ECLI:NL:RBDHA:2025:27240

ECLI:NL:RBDHA:2025:27240

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 08-10-2025
Datum publicatie 05-02-2026
Zaaknummer NL25.43952
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Dublin, Duitsland, ongegrond, interstatelijk vertrouwensbeginsel, indirect refoulement

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.43952

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. D. de Vries),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. A. Dijcks).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 10 september 2025 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De rechtbank heeft het beroep op 23 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Indirect refoulement.

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.1 In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek aanvaard.

1. Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

Interstatelijk vertrouwensbeginsel

5. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister ten aanzien van Duitsland niet uit mag gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Hij stelt dat de opvang in Duitsland slecht is. Daarnaast voert hij aan dat de Duitse autoriteiten hem niet in de gelegenheid hebben gesteld om zijn asielaanvraag goed toe te lichten. Eiser heeft in Duitsland geen gehoor gehad en geen asiel gekregen. Indien eiser wordt overgedragen aan Duitsland, zal hij worden uitgezet naar Libië, waar hij het risico loopt om in een situatie terecht te komen die zal leiden tot een schending van artikel 3 van het EVRM.2

6. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag de minister er in het algemeen vanuit gaan dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen nakomt.3 Het is aan eiser om met concrete aanwijzingen aannemelijk te maken dat hij bij overdracht aan Duitsland, als gevolg van het niet nakomen van internationale verplichtingen door de Duitse autoriteiten, een reëel risico loopt op een met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest strijdige behandeling. Van een schending van artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest zal, in geval de vreemdeling aannemelijk maakt dat sprake is van tekortkomingen in het asiel- en opvangsysteem, eerst sprake zijn als de tekortkomingen structureel zijn en een bijzondere hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken.4

7. De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de minister ten aanzien van Duitsland niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit kan gaan. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft in de uitspraak van 14 februari 20255 ten aanzien van Duitsland bevestigd dat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan kan worden. Eisers stelling dat de opvang in Duitsland slecht is, is niet nader onderbouwd. Indien eiser na overdracht in een opvangsituatie terecht komt die volgens hem niet voldoet aan de Opvangrichtlijn dan ligt het zijn weg om hierover bij de Duitse autoriteiten te klagen. Niet is gebleken dat die hem niet zouden willen helpen of dat klagen al bij voorbaat kansloos is. De beroepsgrond slaagt niet.

8. De beroepsgrond van eiser dat sprake is van (indirect) refoulement omdat hij vreest dat Duitsland hem zal uitzetten naar Libië, slaagt niet. Eiser kan in de Dublinprocedure geen beroep op doen op het (indirect) refoulementbeginsel wanneer uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit volgt onder andere uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 30 november 20236 en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 juni 2024.7 De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser kan worden overgedragen aan Duitsland. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

2 Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens.

3 ECLI:NL:RVS:2023:4107.

4 ECLI:EU:C:2019:218.

5 ECLI:NL:RVS:2025:588.

6 ECLI:EU:C:2023:934.

7 ECLI:NL:RVS:2024:2359.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Rommes, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

08 oktober 2025

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. B. Fijnheer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?