Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/696258 / KG ZA 25-1245
Vonnis in kort geding van 31 december 2025
in de zaak van
[eiser] te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. A.H. van Haga te Den Haag,
tegen:
[gedaagde] zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen Nederland,
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna respectievelijk de man en de vrouw worden genoemd.
1. De procedure
De man heeft de dagvaarding doen uitbrengen overeenkomstig de aangehechte kopie en heeft ter zitting van 30 december 2025 bij de daarin opgenomen eis volhard.
De vrouw is behoorlijk opgeroepen tegen die terechtzitting, maar zij is daar niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.
2. De beoordeling van het geschil
Partijen zijn de ouders van [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] . Zij oefenen gezamenlijk het gezag uit over [de minderjarige] .
Bij beschikking van de rechtbank [woonplaats] van 18 januari 2024 is, voor zover hier van belang, uitvoerbaar bij voorraad bepaald dat (i) de vrouw uiterlijk twaalf weken na de beschikking met [de minderjarige] moet terugverhuizen naar Nederland en (ii) dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de man zal zijn.
De man vordert aan hem vervangende toestemming te verlenen voor het aanvragen van een (nood)paspoort voor [de minderjarige] , met veroordeling van de vrouw in de proceskosten. Hij stelt daartoe dat hij met [de minderjarige] terug wil reizen van Polen naar Nederland (zodra zij is getraceerd door de Poolse autoriteiten), maar dat hij niet over een geldig reisdocument voor [de minderjarige] beschikt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de man een spoedeisend belang heeft bij afgifte van een (nood)reisdocument voor [de minderjarige] . Daarbij wordt bepaald dat hij vervangende toestemming zal krijgen voor het aanvragen van een dergelijk document, met dien verstande dat het niet dient te gaan om een paspoort, nu daarmee ook buiten Europa kan worden gereisd. De toestemming betreft dus de aanvraag van een laissez-passer dan wel een identiteitskaart voor [de minderjarige] . Een dergelijk document volstaat immers voor de terugreis naar Nederland. Desgewenst kan de man nadien in een reguliere bodemprocedure, die met meer waarborgen is omgeven, een verzoek indienen voor afgifte van een paspoort.
Aangezien partijen gewezen partners zijn, zullen de proceskosten op de hierna te vermelden wijze tussen hen worden gecompenseerd.
3. De beslissing
De voorzieningenrechter:
verleent aan de man vervangende toestemming, die de noodzakelijke toestemming en medewerking van de vrouw vervangt, om een (nood)reisdocument aan te vragen (niet zijnde een paspoort) voor [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] ;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Hoekstra-Van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2025.
AW