ECLI:NL:RBDHA:2025:27971

ECLI:NL:RBDHA:2025:27971

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-12-2025
Datum publicatie 07-05-2026
Zaaknummer 24.41377
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Asiel, geloofwaardigheid identiteit en herkomst uit Centraal-Somalië, taalanalyse van TOELT, deskundigenadvies, contra-expertise, geen concrete aanwijzingen voor twijfel, vergewisplicht, integrale geloofwaardigheidsbeoordeling, arrest R.C. tegen Zweden, buitenschuld amv-vergunning, voortvarend onderzoek naar adequate opvang gedurende minderjarigheid.

Uitspraak

[eiser] , V-nummer: [nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. D.S. Harhangi-Asarfi),

en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. I.A.G. Lodders).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.

Eiser heeft op 1 november 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 16 oktober 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, juncto artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).

De rechtbank heeft het beroep op 14 november 2025, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A.H. Sharif als tolk (met tolkennummer 2860) en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit van 16 oktober 2024
De beroepsgronden van eiser
Verblijfsvergunning regulier

2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag – onder meer – het volgende ten grondslag. Eiser stelt te zijn [eiser] , geboren op [geboortedatum] 2006 in Caad, provincie Mudug en gelegen in de deelstaat Galmudug in Centraal-Somalië. Hij heeft daar gewoond vanaf zijn geboorte tot aan zijn vertrek in 2022 uit Somalië. Eiser heeft verder verklaard dat hij de Somalische nationaliteit bezit en dat hij behoort tot de Tumaal bevolkingsgroep.

4. De minister acht de door eiser gestelde nationaliteit geloofwaardig, maar niet eisers gestelde identiteit en herkomst uit Caad, gelegen in Centraal-Somalië. Daarbij is in de eerste plaats van belang dat eiser geen objectieve documenten heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn gestelde identiteit en herkomst. Verder is van belang dat uit het rapport taalanalyse van TOELT blijkt dat het Somalisch van eiser in zijn geheel in geen enkel opzicht overeenkomt met een Centraal-Somalische taalvariant van het Somalisch zoals gangbaar in zijn gestelde herkomstgebied in Centraal-Somalië en dat TOELT op grond hiervan heeft geconcludeerd dat eiser eenduidig niet te herleiden is tot de spraakgemeenschap binnen Centraal-Somalië. Volgens het rapport taalanalyse is het niet aannemelijk dat eiser in deze regio vanaf zijn geboorte tot aan zijn zestiende levensjaar heeft verbleven zoals hij stelt en komt het Somalisch van eiser in zijn geheel overeen met het Somalisch zoals dat gangbaar is in Noord-Somalië. De minister heeft uiteengezet dat de taalanalyse van TOELT een deskundigenadvies is waarvan mag worden uitgegaan en dat hij zich er van heeft vergewist dat dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Derhalve is niet aannemelijk dat eiser, zoals hij stelt, uit Caad (Centraal-Somalië) komt en heeft hij hiermee geen samenhangende en aannemelijke verklaringen afgelegd over zijn herkomst. Omdat de taalanalyse uitwijst dat eiser niet daar vandaan komt waar hij stelt vandaan te komen, is ook sprake van misleiding en dit maakt dat eiser niet in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd. Nu eisers asielmotieven slechts betekenis hebben tegen de achtergrond van eisers herkomst, terwijl eiser zijn herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt, kan een verdere beoordeling van de asielmotieven niet worden verricht. Daarom heeft de minister deze asielmotieven niet inhoudelijk getoetst. Voorts is sprake van een situatie van misleiding als bedoeld in artikel 30b, eerste lid, onder c, van de Vw 2000, reden waarom de minister de asielaanvraag van eiser kennelijk ongegrond heeft verklaard.

5. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit. Hij heeft op 31 oktober 2024, 19 maart 2025, 7 november 2025 en 13 november 2025 (aanvullende) beroepsgronden ingediend. Ook zijn onder meer bijlagen van prof. P.L. Patrick en prof. S.S. Ahmed overgelegd.

Overwegingen van de rechtbank

6. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen de kennelijk ongegrondverklaring van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De beroepsgronden van eiser hebben met name betrekking op de (deugdelijkheid van de) taalanalyse van Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT). Daarom zal de rechtbank daar eerst op ingaan.

