ECLI:NL:RBDHA:2025:27667

ECLI:NL:RBDHA:2025:27667

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-12-2025
Datum publicatie 27-02-2026
Zaaknummer C/09/693973 / KG ZA 25-1073
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vonnis in kort geding met betrekking tot de verdeling van het gezamenlijk eigendom van de woning, uitsluitend gebruik gezamenlijke woning, omgangs- en vakantieregeling, birdnesting

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/693973 / KG ZA 25-1073

Vonnis in kort geding van 3 december 2025

in de zaak van

[de vrouw] te [woonplaats] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. G.A. Nandoe Tewarie te ’s-Gravenhage,

tegen:

[de man] te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. te mr. R.P.A. Meghoe te Rijswijk.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de man’ en ‘de vrouw’.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 t/m 16;

- de door de man overgelegde conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie met producties 1 t/m 12;

- de brief van 18 november 2025 van eiseres met aanvullende producties 17 en 18;

- de op 19 november 2025 gehouden mondelinge behandeling.

Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2. De feiten in conventie en in reconventie

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

De man en de vrouw hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van de nog minderjarige kinderen:

- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats] ;

- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats] .

De vrouw is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over de kinderen belast.

De man en de vrouw hebben een woning aan de [adres] gemeenschappelijk in eigendom.

Tijdens het mediationtraject hebben de man en de vrouw in onderling overleg een birdnesting-regeling afgesproken waarbij de ene ouder in de ene week met de kinderen in de gemeenschappelijke woning verblijft en de andere ouder in de andere week met de kinderen in de gemeenschappelijk woning verblijft.

3. Het geschil

in conventie

De vrouw vordert – zakelijk weergegeven – om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

- te bepalen dat de kinderen voorlopig aan de vrouw worden toevertrouwd;

- te bepalen dat de voorlopige omgangsregeling inhoudt dat de kinderen een weekend per twee weken van vrijdag na school om 14.00 uur tot maandag naar school om 8.30 uur (de voorzieningenrechter begrijpt: bij de man) zullen verblijven;

- alsmede te bepalen dat de vakanties en feestdagen bij helfte per jaar om- en- om zullen worden verdeeld, waarbij uitsluitend voor de zomervakantie 50/50 bij een verdeling van drie/drie weken zal gelden, waarbij bepaald wordt dat de kinderen het laatste weekend van de schoolvakantie bij de vrouw zullen verblijven;

- te bepalen dat de man een bedrag van € 267,- per maand per kind, telkens bij voor uitbetaling voor de eerste van de maand aan de vrouw te voldoen, zal betalen;

- te bepalen dat de vrouw het voorlopig uitsluitend gebruik van de voormalige echtelijke woning van de woning aan de [adres] vanaf de dag van het vonnis tot aan de verkoop en levering van deze woning aan de vrouw, toegekend krijgt;

- te bepalen dat de man dient mee te werken aan de toedeling van de woning aan de vrouw;

- te bepalen dat de man dient mee te werken aan de bindende taxatie door taxateur/makelaarskantoor [makelaar] te [plaats] zulks binnen een week nadat de man het vonnis ontvangen heeft, waarbij de taxatiekosten fiftyfifty verdeeld zullen worden, bij gebreke waarvan de vrouw uw rechtbank verzoekt om bij het uitblijven van het ondertekenen van de taxatieopdracht binnen een week na het eerste verzoek, te bepalen dat uw vonnis in de plaats van de toestemming van de man tot het verlenen van een opdracht tot taxateur zal treden;

- te bepalen dat de man de helft van de hypothecaire lasten van € 609,95 per maand, vanaf het vonnis tot aan de levering, steeds voor de eerste van de maand aan de vrouw voldoet, bij gebreke waarvan de vrouw de achterstallige betalingen kan verrekenen met het aandeel van de man in de overwaarde;

- te bepalen dat, wanneer de man niet voldoet aan de veroordeling(en) tot medewerking, dit vonnis op grond van artikel 3:300 BW in de plaats treedt van de noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van de man;

- te bepalen dat de man de helft van de notariskosten dient te voldoen alsmede te bepalen dat de notaris uit hoofde van dit vonnis toestemming krijgt om tot verrekening daarvan over te gaan;

- althans elk ander vonnis in goede justitie te wijzen;

- de man te veroordelen in de kosten van het geding.

