RECHTBANK DEN HAAG
Strafrecht
Zittingsplaats 's-Gravenhage
parketnummer : 96-033303-25
raadkamernummer : 25-009932
datum : 02 mei 2025
Beslissing van de rechtbank Den Haag, enkelvoudige raadkamer in strafzaken, op het klaagschrift ex artikel 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) van:
[klager] ,
geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M.G. Cantarella, advocaat te 's-Gravenhage ( [adres] ),
hierna te noemen: de klager.
De procedure in raadkamer
De rechtbank heeft dit klaagschrift op 2 mei 2025 in openbare raadkamer behandeld.
Het standpunt van de klager
De klager heeft een klaagschrift ingediend dat ertoe strekt dat het door de officier van justitie ingehouden rijbewijs wordt teruggegeven.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht om het beklag ongegrond te verklaren.
Het oordeel van de rechtbank
De officier van justitie heeft beslist het rijbewijs van de klager onder zich te houden voor een periode van 9 maanden.
De klaagster wordt ervan verdacht dat zij niet heeft meegewerkt aan een alcoholademonderzoek als bedoeld in artikel 163, achtste lid, WVW.
Op 26 januari 2025 is de overgifte van het rijbewijs van de klager gevorderd. De klaagster heeft, zoals blijkt uit de mededeling van de officier van justitie in raadkamer, het rijbewijs niet ingeleverd bij de politie. Een vordering tot overgifte van het rijbewijs kan niet gelijk worden gesteld met een invordering. Nu het rijbewijs niet is ingeleverd, heeft er geen invordering plaatsgevonden. Nu er geen invordering of daaropvolgende inhouding is om tegen op te komen, dient klaagster niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar beklag.
Ten overvloede wordt opgemerkt dat ook een (ontvankelijk en) gegrond verklaard klaagschrift niet zou hebben kunnen leiden tot de gevraagde teruggave, omdat het rijbewijs niet is ingevorderd en dus niet onder justitie berust.
Beslissing
De rechtbank verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beslissing is gegeven door
mr. G.H.M. Smelt, politierechter,
in tegenwoordigheid van F.L.M. van Nes, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 02 mei 2025.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.