ECLI:NL:RBDHA:2025:27279

ECLI:NL:RBDHA:2025:27279

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-11-2025
Datum publicatie 09-02-2026
Zaaknummer NL24.2905
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Afwijzing aanvraag medische vergunning, eiser sinds 2018 recht op uitstel van vertrek, bij herhaling veroordeeld ter zake van een misdrijf, rechtbank van oordeel dat de minister opnieuw moet beoordelen of aanleiding bestaat om op grond van artikel 4:84 van de Awb aan eiser een reguliere vergunning, bij de nieuw te maken beoordeling moet de minister de lange verblijfsduur, in samenhang, beroep gegrond.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] ,

geboren op [geboortedag] 1989, van Somalische nationaliteit, eiser

(gemachtigde: mr. I.C. van Krimpen),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, hierna: de minister

(gemachtigde: mr. P. Loisinga).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de afwijzing van eiser zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor het verblijfsdoel ‘medische vergunning’.

Met het besluit van 11 april 2023 (het primaire besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verblijfsdoel 'medische behandeling' afgewezen. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Het bezwaar is met het besluit van 2 januari 2024 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft op 26 januari 2024 het beroepschrift van eiser ontvangen. Eiser heeft zijn beroepsgronden meerdere malen aangevuld. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft de zaak op 30 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde, de heer [persoon] , ambulant begeleider van eiser, en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het griffierecht

2. Eiser heeft verzocht om vrijstelling van de betaling van het griffierecht. De rechtbank wijst dit verzoek toe, omdat is gebleken dat hij niet in staat is tot betaling daarvan.

Ten aanzien van het beroep

Wat aan deze procedure vooraf ging

3. Eiser verblijft sinds 2007 in Nederland, maar is nooit in het bezit geweest van een verblijfsvergunning. Hij is meegereisd met vijf broers en zussen in het kader van gezinshereniging met eisers moeder, aan wie een asielvergunning is verleend. Eiser heeft als enige geen verblijfsvergunning gekregen, omdat hij in aanraking is gekomen met politie en justitie. Eiser is meerdere malen strafrechtelijk veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, onder andere voor poging tot doodslag, diefstal, mishandeling en bedreiging. Eiser heeft – zonder succes – meerdere malen asiel aangevraagd. Aan eiser is op 29 oktober 2014 een inreisverbod voor de duur van tien jaar opgelegd. Dit besluit is met de uitspraak van de Afdeling van 25 april 2016 in rechte vast komen te staan.

Eiser staat onder medische behandeling voor een hiv-infectie en voor psychische klachten, waaronder een posttraumatische stressstoornis, een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis, een lichte tot matige stoornis in alcoholgebruik, een lichte stoornis in cannabisgebruik en acculturatieproblematiek. Eiser heeft daarom sinds 20 december 2018 recht op uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw, nu uit de BMA-adviezen blijkt dat bij eiser een noodsituatie ontstaat als medische behandeling uitblijft en dat de mogelijkheden voor zijn medische behandeling in Somalië onzeker zijn.

Op 11 december 2019 heeft eiser een aanvraag voor een medische vergunning ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 11 februari 2021 afgewezen, omdat eiser volgens de minister een gevaar voor de openbare orde is. Deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, heeft met haar uitspraak van 22 april 2022 het door eiser ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Kortgezegd, omdat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat de afwijzing van de aanvraag van eiser evenredig is en omdat de minister niet heeft onderbouwd dat de vreemdeling binnen afzienbare tijd in Somalië kan worden behandeld voor zijn hiv-infectie en psychische klachten. De minister heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 28 augustus 2023 de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard waardoor het besluit van 11 februari 2021 formele rechtskracht heeft gekregen. De Afdeling heeft geoordeeld dat de door eiser gepleegde strafbare feiten aan hem mogen worden tegengeworpen ter bescherming van de openbare orde. Dat eisers medische problematiek dan wel de situatie in Somalië niet binnen afzienbare tijd zal veranderen, maakt niet dat de afwijzing van de aanvraag niet geschikt is om de openbare orde te beschermen. Eiser heeft vanwege de uitstel van vertrek in beginsel recht op voorzieningen. Dat jaarlijks beoordeeld zal worden of opnieuw uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw moet worden verleend, maakt daarom niet dat de afwijzing onevenredig bezwarend is.

