ECLI:NL:RBDHA:2025:27530

ECLI:NL:RBDHA:2025:27530

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-08-2025
Datum publicatie 12-02-2026
Zaaknummer NL25.36518
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Bewaring, eerste beroep, inspanningsverplichting, bewaringsgronden, lichter middel, ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. H.W. Omvlee),

de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. S. Kowsari).

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.36518

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

en

Procesverloop

Bij besluit van 31 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 18 augustus 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer Lotfi. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Bewaringsgronden
Lichter middel
Ambtshalve toetsing

1. Eiser stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1998.

Inspanningsverplichting

2. Eiser stelt dat de minister niet heeft voldaan aan de op hem rustende inspanningsverplichting. De minister heeft tijdens de stafrechtelijke detentie onvoldoende uitzettingshandelingen verricht om te voorkomen dat eiser aansluitend in vreemdelingenbewaring gesteld moet worden. Er is sprake van een geplande inbewaringstelling, waardoor de minister eerder vertrekhandelingen had kunnen verrichten.

3. De rechtbank overweegt als volgt. In paragraaf A5/6.12 van de Vreemdelingencirculaire (Vc) staat dat voorkomen moet worden dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring worden gesteld. Hieruit volgt dat de minister zich, in beginsel, gedurende de strafrechtelijke detentie van een vreemdeling moet inspannen om een vreemdeling aansluitend aan het einde van zijn detentie uit te zetten.

4. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) volgt dat in het geval de einddatum van de strafrechtelijke detentie nog onbekend is, omdat de vreemdeling in voorarrest verblijft en nog niet onherroepelijk is veroordeeld, van de minister niet kan worden gevergd dat de voorbereiding van de uitzetting steeds zo wordt ingericht, dat de uitzetting aansluitend aan het einde van de detentie plaatsvindt en iedere vreemdelingenbewaring als gevolg daarvan achterwege kan blijven.1

5. Uit het uittreksel JD van 1 augustus 2025 blijkt dat de preventieve hechtenis van eiser is gestart op 5 juni 2025. Op 16 juni 2025 heeft de zitting bij de politierechter plaatsgevonden en op 8 juli 2025 is de beslissing van de politierechter onherroepelijk geworden. De gevangenisstraf is ten uitvoer gelegd in de periode t/m 31 juli 2025. Eiser was dus op 8 juli 2025 onherroepelijk veroordeeld. Vanaf die datum moet de minister voldoen aan zijn inspanningsverplichting om zoveel mogelijk een inbewaringstelling te voorkomen. Nu de minister op 10 juli 2025 een vertrekgesprek heeft gevoerd met eiser, op 14 juli 2025 een LP-aanvraag heeft verstuurd naar de Algerijnse autoriteiten en op 24 juli 2025 heeft gerappelleerd bij die autoriteiten, heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan zijn inspanningsverplichting. Het kon in dit geval niet verder van de minister gevergd worden dat hij de uitzetting zo voorbereidde dat deze aansluitend aan het einde van de strafrechtelijke detentie van eiser zou plaatsvinden. Van een schending van de inlichtingenverplichting door de minister is in dit geval dan ook geen sprake. De beroepsgrond slaagt niet.

6. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De minister heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser:

3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;

3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;

3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;

3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer; en als lichte gronden vermeld dat eiser:

4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

7. De rechtbank stelt vast dat eiser alle zware en lichte gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd, heeft betwist. Ten aanzien van de zware grond onder 3a stelt eiser dat hij in 2023 naar de Europese Unie (EU) is gekomen om asiel aan te vragen. Dit is de reden dat hij geen grensoverschrijdingsdocument had bij zijn inreis. Het kon van eiser niet verwacht worden dat hij op de voorgeschreven wijze Nederland binnen kwam. Over de zware grond onder 3b stelt eiser dat hij tijdens het vertrekgesprek van 10 juli 2025 heeft aangegeven dat hij niet op de hoogte was van het terugkeerbesluit en dat hij niet wist dat hij zich moest melden. Hierdoor kan aangenomen worden dat eiser zich niet bewust aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken.

1. Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 4 januari 2024: ECLI:NL:RVS:2024:78.

8. De rechtbank is van oordeel dat de zware gronden onder 3a en 3b feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn. Eiser heeft geen grensoverschrijdingsdocument, waardoor hij niet op de voorgeschreven wijze Nederland binnen is gekomen. Dat eiser stelt dat hij de EU /Nederland is ingereisd omdat hij asiel wilde aanvragen betekent niet dat deze grond niet feitelijk juist is. De zware grond onder 3a kon daarom aan de maatregel van bewaring ten grondslag worden gelegd. Verder heeft eiser geen melding gemaakt van zijn illegale verblijf in Nederland. Dat eiser niet wist dat hij moest vertrekken kan de rechtbank niet volgen.

Eiser heeft immers op 5 februari 2024 een terugkeerbesluit opgelegd gekregen. In dit terugkeerbesluit staat ook dat een afschrift van dit besluit onmiddellijk aan eiser is uitgereikt. De rechtbank ziet geen reden om daaraan te twijfelen. Eiser wist dus dat hij moest vertrekken, maar heeft dit niet gedaan. Eiser was onrechtmatig in Nederland, maar heeft geen melding gemaakt van dit onrechtmatige verblijf. De zware grond onder 3b kon daarom ook aan de maatregel van bewaring ten grondslag worden gelegd.

9. De zware gronden onder 3a en 3b zijn al voldoende om de maatregel van bewaring te kunnen dragen. Daaruit volgt dat er een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht op vreemdelingen zal onttrekken. De overige betwiste gronden behoeven daarom geen bespreking meer.

10. Eiser stelt dat de minister had moeten volstaan met het opleggen van een lichter middel dan de maatregel van bewaring. Eiser heeft in het gehoor voor inbewaringstelling van 31 juli 2025 ook gezegd dat hij desgewenst zelfstandig naar Algerije kan terugkeren via Frankrijk als daar om gevraagd wordt. In dat geval kan een meldplicht volstaan. Verder heeft eiser verklaard dat hij asiel zou aanvragen als hij niet in bewaring had verbleven. In dat geval had hij met een meldplicht in het asielzoekerscentrum kunnen verblijven.

11. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de minister had moeten volstaan met het opleggen van een lichter middel. Uit de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd en de motivering daarvan volgt al dat er sprake is van een risico op onttrekking aan het toezicht. Door eiser zijn ook geen relevante omstandigheden genoemd die zouden moeten leiden tot het opleggen van een lichter middel. Dat eiser tijdens het gehoor voor inbewaringstelling op 31 juli 2025 zegt zelfstandig te willen vertrekken naar Algerije betekent niet dat een lichter middel zou volstaan. Eiser heeft immers ook in dit gehoor gezegd dat hij niet terug gaat naar Algerije. Op de zitting heeft eiser dit herhaald. Verder kan eiser ook vanuit bewaring asiel aanvragen, hiervoor hoeft hij niet in het asielzoekerscentrum te verblijven. De beroepsgrond slaagt niet.

12. De rechtbank moet ook ambtshalve toetsen of de maatregel van bewaring tot het moment van sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. Op grond van de stukken en wat op zitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat dit niet het geval is.

Conclusie

13. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

21 augustus 2025

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. N.M. Spelt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?