ECLI:NL:RBDHA:2025:27237

ECLI:NL:RBDHA:2025:27237

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 31-10-2025
Datum publicatie 05-02-2026
Zaaknummer NL25.50568
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Verlengingsbesluit, gronden niet actueel gemotiveerd, lichter middel, belangenafweging, zicht op uitzetting Nigeria

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.50568

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. H.W. Omvlee),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: S.H.F. Pols).

Procesverloop

De minister heeft op 25 april 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort en eerder ingediende beroepen tegen de maatregel van bewaring en het voortduren daarvan zijn ongegrond verklaard.

Bij besluit van 16 oktober 2025 heeft de minister de maatregel van bewaring met ten hoogste twaalf maanden verlengd.

Eiser heeft tegen het verlengingsbesluit beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 27 oktober 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M.M.S.J. van Kaam. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1992.

2. Op grond van artikel 59, zesde lid, van de Vw kan een maatregel van bewaring na afloop van zes maanden met maximaal nog eens twaalf maanden worden verlengd indien de uitzetting, alle redelijke inspanningen ten spijt, wellicht meer tijd zal vergen, omdat de vreemdeling niet meewerkt aan zijn uitzetting of de daarvoor benodigde documentatie uit derde landen nog ontbreekt.

3. De minister moet in het verlengingsbesluit, conform het beleid van paragraaf A5/6.8 van de Vreemdelingencirculaire 2000 nagaan of er voldaan is aan de voorwaarden

voor verlenging, of er nog voldoende gronden voor de bewaring zijn, of de bewaring voor de vreemdeling onevenredig bezwarend is en of er zicht op uitzetting bestaat. Als dit voldoende is gemotiveerd, wordt hiermee voldaan aan alle uit de Terugkeerrichtlijn en het arrest Mahdi1 voortvloeiende vereisten voor het nemen van een verlengingsbesluit.

Gronden van het verlengingsbesluit

4. In het verlengingsbesluit staat dat eiser op 25 april 2025 in bewaring is gesteld, omdat er een risico bestaat dat hij zich aan het toezicht zal onttrekken en/of omdat eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Ook staat in het verlengingsbesluit dat de volgende gronden voor bewaring uit artikel 5.1b van het

Vb ten grondslag liggen aan het besluit tot verlenging van de bewaringstermijn:

(zware gronden):

3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;

3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;

3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;

3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;

(lichte gronden):4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;

4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan;

5. Eiser stelt dat de gronden van het verlengingsbesluit onvoldoende zijn gemotiveerd, omdat de minister de bewaringsgronden rechtstreeks heeft overgenomen uit de maatregel van bewaring van 25 april 2025, zonder te motiveren waarom die gronden nog actueel zijn.

6. De rechtbank oordeelt dat de minister in het verlengingsbesluit voldoende heeft gemotiveerd dat en waarom de bewaringsgronden nog steeds van toepassing zijn en dat het daaruit volgende risico op onttrekking aan het toezicht nog steeds bestaat. De minister heeft er in het verlengingsbesluit terecht op gewezen dat de feiten en omstandigheden op grond waarvan de zware gronden en lichte gronden, die ten grondslag zijn gelegd aan de maatregel van bewaring, niet zijn veranderd. Ook in wat eiser in het kader van de lichte gronden heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanknopingspunten om het standpunt van de minister voor onjuist te houden. Eiser heeft geen vaste woon-en verblijfplaats en beschikt niet zelfstandig over voldoende middelen van bestaan. Ten tijde van de verlenging van de inbewaringstelling bestond er dan ook voldoende grond voor het standpunt van de minister dat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken, dan wel dat hij de voorbereiding van vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Daarbij betrekt de rechtbank ook dat eiser niet meewerkt aan het vaststellen van zijn nationaliteit en identiteit. Zo heeft hij steeds geweigerd te verschijnen op presentaties bij de Nigeriaanse autoriteiten. De beroepsgrond slaagt niet.

1. ECLI:EU:C:2014:1320.

Zicht op uitzetting

Lichter middel

7. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom er geen toepassing is gegeven aan een lichter middel. De minister heeft de motivering van de bewaringsgronden namelijk niet geactualiseerd en daarom kan hij daar in de beoordeling van het lichter middel niet op terugvallen.

8. De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom er geen toepassing is gegeven aan een lichter middel. Zoals overwogen onder rechtsoverweging 6 volgt uit de gronden en de motivering van het verlengingsbesluit dat er in eisers geval een risico op onttrekking bestaat. Daarnaast is overwogen dat eiser weigert om actief en volledig mee te werken aan zijn terugkeer. De beroepsgrond slaagt niet.

Belangenafweging

9. Eiser voert aan dat de minister niet alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken bij de belangenafweging. Zo had de minister kenbaar moeten overwegen waarom eisers medische omstandigheden of de duur van de bewaring geen belemmering vormen voor het verlengen van de maatregel.

10. De rechtbank oordeelt dat de minister alle belangen voldoende kenbaar heeft meegewogen in het bestreden besluit. Zo is overwogen dat er in het detentiecentrum gespecialiseerde zorg aanwezig is voor eisers lichamelijke en psychische klachten, en dat als die zorg niet voldoende is, eiser kan worden overgeplaatst naar een regulier ziekenhuis. Daarnaast heeft de minister meegewogen dat de duur van de bewaring ook afhankelijk is van de medewerking van eiser zelf. Een reactie van de Nigeriaanse autoriteiten kan langer op zich laten wachten aangezien eiser niet heeft willen meewerken aan de presentaties van 5 juni 2025, 4 september 2025 en 17 oktober 2025. De beroepsgrond slaagt niet.

11. Eiser voert aan dat het zicht op uitzetting naar Nigeria binnen een redelijke termijn ontbreekt. De Nigeriaanse autoriteiten hebben tot op het heden niet gereageerd op de laissez passer (lp) aanvraag.

12. De rechtbank oordeelt dat er voldoende zicht op uitzetting is naar Nigeria binnen een redelijke termijn. De rechtbank verwijst daarbij naar de uitspraak van de Afdeling van 14 november 2022, en is van oordeel dat er in zijn algemeenheid ten aanzien

van Nigeria nog steeds van ‘zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn’ kan worden uitgegaan.2 Dat de uitzetting wordt bemoeilijkt en vertraagd door de niet meewerkende opstelling van eiser komt voor zijn risico en rekening. De beroepsgrond slaagt niet.

Voortvarend handelen

13. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende voortvarend handelt. Zo heeft de minister in september 2025 geen vertrekgesprekken gevoerd met eiser.

14. De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser. Uit het dossier blijkt dat de minister op 1 mei 2025 een lp aanvraag heeft ingediend en dat hij regelmatig rappelleert bij de Nigeriaanse autoriteiten. Daarnaast voert de minister met eiser vertrekgesprekken, laatstelijk op 2 oktober 2025. Ook heeft de

2. ECLI:NL:RVS:2022:2210.

minister presentaties bij de Nigeriaanse autoriteiten gepland, maar verleent eiser daaraan niet zijn medewerking. De beroepsgrond slaagt niet.

Ambtshalve toets

15. Tot slot leidt ook de ambtshalve toetsing de rechtbank tot het oordeel dat het verlengingsbesluit niet onrechtmatig is.

Conclusie

16. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

17. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Verduijn, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Rommes, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

31 oktober 2025

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan voor zover daarbij is beslist over het verlengingsbesluit hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.

Tegen deze uitspraak staat voor zover daarbij is beslist over het voortduren van de bewaring geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. D. Verduijn

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?