ECLI:NL:RBDHA:2025:27706

ECLI:NL:RBDHA:2025:27706

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-10-2025
Datum publicatie 09-03-2026
Zaaknummer SGR 25/1568
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Wet wapens en munitie - erkenning een wapen of munitie in de uitoefening van een bedrijf uit te wisselen, te verhuren of anderszins ter beschikking te stellen - reikwijdte begrip 'ter beschikking stellen' - vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel - zienswijze - reis- en verletkosten - beroep ongegrond

Uitspraak

Puma Tactical B.V., uit Voorhout, eiseres

en

de minister van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R.P. Stehouwer).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van 14 januari 2025 (het bestreden besluit) waarin is beslist dat de korpschef van politie (de korpschef) het wijzigingsvoorstel van eiseres op voorschriften en beperkingen behorende bij de erkenning op grond van de Wet wapens en munitie (Wwm) terecht heeft geweigerd.

De korpschef heeft het wijzigingsvoorstel van eiseres op 9 november 2023 geweigerd. Eiseres heeft op 22 november 2023 administratief beroep ingesteld.

Met het bestreden besluit heeft verweerder het administratief beroep van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en aanvullende stukken ingediend.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 16 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] namens eiseres en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat de zaak over?

2. Aan eiseres is op 5 april 2022 door de korpschef een erkenning afgegeven. Op grond van die erkenning mag eiseres wapens van categorie III in de zin van de Wwm onder andere vervaardigen, verhandelen, uitwisselen en verhuren of anderszins ter beschikking stellen. Aan deze erkenning zijn voorschriften en beperkingen verbonden. Volgens eiseres zou het ter beschikking stellen ook omvatten dat cursisten van trainingen aan overheidsdiensten en sportschutters met wapens uit de handelsvoorraad van eiseres kunnen schieten. De formulering van de voorschriften en beperkingen gaf hierover volgens eiseres onvoldoende duidelijkheid. De korpschef heeft aanleiding gezien om bij beslissing van 9 november 2023 een bijlage te voegen bij de erkenning, waarin voorschriften en beperkingen zijn geformuleerd met betrekking tot de tijdelijke verhuur van vuurwapens van categorie III aan derden (bijlage A). Eiseres heeft op de conceptversie wijzigingsvoorstellen gedaan, die niet door de korpschef zijn overgenomen. Eiseres is het hier niet mee eens.

3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het administratief beroep van eiseres ongegrond verklaard. Daartoe heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiseres met haar wijzigingsvoorstellen in de gelegenheid wil worden gesteld om met de onder de erkenning vallende (scherpschietende) vuurwapens trainingen te geven, maar dat dit geen handelingen zijn die ingevolge artikel 9, eerste lid, van de Wwm zijn toegestaan. Deze passen ook niet binnen het in de Circulaire wapens en munitie 2019 (de Circulaire) geformuleerde beleid. De erkenning is volgens verweerder niet bedoeld om vuurwapens ter beschikking te stellen om daar als erkenninghouder instructies en trainingen mee te geven. Het geven van trainingen met (scherpschietende) vuurwapens aan particulieren op locaties buiten de vestigingslocatie levert volgens verweerder ook een gevaar op voor de openbare orde en veiligheid.

Wat vindt eiseres in beroep?

4. Eiseres kan zich niet vinden in het bestreden besluit, waarin verweerder de beslissing van de korpschef heeft gehandhaafd. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de handelingen die zij beoogt met de door haar voorgestelde wijzigingen wel zijn toegestaan. Nergens staat dat dit niet het geval is. Het is niet gebleken dat de voorbeelden die in de Circulaire worden genoemd van situaties waarin wapens ter beschikking worden gesteld limitatief van aard zijn. Er is sprake van beleidsvrijheid voor de korpschef als het gaat om het stellen van voorwaarden en beperkingen. In bijlage A kan dan ook worden uitgewerkt dat het ter beschikking stellen ook het geven van trainingen met de wapens omvat. De wijzigingsvoorstellen van eiseres op de tekst van bijlage A hadden dan ook moeten worden overgenomen.

5. Eiseres stelt zich ook op het standpunt dat een erkenning alleen gewijzigd kan worden als daar een wettelijke grondslag voor is. Uit de beslissing is niet gebleken welke wettelijke grondslag is gebruikt. Daarom is de beslissing onvoldoende gemotiveerd en is er sprake van strijd met het legaliteitsbeginsel.

6. Verweerder zou volgens eiseres verder een nauwkeurige en op de zaak toegesneden belangenafweging moeten maken. Eiseres heeft belang bij de door haar voorgestane wijze van ter beschikking stellen van vuurwapens. Dit belang is niet alleen bedrijfseconomisch van aard, maar betreft ook het leveren van een bijdrage aan het verzorgen van kwalitatief hoogwaardig onderwijs met en rondom vuurwapens. Er is geen sprake van strijdigheid met de openbare orde en ook niet met andere doelstellingen die worden beoogd met de Wwm. Er is voorzien in veiligheidswaarborgen. Ook is er sprake van effectief toezicht.

