ECLI:NL:RBDHA:2025:27280

ECLI:NL:RBDHA:2025:27280

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-11-2025
Datum publicatie 09-02-2026
Zaaknummer NL24.28320
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Aanvraag reguliere vergunning op grond van artikel 8 van het EVRM, geen sprake van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, beroep ongegrond.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] ,

geboren op [geboortedag 1] 1994, van Afghaanse nationaliteit, eiser

(gemachtigde: mr. A.S. Bodha),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, hierna: de minister

(gemachtigde: mr. P. Loisinga).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de aanvraag voor een mvv voor het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ op grond van artikel 8 van het EVRM.

De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 16 oktober 2023 (het primaire besluit) afgewezen. Met het besluit van 18 juni 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 30 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde en ouders van eiser, K. Wali als tolk in de taal Pashto, en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dat heeft.

Waar deze zaak over gaat

4. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eiser stelt de zoon te zijn van referente, mevrouw [persoon 1] , geboren op [geboortedag 2] 1963. Referente is op [medio] maart 1981 in Afghanistan met de heer [persoon 2] gehuwd. Uit het huwelijk zijn meerdere kinderen geboren. De heer [persoon 2] heeft in het verleden asiel gekregen en woont vanaf dat moment in Nederland. Referente is in 2020 met twee van hun kinderen naar Nederland gekomen en eiser is in Afghanistan achtergebleven. Twee andere kinderen waren eerder al naar Nederland vertrokken. Het echtpaar heeft nog meer kinderen waarvan onduidelijk is waar zij verblijven. Op 27 maart 2023 heeft eiser een aanvraag ingediend voor verblijf bij referente op grond van artikel 8 van het EVRM. Eiser was op het moment van de aanvraag 28 jaar.

Besluitvorming

5. Met het primaire besluit, gehandhaafd met het bestreden besluit, heeft de minister de aanvraag afgewezen. Eiser heeft de familierechtelijke relatie met referente niet aangetoond. Zelfs als dit zou zijn aangetoond, is er volgens de minister geen sprake van familie- of gezinsleven. Tussen eiser en referente is namelijk niet gebleken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Eiser en referente hebben dan wel tot november 2020 samengewoond, maar het is volgens de minister binnen de Afghaanse cultuur niet ongebruikelijk dat kinderen bij hun ouders blijven wonen totdat zij trouwen. Referente heeft er zelf voor gekozen om naar Nederland te vertrekken en eiser achter te laten. Vanaf dat moment heeft eiser zichzelf staande weten te houden. Volgens de minister mag van een dertigjarige man worden verwacht dat hij zichzelf staande kan houden zonder zijn moeder. Referente heeft met de overgelegde stukken niet aangetoond dat eiser volledig financieel afhankelijk van haar is. Ook heeft referente niet aangetoond dat eiser voor (medische) zorg exclusief van referente afhankelijk is. De verslechtering is pas ontstaan na het vertrek van referente. Gebleken is dat eiser toegang heeft tot medische zorg in Afghanistan, indien hij dat nodig heeft.

Heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van familieleven?

6. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de gestelde familierechtelijke relatie tussen eiser en referente. Eiser heeft bij de aanvraag een uittreksel uit de BRP van de heer [persoon 2] overgelegd waarin hij staat vermeld als zijn kind en referente als echtgenoot van de heer [persoon 2] . In beroep is een uittreksel uit de BRP van referente overgelegd waarin eiser staat vermeld als kind. Ook is in beroep de geboorteakte van eiser overgelegd waarin de heer [persoon 2] als vader staat opgenomen. Op de zitting verklaarde referente hierover dat de naam van de moeder in Afghanistan niet op de geboorteakte staat. Eiser heeft verder een uitspraak overgelegd van 3 juni 2010 waarin de familierechtelijke band tussen hem en referente door deze rechtbank en zittingsplaats al werd aangenomen. Bovendien blijkt uit het bestreden besluit dat de minister alsnog inhoudelijk heeft beoordeeld of er sprake is van familie- en gezinsleven. De rechtbank buigt zich daarom over de vraag of tussen eiser en referente sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.

7. Volgens eiser en referente is er wel sprake van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. De minister stelt ten onrechte dat het een keuze was van referente om eiser achter te laten. Referente heeft drie minderjarige kinderen met de Nederlandse nationaliteit, die allemaal recht hebben om in Nederland door hun moeder te worden opgevoed. Daarnaast had de zus van eiser in Nederland last van ernstige psychische problemen, waardoor referente in 2020 naar Nederland is gereisd. Eiser en referente hebben tot aan het vertrek van referente altijd samengewoond. De minister stelt ten onrechte in het bestreden besluit dat de financiële afhankelijkheid niet is aangetoond. Eiser heeft zich financieel nooit zelfstandig staande kunnen houden en zijn ouders sturen hem steeds geld voor zijn onderhoud. Hiervan zijn geldtransacties overgelegd en een aantal verklaringen waaruit blijkt dat familie en/of bekenden geld meenemen voor eiser als zij naar Afghanistan gaan. Wat betreft de medische zorg, heeft de minister niet betwist dat eiser psychische klachten heeft en dat dit komt door het vertrek van het gezin van eiser. De minister heeft bovendien in strijd met de hoorplicht gehandeld.

