RECHTBANK den haag
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
Zaaknummer: 11005620 \ RP VERZ 24-50173
Beschikking van 10 maart 2025 van de kantonrechter inzake het verzoek ex artikel 96 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
in de zaak van
1. [verzoekende partij 1] ,
2. [verzoekende partij 2] ,
3. STICHTING CHRISTELIJK ONDERWIJS HAAGLANDEN (SCOH), het bevoegd gezag van [school] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,verzoekende partijen,
hierna samen te noemen: [verzoekers] c.s.,
gemachtigde: mr. L.G. de Rond,
tegen
gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: [school] ,
medeverzoekster,
gemachtigde: mr. M.W.A. Scholtes,4. STICHTING KINDEROPVANG [kinderopvang],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: [kinderopvang] ,
medeverzoekster,
gemachtigde: mr. F.C.M. Luiten.
1. De procedure
[verzoekers] c.s. hebben in overeenstemming met het procesreglement Project Wijkrechter een aanmeldformulier ingediend. Alle partijen hebben ingestemd met een procedure onder de naam “De Wijkrechter”. Op deze procedure is het Procesreglement Project Wijkrechter van toepassing. De procedure wordt gevoerd bij de kantonrechter.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft met instemming van partijen op 23 mei 2024 bij [verzoekers] thuis plaatsgevonden. Na de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (STAB) opdracht gegeven om een geluidsmeting uit te voeren. De mondelinge behandeling is vervolgens op 10 februari 2025 voortgezet bij de rechtbank in Den Haag. Daarbij zijn alle partijen verschenen en hebben zij tijdens deze zitting hun standpunten toegelicht. Van beide zittingen zijn door de griffier aantekeningen gemaakt.
De beschikking is bepaald op vandaag en partijen hebben kenbaar gemaakt de mogelijkheid van hoger beroep te willen openhouden.
2. De feiten
[verzoekers] c.s. wonen sinds 2021 aan de [adres 1] (hierna: de woning). De woning is gelegen achter de eerstelijns bebouwing van de Prinsegracht en is toegankelijk via de toegangspoort in/onder het gebouw [adres 2] . De voordeur van de woning zit op de begane grond binnen het toegangshek van de Prinsegracht, maar buiten de begrenzing van het schoolplein. De woning zelf grenst aan het schoolplein van [school] .
[school] is gevestigd aan de [adres 3] en ligt tussen de bebouwing van de straten Prinsegracht, Buitenom en Oliënberg/Spijkermakersstraat. Het schoolplein van [school] ligt rondom het schoolgebouw aan de noord-, oost- en zuidkant. Het schoolplein is vanaf drie zijden toegankelijk:
vanaf de Prinsegracht,
vanaf de Buitenom via de Zeepziedershof en
via de steeg tussen de Oliënberg/Spijkermakersstraat.
Alle drie de toegangen zijn voorzien van een afsluitbaar toegangshek.
[kinderopvang] is gevestigd aan de [adres 4] op de begane grond. Zij maakt gebruik van een eigen afgescheiden deel van het schoolplein dat grenst aan het schoolgebouw. Daarnaast spelen de (oudere) kinderen ook op het schoolplein. Verder heeft [kinderopvang] een eigen buitenspeelruimte achter [adres 4] . Die buitenspeelruimte grenst eveneens aan het schoolplein.
De onder 2.1 tot en met 2.3 geschetste omstandigheden zien er op de kaart als volgt uit:
Situering gebouwen [school] , [kinderopvang] en de woning (rood), schoolplein (blauw), speelplaats [kinderopvang] (groen), afsluitbare toegangshekken schoolplein (gele lijnen) en toegangsroutes naar het schoolplein en schoolgebouw (zwarte stippellijnen).
Het schoolplein is van 7.30 uur tot 18.00 uur toegankelijk en wordt tijdens schooltijd (8.30 en 15.00 uur) in de pauzes gebruikt door de kinderen van [school] . Van 15.00 uur tot 18.00 uur wordt het schoolplein gebruikt door de (oudere) kinderen van [kinderopvang] en door kinderen die in de buurt wonen.
STAB heeft op 28 november 2024 een rapport opgesteld met betrekking tot de gestelde geluidsoverlast. Daarin beschrijft zij dat er geluidmetingen zijn uitgevoerd op de gevels van en in de woning vanwege het voetballen en steppen op het schoolplein van [school] . Ook zijn er geluidberekeningen gemaakt om te bepalen hoe hoog het geluidniveau is dat in de woning optreedt vanwege het voetballen en steppen. Uit dit onderzoek is gebleken dat de geluidnormen uit (het tijdelijke deel van) het omgevingsplan van de gemeente Den Haag niet worden overschreden. STAB vermeldt dat het niet overschrijden van de geluidnormen niet uitsluit dat [verzoekers] c.s. hinder ervaren. Om de geluidhinder te voorkomen zijn in het rapport mogelijke maatregelen opgesomd die
kunnen leiden tot een beperking van de geluidhinder.