Daartoe voert de vrouw – samengevat – het volgende aan. Hoewel partijen een afspraak hebben gemaakt omtrent birdnesting is op dit moment sprake van een zorgelijke situatie die steeds verder escaleert. De man is agressief richting de vrouw en haar nieuwe partner en de kinderen zijn hier getuige van. Ondanks de tussen partijen afgesproken regeling houdt de man zich niet aan de afspraken. De man verblijft in de woning ook gedurende de tijd dat de vrouw daar met de kinderen volgens afspraak verblijft. De spanningen lopen hierdoor steeds verder op en er hebben zich inmiddels verscheidene incidenten voorgedaan. De situatie tussen de man en de vrouw is inmiddels onhoudbaar. De vrouw wil overgaan tot verdeling van het gemeenschappelijk eigendom van de woning en vordert wijziging van de omgangsregeling tussen de man en de kinderen, zodat er rust ontstaat voor de kinderen.

De man voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

in reconventie

De man vordert – zakelijk weergegeven – om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- de volgende omgangsregeling tussen de man en de kinderen vast te stellen, zolang er nog geen definitieve omgangsregeling is vastgesteld in de bodemprocedure:

a. ten aanzien van de reguliere omgangsregeling:

i. wekelijks verblijven [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] op de maandag en dinsdag bij de man;

ii. in de oneven weken verblijven [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] op de woensdag tot en met donderdagochtend bij de man;

iii. in de even weken brengt de man [de minderjarige 1] op de donderdag naar Judoles brengen, waarna hij hem terugbrengt bij de vrouw;

iv. in de oneven weken verblijven [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] om het weekend vanaf vrijdag tot en met dinsdagochtend bij de man;

b. ten aanzien van de vakanties, zolang er nog geen definitieve verdeling van de vakanties is vastgesteld in de bodemprocedure:

i. vakanties die slechts één week duren worden verdeeld conform de reguliere zorgregeling, waaronder de voorjaarsvakantie 2026;

ii. vakanties die meer dan één week duren worden gelijkelijk verdeeld tussen partijen, waaronder de meivakantie 2026;

iii. te bepalen dat de vakantieverdeling aanvangt op de eerstvolgende maandag;

iv. te bepalen dat voor de kerstvakantie, kerstdagen en oud- en nieuwjaar 2025/2026 de volgende verdeling geldt:

v. vanaf maandag 22 december 2025 verblijven de kinderen tot en met 26 december 28 december 2025 met uitzondering van de tweede kerstdag;

vi. op de eerste kerstdag (25 december 2025) verblijven de kinderen bij de vrouw;

vii. op de tweede kerstdag (26 december 2025) verblijven de kinderen vanaf 10:00 uur tot en met 27 december 2025 om 10:00 uur bij de man;

viii. vanaf 29 december 2025 verblijven de kinderen tot en met 4 januari 2026 bij de man, waarbij hij de kinderen in de avond op 28 december 2025 ophaalt;

c. te bepalen dat ieder van partijen voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] de zorgregeling uitvoering op diens dagen in de echtelijke woning telkens met het bevel aan de andere ouder om de woning in de periode dat die daar niet mag verblijven, te verlaten;

te bepalen dat de woning aan de [adres] door een door de man aan te wijzen NVM Makelaar dan wel een door de rechtbank aan te wijzen makelaar binnen veertien dagen na betekening van het vonnis;

de vrouw te veroordelen om mee te werken aan taxatie van de woning;

de vrouw te veroordelen de helft van de taxatiekosten te voldoen;

te bepalen dat de vrouw de gelegenheid krijgt om binnen acht weken nadat het taxatierapport is uitgebracht de financiering rond te krijgen voor het overnemen van de woning;

te bepalen dat het onverdeelde aandeel van de man in de woning gelegen aan de [adres] pas aan de vrouw kan worden toegedeeld tegen een nader te taxeren waarde:

a. nadat de vrouw de overbedelingsvordering, de vergoedingsrechten van de man en de rentevergoeding aan de man heeft voldaan;

b. onder de opschortende voorwaarde dat de hypotheekhouder de man ontslaat uit zijn hoofdelijke verplichtingen met betrekking tot de hypothecaire geldlening naar de stand van de schuld op het moment van de goederrenrechtelijke levering van het aandeel in de woning aan de vrouw;

c. onder de gehoudenheid van de vrouw de overbedelingsvordering die daardoor ontstaat, de vergoedingsrechten van de man de man ten bedrage van € 43.987,26 en de rentevergoeding van € 32.277,- aan de man te voldoen.