Deze procedure

4. Op 16 februari 2023 heeft eiser een tweede aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met het verblijfsdoel ‘medische behandeling’. Met het primaire besluit van 11 april 2023 heeft de minister deze aanvraag van eiser afgewezen, omdat eiser een gevaar is voor de openbare orde. Hieraan is ten grondslag gelegd dat eiser bij herhaling is veroordeeld ter zake van een misdrijf - waaronder meerdere diefstallen, tweemaal voor poging tot doodslag en zware mishandeling en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht – tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of geldboete. Ook is eiser meerdere keren een proeftijd opgelegd of verlengd waarna deze straf alsnog ten uitvoer is gelegd. Vanwege de herhaalde veroordelingen zijn de verjaringstermijnen niet van toepassing. Volgens de minister is er geen reden om op grond van bijzondere omstandigheden van de beleidsregels af te wijken op grond van artikel 4:84 Awb, omdat dit niet is aangevoerd en daar ook niet van gebleken is. Met het bestreden besluit van 2 januari 2024 heeft de minister het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De minister handhaaft het standpunt dat de aanvraag om een verblijfsvergunning ‘medisch’ terecht is afgewezen, nu eiser een gevaar vormt voor de openbare orde. Dit standpunt is in rechte vast komen te staan, nu de Afdeling in haar eerder genoemde uitspraak van 28 augustus 2023 het besluit van 11 februari 2021 heeft bekrachtigd.

De minister heeft in het bestreden besluit ook bepaald dat eiser geen recht heeft op een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 van het EVRM. Eiser heeft weliswaar privéleven in Nederland, maar de Afdeling heeft bevestigd dat de belangen van de Nederlandse overheid bij de bescherming van de openbare orde zwaarder wegen dan eisers persoonlijke belangen.

Heeft de minister zich op het standpunt kunnen stellen dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan hij had moeten afwijken van de beleidsregel zoals neergelegd in paragraaf B1/4.4 van de Vc 2000.

5. Eiser voert aan dat de minister ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom de afwijzing van de verblijfsvergunning ‘medisch’ evenredig zou zijn. Eiser kan zich niet verenigen met de uitspraak van de Afdeling. Volgens eiser heeft de Afdeling ten onrechte overwogen dat de afwijzing van de medische verblijfsvergunning geschikt is om de openbare orde te beschermen. Uit de rapportages van [organisatie] , waarop de Afdeling niet kenbaar is ingegaan, blijkt juist dat het in het belang van de openbare orde is dat eiser na opname kan verblijven in een woonsituatie met intensief toezicht en de aanwezigheid van professionele hulpverleners, wat alleen mogelijk is met een vergunning. Binnen het COa is geen passende plek voor vreemdelingen met ernstige psychiatrische problematiek, zoals volgt uit het rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid dat is opgesteld naar aanleiding van een fataal steekincident dat in [organisatie] heeft plaatsgehad. De openbare orde wordt dus juist beschermd door eiser in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning. Daarnaast wijst eiser erop dat er na de hoger beroepsprocedure sprake is geweest van een nuancering in de jurisprudentie van de Afdeling en verwijst hiervoor naar de uitspraken van 14 december 2023 en 26 mei 2025. Ook heeft de minister onvoldoende rekening gehouden met verschillende ontwikkelingen sinds de hoger beroepsuitspraak. Eiser heeft de afgelopen jaren de benodigde zorg ontvangen in onder andere [organisatie] en de [bedrijf] , wat heeft geresulteerd in een positieve gedragsverandering.

