RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. E. Sahin),
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. J.G.R. Becker).
Samenvatting
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.40466
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
en
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft deugdelijk gemotiveerd dat eiser bij terugkeer naar Algerije niet heeft te vrezen voor problemen in verband met de militaire dienstplicht. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
3. Eiser heeft op 17 mei 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1999. De minister heeft met het bestreden besluit van 20 augustus 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
5. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
6. De rechtbank heeft het beroep op 14 november 2025 op zitting behandeld. Eiser, zijn gemachtigde en de minister waren – met bericht – niet aanwezig.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
7. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is afkomstig uit Algerije en vreest dat hij bij terugkeer zal worden gearresteerd en veroordeeld voor het weigeren van de dienstplicht voor het Algerijnse leger. Eiser is een man van vijfendertig jaar oud en valt daarom in de categorie personen die dienstplichtig zijn.
Het bestreden besluit
8. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- identiteit, nationaliteit en herkomst
- arrestatie en veroordeling vanwege het weigeren van de dienstplicht.
9. De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. De minister vindt niet dat eiser een reëel risico op ernstige schade loopt vanwege het weigeren van de dienstplicht. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond. Ook heeft de minister aan eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd.
Dienstplicht
10. Eiser voert aan dat hij bij terugkeer naar Algerije een reëel risico op ernstige schade loopt, omdat hij de militaire dienstplicht weigert. Eiser zal bij terugkeer weigeren om te voldoen aan de dienstplicht, omdat hij gewetensbezwaren heeft vanwege zijn geloofsovertuiging. Uit het thematisch ambtsbericht dienstplicht Algerije blijkt volgens eiser dat personen die weigeren te voldoen aan de dienstplicht gearresteerd en strafrechtelijk veroordeeld kunnen worden. Bovendien zijn er toenemende militaire spanningen in het grensgebied tussen Algerije en Mali waardoor het aannemelijk is dat er meer militairen nodig zijn om de grens te bewaken.
10. Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank legt dat hierna uit.
Eiser heeft tijdens het nader gehoor verklaard dat hij nooit problemen heeft gehad vanwege militaire verplichtingen in Algerije.1 Tijdens het nader gehoor heeft eiser ook verklaard dat hij voor niets heeft te vrezen bij terugkeer en dat er verder geen reden is waarom hij niet kan terugkeren naar Algerije.2 Eiser heeft geen correcties of aanvullingen ingediend. Pas in de zienswijze heeft eiser voor het eerst naar voren gebracht dat hij vreest voor problemen in verband met de dienstplicht, omdat hij zal weigeren aan de dienstplicht te voldoen vanwege gewetensbezwaren. De minister heeft dit bevreemdend mogen achten.
Verder heeft de minister in het bestreden besluit deugdelijk gemotiveerd dat eiser geen persoonlijke onderbouwing heeft gegeven voor zijn vrees. De minister heeft zich op het standpunt mogen stellen dat de omstandigheden dat eiser in de dienstplichtige leeftijdscategorie valt en dat dienstplichtweigering of desertie strafbaar is in Algerije, niet voldoende zijn om zijn vrees aannemelijk te maken. Ook heeft de minister bij zijn beoordeling betrokken dat eiser heeft verklaard dat hij Algerije twee keer illegaal heeft verlaten, waarbij hij in de tussentijd in maart 2022 naar Algerije is teruggekeerd en toen legaal is ingereisd. De minister heeft er terecht op gewezen dat eiser in die periode ook al in de dienstplichtige leeftijdscategorie viel, dat hij tijdens het nader gehoor meerdere keren heeft verklaard dat hij in Algerije voor niets of niemand heeft te vrezen en dat hij de vraag
of hij ooit problemen heeft ondervonden vanwege militaire verplichtingen ontkennend heeft beantwoord.
Ook heeft de minister zich in het verweerschrift deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de enkele stelling van eiser dat hij geen wapens wil vasthouden en niemand wil doden vanwege zijn geloofsovertuiging, niet voldoende concreet genoeg is om aan te nemen dat hij diepgewortelde en onoverkomelijke gewetensbezwaren heeft. Verder heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij discriminatoir of onevenredig zwaar zal worden bestraft als hij zou weigeren te voldoen aan de dienstplicht. Eiser verwijst in zijn beroepsgronden vooral naar algemene informatie die al bekend is uit het thematisch ambtsbericht dienstplicht Algerije over de situatie rondom de dienstplicht, maar volgens die informatie is in de verslagperiode niet gebleken dat dienstplichtweigeraars consequent strafrechtelijk vervolgd worden en dat pas sprake is van dienstplichtontduiking als iemand na een tweede oproep niet verschijnt voor de dienstplicht.3
Over het betoog van eiser dat er toenemende spanning zijn tussen Mali en Algerije, heeft de minister terecht opgemerkt dat daaruit niet volgt dat Algerije meer militairen nodig heeft voor grensbewaking of dat eiser (daarvoor) zou worden opgeroepen.
Conclusie en gevolgen
12. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk heeft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. B.J. van Rossum, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
02 december 2025
Documentcode: [Documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
1. Verslag van het nader gehoor van 14 augustus 2025, pagina 12.
2 Verslag van het nader gehoor van 14 augustus 2025, pagina 5, 10 en 11.
3 Kort thematisch ambtsbericht dienstplicht Algerije november 2020, pagina 2 en 3.