ECLI:NL:RBDHA:2025:27991

ECLI:NL:RBDHA:2025:27991

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-03-2025
Datum publicatie 21-05-2026
Zaaknummer NL23.17330 (tussenuitspraak)
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Tussenuitspraak, asiel. Het bestreden besluit is niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd. Verweerder wordt in de gelegenheid gesteld het gebrek in het besluit te herstellen. Zie ook ECLI:NL:RBDHA:2025:27992 (einduitspraak)

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[naam eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer] ,

Inleiding

Totstandkoming van het bestreden besluit

uitspraak

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.17330

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg), en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. N. Metalsi).

Bij besluit van 19 mei 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) in de verlengde asielprocedure afgewezen. Tevens heeft verweerder bepaald dat aan eiser niet ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt verleend. Eiser krijgt wel uitstel van vertrek.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Op 11 juli 2023 heeft hij beroepsgronden ingediend. Op 23 januari 2024 en op 21 november 2024 heeft hij aanvullende gronden en stukken ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 29 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, S. Egel als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Het asielrelaas

Eiser is van Nigeriaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1989. Hij heeft op 6 april 2022 zijn asielaanvraag ingediend.

Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij in Nigeria problemen heeft ondervonden vanwege zijn lichamelijke beperking en zijn religie. Op een gegeven moment is eisers buurt aangevallen door groeperingen. Hij kon ontsnappen vanwege de hulp van zijn vader. Omdat het in Nigeria niet veilig meer was voor eiser, ook gelet op zijn gezondheid, heeft hij samen met zijn ouders besloten dat hij het land moest verlaten. Hij

vreest voor de verschillende groeperingen die actief zijn in Nigeria. Hij stelt verder niet terug te kunnen omdat de voorzieningen daar dat niet toelaten. Ook is eisers vader overleden en is er niemand meer die hem kan beschermen. Eiser kan zichzelf niet redden als er iets gebeurt.

Het bestreden besluit

Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:

identiteit, nationaliteit en herkomst;

de aanslagen gepleegd door Boko Haram in Maiduguri;

eiser is Jehova’s getuige;

eiser heeft problemen ondervonden vanwege zijn religie.

Verweerder acht alle relevante elementen geloofwaardig.

Volgens verweerder is eiser geen vluchteling als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Eiser heeft geloofwaardig verklaard dat hij vanwege zijn geloof door andere jongens werd gepest, dat hij niet dezelfde privileges kreeg als anderen en dat hij een baan niet kreeg. Volgens verweerder is niet iedere vorm van discriminatie een daad van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Er zal sprake moeten zijn van een bepaalde ernst van de schending van het betreffende mensenrecht. Niet is gebleken dat eiser met een dermate ernstige repressie te maken heeft gekregen of te maken dreigt te krijgen dat tot vluchtelingschap moet worden geconcludeerd. Verweerder wijst er ook op dat uit de verklaringen van eiser blijkt dat hij in Nigeria heeft gestudeerd en heeft gewerkt als receptionist. Eiser komt daarom niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Volgens verweerder loopt eiser bij terugkeer naar Nigeria geen reëel risico op ernstige schade. Verweerder stelt zich op het standpunt dat in Nigeria, en in het bijzonder in Maiduguri, geen sprake is van een zodanige mate van geweld, dat er zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat een burger die terugkeert naar Maiduguri enkel door zijn aanwezigheid een reëel risico loopt het slachtoffer te worden van dat geweld. Verweerder verwijst hierbij naar het Algemeen ambtsbericht Nigeria van januari 2023. Volgens verweerder blijkt uit de verklaringen van eiser niet dat hij concrete persoonlijke problemen heeft ondervonden of dat hij bij terugkeer persoonlijk iets te vrezen heeft vanwege Boko Haram of een andere groepering. Uit de verklaringen van eiser noch uit algemene bronnen blijkt dat Boko Haram het heeft voorzien op invalide mensen. Eiser heeft volgens verweerder ook niet aannemelijk gemaakt dat hij vanwege zijn religie concreet persoonlijk te vrezen heeft bij terugkeer naar Nigeria. Uit het ambtsbericht van januari 2023 blijkt niet dat alle christenen of Jehova’s getuigen te vrezen hebben bij terugkeer naar Nigeria. Uit het ambtsbericht van januari 2023 blijkt dat er sprake is van geweld in het noordoosten van Nigeria en dat het gaat om willekeurig geweld. Experts zijn het er grotendeels over eens dat het conflict in de eerste plaats gaat om toegang tot steeds schaarser wordende hulpbronnen. Volgens verweerder heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. Hij komt daarom ook niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw.

Beoordeling van de beroepsgronden

Eiser voert aan dat zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende in onderlinge samenhang zijn beoordeeld. Hij is in Nigeria meerdere malen het slachtoffer geworden van geweld en dat geweld houdt verband met zijn religie, met het uiten daarvan en met zijn handicap. Volgens eiser loopt hij bij terugkeer naar Nigeria wel degelijk een reëel risico op ernstige schade. Gelet op het vele en toenemende geweld, ook in zijn regio (Benue State), beroept eiser zich op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2927) en de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, van 31 oktober 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:17790).

De rechtbank is van oordeel dat verweerder de individuele situatie en persoonlijke omstandigheden van eiser onvoldoende in onderlinge samenhang heeft betrokken bij de beoordeling. Vaststaat dat verweerder geloofwaardig acht dat eiser Jehova’s getuige is, dat de wijk van eiser door Boko Haram is aangevallen, dat eisers buren daarbij om het leven zijn gekomen en dat eiser problemen heeft ondervonden vanwege zijn religie, zoals dat hij is benaderd en bedreigd door moslimjongens. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom eiser gelet op deze omstandigheden en het feit dat hij lichamelijk beperkt is, in samenhang bezien, geen verhoogd (en ernstig) risico loopt om bij terugkeer

naar Nigeria slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Hierbij is van belang dat verweerder in het bestreden besluit heeft vermeld dat uit het ambtsbericht blijkt dat het geweld in de verslagperiode is toegenomen. Volgens verweerder blijkt uit de verklaringen van eiser niet dat hij concrete problemen heeft ondervonden of dat hij bij terugkeer te vrezen heeft voor Boko Haram of een andere groepering. Eiser heeft in het nader gehoor echter verklaard dat Nigeria voor hem niet veilig is vanwege groepen als Boko Haram en de Fulani herders en omdat zijn gezondheid achteruit gaat (blz. 16 en 23). Hij heeft medische stukken overgelegd en stelt dat daaruit volgt dat angst en stress effect hebben op zijn mentale en fysieke gezondheid. Ook hier is verweerder ten onrechte niet op ingegaan. Eiser heeft verder verklaard dat, toen de aanval in zijn buurt werd gepleegd, hij door zijn vader naar buiten werd gedragen. Verweerder acht ook dit geloofwaardig. Eisers vader is inmiddels overleden, zodat eiser bij terugkeer (en dus ook wanneer sprake is van gevaar) dergelijke hulp niet meer heeft. Ook dit dient verweerder te betrekken bij zijn besluitvorming.

Conclusie en geschilbeslechting

Gelet op wat hiervoor is overwogen heeft verweerder het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd. Het bestreden besluit is dus genomen in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en moet worden vernietigd. De verdere beroepsgronden hoeven niet beoordeeld te worden.

Op grond van artikel 8:41a van de Awb beslecht de rechtbank het haar voorgelegde geschil zoveel mogelijk definitief. Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan zij het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder in de gelegenheid te stellen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Hierbij is van belang dat de asielprocedure van

eiser al lang loopt en dat toepassing van de bestuurlijke lus eraan kan bijdragen dat deze procedure sneller wordt afgerond.

De termijn waarbinnen verweerder het gebrek dient te herstellen, is afhankelijk van het nader onderzoek dat hij wil verrichten. Het staat verweerder vrij om eiser aanvullend te horen over de feiten en omstandigheden die van belang zijn voor de beoordeling. Indien verweerder hiervoor kiest, krijgt verweerder na deze tussenuitspraak tien weken de tijd om een aanvullend besluit te nemen, waarbij eiser in de gelegenheid moet worden gesteld om correcties en aanvullingen op het rapport van het aanvullend gehoor in te dienen. Indien verweerder eiser niet aanvullend wil horen, wordt van verweerder verwacht dat hij binnen zes weken een nieuw besluit neemt. Daarna zal de rechtbank bepalen hoe de procedure wordt voortgezet en partijen daarover informeren. Hoe de procedure wordt voortgezet, hangt er vooral van af of het nieuwe besluit voor eiser positief of negatief is. Alle verdere stukken in de procedure moeten zodra zij beschikbaar komen in het digitale dossier worden geplaatst.

De rechtbank verzoekt verweerder om binnen twee weken aan eiser en de rechtbank bekend te maken of hij gebruik maakt van de gelegenheid om het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Als verweerder van deze gelegenheid geen gebruik maakt, doet de rechtbank in beginsel zonder nadere zitting einduitspraak.

De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat betekent ook dat zij over de proceskosten nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Velzen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Mercelina, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

05 maart 2025

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B. van Velzen

Griffier

  • mr. M.M. Mercelina

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand