[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. R.L.J. Henket-Reijnen),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
1. Bij besluit van 18 december 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft op 19 december 2024 tegen het bestreden besluit beroep (met zaaknummer NL24.50914) ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Per brief van 30 januari 2025 heeft verzoeker verzocht om het beroep aan te houden en het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting te behandelen.
Overwegingen
2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
3. De rechtbank heeft in de beroepszaak (NL24.50914) iedere verdere beslissing aangehouden in afwachting van de uitspraak van de Afdeling naar aanleiding van de zitting van 11 december 2024 over de vraag of overdracht aan België mogelijk is voor alleenstaande niet-kwetsbare mannen, gelet op de opvangvoorzieningen. Nu de uiterste overdrachtstermijn op 5 mei 2025 eindigt, is de vereiste onverwijlde spoed daarmee gegeven.
4. De voorzieningenrechter ziet dan ook aanleiding het verzoek om een voorlopige
voorziening toe te wijzen. Verzoeker mag niet worden overgedragen aan de Belgische autoriteiten, totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
5. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe in die zin dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan België totdat is beslist op het beroep met zaaknummer NL24.50914;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 907,-.
Deze hersteluitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van J.F. Elzenaar, griffier.
Deze hersteluitspraak vervangt de inhoud van de uitspraak van 18 februari 2025, zonder wijziging van de uitspraakdatum.
De hersteluitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger rechtsmiddel open.