ECLI:NL:RBDHA:2025:27282

ECLI:NL:RBDHA:2025:27282

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-12-2025
Datum publicatie 09-02-2026
Zaaknummer NL25.14970
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Regulier. Verblijfsvergunning regulier voor het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid’. Bijkomende elementen van afhankelijkheid niet aannemelijk gemaakt. De financiële steun en medische omstandigheden zijn onvoldoende. Hoorplicht niet geschonden. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser 1] , V-nummer: [V-nummer] , eiser 1

Samenvatting

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.14970

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser 2] , V-nummer: [V-nummer] , eiser 2

Gezamenlijk te noemen: eisers (gemachtigde: mr. R. Aboukir), en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. R.V. Bekker).

Procesverloop

3. Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel ‘familie en gezin’. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 30 mei 2024 (het primaire besluit) afgewezen. Met het besluit van 28 februari 2025 op het bezwaar van eisers (het bestreden besluit) is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

4. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

5. De minister heeft gereageerd op het beroep met een verweerschrift.

6. De rechtbank heeft het beroep op 8 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eisers, referent en de gemachtigde van de minister. Als toehoorder was aanwezig: [persoon1] .

Beoordeling door de rechtbank

Bijkomende elementen van afhankelijkheid
De hoorplicht

Het bestreden besluit

7. Eisers hebben gesteld te zijn geboren op [geboortedatum 1] 1950 respectievelijk [geboortedatum 2] 1950. De nationaliteit van eisers is onbekend. Eisers verblijven momenteel in Syrië en willen graag in Nederland verblijven bij hun zoon (referent). Referent is geboren op [geboortedatum 3] 1983 in Syrië. Referent is in 2015 vertrokken uit Syrië en heeft inmiddels de Nederlandse nationaliteit. Op 29 september 2023 heeft referent voor eisers een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) ingediend.

8. In het bestreden besluit heeft de minister het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. De minister stelt zich allereerst op het standpunt dat de identiteit van eiser 1 niet is aangetoond. Op de tweede plaatst stelt de minister zich op het standpunt dat tussen eisers en referent geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie bestaat. Volgens de minister is er daarom tussen referent en eisers geen familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

Het oordeel van de rechtbank

De identiteit van eiser 1

9. De rechtbank stelt vast dat de minister tijdens de zitting het standpunt heeft verlaten dat de identiteit van eiser 1 niet is aangetoond. Eisers hebben namelijk in beroep een kopie van het paspoort van eiser 1 ingebracht.

Gronden van bezwaar herhaald en ingelast

10. De algemene stelling van eisers in beroep dat de gronden van bezwaar als herhaald en ingelast moeten worden beschouwd, is onvoldoende om te kunnen aanmerken als een beroepsgrond waarop de rechtbank dient in te gaan. Omdat eisers niet concreet hebben toegelicht waarom de reactie van de minister in het bestreden besluit op hun bezwaar de rechterlijke toets niet kan doorstaan, kan deze beroepsgrond niet tot enig resultaat leiden. De beroepsgrond slaagt niet.

11. Eisers voeren aan dat wel degelijk sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Eisers stellen dat zij voor hun zelfredzaamheid, gezondheid en basisbehoeften exclusief afhankelijk zijn van referent, mede vanwege de medische omstandigheden en de zorgvraag. Eisers kunnen zich alleen staande houden door de financiële steun van referent. Volgens eisers heeft de minister in zijn beoordeling ten onrechte geen gewicht toegekend aan het element van exclusieve financiële afhankelijkheid. Daarnaast beschikken eisers in Syrië niet over een sociaal vangnet en wonen daar ook geen familieleden die hen kunnen ondersteunen. Op de zitting hebben eisers aangevoerd dat zij niet dezelfde hulp kunnen inroepen in Syrië als Syrische burgers, omdat eisers Palestijns zijn. Eisers stellen in dit verband dat de UNRWA onvoldoende middelen heeft om hulp te bieden aan de Palestijnen.

12. De rechtbank overweegt het volgende. Om de gevraagde verblijfsvergunning te kunnen verlenen moet sprake zijn van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. In het beleid van de minister is vermeld dat de minister familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM aanneemt tussen meerderjarigen als sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie (more than normal emotional ties).1 Het moet volgens vaste rechtspraak van het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) gaan om bijkomende elementen van afhankelijkheid die de normale emotionele banden overstijgen.2 Uit de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat deze beoordeling van feitelijke aard is, waarbij de minister een brede beoordeling moet maken waarin hij alle individuele omstandigheden van de vreemdeling betrekt.3 Het is echter aan de betrokken vreemdeling om deze individuele omstandigheden te stellen en zoveel mogelijk te onderbouwen. Elementen zoals de financiële en materiële afhankelijkheid tussen betrokkenen, de gezondheid van betrokkenen, de banden met het land van herkomst, de mate van emotionele afhankelijkheid en het antwoord op de vraag of betrokkenen hebben samengewoond, kunnen bijvoorbeeld een rol spelen. De rechtbank dient het onderzoek van de minister naar de relevante feiten en individuele omstandigheden volledig te toetsen. De minister heeft bij de weging van de aangevoerde elementen beoordelingsruimte en dus toetst de rechtbank dit terughoudend.

