ECLI:NL:RBDHA:2025:28122

ECLI:NL:RBDHA:2025:28122

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-10-2025
Datum publicatie 20-08-2026
Zaaknummer C/09/677382 / FA RK 24-9001
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Gecombineerde behandeling van gezag en omgang, informele rechtsingang en vaststelling kinderalimentatie.

Uitspraak

Beschikking op het op 14 november 2024 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A.J. van Steensel in ’s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. E.M. Buijs-van Bemmel in Krimpen aan den IJssel.

2) Informele rechtsingang (C/09/687836 FA RK 25-4982)

Beschikking naar aanleiding van de op 1 juli 2025 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang conform artikel 1:253a lid 4 jo 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW) van:

[minderjarige 1],

hierna te noemen: [minderjarige 1],

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. E.M. Buijs-van Bemmel in Krimpen aan den IJssel.

en

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A.J. van Steensel in ’s-Gravenhage.

3) Vaststelling kinderalimentatie (C/09/677382 FA RK 24-9001)

Beschikking op het op 16 december 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. E.M. Buijs-van Bemmel in Krimpen aan den IJssel.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A.J. van Steensel in ’s-Gravenhage.

Procedure

In procedure met kenmerk C/09/675837 FA RK 24-8269

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het aanvullende verzoek van 22 september 2025 van de vader.

In procedure met kenmerk C/09/687836 FA RK 25-4982

De rechtbank heeft op 30 juni 2025 de brief ontvangen die [minderjarige 1] met behulp van de Kinder- en Jongerenrechtswinkel heeft gestuurd.

Op 17 juli 2025 heeft [minderjarige 1] in een gesprek met de kinderrechter van deze rechtbank gesproken over deze brief en over de verzoeken gedaan door de vader in de zaak met kenmerk C/09/675837.

In procedure met kenmerk C/09/677382 FA RK 24-9001

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken.

Mondelinge behandeling drie procedures

Op 1 oktober 2025 zijn de zaken C/09/687836, C/09/675837 en C/09/677382 gecombineerd behandeld ter zitting van deze rechtbank. De rechtbank zal een gecombineerde beschikking afgeven.

Op de zitting zijn verschenen: de vader en de moeder, bijgestaan door hun advocaten en [naam 1] en [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Feiten

- De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te

[geboorteplaats],

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats],

- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats].

- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de [minderjarige 1] uit, op grond van een aantekening in het gezagsregister van de beschikking van deze rechtbank van 20 juni 2016. De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 3] belast.

- De kinderen verblijven bij de moeder.

- Bij beschikking van 28 januari 2025 is het verzoek van de moeder om bij wijze van voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv te bepalen dat de vader aan de moeder een kinderalimentatie van € 346,- per maand per kind, dan wel € 291,- per maand per kind, afgewezen.

Verzoek en verweer

In procedure met kenmerk C/09/675837 FA RK 24-8269

Het verzoek van de vader luidt, na wijziging:

- de ouders gezamenlijk te belasten met het gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 3];

- ten aanzien van de omgangs- c.q. zorgregeling:

- primair te bepalen dat de kinderen in de oneven weken van woensdagmiddag aansluitend aan school tot vrijdagochtend aansluitend aan school en in de even weken van donderdagavond 20.00 uur tot zondag 19.00 uur bij de vader zijn,

- subsidiair dat de kinderen een weekend per twee weken bij de vader verblijven van vrijdagmiddag aansluitend uit school tot maandagochtend aansluitend aan school, alsmede iedere donderdag uit school tot vrijdagochtend aansluitend aan school;

- primair en subsidiair de verdeling van de vakanties en de feestdagen vast te stellen conform het verzoek van de vader in zijn aanvullend verzoekschrift,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De moeder heeft verweer gevoerd dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

In procedure met kenmerk C/09/687836 FA RK 25-4982

[minderjarige 1] heeft de kinderrechter gevraagd te bepalen dat het gezag over haar volledig naar haar moeder gaat.