3. Het verzoek en het verweer
De kantonrechter begrijpt het verzoek van [verzoekers] c.s. zo dat zij verzoeken [school] en [kinderopvang] te veroordelen tot het nemen van maatregelen tegen de (geluids)overlast en het (onbevoegd) laten gebruiken van het schoolplein door derden.
[verzoekers] c.s. stellen dat zij veel geluidsoverlast ervaren van spelende kinderen van [school] en [kinderopvang] . Gezien de situering van het schoolplein ontstaat er een klankkast effect van de geluiden die gemaakt worden op het schoolplein. De harde ballen waarmee gevoetbald of gestuiterd wordt en de steppen die gebruikt worden zorgen ervoor dat de geluiden doordreunen tot in de woning. Daarnaast zijn met regelmaat onbevoegden op het schoolplein aanwezig, omdat de toegangshekken niet aan het eind van de dag (18.00 uur) worden afgesloten. Verder wordt de border met planten voor de deur van de woning bevuild met afval door de kinderen en ouders en spelen kinderen in de border waardoor de planten kapot gaan. [school] en [kinderopvang] hebben de verplichting om de overlast zoveel mogelijk te beperken voor omwonenden en dat doen zij nu niet.
[school] en [kinderopvang] betwisten dat zij onvoldoende maatregelen treffen. Zij stellen dat er geen sprake is van onrechtmatige geluidhinder. Zij hebben maatregelen getroffen zoals het niet voetballen voor schooltijd en het aanspreken van kinderen die de bal tegen de gevel van de woning trappen. In de nieuwsbrief van [school] wordt aan de ouders en leerlingen aandacht gevraagd voor het parkeren van fietsen en steppen bij het naar school brengen van de kinderen, alsmede voor het niet bevuilen van het schoolplein en de borders.
Als tegenverzoek hebben [school] en [kinderopvang] gevraagd om een verbod aan [verzoekers] c.s. op te leggen om rechtstreeks met (de directeur of medewerkers) van hen te mailen over geluidhinder of het hekwerk. In het afgelopen jaar zijn zij bestookt met e-mails soms zelfs dagelijks. De frequentie en de toon in de communicatie gaan de grenzen van respectvol communiceren te buiten.
4. De beoordeling
Geen onrechtmatige geluidhinder door voetballen en steppen
De eerste vraag die voorligt is of de geluidhinder onrechtmatig is. Ingevolge artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek (BW) mag de eigenaar van een erf niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 6:162 BW onrechtmatig is, aan de eigenaars van andere erven hinder toebrengen. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat het antwoord op de vraag of het toebrengen van hinder onrechtmatig is, afhankelijk is van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waaronder de plaatselijke omstandigheden. Daarbij is mede van belang of degene die zich beklaagt over hinder, zich ter plaatse heeft gevestigd vóór of na het tijdstip waarop de hinder veroorzakende activiteiten een aanvang hebben genomen. In dat laatste geval zal zij een zekere mate van hinder eerder hebben te dulden. De vraag of sprake is van onrechtmatige hinder moet zo veel mogelijk worden beantwoord aan de hand van objectieve maatstaven.
De kantonrechter neemt als uitgangspunt de objectieve geluidnormen die vermeld staan in het omgevingsplan van de gemeente Den Haag. Met het inwerkingtreden van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn de regels voor het gebruik van bestaande basisscholen en kinderdagverblijven overgegaan van het Activiteitenbesluit milieubeheer naar het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Gemeenten kunnen de regels voor geluid van scholen op hun grondgebied die in het tijdelijk deel van het omgevingsplan staan, aanpassen. Deze aangepaste regels komen dan in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Dat is bij de gemeente Den Haag op 1 mei 2024 ook gebeurd. Kort gezegd geldt dat het beschermingsniveau voor geluid van scholen en kinderopvang in het omgevingsplan van Den Haag gelijk is aan het beschermingsniveau uit het Activiteitenbesluit. Bij het bepalen van het geluid mag het voor het primair onderwijs het stemgeluid van kinderen op het schoolplein niet worden meegenomen. Dit geldt voor de periode vanaf een uur voor aanvang van het onderwijs tot een uur na beëindiging van het onderwijs. Bij een instelling voor kinderopvang mag het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt speelterrein ook niet worden meegenomen. Daarbij is geen tijdblok aangegeven.