- in geval de vrouw de woning niet wenst over te nemen, de woning niet kan financieren, dan wel de bank niet bereid is om de man uit zijn aansprakelijkheid te ontslaan, de vrouw hoofdelijk te veroordelen om onvoorwaardelijk en onherroepelijk alle medewerking te verlenen teneinde de woning aan de [adres] zo spoedig mogelijk te verkopen en notarieel te leveren aan een derde, waartoe in ieder geval de volgende (rechts)handelingen dienen te worden begrepen:

a. de vrouw moet binnen één week, nadat de vrouw te kennen heeft gegeven dat ze de financiering niet rond krijgt, instemmen met de vraagprijs van de aangewezen makelaar;

b. de vrouw moet medewerking verlenen aan verkoop aan een potentiële koper, waaronder het ter akkoord ondertekenen van een koopovereenkomst met redelijke voorwaarden, als er een bod is gedaan dat volgens de makelaar marktconform is.

c. de vrouw dient uiterlijk twee weken vóór de levering van de woning alle sleutels met betrekking tot de woning aan de met de notariële levering van de woning belaste notaris te overhandigen, na afloop van welke termijn het de vrouw niet meer is toegestaan om zonder voorafgaande toestemming van de man in de woning te verblijven.

d. op de het bedrag van de verkoopprijs wordt eerst de hypothecaire geldlening in mindering gebracht en vervolgens worden de vergoedingsrechten van de man ten bedrage van € 43.987,26 in mindering gebracht. Het restant van de verkoopprijs wordt in gelijkelijk tussen beide partijen verdeeld.

te bepalen dat deze te wijzen vonnis in de plaats treedt voor de levering vereiste wilsverklaring en handtekening van de vrouw;

de vrouw te veroordelen in de proceskosten, met vermeerdering van de kosten.

Daartoe voert de man – samengevat – het volgende aan. Volgens de man hebben partijen enige tijd uitvoering gegeven aan de afspraken over de omgang met de kinderen. Dit verliep echter niet goed omdat zij beiden toch in de gezamenlijke woning verbleven als de ander daar volgens de afspraak mocht zijn. Volgens de man is er nooit sprake geweest van huiselijk geweld of agressie, maar wel van hoogoplopende ruzies. De man erkent dat die ruzies niet in het belang van de kinderen zijn geweest, maar volgens de man zijn er geen redenen om te bepalen dat hij de kinderen minder vaak ziet dan nu het geval is. Ook de man vindt het wenselijk dat aan het gemeenschappelijk eigendom van de woning een einde komt en stemt ermee in dat de vrouw de mogelijkheid krijgt om te onderzoeken of zij het aandeel van de man kan overnemen. De man vindt het wel belangrijk dat voor de vrouw een termijn geldt waarbinnen zij deze mogelijkheid heeft.

De vrouw voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

in conventie en reconventie

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie, zal de voorzieningenrechter de vorderingen gezamenlijk behandelen.

