ECLI:NL:RBDHA:2025:27989

ECLI:NL:RBDHA:2025:27989

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-12-2025
Datum publicatie 21-05-2026
Zaaknummer 25.57093
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Het terugkeerbesluit kan als grondslag dienen voor de inbewaringstelling. Verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 12 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:329.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], V-nummer: [nummer], eiseres

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.57093

(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),

en

(gemachtigde: mr. K. Kanters).

Procesverloop

Bij besluit van 20 november 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiseres de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 1 december 2025 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Haidari (1863). De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Voortvarendheid

1. Eiseres stelt van Pakistaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1996.

Rechtmatigheid van het terugkeerbesluit

2. Eiseres voert aan dat er geen sprake is van een geldig terugkeerbesluit nu er geen actuele 3 EVRM beoordeling heeft plaatsgevonden, gelet op het arrest Adrar. Het terugkeerbesluit kan daardoor niet als grondslag dienen voor de inbewaringstelling.

3. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. De rechtbank kan in het kader van de maatregel van bewaring alleen beoordelen of het terugkeerbesluit voldoet aan de vereisten van het arrest F.M.S. en of dit op de juiste wijze aan eiseres is bekendgemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank is dat het geval. Nu is voldaan aan deze vereisten heeft de minister deze maatregel van bewaring kunnen stoelen op het terugkeerbesluit. De omstandigheid dat er geen actuele 3 EVRM beoordeling heeft plaatsgevonden in het kader van het terugkeerbesluit is voor de vraag of de bewaring op dat terugkeerbesluit kan worden gestoeld niet relevant. De beroepsgrond slaagt niet.

Redelijk vermoeden van illegaal verblijf

4. Eiseres voert aan dat in het proces-verbaal van staandehouding/overbrenging/ophouding (M105) onvoldoende is gemotiveerd of er sprake was van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf. Hierdoor is sprake van een onrechtmatige staandehouding en dus een gebrek in het voortraject.

5. De rechtbank overweegt dat voor een rechtmatige staandehouding vereist is dat er sprake is van feiten en omstandigheden, die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren.

6. De rechtbank is van oordeel dat in het M105-formulier voldoende is gemotiveerd dat er sprake was van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf. In het M105-formulier is op 20 november 2025 door de verbalisanten namelijk aangegeven dat de personalia die eiseres gaf bij het binnentreden van haar kamer op de locatie van het AZC Amsterdam overeenkwamen met de verstrekte informatie uit de infoset van de DT&V. Aangenomen wordt dat de infoset de juiste informatie over de verblijfspositie van eiseres bevat. De staandehouding van eiseres berust daarom op een redelijk vermoeden van illegaal verblijf. Van een onrechtmatige staandehouding is dan ook geen sprake. De beroepsgrond slaagt niet.

Maatregel van bewaring

7. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken en eiseres de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De minister heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000), als zware gronden vermeld dat eiseres:3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en zij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;3i. te kennen heeft gegeven dat zij geen gevolg zal geven aan haar verplichting tot terugkeer;en als lichte gronden vermeld dat eiseres:4a. zich niet aan een of meer andere voor haar geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb 2000 heeft gehouden;4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

8. Ter zitting heeft de minister lichte grond onder 4a laten vallen.

9. Eiseres heeft alle zware gronden betwist. Ten aanzien van de zware grond onder 3a heeft eiseres – kort samengevat – betoogd dat zij met een visum Italië is binnengekomen waardoor zij (ook) Nederland op de voorgeschreven wijze is binnengekomen. De zware gronden onder 3c en 3i leveren verder geen onttrekkingsrisico op omdat eiseres in het AZC wil verblijven en afspraken heeft in het ziekenhuis.

10. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht heeft betoogd dat eiseres Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen. Zoals ook gesteld door de minister is het visum destijds namelijk afgegeven voor Italië en niet voor Nederland. Een dergelijk visum betekent ook niet dat het eiseres vrij stond om te reizen naar Nederland. Daarbij komt dat het visum voor Italië was verlopen toen zij Nederland is binnengekomen. Dat eiseres in het AZC wil verblijven en afspraken heeft in het ziekenhuis maakt verder niet dat er geen sprake zou zijn van onttrekkingsrisico. Zo is niet betwist dat grond 3c niet feitelijk juist is, heeft eiseres meermaals verklaard niet te willen meewerken aan een vertrek naar Pakistan en heeft zij geen aantoonbare actie ondernomen om Nederland daadwerkelijk te kunnen verlaten. Hierdoor is het niet aannemelijk dat eiseres uit vrije wil zal vertrekken en bestaat er een risico dat zij zich aan het toezicht zal onttrekken. Gezien het voorgaande kunnen de zware gronden standhouden.

11. Deze gronden – samen met de niet betwiste lichte gronden 4c en 4d – kunnen de bewaringsmaatregel reeds dragen. Ook naar het ambtshalve oordeel van de rechtbank zijn de zware en lichte gronden (feitelijk) juist en voldoende om een risico aan te nemen dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken en eiseres de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen.

Lichter middel

12. Eiseres heeft aangevoerd dat met een lichter middel volstaan moest worden. Inbewaringstelling is namelijk niet redelijk gezien haar medische omstandigheden. Eiseres is namelijk zwanger en heeft in het verleden meerdere miskramen gehad. Daarbij komt dat eiseres suïcideneigingen heeft en in het recente verleden zelfs een suïcidepoging heeft gedaan. De minister heeft onvoldoende rekening gehouden met deze kwetsbare toestand van eiseres.

13. Deze beroepsgrond slaagt niet. Het ligt op de weg van de minister om grondig onderzoek te doen naar de feitelijke elementen van het concrete geval en een specifieke motivering te geven. Dit volgt uit de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:674) en 10 april 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1309) en het arrest van het Hof van 5 juni 2014 (ECLI:EU:C:2014:1320, Mahdi). De minister heeft in de maatregel gemotiveerd waarom niet met een lichter middel volstaan kan worden. Daarbij is er onder meer op gewezen dat eiseres samen met haar partner is geplaatst op een Gesloten Gezinsvoorziening (GGV), waar een medische dienst aanwezig is. Daar krijgt eiseres een intake en de medische dienst zal beoordelen in hoeverre zij medische en/of psychische zorg nodig heeft en hiervoor zorgen. Ook is erop gewezen dat van de medische zorgverlening binnen de detentie- uitzetcentra kan worden gesteld dat deze gelijkwaardig is aan de gezondheidszorg in de vrije maatschappij. Indien er gevaar van suïcide dreigt dan zal er in de GGV extra aandacht aan eiseres worden gegeven. Eventueel kan een zij geplaatst worden in een zogenaamde "time-out" kamer. Indien nodig kan dit onder cameratoezicht. Mocht dit onvoldoende effect hebben, dan kan eiseres geplaatst worden in een zogenaamde observatiecel waar constant toezicht is. Als zorg niet voldoende kan worden gegeven, wordt eiseres overgeplaatst naar een regulier ziekenhuis, een penitentiair psychiatrisch centrum of een gesloten gezondheidsinstelling. De minister heeft gelet op het voorgaande voldoende rekening gehouden met wat eiseres tijdens het gehoor heeft aangegeven en er bestaan naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat de minister ten aanzien van het lichter middel meer individueel moest motiveren. De medische situatie van eiseres maakt vanwege het voorgaande ook niet dat zij detentieongeschikt is. De beroepsgrond slaagt niet.

Zicht op uitzetting

14. Eiseres voert aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd of er een redelijk vooruitzicht op uitzetting is. Haar medische situatie is daarbij namelijk niet betrokken. Dit had wel gemoeten in het kader van het arrest Adrar, zeker nu eiseres op 12 november 2025 een beroep heeft gedaan op uitstel vertrek op grond van artikel 64 van de Vw 2000.

15. De rechtbank overweegt dat in de maatregel van bewaring ten aanzien van de medische situatie van eiseres in het kader van het zicht op uitzetting wordt verwezen naar de beoordeling die is gemaakt in het terugkeerbesluit. In dat besluit staat immers dat niet is gebleken dat vanwege het beginsel van non-refoulement, zoals genoemd in artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn, dan wel vanwege de andere daarin genoemde belangen moet worden afgezien van de uitzetting van de vreemdeling, en dat hetgeen door eiseres in het gehoor is aangevoerd reeds is betrokken in het besluit van 21 juli 2025 (het terugkeerbesluit). Met eiseres overweegt de rechtbank dat de minister de medische situatie - zoals deze thans aan de orde is - in het terugkeerbesluit niet heeft meegenomen. De verwijzing naar dat besluit op zichzelf is dus ontoereikend. In de maatregel van bewaring zelf wordt echter haar medische en psychische gesteldheid wel meegenomen, alsook haar beroep op uitstel vertrek op grond van artikel 64 van de Vw 2000. Zo staat in de maatregel van bewaring dat tijdens de staandehouding, de reis naar de gehoor locatie in de GGV en tijdens het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling, een verpleegkundige van de Dutch Medical Group aanwezig is geweest. Deze heeft eiseres voor aanvang van het vervoer naar de GGV gecontroleerd en geen medische bijzonderheden geconstateerd. Verder volgt uit het proces-verbaal van gehoor (M110) ook dat de medische situatie van eiseres is beoordeeld in het kader van een redelijk vooruitzicht op uitzetting. Tijdens dat gehoor is namelijk aan eiseres uitgelegd dat er (medische) maatregelen zijn genomen, in die zin dat eiseres voor vertrek fit to fly gekeurd zal worden en dat eiseres tijdens de vlucht zal worden bijgestaan door een verpleegkundige van de Dutch Medical Group. Ter zitting heeft de minister daaraan toegevoegd dat zwangerschap en suïcideneigingen ook in het algemeen er niet voor zorgen dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting is. De rechtbank is gezien het voorgaande in samenhang bezien van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat er een redelijk vooruitzicht op uitzetting is, waarbij ook de medische situatie voldoende is betrokken. De beroepsgrond slaagt niet.

16. Eiseres heeft aangevoerd dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiseres naar Pakistan nu er geen rappels zijn gestuurd na de LP-aanvraag.

17. De rechtbank is van oordeel dat op grond van de hierna te noemen uitzettingshandelingen geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiseres naar Pakistan, hoewel niet is gebleken dat er rappels zijn gestuurd na de LP-aanvraag. Op 27 oktober 2025 is een LP-aanvraag opgemaakt en doorgezet naar DIA. Op 18 november 2025 is een T&O aanvraag ingediend. Ter zitting heeft de minister ook nog toegelicht dat er op 26 november 2025 een vertrekgesprek heeft plaatsgevonden en dat het doorgaans tussen de 14-28 dagen duurt voordat er geantwoord wordt op een T&O-aanvraag, maar dat dit meestal sneller is dan een LP-aanvraag. Ook is het concept klaar van de beschikking op het beroep op uitstel vertrek op grond van artikel 64 van de Vw 2000. Naar verwachting is de beschikking uiterlijk 5 december 2025 klaar. In dat kader zal ook een BMA-nota van 26 november 2025 beschikbaar worden.

Ambtshalve toets

18. De rechtbank overweegt – tot slot – dat zij ook in het kader van haar ambtshalve toets geen onrechtmatigheden heeft vastgesteld.

Conclusie

19. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.B.H. Hebbink, rechter, in aanwezigheid van mr. I.M.M. Vedder, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 5 december 2025

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.B.H. Hebbink

Griffier

  • mr. I.M.M. Vedder

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand