kroatië wil gaan en graag in Nederland wil blijven. De beroepsgrond slaagt niet.

8. De rechtbank moet ook ambtshalve toetsen of de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. Op grond van de stukken en wat op de zitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat dit niet het geval is.

Conclusie

9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

24 oktober 2025

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A. Skerka

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?