De gemeenschappelijke woning

Partijen hebben op de zitting aangegeven dat er aan het gemeenschappelijk eigendom van de woning een einde moet komen. Ook is niet in geschil dat de man het aandeel van de vrouw in de woning niet kan overnemen en dat de vrouw nu de mogelijkheid moet krijgen om te onderzoeken of zij het aandeel van de man in de woning kan overnemen. De standpunten van partijen over welk traject daarvoor zal moeten worden bewandeld lopen echter uiteen. Partijen hebben op de zitting aangegeven dat zij willen dat de route voor hen wordt uitgestippeld.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. De stellingen van de man komen er op neer dat hij in beginsel bereid is om mee te werken aan de overdracht van zijn aandeel in de woning aan de vrouw, mits de overdracht plaatsvindt op basis van een actuele taxatie van de woning. Er heeft weliswaar eerder dit jaar een taxatie plaatsgevonden maar dat is inmiddels alweer enkele maanden geleden. Partijen zijn het erover eens dat er een actuele taxatie moet plaatsvinden maar worden het niet eens over de makelaar die de taxatie moet uitvoeren. Om die reden zal de voorzieningenrechter bepalen dat de vrouw binnen één week na de datum van het vonnis aan de man drie NVM-makelaars uit [plaats] of de directe omgeving moet voorstellen, waaruit de man vervolgens binnen één week een keuze dient te maken. Indien de man geen keuze kenbaar maakt, zal de vrouw zelf een van de drie makelaars kunnen aanwijzen die de taxatie van de woning zal uitvoeren. Deze makelaar-taxateur zal de waarde vaststellen waartegen de vrouw de woning kan overnemen. De vrouw dient vervolgens binnen drie maanden na de taxatie aan te tonen dat zij de woning tegen deze waarde kan overnemen met ontslag van de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek. Beide partijen krijgen de gelegenheid bij het bezoek aan de woning door de taxateur aanwezig te zijn. Ook zullen zij ieder de helft van de taxatiekosten voor hun rekening moet nemen.

Indien de vrouw binnen drie maanden na de taxatie aan de hand van een voor aanvaarding gerede (dus bindende) offerte aan de man kan aantonen dat zij het aandeel van de man in de woning kan financieren en zijn ontslag uit de hoofdelijkheid kan bewerkstelligen, dient de man vanaf dat moment binnen vier weken zijn medewerking te verlenen aan de levering van zijn aandeel in de woning aan de vrouw.

Indien de vrouw de woning niet kan overnemen onder deze voorwaarden dan moet de woning worden verkocht en geleverd aan een derde. Binnen één week nadat de aan de vrouw gegunde termijn is verstreken of nadat de vrouw kenbaar heeft gemaakt de woning niet te kunnen overnemen zullen partijen aan de makelaar-taxateur een gezamenlijke opdracht verstrekken tot verkoop van de woning aan een derde. Deze makelaar-taxateur zal – als partijen het niet eens zijn – partijen bindend adviseren over de vast te stellen vraag- en laatprijs van de woning.

De man zal, zoals gevorderd, worden veroordeeld tot medewerking aan de levering van zijn aandeel in de woning aan de vrouw, als zij de financiering rond krijgt. Voor het geval de man zijn onvoorwaardelijke en volledige medewerking aan de levering van zijn aandeel in de woning aan de vrouw niet verleent, zal worden bepaald dat indien de man na sommatie daartoe niet meewerkt, dit vonnis in de plaats treedt van de voor de levering vereiste wilsverklaring van de man. De voorzieningenrechter zal de vrouw veroordelen mee te werken aan de verkoop en levering aan een derde als die weg uiteindelijk moet worden bewandeld. Niet is gebleken dat de vrouw, indien de woning moet worden verkocht en geleverd aan een derde, geen medewerking zal verlenen aan de verkoop en levering van de woning zodat de voorzieningenrechter de overige vorderingen van de man ten aanzien van de medewerking van de vrouw zal afwijzen.

Ten aanzien van de, door de man gestelde, vergoedingsrechten die hij in de afwikkeling wil meenemen, geldt dat de vordering daartoe zich niet leent voor behandeling in kort geding. Dat is alleen al zo omdat de vrouw betwist dat de man aanspraak maakt op vergoeding van een en ander en deze procedure zich niet leent om dat verder uit te zoeken. De vorderingen van de man worden daarom afgewezen. De voorzieningenrechter geeft partijen in overweging om zo snel mogelijk met elkaar in gesprek te gaan over de aanspraken die zij over en weer stellen te hebben, zo nodig met hulp van hun advocaten.

Uitsluitende gebruik gemeenschappelijke woning en omgangsregeling

De vrouw vordert te bepalen dat het uitsluitend gebruik van de woning aan haar zal worden toegekend en dat een omgangsregeling tussen de man en de kinderen wordt vastgesteld waarbij de omgang tussen de man en de kinderen wordt beperkt tot om de week een weekend. De vrouw stelt daartoe dat zij hoofdverzorger van de kinderen is, zij de gemeenschappelijke woning zal overnemen en dat de kinderen nu rust nodig hebben. De man is het hier niet mee eens en geeft aan dat er geen contra-indicaties zijn voor de nu tussen partijen gehanteerde omgangsregeling. In afwijking van hetgeen de man heeft gevorderd heeft de man op de zitting aangegeven dat hij wenst dat de birdnesting-regeling wordt gehandhaafd, maar dat partijen zich dan ook strikt aan deze regeling moeten houden.

De voorzieningenrechter stelt bij de beoordeling van deze vordering het belang van de kinderen voorop. Als de voorzieningenrechter het uitsluitend gebruik van de woning nu aan de vrouw zou toekennen, betekent dat wanneer de kinderen bij de man zijn hij elders onderdak aan de kinderen moet bieden op de momenten dat hij de zorg over de kinderen heeft. Op dit moment beschikt de man nog niet over andere eigen woonruimte. Dat heeft tot gevolg dat de man met de kinderen in een hotel of afwisselend bij derden moet verblijven. Hoewel de voorzieningenrechter de wens van de vrouw wel begrijpt, acht de voorzieningenrechter dit, mede gelet op de jonge leeftijd van de kinderen, niet in hun belang. De kinderen hebben de afgelopen maanden al veel meegemaakt en het is duidelijk dat zij heel veel last hebben van de situatie. Met de vrouw is voorzieningenrechter ook van oordeel dat het voor de kinderen belangrijk is dat er zoveel mogelijk rust komt. Het is dan juist in hun belang dat er voorlopig zo min mogelijk verandert. Indien de man met de kinderen telkens op andere plekken moet verblijven brengt dat veel onrust met zich. Dat geldt ook voor het geval ineens wordt bepaald dat zij aanzienlijk minder tijd met hun vader zijn. Een wijziging van de omgangsregeling waarbij zij nog maar om het weekend bij hun vader zijn, zal ook weer veel impact op de kinderen hebben. Een beperkte omgangsregeling tussen de man en de kinderen acht de voorzieningenrechter dan ook niet in het belang van de kinderen. Hoewel voldoende aannemelijk is dat de man zich de afgelopen periode op diverse momenten heeft misdragen, ook in aanwezigheid van de kinderen, is het niet gebleken dat de man niet goed voor de kinderen zorgt op de momenten dat de kinderen met hem zijn. Het is juist in het belang van de kinderen dat zij, zoals zij dat nu ook gewend zijn, beide ouders op regelmatige basis in hun vertrouwde omgeving blijven zien tot er duidelijkheid is over de gezamenlijke woning. Van de ouders mag worden verwacht dat zij de kinderen al op gepaste wijze beginnen voor te bereiden op de verhuizing van de man en misschien ook de vrouw naar elders en dat hun levens zich in twee verschillende huizen zullen gaan afspelen.

De voorzieningenrechter zal gelet hetgeen hierboven is overwogen, overeenkomstig de eerdere afspraken tussen partijen en zoals door de man op de zitting verzocht, de bestaande birdnesting-regeling vastleggen. Dat houdt in dat de man in de ene week de zorg voor de kinderen heeft in de gemeenschappelijke woning en de vrouw in de andere week de zorg voor de kinderen heeft in de gemeenschappelijke woning. Daarbij speelt, naast het belang van de kinderen, ook een rol dat inmiddels zicht is op een einde aan het gemeenschappelijk eigendom van de woning en dat deze omgangsregeling, dus tijdelijk is. Gelet op de vast te stellen birdnesting-regeling zal de voorzieningenrechter bepalen dat de vrouw dan wel de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de gemeenschappelijke woning gedurende de tijd dat zij de zorg hebben voor de kinderen. Het is echter duidelijk dat deze regeling misgaat op het moment dat partijen in elkaars nabijheid verblijven. De man heeft op de zitting aangegeven dat het van belang is dat partijen zich strikt aan de birdnesting-regeling houden. Daar heeft de man gelijk in. Het is echter ook aannemelijk dat juist het gedrag van de man de afgelopen maanden de voornaamste oorzaak is geweest van het feit dat de uitvoering van de regeling niet goed is verlopen. De voorzieningenrechter concludeert dan ook dat het vooral op de weg van de man ligt om zich nu wel daadwerkelijk aan de afspraken te houden. Indien de man een rustige werkplek nodig heeft dan zal dat niet in de woning kunnen op het moment dat hij niet de zorg voor de kinderen heeft. Ook vergeten spullen in de woning kunnen niet worden opgehaald in de week dat de man niet de zorg over de kinderen heeft. Dit geldt uiteraard ook voor de vrouw. Het is bovendien niet meer dan normaal dat partijen er zorg voor dragen dat de woning op het moment van de wissel schoon en opgeruimd is.

Toevertrouwing van de kinderen

De vrouw vordert dat de kinderen aan haar worden toevertrouwd. De man acht dit niet in het belang van de kinderen.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:12 van het Burgerlijk Wetboek volgt een minderjarige de woonplaats van degene die het gezag over hem uitoefent. De vrouw is van rechtswege met het eenhoofdig gezag over de kinderen belast. Omdat de vrouw en de kinderen de helft van de tijd in de gemeenschappelijke woning zullen verblijven zal de voorzieningenrechter de vordering bij gebrek aan belang afwijzen.

Verdeling van de vakanties

Zowel de vrouw als de man hebben verdeling van de vakanties gevorderd. Op de zitting is gebleken dat partijen het belangrijk vinden dat er snel duidelijkheid komt over de verdeling van de kerstvakantie, de voorjaarsvakantie en de meivakantie. Partijen hebben op de zitting overeenstemming bereikt over de verdeling van de kerstvakantie. De voorzieningenrechter zal dienovereenkomstig beslissen en bepalen dat de kinderen van vrijdag 19 december 2025 uit school tot en met zondagochtend 28 december 2025, met uitzondering van tweede kerstdag, bij de vrouw zullen zijn. De kinderen zijn op tweede kerstdag en vanaf zondagochtend 28 december 2025 tot en met zondagochtend 4 januari 2026 bij de man.

Ten aanzien van de voorjaarsvakantie en de meivakantie overweegt de voorzieningenrechter als volgt. De voorzieningenrechter stelt voorop dat beide partijen een gelijke verdeling van de vakanties en feestdagen wensen. Weliswaar verschilt de precieze invulling ervan, maar dat doet aan dit uitgangspunt niet af. Voor beide vakanties geldt dat de vrouw al een reis met de kinderen heeft geboekt die tot gevolg heeft dat de kinderen in de voorjaarsvakantie en meivakantie 2026 geen tijd met hun vader kunnen doorbrengen. De vrouw heeft de vader ten aanzien van de voorjaarsvakantie en meivakantie weliswaar geconsulteerd in verband met vakantieplannen in het buitenland, maar de man heeft afwijzend gereageerd. Ten aanzien van de voorjaarsvakantie ziet de voorzieningenrechter geen beletsel voor de vrouw om met de kinderen op vakantie te gaan. Het is dan wel logisch als de kinderen de herfstvakantie 2026 met de man doorbrengen. Ten aanzien van de meivakantie ligt dat ingewikkelder. Dit is een schoolvakantie van twee weken. Een verdeling waarbij de kinderen een week bij beide ouders zijn lag voor de hand. De vrouw heeft echter een vakantie van twee geboekt in de wetenschap dat de vader daar niet achter stond. Hoewel de voorzieningenrechter begrijpt dat de man daarmee voor een voldongen feit wordt gesteld en niet de mogelijkheid heeft om ook met de kinderen in de meivakantie iets leuks te gaan doen en hij dit in de voorjaarsvakantie ook niet kan, heeft de vrouw de reis al geboekt en verheugen de kinderen zich hier hoogstwaarschijnlijk al op. Slechts om die reden acht de voorzieningenrechter het het meest in het belang van de kinderen dat zij met de vrouw en haar familie op vakantie kunnen gaan in de meivakantie. De voorzieningenrechter zal dus bepalen dat de kinderen tijdens de gehele meivakantie met de vrouw zullen zijn. Gelet op hetgeen tijdens de zitting is besproken gaat de voorzieningenrechter er van uit dat partijen in onderling overleg verstandige beslissingen zullen nemen over volgende vakanties waarbij van de vrouw mag worden verwacht dat zij meer oog heeft voor het feit dat het voor de kinderen ook leuk is om in de vakanties, naast de zomervakantie, tijd met hun vader door te brengen.

Voor de overige vakanties en feestdagen is de voorzieningenrechter van oordeel dat er op dit moment geen spoedeisend belang is. De voorzieningenrechter zal de vordering ten aanzien van de overige vakanties en feestdagen dan ook afwijzen.

Kinderalimentatie

Ten aanzien van de gevorderde kinderalimentatie zal de voorzieningenrechter, bij gebrek aan spoedeisend belang, afwijzen.

Hypotheeklasten

De vrouw vordert te bepalen dat de man de helft van de hypothecaire lasten van € 609,95 per maand zal voldoen. De man stelt daarentegen dat hij de vordering van de vrouw onbegrijpelijk acht nu hij deze verplichting nakomt.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. De man is voor de helft eigenaar van de woning en zal de helft van de tijd de woning gebruiken totdat de woning is overgenomen door de vrouw dan wel is verkocht aan een derde. Zolang partijen de woning gemeenschappelijk in eigendom hebben en gezamenlijk in gebruik hebben, zijn zij gehouden de helft van de aan de woning gekoppelde lasten te blijven betalen. Niet gesteld of gebleken is dat de man daar niet toe bereid is of dat hij zijn verplichtingen niet nakomt zodat de voorzieningenrechter de vordering afwijst.

Proceskosten

Omdat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de voorzieningenrechter de proceskosten compenseren, zoals hierna vermeld in het dictum van dit vonnis.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie en reconventie

bepaalt dat de vrouw binnen een week na datum van onderhavig vonnis aan de man drie NVM-makerlaars moet voorstellen en dat de man binnen een week nadat de vrouw hem drie NVM-makelaars heeft voorgedragen een keuze maken maken tussen die makelaars voor het laten uitvoeren van de taxatie, waarbij de vrouw deze keuze mag maken als de man dit binnen de gestelde termijn nalaat, waarna partijen gezamenlijk opdracht geven aan de makelaar tot taxatie van de gemeenschappelijke woning aan de Keizersmantelstraat 17, 2288HH, Rijswijk en bepaalt dat partijen gezamenlijk de kosten van de taxatie zullen dragen;

veroordeelt de man om, indien de vrouw binnen drie maanden na de datum van het taxatierapport aan de man schriftelijk heeft aangetoond dat zij de woning aan de Keizersmantelstraat 17, 2288HH, Rijswijk tegen de aldus getaxeerde waarde kan overnemen onder ontslag van de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek, binnen vier weken zijn medewerking te verlenen aan de notariële levering van zijn aandeel in de woning aan de vrouw;

bepaalt dat, indien de man niet tijdig voldoet aan hetgeen is bepaald in 5.2., dit vonnis op de voet van het bepaalde in artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats treedt van het deel van de notariële akte van levering, waaruit moet blijken van de wilsverklaring van de man dat hij zijn aandeel in de woning aan de vrouw levert;

bepaalt dat in geval de vrouw de woning niet wenst over te nemen, zij de woning niet kan financieren of als het niet lukt de man te ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de aan de woning verbonden hypothecaire lasten, de vrouw dient mee te werken aan verkoop en levering van de woning aan een derde waaronder in ieder geval:

- instemmen met de door de verkoopmakelaar geadviseerde vraagprijs;

- meewerken aan het ondertekenen van een verkoopovereenkomst indien er een bod is gedaan dat volgens de verkoopmakelaar marktconform is;

- meewerken aan levering van de woning;

bepaalt dat als omgangsregeling voor de minderjarigen:

- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats] ;

- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats] ,

sprake zal zijn van een birdnesting-regeling, waarbij de man in de ene week in de gemeenschappelijke woning met de kinderen is en de vrouw in de andere week in de woning met de kinderen is;

bepaalt dat de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de gemeenschappelijke woning aan de [adres] gedurende de tijd dat zij de zorg heeft voor de kinderen;

bepaalt dat de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de gemeenschappelijke woning aan de [adres] gedurende de tijd dat hij de zorg heeft voor de kinderen;

bepaalt dat de kinderen in de kerstvakantie van vrijdag 19 december 2025 uit school tot en met zondagochtend 28 december 2025, met uitzondering van tweede kerstdag, met de vrouw zullen zijn. De kinderen zijn op tweede kerstdag en vanaf zondagochtend 28 december 2025 tot en met zondagochtend 4 januari 2026 met de man.

bepaalt dat de kinderen in de voorjaarsvakantie 2026 en in de meivakantie 2026 bij de vrouw zijn;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. de Klerk en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.

AL

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?