RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J.G.R. Becker).
Samenvatting
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.11895
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. A.H. Hekman),
en
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvraag in stand kan blijven. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
3. Op 4 juli 2024 heeft [referent] B.V. (werkgever en referent) een aanvraag ingediend voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) voor eiser, zodat hij in Nederland voor hen kan komen werken. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 24 oktober 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 27 februari 2025 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
5. De minister heeft gereageerd met een verweerschrift.
6. De rechtbank heeft het beroep op 14 november 2025 op zitting behandeld. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting.
Beoordeling door de rechtbank
Heeft de minister de aanvraag terecht afgewezen?
Prioriteitgenietend aanbod (artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a van de Wav)
Het bestreden besluit
7. De minister heeft een advies van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) gevraagd over de vraag of eiser voldoet aan de voorwaarden voor het verlenen van een GVVA. Het UWV heeft op 30 september 2024 en op 27 januari 2025 een advies uitgebracht aan de minister. Volgens het UWV voldoet eiser niet aan de voorwaarden, omdat er voldoende prioriteitgenietend aanbod aanwezig is, de werkgever geen (goede) vacaturemelding heeft gedaan, de werkgever onvoldoende heeft gezocht naar kandidaten en de werkgever geen salaris biedt dat past bij de functie.1 De minister heeft het advies van het UWV overgenomen en aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd.
8. Eiser voert aan dat het UWV ten onrechte stelt dat voor de opgegeven functie geen werkervaring is vereist en dat niet is gemotiveerd uit welk onderzoek dat blijkt. Ook heeft het UWV niet gereageerd op het argument van eiser in bezwaar dat hij toekomstige kandidaten zal opleiden en inwerken. Verder maakt de combinatie van capaciteiten van eiser hem de meest geschikte kandidaat voor de vacature en is het essentieel voor de werkgever dat eiser de vacature vervult.
9. De rechtbank is van oordeel dat de minister de aanvraag voor een GVVA heeft mogen afwijzen, omdat prioriteit genietend aanbod op de arbeidsmarkt aanwezig is. Voor zover eiser aanvoert dat het UWV niet heeft gemotiveerd waaruit blijkt dat geen werkervaring wordt vereist, merkt het UWV in het verweerschrift terecht op dat de werkgever dit zelf heeft aangegeven. Dit blijkt ook uit het aanvraagformulier dat de werkgever zelf heeft ingevuld.2
10. Verder blijkt uit het advies van het UWV dat deugdelijk gemotiveerd is gereageerd op wat eiser heeft aangevoerd in bezwaar over het opleiden en inwerken van toekomstig personeel. Het UWV stelt dat dit niet betekent dat geen sprake is van prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt. Uit het feit dat geen opleidings- en werkervaringseisen gelden en dat niet is gebleken van specialistische kennis van eiser volgt volgens het UWV niet logisch dat eiser ander personeel zal opleiden en inwerken. Ook is volgens het UWV sprake van een ongebruikelijke combinatie van taken die afzonderlijk functies betreffen op mbo-niveau waarvoor voldoende prioriteitgenietend aanbod bestaat op de arbeidsmarkt. Verder blijft gelden dat prioriteitgenietend aanbod ook kan bestaan als kandidaten na scholing of training geschikt zijn voor het vervullen van de functie. De rechtbank kan dit volgen.
11. Voor zover eiser aanvoert dat hij de meest geschikte kandidaat is vanwege zijn combinatie van capaciteiten, heeft het UWV in het advies terecht opgemerkt dat dit een ongebruikelijke combinatie van taken is die bestaat uit meerdere afzonderlijke functies op mbo-niveau waarvoor voldoende prioriteitgenietend aanbod bestaat.
12. Aangezien het UWV in zijn advies deugdelijk heeft gemotiveerd dat prioriteitgenietend aanbod bestaat voor de functie waar eiser een GVVA voor heeft
aangevraagd, heeft de minister eisers aanvraag mogen afwijzen onder verwijzing naar dit advies.
Conclusie en gevolgen
13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk heeft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. B.J. van Rossum, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
18 december 2025
Documentcode: [Documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
1. Artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a, b, c en d, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
2 Aanvraagformulier GVVA, ingevuld op 5 juli 2024, pagina 12.