[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: mr. M.L.M. Klinkhamer),
en
Dienst Toeslagen, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van eiseres om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Eiseres heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep niet tijdig beslissen. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat verweerder op 11 juni 2025 alsnog een besluit heeft genomen over het verzoek om herbeoordeling van eiseres.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat het beroep niet tijdig beslissen op zichzelf terecht was ingesteld. Eiseres heeft volgens verweerder dan ook recht op een proceskostenvergoeding en terugbetaling van het griffierecht.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is verweerder aan eiseres tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan eiseres is tegemoetgekomen.
Op 21 november 2024 heeft eiseres een beroep niet tijdig beslissen ingesteld, omdat er nog geen besluit was genomen op haar verzoek om herbeoordeling. Verweerder heeft op 11 juni 2025 alsnog een besluit genomen. Hiermee is verweerder tegemoetgekomen aan het beroep niet tijdig beslissen van eiseres.
Welk bedrag aan proceskosten moet verweerder aan eiseres vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Eiseres krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 453,50 omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt eiseres een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door eiseres betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden.Eiseres moet zich hiervoor dan ook tot verweerder wenden.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van mr. M.H.T. van Bruggen, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 augustus 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.