vonnis
RECHTBANK DEN HAAG
Team Insolventies
rekestnummer: C/09/683635 / FT RK 25/410
uitspraakdatum: 25 juni 2025
[verzoekster] ,
wonende te [adres]
,
verzoekster,
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een schuldensituatie. Om tot een oplossing voor de schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. Eerst volgt een overzicht van de procedure.
1. De procedure
[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP, waarbij is verzocht om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering eerder in te laten gaan.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 18 juni 2025. Op de zitting verschenen:
- [verzoekster] ,
- de heer [naam] , schuldhulpverlener van Kredietbank Nederland.
2. De beoordeling van het verzoek
[verzoekster] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als zij aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoet. Die voorwaarden zijn dat aannemelijk moet zijn dat [verzoekster] in een problematische schuldensituatie verkeert, dat zij in de afgelopen drie jaar te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van de schulden, en dat aannemelijk is dat [verzoekster] de verplichtingen van de WSNP zal nakomen.
De rechtbank is van oordeel dat niet aannemelijk is dat [verzoekster] in een problematische schuldensituatie verkeert. Sinds november 2022 is sprake van loonbeslag. Uit hetgeen ter zitting is besproken, blijkt dat [verzoekster] geen bezwaar heeft gemaakt tegen de vaststelling van de beslagvrije voet. Daarmee gaat de rechtbank ervan uit dat met haar huidige inkomsten geen sprake is van een problematische schuldensituatie. Niet wordt voldaan aan het wettelijke criterium dat redelijkerwijs is te voorzien dat [verzoekster] niet zal kunnen voortgaan met het betalen van de schuld of dat zij is opgehouden te betalen. Reeds hierom wordt het verzoek om toelating tot de WSNP afgewezen.
Ten overvloede overweegt de rechtbank verder nog het volgende. Uit hetgeen ter zitting is besproken, is gebleken dat [verzoekster] heeft nagelaten om gelden uit de opbrengst van de verkoop van haar woning aan te wenden voor het aflossen van haar huidige schuld. Ter zitting heeft zij verklaard een deel van de opbrengst besteed te hebben aan het aflossen van haar hypotheek en overige schulden. Het restant van de opbrengst heeft [verzoekster] door de jaren heen besteed. Van [verzoekster] mocht worden verwacht dat zij zich optimaal zou inspannen om te komen tot aflossing van haar huidige schuld. Van een daarop gerichte inspanning is niet gebleken. Hiermee kan niet worden geoordeeld dat zij te goeder trouw is geweest ten aanzien van het onbetaald laten van de schuld.
3. De beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling
van [verzoekster] af.
Dit is een beslissing van mr. M. van Nooijen, rechter, in samenwerking met R.D.A. Babulall-Oemrawsingh, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2025.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.