13. De rechtbank overweegt verder dat uit de uitspraak van de Afdeling van 27 maart 2024 volgt dat er geen belangenafweging hoeft te worden gemaakt door de minister als er geen familie- of gezinsleven bestaat tussen betrokkenen.4

14. Naar het oordeel van de rechtbank is de minister – gelet op het geheel aan individuele omstandigheden die kenbaar waren ten tijde van het bestreden besluit – terecht tot de conclusie gekomen dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat tussen hen en referent bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan. De minister heeft zich over de financiële ondersteuning van referent niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat deze niet uitstijgt boven wat gebruikelijk is in de relatie tussen volwassen kinderen en hun ouders. De minister heeft hierbij betrokken dat referent sinds september 2023 met enige regelmaat geld overmaakt. Dat deze ondersteuning exclusief zou zijn, leidt echter niet tot een ander oordeel. De minister heeft namelijk kunnen stellen dat de financiële ondersteuning reeds geruime tijd op afstand plaatsvindt. Bovendien is niet gebleken dat het niet mogelijk is om eisers op afstand financieel te blijven steunen. De rechtbank kan de minister daarom volgen in het standpunt dat de financiële steun die eisers van referent krijgen op zichzelf onvoldoende is voor het aannemen van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Verder is niet gebleken dat de gezondheidssituatie van eisers maakt dat zij afhankelijk zijn van referent. De minister heeft in zijn verweer onderkend dat uit de overgelegde verklaringen volgt dat de medische situatie van eisers is verslechterd en dat de hulp van [persoon2] is weggevallen. Hoewel uit deze stukken blijkt dat eisers hulp nodig hebben, heeft de minister kunnen stellen dat met deze stukken niet aannemelijk is dat passende hulp in Syrië ontbreekt of dat zij enkel aangewezen zijn op de ondersteuning van referent. Tijdens de zitting heeft de minister toegelicht dat het wegvallen van de ondersteuning door [persoon2] niet maakt dat eisers voor hun gestelde zorg exclusief afhankelijk zijn van referent. Hierbij heeft de minister kunnen betrekken dat eisers zich sinds 2015 zonder referent hebben weten te handhaven en dat uit de medische stukken blijkt dat zij in Syrië zorg hebben ontvangen.

Niet is gebleken dat professionele zorg of hulp van derden niet beschikbaar of ontoereikend zou zijn. De niet onderbouwde stelling dat eisers in Syrië geen sociaal vangnet of familieleden hebben die hen kunnen helpen of ondersteunen, kan dan ook niet tot een ander oordeel leiden.

1. Paragraaf B7/3.8.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).

2 Zie bijvoorbeeld het arrest van het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) van 2 september 2020 (Azerkane tegen Nederland), punt 64.

3 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1188, r.o. 5-5.3.

4 ECLI:NL:RVS:2024:1188, r.o. 5.1.

15. Ten aanzien van het tijdens de zitting voor het eerst naar voren gebrachte standpunt van eisers dat zij geen hulp kunnen krijgen van UNRWA omdat zij Palestijns zijn, overweegt de rechtbank dat in zaken zoals deze sprake is van een zogeheten ex tunc-toetsing. Dit betekent dat de rechtbank bij de beoordeling van het beroep dient uit te gaan van de feiten en omstandigheden zoals die zich voordeden ten tijde van het nemen van het bestreden besluit.5 Hoewel eisers in hun aanvraag hebben gesteld Palestijns te zijn, hebben zij dit in de gronden van bezwaar en de gronden van beroep niet aangevoerd. Daarbij komt dat deze stelling niet nader onderbouwd is. De beroepsgrond slaagt niet.

16. Gelet op het voorgaande heeft de minister kenbaar alle relevante feiten en omstandigheden betrokken bij de beoordeling van de vraag of sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eisers en referent en heeft hij zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat daarmee geen sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Zoals volgt uit de eerdergenoemde uitspraak van de Afdeling van 27 maart 2024, mocht de minister – nu hij heeft vastgesteld dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan – daarmee volstaan. Dat betekent dat hij in dit geval geen belangenafweging hoefde te maken.

17. Eisers voeren aan dat zij ten onrechte niet zijn gehoord. Zij vragen om gehoord te worden voordat uitspraak wordt gedaan.

18. Volgens vaste rechtspraak vormt het horen een essentieel onderdeel van de bezwaarschriftenprocedure en kan daarvan slechts worden afgezien als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de gronden van bezwaar niet kunnen leiden tot een andersluidend besluit.6 Gelet op de motivering van het besluit en wat door eisers is aangevoerd en overgelegd in de bezwaarfase heeft de minister kunnen vaststellen dat er redelijkerwijs geen twijfel bestond dat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister van horen in de bezwaarfase heeft mogen afzien. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

19. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

5 Zie de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1918, r.o. 7.1.

6 ECLI:NL:RVS:2022:1918, r.o. 4.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. F.J. Attema, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

23 december 2025

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C.M. Dijksterhuis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?