Rechtbank den haag
Team familie - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/688907 / KG ZA 25-735
Vonnis in kort geding van 25 november 2025
in de zaak van
[de vader] te [woonplaats] ,
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
advocaat mr. N. Bagci-Çiçek te Den Haag,
tegen:
[de moeder] te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. N.D. Bauman te Den Haag.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vader’ en ‘de moeder’.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de op 5 september 2025 gehouden mondelinge behandeling;
- het proces-verbaal van 5 september 2025;
- het bericht van de Raad voor de Kinderbescherming van 12 september 2025;
- de brief van 17 oktober 2025 van de moeder, inhoudende een wijziging van haar eis in reconventie;
- de brief van 20 oktober 2025, met bijlage, van de vader;
- de brief van 6 november 2025, met producties, van de moeder;
- de op 11 november 2025 gehouden voortgezette mondelinge behandeling;
- het bericht van 13 november 2025 van de vader;
- het bericht van 14 november 2025 van de vader;
- het bericht van 14 november 2025 van de moeder.
Op de zitting van 11 november 2025 zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat, de moeder bijgestaan door haar advocaat, E. Garcia namens de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK).
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
De ouders hebben na de zitting de voorzieningenrechter geïnformeerd dat zij overeenstemming hebben bereikt over een gewijzigde zorgregeling.
2. De feiten in conventie en in reconventie
Op grond van de stukken en wat op de zitting is besproken, wordt in deze procedure van het volgende uitgegaan.
De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.
Zij zijn de ouders van de minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] .
Bij beschikking van deze rechtbank van 24 december 2021 zijn de ouders gezamenlijk met het gezag belast.
Bij beschikking van deze rechtbank van 16 januari 2024 is bepaald dat de kinderen bij de vader zijn:
- elke week van woensdag uit school tot donderdag naar school;
- om de week van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.30 uur;
- tijdens de vakanties en feestdagen zoals opgenomen in hoofdstuk vier van het ouderschapsplan, aangehecht aan de beschikking, behoudens punt 4.7 en de schuingedrukte passages,
waarbij de vader de kinderen haalt en brengt bij de lift in de hal op de begane grond van de woning van de moeder.
Hierbij is bepaald dat de moeder aan de vader een dwangsom verbeurt van € 50,- voor iedere keer dat zij voormelde zorgregeling niet nakomt, met een maximum van € 1.000,-.
Uit het proces-verbaal van 5 september 2025 blijkt dat partijen tijdens de mondelinge behandeling het volgende zijn overeengekomen:
1. De zorgregeling wordt vooralsnog, in afwachting van overeenstemming tussen partijen dan wel een andersluidend rechterlijk oordeel, uitgevoerd als volgt: de kinderen zullen één weekend per veertien dagen bij de man zijn, van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.30 uur. Het eerste weekend zal aanvangen op vrijdag 12 september 2025. De man zal dat weekend bij zijn partner doorbrengen met de kinderen. Het weekend van 26 september 2025 zal de man met de kinderen doorbrengen bij zijn ouders. Vervolgens zal afwisselend bij de partner en bij de ouders van de man worden verbleven in de omgangsweekenden.
2. Partijen zullen in de komende periode de huisarts van de kinderen/HAP en Veilig Thuis vragen te bevestigen welke meldingen/onderzoeken door hen zijn gedaan. De advocaten zullen daarvoor gezamenlijk de nodige stappen zetten.
3. Indien na ontvangst van voormelde gegevens tussen partijen geen overeenstemming bestaat over de verdere uitvoering van de zorgregeling zal door de meest gerede partij aan de voorzieningenrechter worden gevraagd een vervolgzitting te bepalen. In dat kader zal de zaak pro forma voor zes weken worden aangehouden, tot zaterdag 18 oktober 2025. Partijen dienen zich uiterlijk op die datum uit te laten over de gewenste voortgang van de procedure.
4. Partijen verzoeken aanhouding van de zaak.
De moeder heeft in oktober 2025 de zorgregeling weer stopgezet.
3. Het geschil
in conventie
De vader vordert, zakelijk weergegeven:
Primair
I. de minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voorlopig aan de man toe te vertrouwen totdat in de nog te starten bodemprocedure een eindoordeel is gegeven over de wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen;
Subsidiair
II. de moeder te veroordelen om conform de beschikking van 16 januari 2024 van de rechtbank Den Haag de minderjarigen iedere woensdag om 12:00 uur en om de week op de vrijdag om 17:00 uur, alsmede op maandag
11 augustus 2025 om 10:00 uur aan de vader af te geven, zo nodig met behulp van de sterke arm;
III. op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per keer dat zij weigert de zorgregeling na te leven.
De moeder heeft tegen deze vorderingen verweer gevoerd.
in reconventie
De moeder vordert na wijziging van haar eis in reconventie:
- de zorgregeling op te schorten;
- de vader te veroordelen in de kosten van onderhavige procedure.
De vader heeft tegen deze vorderingen verweer gevoerd.
4. De beoordeling van het geschil
Afspraken over de zorgregeling
De voorzieningenrechter heeft zowel tijdens de eerste zitting als tijdens de tweede zitting met de ouders besproken dat zij in de zorgen die de moeder heeft geuit geen aanleiding ziet om de zorgregeling geheel op te schorten. De ouders hebben vervolgens tijdens de eerste zitting voorlopige afspraken gemaakt over de zorgregeling. Na de tweede zitting hebben de ouders de voorzieningenrechter geïnformeerd dat zij in onderling overleg een gewijzigde zorgregeling zijn overeengekomen. Met ingang van vrijdag 14 november 2025 luidt de zorgregeling tussen de vader en de kinderen als volgt:
- een weekend in de veertien dagen van vrijdag uit school tot maandag naar school;
- iedere week van woensdag uit school tot donderdag naar school.
Deze afspraak wordt, zoals door partijen verzocht, opgenomen in het dictum. De andersluidende vorderingen betreffende de zorgregeling zullen worden afgewezen.
De voorzieningenrechter merkt hierbij nog op dat zij ervanuit gaat dat de ouders de nieuwe zorgregeling correct zullen nakomen en zich daarnaast ook zullen houden aan de afspraak die zij tijdens de zitting hebben gemaakt inhoudende dat de kinderen dit jaar in de kerstvakantie de tweede week, inclusief Oud en Nieuw, bij de moeder zullen doorbrengen en de eerste week bij de vader.
Hulpverlening
De Raad voor de Kinderbescherming zal contact opnemen met Veilig Thuis voor een verwijzing naar Uniform Hulpaanbod en het opstarten van opvoedondersteuning. De voorzieningenrechter gaat ervanuit dat beide ouders hun medewerking zullen verlenen aan deze hulpverlening.
De dwangsom
De vader heeft zijn vordering om de moeder een dwangsom op te leggen gehandhaafd.
De voorzieningenrechter vindt oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de afgesproken zorgregeling, aangewezen omdat de moeder de zorgregeling al vaker eenzijdig heeft stopgezet. De dwangsom zal wel worden gematigd en gemaximeerd. De voorzieningenrechter zal bepalen dat de moeder een dwangsom verbeurt van € 100,- per keer dat zij de zorgregeling niet nakomt, tot een maximum van € 5.000,-.
De proceskosten
Omdat partijen samen de ouders zijn van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] , zal de voorzieningenrechter de proceskosten compenseren en bepalen dat iedere partij (zowel in conventie als in reconventie) de eigen kosten draagt.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter:
In conventie:
stelt vast dat met ingang van 14 november 2025 de volgende zorgregeling tussen de vader en de kinderen zal gelden:
- een weekend in de veertien dagen van vrijdag uit school tot maandag naar school;
- iedere week van woensdag uit school tot donderdag naar school;
bepaalt dat de moeder een dwangsom van € 100,- verbeurt voor iedere keer dat zij deze zorgregeling niet nakomt, tot een maximum van € 5.000,-;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
In reconventie:
wijst de vordering af;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Hoekstra-van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.
MV