ECLI:NL:RBDHA:2025:27614

ECLI:NL:RBDHA:2025:27614

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-12-2025
Datum publicatie 24-02-2026
Zaaknummer NL25.53324 en NL25.53325
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Dublin Duitsland, beroep ongegrond. Terugnameverzoek geldig, interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland, beroep op artikel 17 Dv slaagt niet.

Uitspraak

[eiser] , eiser,

V-nummer: [#]

(gemachtigde: mr. E.R. Coene),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. F.H. van Zanden).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 29 oktober 2025 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 9 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [naam] als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiser aan de hand van de argumenten die hij heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en kan worden overgedragen aan Duitsland. Zijn beroep wordt niet in behandeling genomen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt verweerder een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek aanvaard. Daarmee is de verantwoordelijkheid van Duitsland vast komen te staan.

Is het terugnameverzoek geldig?

5. Eiser voert aan dat het terugnameverzoek van Nederland aan Duitsland ongeldig is. Hij is niet gehoord voordat verweerder het terugnameverzoek deed en daarom is het verzoek onvolledig. Omdat de termijn voor het doen van een volledig en geldig terugnameverzoek inmiddels is verstreken, is Nederland verantwoordelijk geworden voor de behandeling van zijn asielaanvraag, aldus eiser.

Eiser voert verder aan dat verweerder had moeten vermelden in het terugnameverzoek dat hij homoseksueel is en zeer traumatische ervaringen heeft gehad met familie en daarom koste wat kost niet terug wil naar Duitsland, waar ook familie van hem woont.

Er is geen regel die verweerder verplicht om eiser te horen voorafgaand aan het doen van een terugnameverzoek. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat dit vaak wel gebeurt, maar niet altijd. De rechtbank ziet geen reden om hieraan te twijfelen en eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat sprake is geweest van ongelijke behandeling door hem niet eerst te horen.

Verder heeft verweerder terecht aangevoerd dat hij in het terugnameverzoek alleen die informatie moet vermelden die het aangezochte land in staat stelt te beoordelen of het inderdaad verantwoordelijk is voor verdere behandeling van de asielaanvraag. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 12 september 2017. Eisers wens om niet terug te keren naar Duitsland, hoe dringend ook, is niet van belang voor de vaststelling van de verantwoordelijkheid van Duitsland voor zijn aanvraag. Verweerder hoefde de omstandigheid die eiser noemt dus niet op te nemen in het terugnameverzoek.

De rechtbank concludeert dat er geen reden is om te oordelen dat het terugnameverzoek zoals verweerder dat heeft gedaan, ongeldig is. Deze beroepsgrond slaagt dus niet.

Is overdracht in strijd met de internationale verplichtingen?

6. Eiser voert aan dat niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel omdat de opvangvoorzieningen in Duitsland slecht zijn en de procedurele waarborgen voor lhbti’ers tekortschieten. Hij verwijst hierbij naar het AIDA Country Report Germany, Update on 2024, van juni 2025 (hierna: het AIDA-rapport 2025).

Verweerder neemt het standpunt in dat hij wel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Duitsland. Hij wijst op de uitspraak van de Afdeling van 14 februari 2025 waarin nog is geoordeeld dat voor Duitsland kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.

De rechtbank ziet in het door eiser genoemde AIDA-rapport geen reden om daar nu anders over te oordelen. De specifiek door eiser genoemde passages van dit rapport, die zien op opvang en (kwetsbare) lhbti’ers, geven geen wezenlijk slechter beeld dan de passages over dezelfde onderwerpen in het AIDA Country Report Germany, 2023 Update, van juni 2024, en zijn in een aantal gevallen identiek. Verder heeft eiser van oktober 2021 tot juni 2025 in Duitsland verbleven en heeft daar opvang gehad; dat Duitsland daarbij niet aan zijn internationaalrechtelijke verplichtingen heeft voldaan, heeft eiser niet aangevoerd. De rechtbank ziet dan ook geen reden om te oordelen dat verweerder voor Duitsland niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel heeft kunnen uitgaan.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Kan eisers vrees voor eerwraak in de weg staan aan uitzetting?