Gedurende de dag (07:00 – 19:00 uur) gelden geluidnormen van 50 dB(A) voor het
gemiddelde geluidniveau (langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; LAr,LT) en 70 dB(A) voor het maximale geluidniveau (LAmax). Deze geluidnormen gelden op de gevel van woningen. Voor het geluidniveau in woningen gelden alleen geluidnormen als de activiteit in- of aanpandig is. Dat is bij een schoolplein in beginsel niet het geval. Omdat het voetballen ook gepaard gaat met schieten van de bal tegen de muur van de woning en de stepjes worden gereden met harde wielen op een verharde bodem naast de woning, is er echter sprake van contactgeluid. Het geluid gaat dan immers via de constructie van de woning naar binnen. De kantonrechter volgt STAB dat het in die situatie wenselijk is om ook een beoordeling aan de normen voor in- en aanpandige situaties uit te voeren. Die normen zijn gedurende de dag 25 dB(A) voor het gemiddelde geluidniveau en 55 dB(A) voor het maximale geluidniveau.
De kantonrechter stelt voorop dat de wijze van uitvoering van het onderzoek van STAB door partijen niet is betwist. Aangenomen mag worden dat de deskundige het onderzoek heeft verricht naar de maatstaven en methoden die daarvoor onder zijn vakgenoten gangbaar zijn. Het rapport geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk, consistent en coherent. De vragen zijn volledig en duidelijk beantwoord. Daarom neemt de kantonrechter de conclusies van de deskundige, die hij overtuigend vindt, over en maakt die tot de zijne. Dit betekent dat niet is gebleken dat de geluidnormen uit het omgevingsplan van de gemeente Den Haag worden overschreden en er daarom geen objectieve grond is om de door [verzoekers] c.s. ervaren hinder als onrechtmatig te bestempelen. Hierbij overweegt de kantonrechter nog dat niet weersproken is dat de woning voorheen niet als woonhuis in gebruik was en [verzoekers] c.s. in de woning zijn gaan wonen, terwijl [school] en [kinderopvang] daar al gevestigd waren. Vanwege privéomstandigheden waren [verzoekers] c.s. een lange periode de hele dag thuis en zijn dat nu ook grotendeels nog. Als gevolg daarvan worden zij gedurende de hele dag continu geconfronteerd met de geluiden en is het invoelbaar dat dit als hinderlijk wordt ervaren. Die omstandigheid leidt echter nog niet tot onrechtmatigheid aan de zijde van [school] en/of [kinderopvang] . Dit kan hen immers niet worden aangerekend.
De kantonrechter merkt nog wel op dat uit het rapport blijkt dat ondanks dat aan de geluidnormen wordt voldaan de laagfrequent geluiden (dreungeluiden) als hinderlijk kunnen worden ervaren. Dit geldt met name als deze geluiden ook voelbare trillingen veroorzaken, zoals het schieten van ballen tegen de gevel en het steppen langs de gevel. Hoewel dit niet als onrechtmatig gekwalificeerd kan worden mag van [school] en [kinderopvang] , nu zij daarvan op de hoogte zijn, wel verwacht worden dat zij deze activiteiten tot een minimum beperken. [school] heeft na de mondelinge behandeling van 23 mei 2024 de mogelijkheid onderzocht om het voetbalveld te verplaatsen op het schoolplein. Hiervoor was al een kapvergunning aangevraagd bij de gemeente Den Haag. De kapvergunning is alleen verleend voor één zieke boom en niet voor de overige aangevraagde bomen. Daarnaast heeft [school] gesteld dat het wijzigen van de indeling van het schoolplein niet mogelijk is zonder toestemming van de architect. Het verplaatsen van het voetbalveld binnen het schoolplein acht zij daarom niet meer mogelijk. Wat betreft het schieten van ballen tegen de gevel kan daartegen worden opgetreden, maar er kunnen ook eenvoudige permanente maatregelen getroffen worden, zoals het plaatsen van een hekwerk. Dit is aan de andere kant van het schoolplein bij de woningen ook gebeurd. Het steppen langs de gevel zou beperkt kunnen worden door dat niet toe te staan gedurende de pauzes.
Vuil in de border en betrappen planten
Hoewel [school] en [kinderopvang] niet bestreden hebben dat dit (incidenteel) gebeurt, is de kantonrechter van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat hier sprake is van onrechtmatig handelen. Daar waar zij kunnen treden [school] en [kinderopvang] op. Zij wijzen via de nieuwsbrief ouders en leerlingen op hun verantwoordelijkheid om geen vuil te laten rondslingeren op en rond het schoolplein. Welke inspanningen [school] en [kinderopvang] meer zouden moeten ondernemen is niet gesteld. Het zijn primair de bevuilers die onrechtmatig handelen tegen [verzoekers] c.s., maar dat zijn niet [school] en [kinderopvang] .