7. Eiseres stelt zich ook op het standpunt dat het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel zijn geschonden. Ten slotte meent eiseres dat de korpschef haar in de gelegenheid had moeten stellen om een zienswijze naar voren te brengen, voordat bijlage A werd vastgesteld. De procedure rondom het vaststellen van bijlage A is daarmee onzorgvuldig.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op goede gronden het besluit van de korpschef tot het wijzigen van de voorschriften en beperkingen behorende bij de erkenning heeft gehandhaafd. Het beroep is ongegrond. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Het vaststellen van bijlage A

9. Op grond van artikel 9, eerste lid, van de Wwm is het onder andere verboden om zonder erkenning een wapen of munitie in de uitoefening van een bedrijf uit te wisselen, te verhuren of anderszins ter beschikking te stellen. De korpschef is blijkens het tweede lid van dit artikel bevoegd tot het verlenen van een erkenning. In artikel 6 van de Wwm staat dat een erkenning onder beperkingen kan worden verleend en dat daaraan voorschriften kunnen worden verbonden. Uit de artikelen 7, 10 en 12 van de Wwm volgt op grond waarvan een erkenning kan worden geweigerd, gewijzigd of ingetrokken.

Naar het oordeel van de rechtbank is er door het toevoegen van bijlage A aan de erkenning, anders dan eiseres naar voren brengt, geen sprake van een wijziging van de erkenning. De aan eiseres volgens de erkenning toegestane handelingen zijn immers niet gewijzigd. Er is in dit geval sprake van (een wijziging van de) beperkingen en voorschriften die verbonden zijn aan de erkenning, zoals bedoeld in artikel 6 van de Wwm. Het standpunt van eiseres dat er geen sprake was een wettelijke grondslag voor het vaststellen van bijlage A, en dat het bestreden besluit op dat punt onvoldoende gemotiveerd is, treft dus geen doel.

Had de korpschef het wijzigingsvoorstel moeten overnemen?

10. Hiervoor is het antwoord op de vraag van belang wat de reikwijdte van het begrip ‘ter beschikking stellen’ is. Meer specifiek of ‘ter beschikking stellen’ ook omvat het geven van trainingen en instructies aan cursisten met wapens waarvoor de erkenning is verleend.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat de wetgever beoogd heeft onder het begrip ‘ter beschikking stellen’ ook te brengen het in gebruik geven van een vuurwapen met een trainings- of instructiedoeleinde. De rechtbank overweegt daarover het volgende.

De rechtbank stelt voorop dat de Wwm verbodsbepalingen bevat voor handelingen met betrekking tot wapens en munitie. Voor bepaalde wapen- en munitiecategorieën en handelingen, die in beginsel verboden zijn, kunnen vergunningen worden aangevraagd. Dit stelsel moet naar het onderwerp en de strekking van de wet restrictief worden uitgelegd.

Een erkenning is een vergunning voor het bedrijfsmatig hanteren van wapens. Een erkenning heeft op grond van artikel 9, derde lid, van de Wwm, uitsluitend betrekking op de daarin genoemde handelingen. De erkenning van eiseres ziet, voor zover relevant, op het uitwisselen van wapens van categorie III, alsmede het verhuren of anderszins ter beschikking stellen van wapens van categorie III. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het ‘uitwisselen, verhuren of anderszins ter beschikking stellen’ aan artikel 9 van de Wwm is toegevoegd om de definitie van handelaar in de Wwm op één lijn te krijgen met die van een Europese wapenrichtlijn. Volgens die richtlijn wordt onder wapenhandelaar verstaan iedere natuurlijke of rechtspersoon wiens beroepswerkzaamheden geheel of ten dele bestaan uit de vervaardiging, handel, uitwisseling, verhuur, reparatie of transformatie van vuurwapens. De rechtbank constateert dat het geven van trainingen of instructie niet in deze definitie is vermeld. Nu de wetgever met de wijziging van artikel 9 van de Wwm destijds kennelijk beoogd heeft bij deze definitie aansluiting te zoeken, kan hieruit niet worden afgeleid dat aan het ‘ter beschikking stellen’ een ruime uitleg toekomt in die zin dat dan ook met de wapens trainingen en instructies mogen worden gegeven. Verder overweegt de rechtbank dat het ter beschikking stellen van vuurwapens naar normaal spraakgebruik, net als in het geval van uitwisseling en verhuur, ook niet omvat dat daar los van de overdracht nog andere handelingen mee worden verricht.

Uit zowel de tekst van de wet als de wetsgeschiedenis, mede in aanmerking genomen de restrictieve aard van de wapenwetgeving, volgt dan ook niet dat een erkenning voor het verhuren of anderszins ter beschikking stellen van wapens mede omvat het kunnen geven van trainingen of instructies met die wapens. Dat in de Cwm enkele meer voorkomende situaties rondom verhuur van wapens zijn uitgewerkt, doet daar niet aan af. Die situaties zijn bovendien niet vergelijkbaar met het door eiseres beoogde gebruik van de wapens, zoals eiseres op de zitting ook heeft bevestigd.

Artikel 9 van de Wwm biedt dan ook geen ruimte om eiseres toe te staan dat met wapens die onder de erkenning vallen ook trainingen en instructies worden verzorgd. Dit betekent dat de korpschef en verweerder de wijzigingsvoorstellen van eiseres op de tekst van bijlage A niet over konden nemen. Aan een afweging van belangen kon ook niet worden toegekomen. Het betoog van eiseres treft dus geen doel.

Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel

11. Eiseres heeft ook betoogd dat het vertrouwensbeginsel is geschonden. Daaraan heeft eiseres ten grondslag gelegd dat de korpschef de indruk wekte dat er met eiseres werd meegedacht en verweerder nu niet achter de tekst van bijlage A blijkt te staan.

Het vertrouwensbeginsel houdt in dat erop moet kunnen worden vertrouwd dat een toezegging van een bestuursorgaan ook nagekomen wordt. Eiseres heeft op de zitting bevestigd dat aan haar geen toezegging is gedaan door de korpschef rondom de inhoud van bijlage A. Daarom kan een beroep op het vertrouwensbeginsel naar het oordeel van de rechtbank niet slagen.

12. Ook het betoog van eiseres dat sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel kan niet slagen. Eiseres heeft in dat kader aangevoerd dat zij door de toevoeging van bijlage A aan de erkenning in een slechtere positie is terechtgekomen dan andere erkenninghouders, die geen aanvullend voorschrift hebben. Ter onderbouwing hiervan heeft eiseres vier erkenningen van andere erkenninghouders overgelegd.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit deze erkenningen niet dat sprake is van gelijke gevallen. Uit de erkenningen blijkt immers niet dat de betreffende erkenninghouders vergelijkbare diensten aanbieden als door eiseres beoogd. Reeds om deze reden kan het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel niet slagen.

Had de korpschef eiseres om een zienswijze moeten vragen?

13. Ten aanzien van het standpunt van eiseres dat de korpschef haar in de gelegenheid had moeten stellen om een zienswijze te geven, voordat bijlage A werd vastgesteld, overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank stelt vast dat de opzet van bijlage A namens de korpschef aan eiseres is gestuurd, voordat deze bijlage definitief werd vastgesteld. Op deze opzet heeft eiseres schriftelijk gereageerd. Daarbij heeft eiseres wijzigingsvoorstellen in de tekst opgenomen en deze ook voorzien van een verduidelijking. Verder heeft eiseres voordat zij de opzet van bijlage A ontving meermalen schriftelijk en mondeling contact gehad met betrokken medewerkers van de politie en toen ook haar visie op het begrip ‘ter beschikking stellen’ uiteengezet.

Voor zover op de korpschef op grond van artikel 4:7 of 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht al de verplichting rustte om aan eiseres een zienswijze te vragen, heeft de korpschef eiseres naar het oordeel van de rechtbank voldoende in de gelegenheid gesteld om haar standpunt kenbaar te maken. Ook overigens is de rechtbank niet gebleken dat de procedure onzorgvuldig is verlopen. Ook dit betoog van eiseres slaagt dus niet.

Reis- en verletkosten

14. Eiseres heeft verzocht om vergoeding van de reiskosten tot een bedrag van € 12,- en verletkosten tot een bedrag van € 760,- in verband met het bijwonen van de zitting. Het bedrag aan verletkosten ziet volgens eiseres op het dagtarief van een Wwm-docent, die niet meer voor een betalende dienst bruikbaar is.

Op grond van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder d en e, van het Besluit proceskosten bestuursrecht komen reis- en verletkosten van een partij in aanmerking voor vergoeding. Voor verletkosten geldt een maximumbedrag van € 106,- per uur. Zoals ook blijkt uit de toelichting op het formulier waarmee proceskosten worden opgegeven, moet het verzoek zoveel mogelijk onderbouwd worden met bewijsstukken. De rechtbank constateert dat eiseres bij haar verzoek geen bewijsstukken over de reis- en verletkosten heeft gevoegd. Het verzoek is dus niet onderbouwd. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om verweerder te veroordelen om de reis- en verletkosten te vergoeden.

Conclusie en gevolgen

15. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de beslissing tot vaststelling van bijlage A in stand blijft.

16. Eiseres krijgt het griffierecht daarom niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. de Kock-Molendijk, rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. H.S. van Wessel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?