ECLI:NL:RBDHA:2025:27532

ECLI:NL:RBDHA:2025:27532

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 09-10-2025
Datum publicatie 12-02-2026
Zaaknummer NL25.47040
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Bewaring, eerste beroep, meerdere keren overgeplaatst, bewaringsgronden, zicht op uitzetting, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. V. Senczuk),

de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: W. Vrooman).

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.47040

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

en

Procesverloop

Bij besluit van 25 september 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 6 oktober 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen Z. Hamidi. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Conclusie

1. Eiser stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1988.

Van [plaats 2] naar [plaats 1] naar [plaats 3]

2. Eiser stelt dat hij meerdere keren is overgeplaatst, terwijl dit niet nodig was geweest. Hij heeft eerst in strafrechtelijke detentie gezeten in [locatie]. Daarna is hij overgebracht naar [plaats 1] om vervolgens overgebracht te worden naar detentiecentrum [plaats 3]. Het was ook mogelijk geweest voor eiser om in [plaats 2] in bewaring gesteld te worden.

3. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet onrechtmatig heeft gehandeld door eiser vanuit [plaats 2] over te plaatsen naar [plaats 1] om hem daar te horen voor zijn inbewaringstelling. Hoewel niet duidelijk is geworden waarom eiser niet in [plaats 2] is gehoord

en in bewaring is gesteld, maakt het feit dat het gehoor in [plaats 1] heeft plaatsgevonden de inbewaringstelling niet onrechtmatig. Naar aanleiding van het gehoor voor inbewaringstelling is eiser in bewaring gesteld en is hij binnen 24 uur overgebracht naar detentiecentrum [plaats 3]. De beroepsgrond slaagt niet.

Bewaringsgronden

4. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De minister heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser:

3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;

3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;

3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;

en als lichte gronden vermeld dat eiser:

4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;

4b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;

4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

5. De rechtbank stelt vast dat eiser de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd niet heeft betwist. De rechtbank is van oordeel dat de zware gronden onder 3a en 3c feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn. Deze gronden zijn al voldoende om aan te nemen dat er sprake is van een risico op onttrekking aan het toezicht.

Zicht op uitzetting

6. Eiser stelt dat er momenteel geen zicht op uitzetting is waardoor de maatregel van bewaring onrechtmatig is. Het CVOM heeft gemeld dat er op 4 november 2025 een zitting plaatsvindt waarbij eiser aanwezig moet zijn. Dat betekent dat eiser niet voor die datum mag worden uitgezet. Bovendien betreft de zitting van 4 november 2025 enkel nog de regiezitting. Afdoening van de strafzaak is op korte termijn niet reëel.

7. De rechtbank overweegt als volgt. Bij lopende strafprocedures is toestemming van het OM een vereiste voor het bestaan van zicht op uitzetting vanaf het moment dat de minister bekend is met de feitelijke uitzettingsdatum. In dit geval betekent dit, dat de toestemming die al is gevraagd aan het OM prematuur is en nu nog niet noodzakelijk is voor de vraag of er zicht op uitzetting bestaat. Op het moment dat er een concrete uitzettingsdatum bekend is, kan de minister wederom toestemming vragen aan het OM om eiser uit te zetten. Dat de strafzitting van eiser op 4 november 2025 plaatsvindt betekent dus niet dat er momenteel geen sprake is van zicht op uitzetting. Daarbij komt dat voor eiser nog

een laissez-passer aangevraagd moet worden en deze aanvraag volgens de minister mogelijk niet voor 4 november 2025 afgerond zal zijn. De beroepsgrond slaagt niet.

Terugkeer Algerije

8. Eiser stelt dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is, omdat hij niet terug kan keren naar Algerije. Eiser heeft namelijk problemen in Algerije en zijn vader is daar vermoord wegens zijn functie als hoofd van de militaire dienst.

9. De rechtbank overweegt het volgende. Eiser stelt voor het eerst op zitting dat hij wegens problemen in Algerije niet terug kan keren. Deze problemen in Algerije hadden een reden voor eiser kunnen zijn om een asielaanvraag in te dienen. Niet valt in te zien waarom eiser dat niet heeft gedaan. De enkele stelling van eiser dat hij niet terug kan keren naar Algerije, maakt de maatregel van bewaring om deze redenen al niet onrechtmatig.

10. Voor zover eiser met deze stelling een beroep doet op de uitspraak van het Hof van Justitie van 4 september 20251, kan dit beroep niet slagen. In dit arrest is door het Hof geoordeeld dat een nationale rechter die de rechtmatigheid moet toetsen van de inbewaringstelling van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land met het oog op diens verwijdering ter uitvoering van een definitief terugkeerbesluit, verplicht is om – zo nodig ambtshalve – na te gaan of het beginsel van non-refoulement zich verzet tegen die verwijdering. De enkele niet-onderbouwde stelling van eiser ter zitting dat hij niet terug kan keren geeft geen aanknopingspunt voor het oordeel dat het beginsel van non-refoulement zich verzet tegen die verwijdering. De beroepsgrond slaagt niet.

11. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

1. ECLI:EU:C:2025:647.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

09 oktober 2025

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. P. Lenstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?