8. Uit rechtspraak van het EHRM volgt dat bij relaties tussen meerderjarige familieleden voor het aannemen van beschermenswaardig familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM sprake moet zijn van ‘more than the normal emotional ties’ (een meer dan gebruikelijke emotionele band). Om te bepalen of hiervan sprake is, kijkt het EHRM naar ‘additional elements of dependancy’ (bijkomende elementen van afhankelijkheid). Dit betreft een individuele beoordeling van de band tussen betrokkenen, gelet op de omstandigheden van het geval. Elementen die hierbij relevant kunnen zijn, zijn eventuele samenwoning, de mate van financiële en emotionele afhankelijkheid, de gezondheid van betrokkenen en de banden met het land van herkomst. De vraag of sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie toetst de rechtbank – anders dan de Afdeling – vol. De rechtbank verwijst daarvoor naar de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 22 april 2025 en 23 juli 2025.

9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat tussen hem en referente sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Hoewel sprake is van een lange periode van samenwoning, namelijk tot het 28e levensjaar van eiser, volgt de rechtbank het standpunt van de minister dat dit, ook als rekening wordt gehouden met het feit dat het in de Afghaanse cultuur gebruikelijk is dat kinderen bij hun ouders blijven wonen tot aan hun huwelijk, niet zonder meer wijst op een bijzondere afhankelijkheid. Op de zitting is gebleken dat eiser geen werk heeft en uit de overgelegde stukken blijkt dat er eens in de zoveel maanden een (voor Afghaanse begrippen) aanzienlijk bedrag wordt overgemaakt of meegenomen naar eiser door familie en vrienden. Anders dan de minister stelt, is volgens de rechtbank wel gebleken dat eiser financieel afhankelijk is van referente. Eiser heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat hij de fysieke aanwezigheid van referente nodig heeft voor voortzetting van financiële steun en de voor hem benodigde zorg, gelet op de overgelegde stukken. Eiser heeft twee verklaringen van het [bedrijf 1] in Kabul overgelegd. In de bij de aanvraag overgelegde verklaring staat het volgende opgenomen:

on date 06/04/2023 he was admitted to [bedrijf 1] and after completion of his laboratory and physically examination; psychosis is recognized on patient, after giving him required medicìnes, he has been advised to rest at home and to have advanced treatment.

In beroep is nog een verklaring van hetzelfde ziekenhuis overgelegd waarin staat:

patient admitted on + Deep depression [bedrijf 2] after formal investigation patient diagnosed sever which impacted which need + deep depression abord from Afhanistan his family lives abroad from Afghanistan If he goto Holland and live along with his family. depression will recover and do for best treatment. The cause of Deep depression is live far from family. doctor remcondate to live with family. [eiser] has been under treatment for 3 years. and his condition is getting worse and worse. If [eiser] returns with his family maybe all his problems will be solved.”

De rechtbank acht deze stukken onvoldoende voor het aannemen van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Er is geen onderliggende informatie verstrekt omtrent de gezondheidssituatie van eiser, zoals een patiëntendossier waaruit onder meer doktersbezoeken en medicatie blijken. Ook volgt uit de stukken niet dat eiser afhankelijk is van de zorg van zijn moeder. Dat het voor eiser zijn psychische klachten beter is om met zijn familie in Nederland te wonen, wil de rechtbank aannemen, maar uit de stukken blijkt niet dat eiser meer dan gebruikelijk afhankelijk is van zijn moeder. Eiser heeft wat betreft de emotionele afhankelijkheid screenshots overgelegd waaruit blijkt dat hij en referente dagelijks telefonisch contact onderhouden. Een sterke emotionele band en behoefte om in elkaars nabijheid te leven acht de rechtbank niet bijzonder tussen een meerderjarige zoon en zijn moeder. Bij de uiteindelijke weging van die feiten en omstandigheden in onderling verband komt de rechtbank daarom tot de conclusie dat geen sprake is van gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Van strijd met de hoorplicht, welk standpunt door eiser niet nader is toegelicht, is de rechtbank niet gebleken.

Conclusie en gevolgen

10. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Boonstra, rechter, in aanwezigheid van mr. I.I. Mooij, griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N. Boonstra

Griffier

  • mr. I.I. Mooij

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?