7. Eiser betoogt dat verweerder zijn vrees voor eerwraak, zijn doodsangst voor zijn familie en de Koerdische gemeenschap in Duitsland, ten onrechte helemaal niet heeft betrokken in zijn besluitvorming.

De rechtbank constateert dat verweerder in het bestreden besluit heeft vermeld dat eiser heeft gezegd dat zijn familie, zijn kennissen en de Koerdische gemeenschap in

Duitsland hem niet accepteren en dat hij daar niet vrij was om te zijn wie hij wilde zijn. Verweerder neemt hierover het standpunt in dat Duitsland net als Nederland partij is bij het EVRM en eisers rechten moet beschermen en dat eiser de overheid kan vragen hem te helpen bij zijn problemen. De rechtbank overweegt dat - nu uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel - verweerder hiermee weliswaar summier maar ook afdoende eisers vrees voor eerwraak heeft betrokken in zijn besluitvorming. De rechtbank volgt dit standpunt van verweerder ook.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Moet verweerder eisers asielaanvraag toch in behandeling nemen omdat eiser een partner in Nederland heeft?

8. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte niet wil aannemen dat hij een relatie heeft met zijn partner. Gelet op het recht op gezinsleven, zoals dat ook in de Dublinverordening is vastgelegd, dient verweerder met toepassing van artikel 17 van de Dublinverordening zijn asielaanvraag toch in behandeling te nemen. De scheiding van zijn partner zou volgens eiser onredelijk hard zijn.

Verweerder heeft in het bestreden besluit het standpunt ingenomen dat eiser niet heeft aangetoond dat hij een relatie heeft met zijn gestelde partner, die ook asiel heeft aangevraagd in Nederland. Ook heeft eiser niet aangetoond dat de relatie al bestond in Irak, voor eisers vertrek naar Duitsland. Verder heeft eiser niet aangetoond dat er een afhankelijkheidsrelatie is tussen hem en zijn partner, aangezien eiser een tijd zonder zijn partner heeft verbleven in Duitsland en in Nederland.

De rechtbank ziet, anders dan verweerder, geen reden om te twijfelen aan de gestelde relatie van eiser met zijn partner, maar hieruit volgt niet dat verweerder eisers aanvraag toch in behandeling moet nemen. Eiser en zijn partner kunnen volgens de rechtbank niet worden beschouwd als gezinsleden zoals bedoeld in de Dublinverordening. Zij kunnen zich daar dan ook niet als gezinsleden op beroepen. Verder heeft verweerder, hoewel hij ter zitting heeft vastgehouden aan zijn standpunt dat de relatie niet is aangetoond, ook gesteld dat hier geen sprake is van een bijzondere situatie. De rechtbank overweegt hierover dat verweerder het – in de rechtspraak aanvaarde – beleid voert dat hij alleen toepassing geeft aan artikel 17 van de Dublinverordening bij bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat de overdracht van de vreemdeling aan de verantwoordelijke lidstaat van een onevenredige hardheid getuigt. Naar het oordeel van de rechtbank kan verweerder zich op het standpunt stellen dat deze gestelde relatie niet zo’n bijzondere omstandigheid is waarvoor dit beleid is bedoeld. Verweerder hoefde eisers asielaanvraag dus niet in behandeling te nemen.

Deze beroepsgrond slaagt ook niet.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft, dat eisers asielaanvraag niet in Nederland wordt behandeld en dat eiser kan worden overgedragen aan Duitsland.

10. Gezien deze beslissing over het beroep, is er geen grond meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst om deze reden het verzoek daartoe af.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat in beide zaken geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, rechter, in aanwezigheid van mr. A.V. Kostiouk, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak kan, voor zover het de hoofdzaak betreft, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Kraefft

Griffier

  • mr. A.V. Kostiouk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?