Sluiten toegangshekken
Tussen partijen is niet in geschil dat het de bedoeling is om rond 18.00 uur alle drie de toegangshekken tot het schoolplein af te sluiten. Hoewel [verzoekers] c.s. het liefst hebben dat na schooltijd de toegangshekken worden afgesloten, volgt de kantonrechter het standpunt van [school] dat zij voor de kinderen die in de omgeving wonen een maatschappelijk belang heeft te dienen om het schoolplein langer open te houden dan alleen tijdens schooltijden.
[verzoekers] c.s. hebben in meerdere overgelegde e-mails kenbaar gemaakt dat de toegangshekken niet altijd worden afgesloten en dat regelmatig het tussenhek op het schoolplein niet is afgesloten. [school] en [kinderopvang] hebben niet betwist dat soms een toegangshek niet is afgesloten, maar zij hebben daarbij aangegeven dat het door personele wisselingen het wel eens is vergeten. Dit is tijdelijk geweest en alle medewerkers zijn nu goed geïnstrueerd. Het middelste hek op het schoolplein moet wel op slot gedaan worden, maar niet iedere medewerker heeft daarvan de sleutel. Na renovatie van het schoolplein zal dit middelste hek zeer waarschijnlijk verdwijnen, zodat [school] het laten bijmaken van een reservesleutel op dit moment niet zinvol acht.
Uit de hiervoor geschetste omstandigheden kan niet worden geconcludeerd dat [school] of [kinderopvang] onrechtmatig hebben gehandeld tegenover [verzoekers] c.s. Niet gebleken is van enige opzet om de toegangshekken niet af te sluiten. Dat [verzoekers] c.s. het hinderlijk vinden als de toegangshekken niet worden afgesloten is te begrijpen, omdat het hun veiligheidsgevoel aantast. [school] en [kinderopvang] hebben verklaard dat het ook hun bedoeling is om de toegangshekken aan het eind van de werkdag te sluiten en dat het personeel dat nu goed zou moeten doen.
Verder valt het de kantonrechter op dat de meeste meldingen van [verzoekers] c.s. zien op het niet afsluiten van het middelste hek op het schoolplein. De vraag is of het niet sluiten van dat middelste hek onrechtmatig is. Die vraag wordt ontkennend beantwoord. Dat [verzoekers] c.s. hier enig belang bij hebben wordt wel onderkend. Het werpt toch een extra barrière op voordat ongenode gasten bij hun woning kunnen komen. Die omstandigheid alleen is echter niet voldoende, want er bestaat geen verplichting voor [school] of [kinderopvang] om aan [verzoekers] c.s. een bepaald minimum van veiligheidsgevoel te bieden.
Geen verbod op e-mailen
[school] en [kinderopvang] hebben verzocht om aan [verzoekers] c.s. een verbod op te leggen om dagelijks rechtstreeks met (de directeur of medewerkers) van hen te mailen over geluidhinder of het hekwerk. Tijdens de mondelinge behandeling van 10 februari 2025 hebben [verzoekers] c.s. verklaard dat zij de e-mails hebben gestuurd mede op advies van de wijkagent, omdat zij een dossier moeten opbouwen dat zij hebben geklaagd over de situatie.
Vastgesteld kan worden dat [verzoekers] c.s. een grote hoeveelheid e-mails hebben gestuurd waarin geklaagd wordt over de geluidsoverlast en het niet afsluiten van een toegangshek of het middelste hek. De e-mails hebben niet het gewenste effect bereikt gezien de standpunten van partijen in deze procedure. Voor het opbouwen van een dossier zijn die e-mails evenmin zinvol. Hoewel de frequentie op sommige momenten hoog was en de toon niet altijd vriendelijk was – maar nimmer bedreigd of onbehoorlijk – acht de kantonrechter deze handelwijze nog niet onrechtmatig. Dit maakt dat er geen verbod zal worden opgelegd en het verzoek van [school] en [kinderopvang] zal worden afgewezen. Daar staat tegenover dat [verzoekers] c.s. nu wel moeten beseffen dat de frequentie waarmee zij hebben gemaild niet (langer) wenselijk is en zeker niet in positieve zin bijdraagt aan de verstandhouding tussen partijen.
Alles overziend acht de kantonrechter het nog steeds in het belang van partijen dat zij al dan niet met tussenkomst van een mediator met elkaar in gesprek gaan om in ieder geval de wijze van communicatie met elkaar te verbeteren.
Gelet op de aard van de procedure worden de proceskosten gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de verzoeken van beide partijen af,
compenseert de kosten van de procedure in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.F.H. van Eijk en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2025.