RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoekster,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.46932
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. D. de Vries),
en
(gemachtigde: mr. D. Boer).
Procesverloop
1. Bij besluit van 22 november 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de opvolgende asielaanvraag van verzoekster afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening, samen met het beroep op 14 januari 2025 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Ook is een tolk verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Het onderzoek is op de zitting gesloten.
Overwegingen
2. Bij uitspraak van vandaag, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoekster, en dat beroep gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Omdat het samenhangende beroep gegrond is verklaard, krijgt verzoekster wel vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 907,-.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.