Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/113593-24
Datum uitspraak: 24 juli 2025
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
BRP-adres: [adres] .
1. Het onderzoek ter terechtzitting
Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 10 juli 2025 (inhoudelijke behandeling).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J. Roosma en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. M.J. van der Vlis naar voren is gebracht.
2. De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op één of meerdere momenten in of omstreeks de periode van 16 november
2023 tot en met 13 december 2023 te Zoetermeer en/of Delft, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,
verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen van cocaïne, XTC/MDMA en/of amfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te
plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van
dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen
voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en)
of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen
van dat feit, door
- een grote hoeveelheid chemicaliën in jerrycans, bestemd voor de verwerking/bewerking van cocaïne, XTC/MDMA en/of amfetamine, te vervoeren, af te leveren en/of te verplaatsen, in elk geval (in zijn kelderbox) voorhanden te hebben, en/of
- overleg te plegen en/of opdrachten aan te nemen over de levering en/of het
vervoer van chemicaliën en/of goederen bestemd voor de bewerking van cocaïne,
XTC/MDMA en/of amfetamine,
- twee vacumeermachines voorhanden te hebben.
3. De bewijsbeslissing
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde. De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft namens de verdachte vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit, nu er geen wettig en overtuigend bewijs is en gelet op het ontbreken van opzet bij de verdachte.
Vrijspraak
Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat de medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) meerdere keren chemicaliën heeft besteld bij het bedrijf ‘ [bedrijf] ’ welke chemicaliën gebruikt kunnen worden bij de productie van verdovende middelen. Op 16 november 2023 werd middels observatie en camerabeelden waargenomen dat een bestelling van 2 keer 25 liter jerrycans zwavelzuur werd afgeleverd aan het adres van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft de jerrycans in een vrachtwagen geladen en is met medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ), die in een rode Citroën reed, naar de kruising van de Gondelkade/Kadelaan te Zoetermeer gereden. [medeverdachte 1] had daar contact met de verdachte. De verdachte en [medeverdachte 1] zijn samen een portiek binnen gelopen en kwamen enige tijd later met bigshopper tassen, met in beide tassen een lichtkleurige jerrycan, en een doos waarop staat ‘Filters’ uit het portiek gelopen, waarna de spullen in de vrachtwagen werden geladen. [medeverdachte 1] is later die dag met zijn vrachtwagen in de plaats Steenbergen staande gehouden voor controle en er werden onder andere 60 jerrycans van 20 liter Amonia, Hexaan, Methyl Ethyl Hydrochloric Acid, 15 jerrycans van 30 liter zoutzuur en 12 zakken van 25 kilogram soda aangetroffen.
Op basis van het dossier kan voorts worden vastgesteld dat op 11 december 2023 een melder heeft gezien dat op de Hermesstraat in Delft, bij de garageboxen ter hoogte van nummer [nummer 1] , een vrachtwagen stond waaruit jerrycans werden geladen. Ter plaatse trof de politie voor garagebox [nummer 2] twee geparkeerde voertuigen aan. Bij deze voertuigen stond de verdachte, die verklaarde dat hij op iemand stond te wachten om de jerrycans in de garagebox te plaatsen. Er bleken in totaal 337 jerrycans te zijn met chemische middelen, te weten 101 jerrycans met Aceton, 51 jerrycans met Dichloromethane, 71 jerrycans met Methyl-ethyl-ketone MEK, 60 jerrycans met Hexane en 54 jerrycans met Ethyl-acetate. Deze chemische middelen kunnen worden gebruikt bij het bewerken en verwerken van verdovende middelen. Uit een tapgesprek van 11 december 2023 tussen [medeverdachte 1] en medeverdachte [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) blijkt dat [medeverdachte 3] ‘die kleine uit Zoetermeer’ (de rechtbank begrijpt: de verdachte) liet komen om te helpen.
Op 13 december 2023 werd de woning aan de [adres] , bewoond door de verdachte, door de politie doorzocht. In de woning werden twee vacumeerapparaten aangetroffen en in de kelderbox horende bij de woning werden onder andere een kartonnen doos met 5 keer 1 literflessen salpeterzuur, een kartonnen doos met 5 keer 1 literflessen zwavelzuur, een doos met 5 emmers van 115 gram Carbon Active, een jerrycan van 25 kilogram zwavelzuur en een kartonnen doos met een zak poeder Caustic Soda, aangetroffen. Op de kartonnen dozen met salpeterzuur, zwavelzuur en Carbon Active en op de jerrycan van 25 kilogram zwavelzuur zaten labels waaruit bleek dat de chemicaliën waren besteld bij het bedrijf ‘ [bedrijf] ’ en waren afgeleverd aan het adres van [medeverdachte 1] . De verdachte heeft tegen de politie, over de chemicaliën aangetroffen in de berging, verklaard dat deze niet van hem waren, maar van ‘die dikke’ uit Delft (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] ).
Voor een bewezenverklaring van het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen ex artikel 10a Opiumwet is van belang dat het opzet van degene die de voorbereidingshandelingen pleegt erop is gericht om handelen in strijd met artikel 2 van de Opiumwet mogelijk te maken en dat hij aan die intentie uiting heeft gegeven door voorbereidingshandelingen te verrichten.
Naar het oordeel van de rechtbank biedt het dossier en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende aanknopingspunten om vast te kunnen stellen dat de verdachte met zijn handelen opzet had op het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen, of het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren of vervaardigen van cocaïne, XTC/MDMA of amfetamine. De verdachte heeft weliswaar een grote hoeveelheid aan chemicaliën in dozen en jerrycans voorhanden gehad, maar de rechtbank kan niet vaststellen dat de verdachte wist of ernstige reden had te vermoeden om wat voor soort chemicaliën het ging of dat deze chemicaliën bedoeld waren om te worden gebruikt bij het verwerken van verdovende middelen. De verdachte heeft verklaard dat aan hem enkel is verteld dat de chemicaliën schoonmaakmiddelen betroffen. Uit het dossier blijkt niet dat aan de verdachte is medegedeeld om wat voor soort chemicaliën het daadwerkelijk ging of dat deze bestemd waren voor de verwerking van verdovende middelen.
De rechtbank spreekt de verdachte derhalve vrij van het ten laste gelegde, omdat niet bewezen kan worden dat de verdachte opzet heeft gehad om een feit bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen.
4. De inbeslaggenomen voorwerpen
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst) onder 1 genoemde voorwerp zal worden verbeurdverklaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft om teruggave van het op de beslaglijst onder 1 genoemde voorwerp verzocht.
Het oordeel van de rechtbank
Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan de verdachte gelasten van het op de beslaglijst onder 1 genoemde voorwerp.
5. De beslissing
De rechtbank:
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
gelast de teruggave aan [verdachte] van het op de beslaglijst onder 1 genoemde voorwerp, te weten: 1 STK Telefoontoestel.
Dit vonnis is gewezen door
mr. F. Bouman, voorzitter,
mr. P. Burgers, rechter,
mr. K.O. Hamelink, rechter,
in tegenwoordigheid van V. Grampon, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 juli 2025.