6. De rechtbank is van oordeel dat de minister opnieuw moet beoordelen of aanleiding bestaat om op grond van artikel 4:84 van de Awb aan eiser een reguliere vergunning ‘medisch’ te verlenen. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. In de door eiser aangehaalde uitspraak van 14 december 2023 heeft de Afdeling geoordeeld dat de minister bij zijn beoordeling moet ingaan op de betekenis van het langdurig verblijf van de vreemdeling in Nederland, het tijdsverloop na de laatste veroordeling, de ernst van de medische klachten en de omstandigheden dat de medische behandeling blijvend van aard is en de vreemdeling door die behandeling aan Nederland gebonden is. Ook heeft de Afdeling geoordeeld dat de minister met zijn standpunt dat aan de vreemdeling om medische redenen uitstel van vertrek is verleend nog niet deugdelijk gemotiveerd heeft waarom de medische klachten geen reden zijn om af te wijken van het beleid.

De minister heeft in het geval van eiser, gelet op de hiervoor genoemde uitspraken van de Afdeling en op wat eiser in bezwaar in het kader van de evenredigheid heeft aangevoerd, niet kunnen volstaan met een verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling (en de standpunten ingenomen in de processtukken) over de eerdere aanvraag waarin alle omstandigheden al zouden zijn meegewogen. Niet kan zonder meer tot de conclusie worden gekomen dat er geen sprake is van onevenredigheid onder de overweging dat jaarlijks beoordeeld zal worden of opnieuw uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw moet worden verleend. De minister moet een volledige eigen beoordeling maken rekening houdend met het tijdsverloop. De minister kan daarbij opnieuw de informatie betrekken die volgt uit het Uittreksel Justitiële Documentatie van 1 juli 2025 waaruit blijkt dat eiser in juli 2025 voor meerdere vermogensdelicten is aangehouden en de overige in beroep overgelegde stukken. De minister zal echter bij de evenredigheidsbeoordeling ook de door eiser en de onder 6. genoemde omstandigheden moeten betrekken. In bezwaar heeft eiser onder meer aangevoerd dat hij blijvend aan Nederland gebonden is voor zijn medische behandeling, dat het BMA al meer dan vijf jaar achtereen geconcludeerd heeft dat de beschikbaarheid van een behandeling in Somalië ongewis dan wel niet beschikbaar is en dat eiser een positieve gedragsverandering heeft doorgemaakt. De rechtbank stelt vast dat eiser al vanaf 2007 in Nederland verblijft en dat hij vanaf 2018 onafgebroken uitstel van vertrek krijgt op grond van artikel 64 van de Vw. Voor het laatst is aan eiser bij besluit van 11 maart 2025 uitstel van vertrek verleend voor de periode van 16 maart 2025 tot 16 maart 2026. Daarmee beschikt eiser feitelijk al zeven jaar over een quasi-permanente verblijfspositie in Nederland. Bij de nieuw te maken beoordeling moet de minister de lange verblijfsduur, in samenhang met de voortdurende medische problematiek en het ontbreken van enig zicht op terugkeer naar Somalië en het gedrag van eiser, mee wegen. Niet in geschil is dat de situatie in Somalië binnen afzienbare tijd niet zal veranderen en dat eiser vanwege zijn medische problematiek aan Nederland gebonden is. Een vergunning zou eiser meer perspectief bieden dan uitstel van vertrek. De rechtbank merkt hierbij op dat de minister ook beleid voert voor vreemdelingen die in het kader van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag in een uitzichtloze situatie verkeren, aangezien voor hen, net als voor eiser, een terugkeerbeletsel bestaat op grond van artikel 3 van het EVRM. De minister dient gelet op het voorgaande opnieuw te motiveren waarom het onthouden van een verblijfsvergunning niet onevenredig bezwarend is voor eiser. De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

7. Hieruit volgt dat het bestreden besluit in strijd is met de artikelen 3:2, 4:84 en

7:12 van de Awb. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De minister zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van acht weken, zodat de minister eiser kan horen voordat hij een besluit neemt. Gelet op het voorgaande behoeven de overige beroepsgronden geen bespreking.

8. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907,-, en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank,

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Boonstra, rechter, in aanwezigheid van mr. I.I. Mooij, griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. N. Boonstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?