ECLI:NL:RBDHA:2025:27939

ECLI:NL:RBDHA:2025:27939

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-11-2025
Datum publicatie 23-04-2026
Zaaknummer NL25.40651
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft mogen concluderen dat eisers asielrelaas onvoldoende samenhangend en niet aannemelijk is. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: J.G.R. Becker).

Samenvatting

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.40651

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),

en

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft mogen concluderen dat eisers asielrelaas onvoldoende samenhangend en niet aannemelijk is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiser heeft op 20 september 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Zimbabwaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1965. De minister heeft met het bestreden besluit van 21 augustus 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

5. De rechtbank heeft het beroep op 14 november 2025, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep (zaak NL25.40652), op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, mr. D. van Elp als waarnemer van de gemachtigde van eiser, V. Bolt als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Huidige asielaanvraag
Het bestreden besluit
Problemen vanwege de rechtszaak tussen [bedrijf] en [persoon2]
Problemen met [persoon4]

Eerdere aanvragen

6. Eiser heeft op 22 juli 2017 zijn eerste asielaanvraag ingediend. Hierbij stelde hij bang te zijn om vervolgd te worden vanwege betrokkenheid bij een demonstratie tegen het regime van [persoon1] . De minister heeft deze aanvraag afgewezen en de gestelde vrees voor vervolging ongeloofwaardig gevonden. Bij uitspraak van 26 maart 2018 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard (ECLI:NL:RBLIM:2018:2809

(https://pi.rechtspraak.minjus.nl/%23inziendocumentid=ECLI%3ANL%3ARBLIM%3A2018%3A2809&zoektermen=NL17.14502)).

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft deze uitspraak bevestigd met de uitspraak van 24 april 2018.

7. Op 30 april 2018 heeft eiser zijn tweede asielaanvraag ingediend. Eiser heeft tijdens deze aanvraag aangevoerd dat hij homoseksueel is en daardoor niet terug kan keren naar Zimbabwe. De minister heeft deze aanvraag afgewezen en het relaas van eiser ongeloofwaardig gevonden. Deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, heeft het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard met haar uitspraak van 11 juli 2019.

8. Eiser legt aan zijn huidige, derde, asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser voert aan dat hij niet kan terugkeren naar Zimbabwe omdat hij onder de negatieve aandacht staat van de Zimbabwaanse overheid. [persoon2] wil eiser vermoorden vanwege een geschil tussen [persoon2] en het bedrijf [bedrijf] . Er is namelijk een zaak aangespannen tegen [persoon2] door [bedrijf] , het bedrijf waar eiser werkt. Eisers vriend, meneer [persoon3] , die directeur was van [bedrijf] , is vergiftigd vanwege deze rechtszaak. De zoon van eiser was de dokter van meneer [persoon3] en heeft als laatste contact met hem gehad. De Zimbabwaanse autoriteiten hebben de zoon van eiser opgepakt en zijn spullen ingenomen om te controleren of eiser contact heeft gehad met zijn zoon. Bovendien wordt eiser bedreigd door [persoon4] , omdat eiser ervoor heeft gezorgd dat hij werd ontslagen. Volgens eiser zou [persoon4] jonge vrouwen hebben misbruikt, waaronder zijn geadopteerde dochter waarmee de vicepresident in 2010 een kind heeft gekregen. Eiser heeft hierover een interview gegeven waarin hij aangeeft dat hij zijn dochter heeft verstoten.

9. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:

- Identiteit, nationaliteit en herkomst;

- Negatieve aandacht van de Zimbabwaanse autoriteiten.

De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn. Dat eiser onder de negatieve aandacht staat van de Zimbabwaanse autoriteiten vindt de minister echter niet geloofwaardig. Volgens de minister vormen de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij persoonlijk problemen ondervindt vanwege de rechtszaak die [bedrijf] heeft aangespannen tegen [persoon2] . De minister vindt het onaannemelijk dat eiser überhaupt voor [bedrijf] heeft gewerkt, maar legt het zwaartepunt op de werkzaamheden ten tijde van de rechtszaak. Bovendien heeft eiser niet onderbouwd waarom hij zelf onder de negatieve aandacht staat van de Zimbabwaanse autoriteiten vanwege de problemen van zijn zoon met dezelfde autoriteiten. Daarnaast wordt eiser niet gevolgd dat hij onder de negatieve aandacht staat van [persoon4] . De minister heeft daarom de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.

Oordeel van de rechtbank

10. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn asielaanvraag. Hij voert aan dat de minister zijn asielrelaas ten onrechte ongeloofwaardig heeft bevonden. De rechtbank is van oordeel dat de minister het asielrelaas van eiser wel ongeloofwaardig heeft kunnen vinden. Eiser heeft drie redenen aangevoerd waarom hij een risico loopt als hij terug gaat naar Zimbabwe. Daarbij mag de minister verwachten dat eiser aannemelijk maakt dat hij persoonlijk risico loopt bij terugkeer. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit risico voor hem persoonlijk geldt. Hierna legt de rechtbank aan de hand van de beroepsgronden uit hoe zij tot dit oordeel komt.

11. Eiser voert aan dat hij met de overgelegde documenten wel aannemelijk heeft gemaakt dat hij ten tijde van de rechtszaak werkzaam was bij [bedrijf] . Hij werkte daar als technisch adviseur en was bij alles betrokken. Zijn vriend meneer [persoon3] , de directeur van [bedrijf] , heeft alle documenten van het bedrijf naar eiser doorgestuurd. Hiervan heeft eiser niet twee, maar ten minste drie documenten overgelegd. Hierbij zit onder andere de correspondentie met Frankrijk en de documenten met betrekking tot de rechtszaak. Ook na de vergiftiging van meneer [persoon3] was eiser nog betrokken bij [bedrijf] , dit blijkt uit de overgelegde informatie en de nieuwsartikelen van ZimEye. De vergiftiging van meneer [persoon3] is daarnaast niet alleen gebaseerd op vermoedens. Eiser heeft onderbouwd waarom er sprake was van vergiftiging. De zoon van eiser heeft immers vastgesteld dat meneer [persoon3] daardoor is overleden.

12. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk problemen heeft ondervonden door de rechtszaak. Eiser heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat hij werkzaam was voor [bedrijf] tijdens de rechtszaak tussen [bedrijf] en [persoon2] in 2019. De drie documenten die eiser hiervoor ter onderbouwing heeft overgelegd zijn niet voldoende. De minister heeft terecht opgemerkt dat uit het document waarin staat dat eiser in 2015 is aangesteld als technical advisor niet blijkt hoe lang en of eiser heeft gewerkt voor [bedrijf] . Daarnaast heeft de minister kunnen stellen dat de andere documenten, zoals de betaling en het service contract met Tractebel, niet voldoende zijn. Als eiser daadwerkelijk op de hoogte werd gehouden van de rechtszaak en daar actief bij betrokken was, zoals hij ook heeft verklaard (p. 7 van het gehoor opvolgende aanvraag), mag er van hem worden verwacht dat hij meer documenten kan aanleveren.

13. Daarnaast heeft de minister terecht gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van enige actie vanuit [persoon2] richting eiser zelf. Eiser heeft tijdens het gehoor opvolgende aanvraag slechts verklaard dat de vicepresident eiser wil vermoorden omdat zijn vriend meneer [persoon3] ook is vermoord (p. 6 en 7 gehoor opvolgende aanvraag). Verder heeft eiser hierover geen onderbouwende stukken overgelegd. Dat meneer [persoon3] in 2023 is vergiftigd door [persoon2] vanwege zijn betrokkenheid bij de rechtszaak in 2019 heeft eiser ook niet voldoende aannemelijk gemaakt. Eiser heeft hierover wel verklaard (p. 9 gehoor opvolgende aanvraag) en nieuwsartikelen van ZimEye overgelegd, maar dat is onvoldoende. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat dit gebaseerd is op vermoedens. Ook is niet duidelijk geworden waarom naast meneer [persoon3] (voor zover die een doelwit was voor [persoon2] ) ook eiser een doelwit zou zijn. Daarom is onvoldoende onderbouwd dat eiser door de rechtszaak zelf problemen heeft ondervonden of zal ondervinden bij terugkeer naar Zimbabwe.

Problemen van zoon met Zimbabwaanse autoriteiten

14. Eiser voert verder aan dat hij voldoende duidelijk heeft verklaard over waarom zijn zoon slachtoffer zou zijn van intimidatie en onterechte arrestatie als gevolg van de problemen van eiser. Zelfs de telefoon van zijn zoon is ingenomen door de Zimbabwaanse autoriteiten om te controleren of hij contact had met eiser. Dat eisers zoon hieraan is onderworpen, indiceert dat familieleden worden ingezet als drukmiddel om eiser uit te schakelen of te isoleren. Ter onderbouwing heeft eiser hiervoor ook verschillende documenten overgelegd, zoals de handgeschreven brief van zijn zoon en een brief van advocaat Mashavakure. Eiser heeft hier nog aan toegevoegd dat zijn zoon ook één van de artsen is geweest die heeft vastgesteld dat meneer [persoon3] vergiftigd is en dat eiser en zijn zoon daardoor ook onder de negatieve aandacht staan van de autoriteiten.

15. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht heeft gesteld dat eiser niet heeft onderbouwd waarom de problemen van zijn zoon ervoor zorgen dat eiser problemen ondervindt met de Zimbabwaanse autoriteiten. Voor zover eisers zoon problemen heeft met de autoriteiten, is niet gebleken dat die problemen voortvloeien uit problemen van eiser zelf met de autoriteiten. Bovendien wisselen de verklaringen van eiser hierover. Eiser verklaart dat zijn zoon de dokter is van meneer [persoon3] (p. 3 en 4 gehoor opvolgende aanvraag). In de correcties en aanvullingen van het gehoor opvolgende aanvraag staat dat zijn zoon heeft vastgesteld dat meneer [persoon3] vergiftigd is. Tijdens de zitting heeft eiser gezegd dat zijn zoon onderdeel uitmaakte van de groep van artsen van meneer [persoon3] , dat zijn zoon de laatste persoon is geweest die contact heeft gehad met meneer [persoon3] en dat de dokters in het ziekenhuis hebben vastgesteld dat het ging om een vergiftiging. Deze verklaringen verschillen wel van elkaar, waardoor de minister zich terecht op het standpunt stelt dat dit tegenstrijdig is. Bovendien kan het zo zijn dat eisers zoon door dit voorval in de gaten wordt gehouden, maar dat maakt nog niet dat eiser hierdoor zelf ook in de gaten wordt gehouden en gevaar loopt. Deze beroepsgrond slaagt niet.

16. Ook voert eiser aan dat hij duidelijk heeft verklaard over de bedreigingen die hij heeft ontvangen van [persoon4] . Hierbij verwijst hij naar zijn verklaringen in het gehoor opvolgende aanvraag. Eiser legt daarin uit dat [persoon4] jonge vrouwen heeft misbruikt en hierdoor, toen dit bekend werd, is ontslagen. Zijn geadopteerde dochter heeft met de vicepresident een kind gekregen. Dit werd niet geaccepteerd door eiser en hij heeft hierover een interview gegeven. Als gevolg van deze uitlatingen worden eiser en de journalist van dat artikel nu bedreigd door de vicepresident. Tijdens de zitting heeft eiser hier aan toegevoegd dat hij telefonisch is bedreigd door zijn dochter.

17. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eisers verklaringen over de bedreigingen door [persoon4] onsamenhangend en onvoldoende aannemelijk zijn. Eerst heeft eiser aangegeven bedreigd te zijn via de journalist waaraan hij een interview heeft gegeven. Tijdens de zitting is dit verhaal veranderd en heeft eiser verklaard dat hij rechtstreeks is bedreigd door zijn dochter via de telefoon. Daarnaast heeft eiser wel een screenshot van een nieuwsbericht overgelegd waarin staat dat een student zwanger is geraakt van de vicepresident. Maar hieruit kan niet worden opgemaakt dat [persoon4] het interview met eiser ziet als oorzaak van zijn ontslag. Wat betreft de bedreigingen zijn er alleen verklaringen van eiser zelf en wat de journalist heeft geschreven. Dat is onvoldoende om deze verklaring te onderbouwen. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

18. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij persoonlijk een risico loopt als hij teruggaat naar Zimbabwe. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen verblijfsvergunning asiel krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. E.S. Dorsman, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

28 november 2025

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. van der Knijff

Griffier

  • mr. E.S. Dorsman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?