Juridisch kader

7. De rechtbank overweegt dat uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) het volgende blijkt. Een advies van TOELT is een deskundigenadvies aan de minister ten behoeve van de uitvoering van zijn bevoegdheden. De minister mag op het advies van TOELT afgaan, nadat hij is nagegaan of het advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor de wettelijke adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag de minister niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Zo nodig vraagt de minister TOELT een reactie op wat over het advies is aangevoerd. Uit rechtspraak van de Afdeling volgt verder dat als de taalanalyse zorgvuldig, inzichtelijk en concludent is, een vreemdeling de bij de minister gerezen en door de taalanalyse niet weggenomen twijfel slechts door het laten verrichten van een contra-expertise alsnog kan proberen weg te nemen. Om als contra-expertise te kunnen worden gebruikt, moet de op verzoek van een vreemdeling verrichte taalanalyse ook zorgvuldig, inzichtelijk en concludent zijn. Als de uitkomst van de contra-expertise de door de vreemdeling gestelde herkomst niet bevestigt, wordt de gerezen twijfel in elk geval niet weggenomen.

De taalanalyse van TOELT: zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies

8. Eiser heeft betoogd dat een taalanalyse van TOELT in het algemeen een deugdelijk en betrouwbaar instrument is om de herkomst van een vreemdeling te bepalen, maar in het geval van eiser niet. Er bestaat namelijk onduidelijkheid over waar de taalanalist (SOM 16) vandaan komt. Daardoor is onduidelijk of de taalanalist over de vereiste kennis geschikt. Ook is de taalanalyse gebaseerd op verouderde literatuur/kennis over het taalgebruik in Somalië en ontbreekt de transcriptie van het taalanalyse-interview. De taalanalyse is hierdoor onvolledig en niet toetsbaar.

9. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er allereerst geen reden om te twijfelen aan de deskundigheid van de taalanalist. Zoals TOELT heeft aangegeven is de taalanalist afkomstig uit Centraal-Somalië en is dit de informele benaming voor de noordelijke helft van wat in beleidsstukken Zuid-(Centraal) Somalië wordt genoemd. Dat in het rapport taalanalyse staat vermeld dat de taalanalist afkomstig is uit Zuid-Somalië – en niet Centraal Somalië – maakt daarom niet dat onduidelijkheid bestaat over waar de taalanalist vandaan komt noch dat de taalanalyse ondeugdelijk tot stand is gekomen. Bovendien blijkt uit de taalanalyse en de reactie van TOELT over de taalkundige achtergrond van de taalanalist, dat hij moedertaalspreker is van het Somalisch, bijzonder goed is geïnformeerd over de taalsituatie in Somalië en dat hij zich in staat heeft getoond om verschillende varianten van het Somalisch te beoordelen en te herleiden.

10. De rechtbank volgt evenmin de stelling van eiser dat de taalanalyse zou zijn gebaseerd op verouderde literatuur/kennis over het taalgebruik in Somalië. Immers, zoals uit het rapport taalanalyse blijkt is de taalanalyse onder meer gebaseerd op literatuur uit 2021. Eiser heeft zelf ook erkend dat uit de taalanalyse blijkt dat gebruik is gemaakt van wetenschappelijk onderzoek uit 2021. In de enkele stelling van eiser dat dit niet betekent dat er ook recent veldwerk op wetenschappelijk niveau is gedaan naar de talen en het taalgebruik in Somalië, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de taalanalyse geen deugdelijk en betrouwbaar instrument is om de herkomst van eiser te bepalen. Eiser heeft zelf ook geen (recent) onderzoek over het taalgebruik in Somalië overgelegd waaruit blijkt dat de situatie in Somalië zodanig is veranderd dat niet meer kan worden uitgegaan van de gebruikte literatuur/kennis over het taalgebruik in dat land.

11. De rechtbank is verder van oordeel dat het betoog van eiser dat de taalanalyse onvolledig en niet toetsbaar zou zijn omdat de transcriptie van het taalanalyse-interview ontbreekt, eiser evenmin kan baten. Zoals de minister heeft aangegeven heeft eiser immers de opname van het taalanalysegesprek ontvangen teneinde een contra-expertise te kunnen (laten) uitvoeren. Van deze opname is ook gebruik gemaakt in het rapport taalanalyse. Als eiser daarnaast een uitgeschreven versie wenst van de gesproken opname van het taalanalysegesprek, dan is het aan hem zelf om daarvoor te zorgen.

