2. ECLI:NL:RVS:2018:1423.
een (al bestaand) verblijfsrecht.3 De rechtbank stelt vast dat eiser op 11 juni 2025 de aanvraag heeft ingediend tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER. Bij deze aanvraag heeft eiser een Portugese huwelijksakte en meerdere inkomensverklaringen ingediend ter onderbouwing van het verblijfsrecht. Op 29 oktober 2025 heeft de minister het verblijfsdocument aan eiser verstrekt. Vanwege het declaratoire karakter van het verblijfsrecht verbleef eiser in ieder geval vanaf 11 juni 2025 rechtmatig in Nederland op grond van een verblijfstitel. Dat het verblijfsrecht ten tijde van het nemen van het overdrachtsbesluit nog procedureel was, doet hier niet aan af. Gezien het feit dat eiser achter af bezien (niet alleen procedureel) rechtmatig verblijf had ten tijde van de oplegging van het overdrachtsbesluit, is het overdrachtsbesluit onrechtmatig genomen. Eiser is terecht tegen het overdrachtsbesluit in beroep gegaan. Daarom veroordeelt de rechtbank de minister in de vergoeding van de proceskosten.
Conclusie
7. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het overdrachtsbesluit.
8. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1)
3. ECLI:NL:RVS:2018:2097.
Beslissing
De rechtbank verklaart:
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Rommes, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
19 november 2025
Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.