In procedure met kenmerk C/09/677382 FA RK 24-9001

De moeder heeft verzocht om te bepalen dat de vader met ingang van 19 september 2024, dan wel met ingang van 23 oktober 2024, dan wel met ingang van indiening van dit verzoekschrift, kinderalimentatie verschuldigd is van € 346,- per maand per kind, en indien voor de moeder rekening wordt gehouden met het kindgebonden budget € 291,- per maand per kind, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad, kosten rechtens.

De vader voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens heeft de vader zelfstandig verzocht de bijdrage niet hoger vast te stellen dan € 148,- per maand per kind en met ingang van de datum van de ten deze te wijzen beschikking.

De moeder heeft verweer gevoerd tegen het zelfstandige verzoek van de vader, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

In procedure met kenmerk C/09/675837 FA RK 24-8269

Gezag

De vader wenst samen met de moeder te worden belast met het gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 3]. De moeder voert hiertegen verweer en vindt dit niet in het belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 3].

Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken volgt dat partijen in de aanloop naar deze procedures lang in strijd verwikkeld geweest zijn over de afwikkeling van hun samenlevingsovereenkomst. De ouders worden nu begeleid door het Veilig Verder Team, waar de bedoeling is dat zij verdere afspraken zullen maken over het vormgeven van hun gezamenlijk ouderschap over de kinderen. De rechtbank is daarom van oordeel dat zij momenteel over onvoldoende informatie beschikt om een beslissing te nemen over het verzoek van de vader om het gezamenlijk gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verkrijgen. De rechtbank acht het wenselijk dat eerst het traject bij het Veilig Verder Team wordt afgewacht en zal daarom dit verzoek van de vader pro forma aanhouden voor vier maanden, tot 1 maart 2026.

Omgangs- c.q. zorgregeling

Over de omgangs- c.q. zorgregeling over de kinderen hebben de ouders op de zitting gedeeltelijke overeenstemming bereikt. Zij hebben afgesproken dat de kinderen in de even weken op donderdag na school tot zondag 17.00 uur bij de man zijn en in de oneven weken van woensdag uit school tot vrijdagochtend naar school. De moeder heeft op de zitting aangegeven in te stemmen met het voorstel van de vader ten aanzien van de vakantie- en feestdagenregeling. De rechtbank zal deze door partijen gemaakte afspraken in het belang van de kinderen vastleggen.

Over de uitvoering van de omgangs- c.q. zorgregeling heeft de moeder op de zitting aangegeven dat zij zich zorgen maakt over met name [minderjarige 2] als hij bij de vader is. Het vertrouwen tussen partijen over en weer in elkaar is niet goed. De moeder stelt dat zij weinig wordt geïnformeerd over hoe het met [minderjarige 2] gaat als hij bij de vader is. Vanwege de extra zorgen over de gezondheid van [minderjarige 2] wil zij altijd op de hoogte zijn hierover. De vader heeft op de zitting aangeboden om af te spreken dat de ouders elkaar over en weer – dus zowel als [minderjarige 2] bij de moeder is als wanneer hij bij de vader is – iedere avond via een Whatsapp bericht informeren over de dagelijkse gang van zaken van [minderjarige 2]. Zo blijven beide ouders op de hoogte van de situatie van [minderjarige 2] als hij bij de andere ouder is.

Het is de ouders op de zitting niet gelukt hier een concrete afspraak over te maken, maar de rechtbank gaat ervanuit dat partijen zich in samenwerking met het Veilig Verder Team gaan inzetten om hun onderlinge communicatie en vertrouwen te verbeteren.

De rechtbank zal deze omgangs- c.q. zorgregeling voorlopig vastleggen en zal een definitieve beslissing in deze procedure pro forma voor vier maanden aanhouden, samen met de beslissing ten aanzien van het gezag, in afwachting van het verdere traject van ouders bij het Veilig Verder Team.

In procedure met kenmerk C/09/687836 FA RK 25-4982

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a lid 4 in samenhang met artikel 1:377g BW kan de kinderrechter naar aanleiding van een aanvraag van een minderjarige ambtshalve een beslissing nemen over onder andere de hoofdverblijfplaats en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling).

Brief [minderjarige 1] en kindgesprek

[minderjarige 1] wil graag dat het gezag over haar volledig naar haar moeder gaat. Het viel de medewerkers van de Kinder- en Jongerenrechtswinkel op dat [minderjarige 1] zelf niet wist wat het gezag inhoudt, maar dat zij in het gesprek wel duidelijk was dat zij niet wil dat haar vader grote beslissingen over haar neemt. De medewerkers kregen het idee dat zij de omgang met haar vader wil verminderen en vooral bij haar moeder wil verblijven. Dit volgt ook uit het gesprek dat [minderjarige 1] met de kinderrechter heeft gehad. [minderjarige 1] heeft de kinderrechter verteld dat zij niet meer naar haar vader toe wil omdat hij onaardige dingen zegt tegen haar en haar moeder. Ook wil ze niet dat de vader haar berichtjes stuurt.

Inhoudelijke beoordeling

De kinderrechter zal de beslissing op de aanvraag van [minderjarige 1] aanhouden in afwachting van het traject van de ouders bij het Veilig Verder Team. Omdat de kinderrechter het belangrijk vindt dat [minderjarige 1] snel duidelijkheid krijgt in de door haar gestarte informele rechtsingang, houdt de kinderrechter de zaak voor de korte duur van vier maanden aan.

Brief aan [minderjarige 1]

De kinderrechter vindt het belangrijk de ouders te laten weten dat aan [minderjarige 1] gelijk met de beschikking een brief is gestuurd, waarin de beslissing van de kinderrechter is uitgelegd. In die brief is het volgende opgenomen:

Beste [minderjarige 1],

Op 1 juli 2025 heb ik een brief van jou gekregen. Op 18 juli 2025 hebben wij elkaar gesproken. Je hebt mij toen verteld dat je het niet fijn vindt als je vader grote beslissingen over jou neemt. Je vertelde ook dat je hem liever iets minder vaak zou zien.

Op 1 oktober 2025 heb ik met jouw vader en moeder gesproken. Zij vertelden mij dat het inmiddels beter gaat tussen jou en je vader. Wat fijn om te horen! Jouw ouders hebben ook afspraken gemaakt over wanneer [minderjarige 2], [minderjarige 3] en jij bij jullie vader zijn. Dat is de ene week twee nachtjes en de andere week drie nachtjes. Je ouders kunnen je precies vertellen hoe het eruit gaat zien. Ik hoop dat het gaat werken met deze afspraken en dat jij je draai gaat vinden!

Jouw ouders vinden het soms een beetje moeilijk om samen grote beslissingen te nemen over jou en je broertjes. Ze zijn het niet altijd met elkaar eens en dan worden zij soms boos. Dat heeft helemaal niets met jou of met je broertjes te maken. Soms werkt het gewoon zo tussen ouders.

Jouw ouders worden nu gelukkig wel geholpen door mensen, die met jouw ouders gaan kijken hoe zij makkelijker met elkaar om kunnen gaan. Ik hoop dat het hen in de toekomst dan beter lukt om samen beslissingen te nemen. Als jij dan niet meer merkt dat het soms moeizaam gaat tussen je ouders, vind je het misschien ook niet meer erg dat zij samen beslissingen nemen.

Ik ga in ieder geval over een tijdje weer met jouw ouders praten om te kijken of het allemaal lukt. Daarna neem ik een besluit over wie voortaan de beslissingen over jou neemt: jouw ouders samen, of alleen één van hen. Ik kan nu dus nog niet al jouw vragen beantwoorden. Dat doe ik op een later moment en dan stuur ik jou weer een brief. Tot die tijd wens ik jou het allerbeste, [minderjarige 1]!

Hartelijke groet,

De kinderrechter

In procedure met kenmerk C/09/677382 FA RK 24-9001

De moeder heeft verzocht om een bijdrage aan kinderalimentatie vast te leggen voor de drie kinderen.

Bij de vaststelling van de kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie (hierna: de expertgroep) opgenomen in het Rapport alimentatienormen als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro’s.

Ingangsdatum

Om proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de ingangsdatum vaststellen. De vader heeft aangevoerd in de financiële afwikkeling van partijen veel kosten te hebben moeten voldoen, zoals een belastingschuld van partijen. Ook heeft hij altijd de hypotheeklasten betaald. Dit is door de moeder niet betwist. De rechtbank acht het daarom redelijk om te bepalen dat de bijdrage aan kinderalimentatie per datum van deze beschikking zal ingaan. De rechtbank zal dit vastleggen.

Behoefte

Partijen zijn het erover eens dat de behoefte van de kinderen € 540,- per kind per maand in 2024 bedroeg. Geïndexeerd naar 2025 bedraagt deze behoefte € 575,- per kind per maand.

Draagkracht vader

Partijen zijn het erover eens dat voor de draagkrachtberekening van de vader uitgegaan moet worden van zijn gemiddelde winst uit onderneming “[bedrijfsnaam 1]” van de jaren 2020 tot en met 2025. De vader heeft het gemiddelde hiervan berekend op € 50.624,- bruto per jaar. De rechtbank zal dit volgen.

Tussen partijen is in geschil in hoeverre en op welke wijze de rechtbank rekening moet houden met het vermogen van de vader zoals opgenomen in box 3. De vader stelt dat uitgegaan moet worden van € 42.380,- in 2024 aan huuropbrengsten. De rendementsgrondslag moet niet ook worden opgenomen, aldus de vader, omdat opbrengst en vermogen dan dubbel worden geteld. De moeder stelt dat de werkelijke huuropbrengsten van de vader € 55.824,- zijn, conform zijn aangifte Inkomstenbelasting, na aftrek van de rente die hij betaalt over zijn onroerende goederen. De moeder stelt verder dat naast de huuropbrengsten uitgegaan moet worden van de rendementsgrondslag inkomstenbelasting uit box 3. Op basis daarvan had de vader in 2024 een bruto besteedbaar inkomen van € 110.569,-, aldus de moeder.

De rechtbank overweegt dat, nu partijen niet anders hebben aangevoerd, uitgegaan moet worden van de gegevens zoals blijkt uit de Aangifte Inkomstenbelasting 2024. Ten aanzien van de vermeende dubbeltelling van de rendementsgrondslag en de huurinkomsten merkt de rechtbank het volgende op. Het werkelijke inkomen van de vader in box 3 is € 42.380, zijnde de huurinkomsten na aftrek van de rente en aftrek van de kosten. De moeder rekent alleen met de rente, maar zij heeft de kosten niet betwist, zodat de rechtbank uitgaat van de juistheid van het bedrag van € 42.380,-. Het fictieve rendement in box 3 (berekend in tijdvak 2025-II aan de hand van de in de aangifte IB 2024 vermelde bedragen) waarvoor de rendementsgrondslag wordt gebruikt, bedraagt € 19.501,-. Omdat het fictieve rendement lager is dan het werkelijke inkomen, wordt de belasting berekend over het fictieve rendement. Van dubbeltelling is naar het oordeel van de rechtbank daarbij geen sprake. Immers is de huur het inkomen, en is de rendementsgrondslag de basis voor het vaststellen van de te betalen belasting. Deze wijze van berekenen is bovendien in het voordeel van de vader, omdat de over het fictieve rendement te betalen belasting zijn NBI verlaagt, terwijl hij met alleen de huurinkomsten onder het heffingsvrije vermogen zou blijven.

De rechtbank verwijst voor voorgaande naar de aangehechte berekening.

De vader heeft aangegeven directeur-grootaandeelhouder te zijn van het bedrijf “[bedrijfsnaam 2] B.V.”, waaruit hij geen inkomen genereert. De moeder heeft dit niet betwist, zodat de rechtbank dit standpunt van de vader zal volgen.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten, berekent de rechtbank zijn NBI op € 6.477,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.

Omdat het NBI van de vader hoger is dan € 2.125,-, zal de rechtbank voor de berekening van zijn draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 x NBI + € 1.310,-)] gebruiken. De draagkracht van de vader bedraagt dan € 2.257,- per maand.

Draagkracht moeder

Voor de draagkrachtberekening van de moeder stelt de vader dat zij een verdiencapaciteit heeft. Momenteel werkt zij twee dagen per week en zij zou volgens hem in staat zijn om 0,8fte per week te werken, zodat zij een bruto-jaarinkomen kan genereren van € 59.000,-. De moeder betwist dit en stelt dat uitgegaan moet worden van de door haar overgelegde recente loonstroken van de maanden juni tot en met augustus 2025.

De rechtbank zal de moeder volgen in haar standpunt en zal voor haar geen verdiencapaciteit aannemen. De kinderen van partijen zijn jong en [minderjarige 2] behoeft momenteel extra zorgen gelet op zijn gezondheid. Dat de moeder nu twee dagen per week werkt acht de rechtbank redelijk. Van haar kan nu, mede gelet op de extra zorgen voor [minderjarige 2], niet verwacht worden verwacht dat zij meer uur per week werkt. De rechtbank gaat daarom uit van haar bruto maandloon van € 2.086,- per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en de persoonlijke toeslag van € 100,- per maand, omdat dit bedrag in alle drie de loonstroken terugkomt.

De rechtbank houdt verder rekening met:

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten, berekent de rechtbank haar NBI op € 2.920,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.

Omdat het NBI van de moeder ook hoger is dan € 2.125,-, zal de rechtbank voor de berekening van haar draagkracht dezelfde formule van 70% x [NBI – (0,3 NBI + € 1.310,-)] gebruiken. De draagkracht van de moeder bedraagt dan € 514,- per maand.

Draagkrachtvergelijking

De draagkracht van partijen bedraagt gezamenlijk € 2.771,- per maand (€ 2.257 + € 514). Dit is voldoende om in de behoefte van de kinderen te voorzien. De rechtbank zal daarom een draagkrachtvergelijking maken waarbij de behoefte naar rato van ieders draagkracht zal worden verdeeld. Hiervoor gebruikt de rechtbank de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte.

Het eigen aandeel van de vader bedraagt: 2.257 / 2.771 x 1.725 = € 1.463

Het eigen aandeel van de moeder bedraagt: 514 / 2.771 x 1.725 = € 262

samen € 1.725

Van de totale behoefte van de kinderen komt een gedeelte van € 1.405,- per maand, wat neerkomt op € 468,- per maand per kind, voor rekening van de vader. Een gedeelte van € 320,- per maand, wat neerkomt op € 107,- per maand per kind, komt voor rekening van de moeder.

Zorgkorting

Partijen zijn het erover eens dat sprake is van een zorgkortingspercentage van 35%. De zorgkorting bedraagt dan € 603,- per maand (35% van € 1.725,-).

De zorgkorting strekt in mindering op het hiervoor berekende aandeel. De door de vader te betalen bijdrage bedraagt dan € 802,- per maand (€ 1.405 -/- € 603), te weten € 267,- per kind per maand. De rechtbank zal dit vastleggen per datum van deze beschikking.

Beslissing

De rechtbank:

In procedures met kenmerk C/09/675837 FA RK 24-8269 en C/09/687836 FA RK 25-4982:

*

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag en de zorg- c.q. omgangsregeling aan tot 1 maart 2026 pro forma, in afwachting van de resultaten van het traject van partijen bij het Veilig Verder Team;

uiterlijk veertien dagen vóór voornoemde pro formadatum dienen partijen zich schriftelijk uit te laten over het resultaat van dit traject en de voortgang van deze procedure.

In procedure met kenmerk C/09/677382 FA RK 24-9001:

*

bepaalt dat de vader aan de moeder, met ingang van heden een kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen van € 267,- per kind per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C. Witteman

Griffier

  • mr. L.E. Meisters

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand