uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker 1] ,
geboren op [geboortedag 1] 1978, van Chinese nationaliteit, v-nummer [v-nummer 1] , zaaknummer NL25.37592,
[verzoeker 2] ,
geboren op [geboortedag 2] 1980, van Chinese nationaliteit, v-nummer [v-nummer 2] , zaaknummer NL25.38596
[verzoeker 3] ,
geboren op [geboortedag 3] 1989, van Chinese nationaliteit, v-nummer [v-nummer 3] , zaaknummer NL25.38655,
[verzoeker 4] ,
geboren op [geboortedag 4] 1980, van Vietnamese nationaliteit, v-nummer [v-nummer 4] , zaaknummer NL25.40671,
[verzoeker 5] ,
geboren op [geboortedag 5] 1988, van Chinese nationaliteit, v-nummer [v-nummer 5] , zaaknummer NL25.48511,
[verzoeker 6] ,
geboren op [geboortedag 6] 1986, van Chinese nationaliteit, v-nummer [v-nummer 6] , zaaknummer NL25.50304,
[verzoeker 7] ,
geboren op [geboortedag 7] 1992, van Chinese nationaliteit, v-nummer [v-nummer 7] , zaaknummer NL25.51022,
[verzoeker 8] ,
geboren op [geboortedag 8] 1992, van Indonesische nationaliteit, v-nummer [v-nummer 8] , zaaknummer NL25.54312,
[verzoeker 9] ,
geboren op [geboortedag 9] 1986, van Chinese nationaliteit, v-nummer [v-nummer 9] , zaaknummer NL25.54651,
[verzoeker 10] ,
geboren op [geboortedag 10] 1982, van Chinese nationaliteit, v-nummer [v-nummer 10] , zaaknummer NL25.55569, en,
[verzoeker 11] ,
geboren op [geboortedag 11] 1984, van Chinese nationaliteit, v-nummer [v-nummer 11] , zaaknummer NL25.56208,
hierna samen te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. A.G. Kleijweg)
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
(gemachtigde: mr. J. van Dam).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een
voorlopige voorziening (hierna: het verzoek) van verzoekers.
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van hun verlengingsaanvragen voor een GVVA met als doel 'Arbeid in loondienst'.
Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat verzoekers arbeid mogen verrichten tijdens de bezwaarfase.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft de zaak op 16 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers en hun gemachtigde, G.S. Nie als tolk in het Mandarijn, D.T. Tran als tolk in het Vietnamees en I.R. Tjandrakesuma als tolk in het Indonesisch, de gemachtigde van verweerder, [de persoon] van het UWV, de werkgevers [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] en [naam 7] , en [naam 8] en [naam 9] van het VCHO.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3. De voorzieningenrechter gaat na of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Bij de daarvoor vereiste belangenafweging gaat het om een afweging van enerzijds het belang van de verzoeker dat een onverwijlde voorziening wordt getroffen en anderzijds het door de onmiddellijke uitvoering van het besluit te dienen belang.
4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek in de zaken NL25.37592, NL25.38596, NL25.40671, NL25.48511, NL25.50304, NL25.51022, NL25.54651, NL25.55569, NL25.56208 toe. De voorzieningenrechter wijst het verzoek in de zaken NL25.38655 en NL25.54312 af. De voorzieningenrechter acht in alle zaken spoedeisend belang aanwezig. In de zaken waarin het verzoek wordt toegewezen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en dat de belangenafweging in het voordeel van verzoekers uitvalt. In de zaken waarin het verzoek wordt afgewezen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en maakt de voorzieningenrechter daarom geen belangenafweging.
Spoedeisend belang
5. Verzoekers voeren aan dat er sprake is van spoedeisend belang. Zij mogen op dit moment niet werken. Hun werkgevers hebben abrupt geen personeel meer. Gelet op de aankomende feestdagen die leiden tot drukte in de restaurants, zijn de koks nu extra hard nodig. Ook kunnen de werkgevers het salaris van verzoekers niet onbeperkt doorbetalen. Om deze reden dreigt ontbinding van de arbeidsovereenkomsten.
6. Verweerder stelt zich op het standpunt dat verzoekers onvoldoende hebben onderbouwd dat er sprake is van spoedeisend belang. De verzoeken om een voorlopige voorziening zijn enkel namens de verzoekers en niet namens de werkgevers ingediend. Verzoekers hebben geen spoedeisend belang. Zij ontvangen immers hun salaris. Bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst kunnen zij waarschijnlijk aanspraak maken op een WW-uitkering. Tot slot valt het gestelde spoedeisende belang moeilijk te rijmen met de verzoeken van gemachtigde van verzoekers om uitstel van een aantal geplande hoorzittingen in de zaken NL25.37592, NL25.38596, NL25.38655 en NL25.40671.
7. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er sprake van spoedeisend belang. Verweerder heeft op de zitting erkend dat de belangen van de werkgevers gekoppeld zijn aan de belangen van de verzoekers. De werkgevers zijn immers belanghebbende in de bezwaarprocedure. Daarbij heeft de gemachtigde van verzoekers kort voor de zitting nog een brief gestuurd met de mededeling dat de verzoeken mede namens de werkgevers zijn ingediend.
Verzoekers en hun werkgevers wensen nakoming van de tussen hen overeengekomen arbeidsovereenkomsten. Dat is nu niet mogelijk omdat verzoekers niet mogen werken. De voorzieningenrechter acht aannemelijk dat hierdoor ontbinding van de arbeidsovereenkomsten dreigt. Dat verzoekers bij een dergelijke ontbinding aanspraak kunnen maken op een WW-uitkering is onzeker. Geen van de verzoekers heeft een WW-uitkering aangevraagd. Daarbij hebben meerdere werkgevers op de zitting gesteld dat zij het tijdens de feestdagen aan het einde van het jaar extra druk hebben. De voorzieningenrechter acht dit niet onaannemelijk. Voorts is de voorzieningenrechter niet gebleken dat de gemachtigde van verzoekers lichtvaardig uitstel vraagt of uit is op belemmering van de voortgang van de bezwaarprocedures, waar verweerder overigens ook niet van uitgaat, zoals ter zitting uitdrukkelijk is aangegeven.
Heeft het bezwaar een redelijke kans van slagen?
8. De voorzieningenrechter zal zich vervolgens uitlaten over de vraag of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft.
9. Verzoekers voeren aan dat hun bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Verzoekers zijn eerder vergund voor dezelfde vacature bij dezelfde werkgever. Er is slechts verlenging gevraagd van een eerder wegens het ontbreken van prioriteit genietend aanbod verleende GVVA. Uit de gronden van bezwaar, in samenhang met de feiten, blijkt dat er geen prioriteit genietend aanbod is. Door verweerder is het tegendeel niet concreet onderbouwd.
10. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de bezwaren van verzoekers geen redelijke kans van slagen hebben. In alle zaken is in het primaire besluit onder andere tegengeworpen dat de werkgevers onvoldoende wervingsinspanningen hebben verricht. Dit betreft een dwingende weigeringsgrond. De wervingsinspanningen moeten in de drie maanden voorafgaand aan de indiening van de aanvraag worden verricht. De wervingsinspanningen kunnen in bezwaar niet hersteld worden.
Het bezwaar in de zaken NL25.38655 en NL25.54312 heeft geen redelijke kans van slagen
11. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bezwaar in de zaken NL25.38655 en NL25.54312 bij de huidige stand van zaken geen redelijke kans van slagen heeft.
12. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de besluitvorming in de primaire fase in deze zaken zorgvuldig is geweest. Verweerder heeft werkgevers via het Servicepunt Aziatische Horeca actief geadviseerd over de nieuwe vereisten voor de verlengingsaanvraag. Indien aanvragen onvolledig waren, heeft verweerder werkgevers in de gelegenheid gesteld om de aanvragen aan te vullen. Verweerder heeft daarbij aangegeven welke stukken precies ontbraken. Ook heeft het UWV een uitgebreid advies uitgebracht.
13. In de zaak NL25.38655 is in het UWV-advies onder andere overwogen dat de werkgever onvoldoende wervingsinspanningen heeft verricht. Volgens het advies had het Servicepunt Aziatische Horeca de werkgever geadviseerd om te werven in bepaalde regio’s in Nederland en in Denemarken. De werkgever heeft deze adviezen volgens het UWV niet opgevolgd. De werkgever heeft verder geen bewijsstukken van wervingsinspanningen overgelegd. De voorzieningenrechter stelt vast dat ook in bezwaar niet op enige wijze is aangetoond dat de werkgever de adviezen van het Servicepunt Aziatische Horeca heeft opgevolgd. Ook ter zitting heeft de werkgever erkend dat deze adviezen niet zijn opgevolgd. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft.
14. In de zaak NL25.54312 is in het UWV-advies overwogen dat op het aanvraagformulier expliciet is aangegeven dat de werkgever geen wervingsinspanningen heeft verricht binnen Nederland of andere EU-/EER-landen of Zwitserland. Nu in bezwaar ook niet is onderbouwd dat de werkgever enige wervingsinspanningen heeft verricht, heeft het bezwaar naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen redelijke kans van slagen.
15. Aangezien het bezwaar in de zaken NL25.38655 en NL25.54312 geen redelijke kans van slagen heeft, komt de voorzieningenrechter in deze zaken niet toe aan een belangenafweging.
Het bezwaar in de zaken NL25.37592, NL25.38596, NL25.40671, NL25.48511, NL25.50304, NL25.51022, NL25.54651, NL25.55569, NL25.56208 heeft wel een redelijke kans van slagen
16. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bezwaar in de zaken NL25.37592, NL25.38596, NL25.40671, NL25.48511, NL25.50304, NL25.51022, NL25.54651, NL25.55569, NL25.56208 een redelijke kans van slagen heeft. In deze zaken heeft het UWV geconcludeerd dat er weliswaar wervingsinspanningen zijn verricht, maar dat deze onvoldoende waren. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in de beoordeling van wervingsinspanningen een zekere weging zit. In bezwaar zou deze weging anders uit kunnen vallen, bijvoorbeeld naar aanleiding van de mondelinge toelichting die tijdens een hoorzitting gegeven kan worden. Daarbij wijst de voorzieningenrechter erop dat verweerder in een samenhangende zaak (NL25.54674) in bezwaar na een andere weging van de wervingsinspanningen door het UWV alsnog tot vergunningverlening is overgegaan.
17. In de zaak NL25.38596 was in het UWV-advies verder nog overwogen dat niet beoordeeld kon worden of het aangeboden loon marktconform was. De werkgever had hier volgens het UWV geen inzicht in verschaft. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit in bezwaar hersteld kan worden, bijvoorbeeld met een mondelinge toelichting tijdens de hoorzitting. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bezwaar ook hierom een redelijke kans van slagen heeft.
18. In de zaak NL25.48511 was in het UWV-advies ook nog overwogen dat niet is gebleken of verzoeker gedurende de gehele periode van de vergunning is uitbetaald. Verzoeker heeft in bezwaar een kopie van zijn paspoort met in- en uitreisstempels van 4 oktober 2023 overgelegd en gesteld dat dat ook de datum is waarop de betaling is ingegaan. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bezwaar ook hierom een redelijke kans van slagen heeft. De voorzieningenrechter maakt daarom een belangenafweging.
Belangenafweging in de zaken NL25.37592, NL25.38596, NL25.40671, NL25.48511, NL25.50304, NL25.51022, NL25.54651, NL25.55569 en NL25.56208.
19. Het belang van verzoekers en hun werkgevers is erin gelegen dat verzoekers in de bezwaarfase weer kunnen werken. Daarbij is van belang dat sprake is van een lopende arbeidsverhouding en verzoekers al ten minste één jaar – met een positief UWV-advies – in de betreffende restaurants als kok werkzaam zijn.
20. Het belang van verweerder is gelegen in het naleven van het rechtsstelsel en het in de wet vastgelegde restrictieve beleid, om te voorkomen dat er werknemers van buiten de EU in Nederland mogen werken terwijl er werknemers in Nederland of de EU voor dat werk beschikbaar zijn. De wetgeving biedt geen mogelijkheid om gedurende de bezwaarprocedure de arbeid bij dezelfde werkgever voort te zetten. De bedoeling van de wetgever is niet dat door het maken van bezwaar in feite alsnog een verlenging van de tewerkstelling wordt bereikt, terwijl er een gemotiveerde beslissing ligt inhoudende dat die verlenging niet moet plaatsvinden.
21. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter valt de belangenafweging in het voordeel van verzoekers uit. De voorzieningenrechter erkent het belang van verweerder dat regels worden nageleefd, maar overweegt dat nog in geschil is of met vergunningverlening in onderhavige zaken de regels niet zouden worden nageleefd. Verder vindt de voorzieningenrechter van belang dat verweerder heeft gesteld dat bij de werkgevers van verzoekers niet is gebleken van misstanden. Dat er in het verleden bij andere bedrijven misstanden zijn aangetroffen, is een van de redenen om de Regeling Aziatische Horeca in te trekken en het toetsingsbeleid door het UWV met ingang van 1 juli 2024 te wijzigen, maar raakt niet de werkgevers in de onderhavige procedure. Voor de voorzieningenrechter weegt zwaar dat verweerder ingrijpt in lopende arbeidsverhoudingen en dat het gaat om een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA), waarbij de Wet arbeid vreemdelingen, anders dan de Vreemdelingenwet, geen opschortende werking tijdens de bezwaarprocedure kent. Dit betekent dat de werknemers gedurende de bezwaarprocedure wel rechtmatig verblijf hebben, maar de beslissing op hun bezwaarschrift noodgedwongen werkloos moeten afwachten terwijl hun werkgevers handen te kort komen in hun keukens. Nu het bezwaar een redelijke kans van slagen niet kan worden ontzegd, verzoekers – en in navolging hun werkgevers – belang hebben bij toewijzing van de verzochte voorziening en van misstanden bij de betreffende werkgevers niet is gebleken, valt de belangenafweging in het voordeel van verzoekers uit.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
22. De verzoeken in de zaken NL25.38655 en NL25.54312 worden afgewezen. In deze zaken bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht.
23. De verzoeken in de zaken NL25.37592, NL25.38596, NL25.40671, NL25.48511, NL25.50304, NL25.51022, NL25.54651, NL25.55569, NL25.56208 worden toegewezen. Dit betekent dat verweerder verzoekers aldus dient te behandelen dat zij mogen werken bij hun werkgever totdat op het bezwaar is beslist. Omdat de voorzieningenrechter de verzoeken toewijst, moet verweerder het griffierecht en de proceskosten aan verzoekers in deze zaken vergoeden.
24. De voorzieningenrechter stelt deze vergoeding vast aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Op grond van het Bpb krijgen gemachtigden per proceshandeling een vaste vergoeding. De gemachtigde van verzoekers heeft de verzoekschriften voor verzoekers ingediend en deelgenomen aan de zitting. Omdat in alle zaken nagenoeg identieke verzoekschriften zijn ingediend, is sprake van samenhangende zaken. De zaken worden daarom beschouwd als één zaak. De proceshandelingen die de gemachtigde van verzoekers heeft verricht worden dus ook één keer meegeteld. Het indienen van de verzoekschriften en het deelnemen aan de zitting levert daarom twee proceshandelingen op. Per proceshandeling wordt een vergoeding van € 907,- toegekend. Omdat het gaat om meer dan vier zaken, wordt een wegingsfactor 1,5 toegepast. De totale vergoeding bedraagt daarom € 2.721,-.
De voorzieningenrechter, in de zaken NL25.38655 en NL25.54312:
- wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
De voorzieningenrechter, in de zaken NL25.37592, NL25.38596, NL25.40671, NL25.48511, NL25.50304, NL25.51022, NL25.54651, NL25.55569, NL25.56208:
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.S. Carella, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.