Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
Zaak- / rolnummer: C/09/691699 / KG ZA 25-919
Bijlage bij het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van 14 oktober 2025
VERBETERING van een proces-verbaal van mondelinge uitspraak
in de zaak van
[eiser] , te [woonplaats 1] ,
eiser,
advocaat mr. R.G. Groen te Den Haag.
tegen:
[gedaagde] , te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat mr. H. Devkinandan te Zoetermeer (waarnemend voor mr. C. Car).
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de moeder’ en ‘de vader’.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de brief (per e-mail) van [geboortedatum 1] 2025 van mr. R.G. Groen;
- het op 13 november 2025 ingediende bericht van mr. C. Car.
2. De beoordeling
In de brief van mr. Groen van [geboortedatum 1] 2025 wordt verzocht het dictum van het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 14 oktober 2025 aan te passen, omdat de tijdstippen van de zorgregeling daarin onjuist zijn vermeld. De omgangsmomenten zijn volgens mr. Groen ter zitting door de voorzieningenrechter in haar mondelinge uitspraak op zondag van 15.00 uur tot 19.00 uur bepaald en niet van 15.00 uur tot 17.00 uur, zoals in het proces-verbaal staat vermeld.
De wederpartij is in de gelegenheid gesteld te reageren op voormeld verzoek en heeft aangegeven dat het tijdstip van 15.00 uur tot 19.00 uur op de zitting wel een onderwerp van discussie was, maar dat de vader de exacte tijdstippen van de door de voorzieningenrechter bepaalde zorgregeling niet met volledigheid kan bevestigen.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Uit de zittingsaantekeningen van de mondelinge behandeling op 14 oktober 2025 is duidelijk gebleken dat de voorzieningenrechter op de zitting heeft bepaald dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] de ene week op zondag van 15.00 uur tot 19.00 uur bij de vader verblijven en dat [de minderjarige 3] en [de minderjarige 4] de andere week op zondag van 15.00 uur tot 19.00 uur bij de vader verblijven. Het is dan ook juist dat in het dictum abusievelijk een onjuist eindtijdstip is vermeld (en ook in de overwegingen). Het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 14 oktober 2025 bevat dan ook een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare verschrijving in de zin van artikel 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Daarom dient dit proces-verbaal te worden verbeterd zoals hierna weergegeven.
3. De beslissing
De voorzieningenrechter:
verbetert voormeld proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van 14 oktober 2025, in die zin dat in de overwegingen moet worden gelezen: ‘De voorzieningenrechter zal zodoende bepalen dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] de ene week op zondag van 15.00 tot 19.00 uur bij de vader verblijven en dat [de minderjarige 3] en [de minderjarige 4] de week daarop op zondag van 15.00 tot 19.00 uur bij de vader verblijven en de beslissing komt te luiden:
De voorzieningenrechter
bepaalt, met wijziging in zoverre van de beschikking voorlopige voorzieningen van 26 mei 2025, dat [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats] en [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats] , voorlopig de ene week op zondag van 15.00 uur tot 19.00 uur bij de vader zijn en dat [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats] en [de minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2023 te [geboorteplaats] , voorlopig de andere week op zondag van 15.00 uur tot 19.00 uur bij de vader zijn.
handhaaft het proces-verbaal voor het overige;
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 26 november 2025 wordt vermeld op de minuut van het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 14 oktober 2025;
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 14 oktober 2025 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Hoekstra-Van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025.
AW