De taalanalyse van TOELT: begrijpelijkheid van de redenering en conclusies

12. De rechtbank is van oordeel dat de redenering in het advies van TOELT begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten, en overweegt daartoe als volgt. In het rapport taalanalyse staat dat van eiser – gelet op zijn gestelde herkomst en levensloop – redelijkerwijs mag worden verwacht dat hij een beheersing op moedertaalniveau heeft van een vorm van een Centraal-Somalische taalvariant zoals gangbaar in Caad, eventueel met wat Noord-Somalische spraakelementen. Anders dan eiser stelt is het uitgangspunt van de taalanalyse dus niet dat de taal van iemand die uit eisers herkomstgebied komt (enkel) het Centraal-Somalisch zou moeten zijn. Waar het om gaat is dat eiser een Centraal-Somalische taalvariant zou moeten kunnen beheersen, eventueel met Noord-Somalische spraakelementen. Uit het rapport volgt echter dat eiser een beheersing op moedertaalniveau heeft van een vorm van het Somalisch, maar dat zijn spraak in zijn geheel in geen enkel opzicht overeenkomt met een Centraal-Somalische taalvariant van het Somalisch zoals gangbaar in eisers gestelde herkomstgebied in Centraal-Somalië. Er is geen enkel Centraal-Somalisch kenmerk in de spraak van eiser en eiser spreekt uitsluitend een taalvariant die niet gangbaar is in Caad en omstreken, terwijl hij van zijn geboorte tot aan zijn zestiende levensjaar in dat gebied zou hebben verbleven. Uit het rapport volgt verder dat de Somalische taal van eiser in zijn geheel overeenkomt met het Somalisch zoals dat gangbaar is in Noord-Somalië. Dat tijdens het taalanalysegesprek sprake zou zijn geweest van taalaccommodatie, zoals eiser stelt, is niet gebleken.

13. De verwijzing van eiser naar de door hem overgelegde kaart van Translators Without Borders (TWB), kan hem evenmin baten. Immers, zelfs als moet worden aangenomen dat in eisers gestelde herkomstgebied ook het Noord-Somalisch wordt gesproken en het door TWB verrichte onderzoek hiernaar als representatief moet worden beschouwd, is niet te volgen dat de spraak van eiser – gelet op dat zijn verklaring dat hij vanaf zijn geboorte in 2006 tot aan zijn vertrek in 2022 heeft verbleven in Centraal-Somalië – in zijn geheel in geen enkel opzicht overeenkomt met een Centraal-Somalische taalvariant van het Somalisch zoals wordt gesproken in eisers gestelde herkomstgebied en evenmin dat eisers spraak in zijn geheel overeenkomt met het Somalisch zoals dat gangbaar is in Noord-Somalië. Voor zover eiser stelt dat er in zijn gestelde herkomstomgeving alleen maar Noord-Somalisch wordt gesproken en geen enkele Centraal-Somalische taalvariant/dialect, stelt de rechtbank vast dat eiser die stelling niet heeft onderbouwd en dat dit ook niet blijkt uit de kaart van TWB. Als uitgangspunt heeft dan ook te gelden – zoals ook volgt uit de taalanalyse van TOELT – dat in eisers gestelde herkomstgebied Caad/Mudug, gelegen in Centraal-Somalië, Centraal-Somalische varianten/dialecten gangbaar zijn. In de taalanalyse is ook met voorbeelden uitgewerkt dat de spraak van eiser op de verschillende onderdelen “uitspraak”, “woordkeuze” en “grammatica” niet overeenkomt met enig Centraal-Somalische dialect dat gangbaar is in eisers gestelde herkomstgebied.

De taalanalyse van TOELT: tussenconclusie

14. De rechtbank is van oordeel dat de minister de taalanalyse van TOELT als zorgvuldig, inzichtelijk en concludent mocht beschouwen. Het rapport is op zorgvuldige wijze tot stand gekomen, de redenering daarin is begrijpelijk en de getrokken conclusies sluiten daarop aan.

15. Eiser kan deze bij de minister gerezen en door de taalanalyse niet weggenomen twijfel slechts door het laten verrichten van een contra-expertise alsnog proberen weg te nemen. Hierna volgt de beoordeling of eiser daarin is geslaagd.

Bijlage van prof. P.L. Patrick

16. De rechtbank is van oordeel dat de in beroep overgelegde contra-expertise van prof. P.L. Patrick (hierna Patrick) geen aanknopingspunten biedt voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies en de inhoud van de taalanalyse, zodat eiser hiermee de bij de minister gerezen twijfel niet heeft weggenomen. Van belang daarbij is allereerst dat Patrick – zoals hij in het rapport zelf ook aangeeft – geen deskundige is op het gebied van (de verschillende varianten van) het Somalisch. Zijn rapport behelst in zoverre dan ook geen taalkundig tegenonderzoek met een onafhankelijke conclusie ten aanzien van de spraak en herkomst van eiser aan de hand van de opname van het taalanalysegesprek. De uitkomst van de contra-expertise van Patrick bevestigt de door eiser gestelde herkomst hierdoor niet.

