ECLI:NL:RBDHA:2025:27518

ECLI:NL:RBDHA:2025:27518

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-11-2025
Datum publicatie 12-02-2026
Zaaknummer NL25.53671 NL25.53692
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Bewaring, eerste beroep, bewaringsgronden, inreisverbod, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. C.J. Ohrtmann).

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.53671 en NL25.53692

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. P.J. van den Hoogen),

en

Procesverloop

Bij besluit van 29 oktober 2025 heeft de minister aan eiser een maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. De minister heeft op diezelfde dag aan eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.

Eiser heeft tegen beide besluiten beroep ingesteld. Het beroep tegen de maatregel van bewaring moet tevens worden aangemerkt als verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft de beroepen op 10 november 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. T.T. van Wijchen als waarnemer voor zijn gemachtigde mr.

P.J. van den Hoogen. Als tolk is verschenen de heer Lotfi. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Tunesische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2007.

Over de maatregel van bewaring (NL25.53671)

Bewaringsgronden

2. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat het belang van de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. De minister heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser:

3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging

daartoe heeft gedaan;

3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;

3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;

en als lichte grond vermeld dat eiser:

4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft.

3. De rechtbank stelt vast dat eiser enkel de zware grond onder 3c heeft betwist. De rechtbank is van oordeel dat de zware gronden onder 3a en 3b feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn. Deze gronden zijn al voldoende om aan te nemen dat er sprake is van een risico op onttrekking aan het toezicht en kunnen de maatregel van bewaring al dragen. Het geschilpunt over de zware grond onder 3c behoeft daarom geen bespreking meer.

Ambtshalve toetsing

4. De rechtbank moet ook ambtshalve toetsen of de maatregel van bewaring tot het moment van sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. Op grond van de stukken en wat op zitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat dit niet het geval is.

Over het inreisverbod (NL25.53692)

5. De rechtbank stelt vast dat eiser geen beroepsgronden heeft ingediend tegen het door de minister opgelegde inreisverbod van 29 oktober 2025. Ambtshalve toetsend is de rechtbank ook van oordeel dat het inreisverbod rechtmatig is opgelegd.

Conclusie

6. De beroepen tegen de maatregel van bewaring (NL25.53671) en tegen het inreisverbod (NL25.53692) zijn ongegrond. Ook het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

13 november 2025

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak voor zover die over de maatregel van bewaring gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Tegen deze uitspraak voor zover die over het inreisverbod gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. N.M. Spelt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?