17. Patrick plaatst in zijn rapport wel kritiek op de (wetenschappelijke) kwaliteit/waarde van de door TOELT verrichte taalanalyse, maar hierin ziet de rechtbank geen aanleiding om anders te oordelen over de taalanalyses die door TOELT worden uitgevoerd dan de Afdeling heeft gedaan in haar jurisprudentie. Uit die jurisprudentie leidt de rechtbank af dat een taalanalyse van TOELT moet worden aangemerkt als een advies van een deskundige omdat deze analyse – zoals dat ook geldt voor de onderhavige taalanalyse – op objectieve en vakbekwame wijze is uitgevoerd en opgesteld en ondertekend door een taalanalist. Bovendien is het taalanalyserapport van TOELT onderworpen geweest aan controle van een linguïst verbonden aan TOELT en dit heeft in opdracht van en onder supervisie van TOELT plaatsgevonden, terwijl het werk van de taalanalisten onder voortdurende kwaliteitscontrole staat. De kwaliteit van de door TOELT gebruikte onderzoeksmethode is in zijn algemeenheid voldoende gewaarborgd. Zoals de rechtbank verder hierboven al heeft overwogen is er geen reden om te twijfelen aan de deskundigheid van de taalanalist en is het rapport van TOELT op zorgvuldige wijze tot stand gekomen, is de redenering daarin begrijpelijk en sluit de getrokken conclusie dat eiser eenduidig niet te herleiden is tot de spraakgemeenschap binnen Centraal-Somalië daarop aan.

E-mails van [naam], [naam] en prof Abdella Omar Mansur

18. De door eiser overgelegde e-mails van [naam], [naam] en prof Abdella Omar Mansur, ter onderbouwing van het ingenomen standpunt dat de door TOELT uitgevoerde taalanalyse niet deugdelijk is omdat – gelet op de huidige taalsituatie in Somalië – de uitgangspunten en dialectindeling waarop TOELT zijn conclusies baseert zijn achterhaald, kunnen eiser ook niet baten. Deze stukken – waarin onder meer wordt aangegeven dat een grens van dialecten in Somalië niet eenvoudig is te trekken en dat vele factoren hierop van invloed zijn – laten immers onverlet dat als uitgangspunt heeft te gelden dat in eisers gestelde herkomstgebied Caad/Mudug, gelegen in Centraal-Somalië, Centraal-Somalische varianten/dialecten gangbaar zijn. In de spraak van eiser zit echter geen enkel Centraal-Somalisch kenmerk en eiser spreekt uitsluitend een taalvariant die in Caad en omstreken niet gangbaar is. Gelet op eisers verklaring dat hij vanaf zijn geboorte in 2006 tot aan zijn vertrek in 2022 heeft verbleven in Centraal-Somalië en daarom redelijkerwijs mag worden verwacht dat eisers een beheersing op moedertaalniveau heeft van een vorm van een Centraal-Somalische taalvariant zoals gangbaar in Caad en omstreken, maakt dit de door eiser gestelde herkomst uit Centraal-Somalië niet aannemelijk.

Bijlage van prof. S.S. Ahmed

19. De rechtbank is van oordeel dat de bijlage van prof. S.S. Ahmed (hierna: Ahmed) niet kan worden aangemerkt als deskundigenadvies. Daarbij is in de eerste plaats van belang dat deze verklaring niet afkomstig is van een officiële instantie. Verder blijkt uit deze verklaring en het (beknopte) curriculum vitae niet wat de taalkundige achtergrond is van Ahmed en evenmin dat Ahmed een deskundige is op het gebied van (de verschillende varianten van) het Somalisch. De enkele omstandigheid dat hierin wordt vermeld dat Ahmed voorzitter is van de intergouvernementele academie voor de Somalische taal en dat Ahmed een studie volgde in taalkunde, is onvoldoende om Ahmed wel aan te merken als deskundige in dit verband. Tot slot blijkt uit de verklaring van Ahmed ook onvoldoende dat zijn analyse is gebaseerd op dezelfde data als de taalanalyse van TOELT, namelijk (uitsluitend) het spraakmateriaal dat door de IND is opgenomen tijdens het taalanalysegesprek met eiser. In zoverre is deze op verzoek van eiser verrichte taalanalyse ook niet voldoende zorgvuldig, inzichtelijk en concludent. Gelet hierop komt geen overwegende waarde toe aan de verklaring van Ahmed en kan deze niet als contra-expertise worden gebruikt.

Kanttekeningen van eiser en verklaringen Stichting Somalische Gemeenschap Eindhoven

20. De overige eigen opmerkingen van eiser over het rapport taalanalyse zijn – nu eiser zelf geen deskundige is in deze materie – op zichzelf geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het rapport, de begrijpelijkheid van de in het rapport gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop. Eiser kan niet met het plaatsen van kritische kanttekeningen bij de uitgevoerde taalanalyse teweegbrengen dat de minister een nieuwe taalanalyse moet verrichten, dan wel van een van de taalanalyse afwijkende conclusie dient uit te gaan. Dit geldt ook voor de door eiser overgelegde verklaring van personen die verklaren dat eiser “uit de regio Mudug, met name de stad CAAD, Somalië vandaan komt”; gesteld noch gebleken is dat deze personen moeten worden aangemerkt als deskundige. Ook is de verklaring niet onderbouwd met stukken.

Vergewisplicht

21. De rechtbank is van oordeel dat de minister wel degelijk heeft voldaan aan de vergewisplicht. Immers, de minister is in het bestreden besluit nagegaan of het advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. De rechtbank wijst in dit verband naar de uitgebreide overwegingen op pagina 3 van het bestreden besluit die betrekking hebben op de vergewisplicht van de minister. Bovendien heeft de minister TOELT ook nog om een reactie gevraagd op wat van de zijde van eiser over het advies is aangevoerd, zodat de minister ook in zoverre heeft voldaan aan zijn vergewisplicht.

Conclusie en gevolgen

22. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de minister mocht uitgaan van de conclusies uit de taalanalyse en daarmee dat eiser niet – zoals hij stelt – afkomstig is uit Caad/Mudug, gelegen in Centraal-Somalië. Nu eisers asielmotieven slechts betekenis hebben tegen de achtergrond van zijn identiteit en herkomst, terwijl hij deze niet aannemelijk heeft gemaakt, heeft de minister deze asielmotieven van eiser terecht niet inhoudelijk getoetst.

23. De omstandigheid dat eiser uit Somalië komt heeft de minister voorts terecht onvoldoende geacht om hem in aanmerking te brengen voor de gevraagde verblijfsvergunning. Daarbij heeft de minister zich ook terecht op het standpunt gesteld dat eiser, omdat zijn gestelde herkomst ongeloofwaardig is, niet aannemelijk heeft gemaakt afkomstig te zijn uit een door Al-Shabaab gecontroleerd gebied. Anders dan eiser stelt bestaat geen grond voor het oordeel dat de minister niet met deze beoordeling heeft kunnen volstaan.

24. De rechtbank volgt verder niet dat de twijfel uit de taalanalyse onvoldoende is voor afwijzing van de asielaanvraag, zoals gesteld door eiser. Daarbij is in de eerste plaats van belang dat de afwijzing van eisers asielaanvraag niet uitsluitend is gebaseerd op het rapport taalanalyse, maar ook op het niet overleggen van objectieve documenten ter onderbouwing van eisers gestelde identiteit en herkomst. In zoverre mist de stelling van eiser feitelijke grondslag. De rechtbank overweegt in dit verband verder dat de minister bij de beoordeling van het relevante element identiteit en herkomst gebruik heeft gemaakt van een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling, waarvan de taalanalyse een onderdeel vormt en waarbij ook de verklaringen van eiser over zijn herkomst en levensloop zijn betrokken. Deze integrale beoordeling heeft er toe geleid dat eisers gestelde herkomst uit Centraal-Somalië niet aannemelijk is geacht en die conclusie raakt direct aan de geloofwaardigheid van eisers asielrelaas als geheel, dat zich zou hebben afgespeeld in eisers gestelde herkomstgebied. Gelet hierop bestaat geen grond voor het oordeel dat aan afwijzing van de asielaanvraag van eiser een onvoldoende beoordeling ten grondslag ligt.

Kwetsbaarheid en artikel 3 van het EVRM

25. Eiser heeft zijn patiëntdossier overgelegd. Daarover voert hij aan dat de kwetsbaarheid die daaruit volgt van belang is bij de beoordeling van het risico op schending van artikel 3 van het EVRM bij terugkeer. Ter zitting heeft eiser in dit verband desgevraagd aangegeven dat hij zich veel zorgen maakt, niet kan slapen, medicatie gebruikt en (psychische) gezondheidsklachten ervaart. Ook heeft eiser aangeven dat uit het patiëntdossier blijkt dat hij eerder een suïcidepoging heeft gedaan.

26. De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond niet slaagt. Daarbij is in de eerste plaats van belang dat het patiëntdossier geen recente medische informatie bevat. Het patiëntdossier zelf dateert immers van 7 november 2025 en de laatste omschrijving daarin dateert van 21 augustus 2025. Hierdoor staat niet vast of er (nog) medische/psychische problemen spelen bij eiser. Verder is niet gebleken dat eiser in verband met medische/psychische problemen (nog) medicatie gebruikt of onder behandeling staat en heeft eiser ook op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat hij in verband met medische/psychische problemen, die hem kwetsbaar zouden maken, bij terugkeer in Somalië zich niet zal kunnen handhaven of dat hij daardoor een risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Enige toelichting daarover en onderbouwing daarvan ontbreekt immers. Dat het grondrecht dat wordt beschermd door artikel 3 van het EVRM een absoluut karakter heeft en zelfs ambtshalve moet worden getoetst, zoals eiser stelt, laat voorts onverlet dat geen aanknopingspunten bestaan voor de aanwezigheid van een reëel risico bij terugkeer naar Somalië wegens de door eiser aangevoerde omstandigheden.

27. Eiser stelt dat gelet op de ingebrachte stukken hem ten onrechte is tegengeworpen dat hij niet geloofwaardig heeft verklaard over zijn herkomst, zodat hem daarom een buitenschuld amv-vergunning had moeten worden verleend. Hij merkt daarbij op dat gedurende de minderjarigheid de minister voortvarend onderzoek moest verrichten naar de mogelijkheden van adequate opvang in het land van herkomst. Echter, omdat de minister eerst in juli 2024 een taalanalyse heeft verricht waaruit zou blijken dat de herkomst niet geloofwaardig is en om die reden geen onderzoek naar adequate opvang kan worden verricht, kan niet worden gesproken van voortvarend onderzoek, aldus eiser.

28. De rechtbank overweegt dat eiser is geboren op 12 augustus 2006 en ten tijde van de aanvraag op 2 november 2022 dus 16 jaar oud was. Uit de rechtspraak van de Afdeling volgt dat, op het moment dat een niet-begeleide minderjarige vreemdeling meerderjarig is geworden (in casu op 12 augustus 2024), de minister niet langer is gehouden om te onderzoeken of adequate opvang in het land van terugkeer aanwezig is, mits hij gedurende de minderjarigheid van de vreemdeling voortvarend aan dat onderzoek heeft gewerkt.

29. Zoals de minister in het (in het bestreden besluit ingelaste) voornemen heeft overwogen heeft gedurende de minderjarigheid van eiser onderzoek naar adequate opvang plaatsgevonden. Daarbij wordt verwezen naar het schouwgehoor van 5 november 2022, het aanmeldgehoor van 4 september 2023 en het nader gehoor op 31 mei 2024 en 11 juli 2024, in welke gehoren aan eiser vragen zijn gesteld en door hem beantwoord over bij wie hij (laatstelijk) woonde, over wie er altijd voor hem heeft gezorgd, over of zijn ouders nog leven, over het contact met zijn zussen en broers, over het contact met zijn moeder en over haar contactgegevens. Doordat twijfel is ontstaan over eisers gestelde identiteit en herkomst en er om die reden een taalanalyse moest plaatsvinden, kon de minister pas weer na afloop van de taalanalyse nadere invulling geven aan het onderzoek naar adequate opvang. Dit laatste onderzoek is immers alleen zinvol als duidelijk is op welk herkomstgebied dit onderzoek naar adequate opvang moet zijn gericht. Op het moment dat het rapport taalanalyse gereed was (19 augustus 2024), was eiser evenwel meerderjarig, zodat de minister vanaf dat moment geen invulling meer hoefde te geven aan het onderzoek naar adequate opvang.

30. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken dat de minister gedurende de minderjarigheid van eiser niet voortvarend aan het onderzoek naar adequate opvang heeft gewerkt. De minister heeft zich ook terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet in aanmerking komt voor een regulier verblijfsvergunning op grond van het amv-buitenschuldbeleid.

Conclusie

31. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.B.H. Hebbink, rechter, in aanwezigheid vanH.J. Renders, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 24 december 2025

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand