ECLI:NL:RBDHA:2025:28125

ECLI:NL:RBDHA:2025:28125

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-10-2025
Datum publicatie 20-08-2026
Zaaknummer C/09/690383 / FA RK 25-6311
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorzieningen. Uitsluitend gebruik van de woning, toevertrouwing, voorlopige omgangsregeling, voorlopige kinderalimentatie, geen draagkracht voor partneralimentatie

Uitspraak

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 21 augustus 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. C. Car te ’s-Gravenhage .

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. N. Bagci-Çiçek te ’s-Gravenhage .

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 1 oktober 2025 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw en de man, bijgestaan door hun advocaten en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Feiten

- Partijen zijn op [datum] 2012 te [plaats 1] met elkaar gehuwd.

- Zij zijn de ouders van de minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] ,

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats] ,

- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2022 te [geboorteplaats] .

- De kinderen verblijven bij de vrouw.

- De ouders zijn van rechtswege gezamenlijk met het gezag over de kinderen belast.

- De man heeft in de procedure met kenmerk C/09/689579 een verzoek tot echtscheiding ingediend.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:

- de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [plaats 2] aan de [adres] , met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

- de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd;

- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie van € 4.380,- bruto per maand wordt vastgesteld, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van datum verzoekschrift, althans een bijdrage en ingangsdatum zoals uw rechtbank in goede justitie wenst te bepalen;

- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 540,- per kind per maand wordt vastgesteld, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van datum verzoekschrift, althans een bijdrage en ingangsdatum zoals de rechtbank in goede justitie wenst te bepalen,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert – onder referte voor het overige – nog verweer tegen de verzochte voorlopige kinder- en partneralimentatie, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Tevens verzoekt de man zelfstandig nog:

- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen wordt vastgesteld:

Totdat het project op werk is afgerond

- belmoment op de dinsdag en donderdag tussen 18:00 en 19:00 uur;

- fysieke omgang op de zaterdag 16:30 tot 20:00 uur, waarbij de man de minderjarigen haalt en brengt;

Totdat de woning van de man in ingericht

- belmoment op de dinsdag en donderdag tussen 18:00 en 19:00 uur;

- fysieke omgang op de van 12:00 uur tot 18:00 uur, waarbij de man de minderjarigen haalt en brengt;

Vanaf het moment dat de man over een zelfstandige woonruimte beschikt

- belmoment op de dinsdag en donderdag tussen 18:00 en 19:00 uur;

- in de even weken op de woensdag en vrijdag van 17:00 uur tot 19:00 uur;

- in de oneven weken van vrijdag uit school tot zondag 18:00 uur;

- de man zal de minderjarigen halen en brengen;

- alle (school)vakanties en feestdagen zullen in onderling overleg bij helfte verdeeld worden,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vrouw voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Uitsluitend gebruik woning en toevertrouwing kinderen

De man heeft ingestemd met de verzoeken van de vrouw tot het verkrijgen van het uitsluitend gebruik van de woning en de toevertrouwing aan haar van de kinderen. De rechtbank zal de verzoeken van de vrouw als niet weersproken, op de wet gegrond en in het belang van de kinderen toewijzen.

Voorlopige zorgregeling

Partijen hebben op de zitting gedeeltelijke overeenstemming bereikt over een voorlopige zorgregeling. Zij hebben met elkaar afgesproken dat de man iedere dinsdag en donderdag tussen 18.00 uur en 19.00 uur een belmoment heeft met zijn kinderen.

De man heeft aangegeven tot medio november op zaterdagen moet werken vanwege een tijdelijk project op zijn werk. Voor de duur van dat project zijn partijen overeengekomen dat de drie kinderen iedere zondag van 9.00 uur tot 17.00 uur bij de man zijn, waarbij de man de kinderen om 9.00 uur bij de vrouw ophaalt en ervoor zorgt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun respectievelijke Arabische lessen gaan en hij alle drie de kinderen om 17.00 uur weer bij de vrouw terugbrengt. Partijen hebben op de zitting afgesproken dat deze regeling vanaf het weekend na de zitting, te weten zondag 5 oktober 2025, zal aanvangen.

Voor de periode nadat het project van de man is afgelopen en totdat hij beschikking heeft over een zelfstandige woonruimte waar hij ook de kinderen kan ontvangen, hebben partijen afgesproken dat de kinderen iedere zaterdag van 13.00 uur tot 17.00 uur bij de man zijn, waarbij de man de kinderen bij de vrouw ophaalt en weer bij haar terugbrengt.

Voor de periode die aanvangt op het moment dat de man over een zelfstandige woonruimte beschikt waar hij de kinderen kan ontvangen, zijn partijen het niet over eens hoe de voorlopige zorgregeling eruit moet zien. De vrouw stelt dat de regeling van iedere zaterdag van 13.00 uur tot 17.00 uur als voorlopige zorgregeling tot aan de bodemprocedure moet gelden. De man heeft voorgesteld dat in de even weken de kinderen op woensdag en vrijdag van 17.00 uur tot 19.00 uur bij de man zijn en in de oneven weken van vrijdag uit school tot zondag 18.00 uur, waarbij de man de kinderen ophaalt en brengt van en naar de vrouw. Daarnaast heeft hij voorgesteld om alle (school)vakanties en feestdagen in onderling overleg bij helfte te verdelen.

De rechtbank zal de man volgen in zijn verzoek en de voorlopige zorgregeling op de verzochte wijze vastleggen, geldend vanaf het moment dat hij over een eigen woonruimte beschikt en hij de kinderen daar kan ontvangen, ook om te overnachten. De rechtbank is van oordeel dat er geen contra-indicaties aanwezig zijn op basis waarvan de regeling van zaterdag van 13.00 uur tot 17.00 uur niet uitgebreid kan worden naar het voorstel van de man. Het is in het belang van de kinderen om op een evenredige wijze contact te hebben met beide ouders en het voorstel van de man voldoet hieraan. In de bodemprocedure kan besproken worden dat de voorlopige zorgregeling gewijzigd moet worden, maar voor nu acht de rechtbank deze regeling in het belang van de kinderen.

Voorlopige kinder- en partneralimentatie

Bij de vaststelling van de kinder- en partneralimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie (hierna: de expertgroep) opgenomen in het Rapport alimentatienormen (hierna: het rapport) als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro’s.

De vrouw verzoekt een voorlopige kinder- en partneralimentatie vast te stellen. Bij de beoordeling van de verzoeken stelt de rechtbank voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Indien de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van partijen heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken.

Ingangsdatum

De rechtbank ziet aanleiding om eerst de ingangsdatum vast te stellen. De man heeft aangegeven sinds zijn vertrek uit de echtelijke woning € 200,- per week aan de vrouw over te maken. De vrouw heeft dit niet betwist. De rechtbank zal daarom de voorlopige bijdrage aan kinder- en eventuele partneralimentatie per datum beschikking vaststellen.

Kinderalimentatie

Behoefte

Partijen zijn het erover eens dat de behoefte van de kinderen in 2024 € 1.620,- per maand was, te weten € 540,- per kind per maand. Geïndexeerd naar 2025 bedraagt deze behoefte afgerond € 1.725,- per maand, te weten € 575,- per kind per maand.

Draagkracht man

Partijen zijn het erover eens dat voor de draagkrachtberekening van de man uitgegaan moet worden van zijn gemiddelde winst uit onderneming van de jaren 2022, 2023 en 2024. Op basis hiervan berekent de rechtbank zijn NBI op € 5.445,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.

De man heeft in zijn overgelegde berekening verschillende kostenposten opgevoerd waarvan hij stelt dat deze in mindering moeten worden gebracht op zijn draagkracht. Voor de kinderalimentatie heeft hij gesteld dat hij dubbele woonlasten heeft omdat hij momenteel in een hotel verblijft en dit hem € 100,- per dag kost. Daarom moet volgens de man in totaal met een bedrag van € 3.094,66 aan woonlasten rekening gehouden worden. De vrouw heeft dit betwist en gesteld dat er geen sprake is van een draagkrachttekort, zodat er geen reden is om af te wijken van het forfaitaire woonbudget. De rechtbank zal geen rekening houden met de door de man gestelde dubbele woonlasten, omdat de man op de zitting heeft aangegeven dat hij zeer binnenkort een eigen huurwoning tot zijn beschikking zal hebben. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de man er zelf voor kiest om deze kosten voor een hotel te maken. Dit kan niet ten koste van de kinderen gaan in zijn bijdrage aan kinderalimentatie.

Omdat het NBI van de man hoger is dan € 2.125,- zal de rechtbank voor de berekening van zijn draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 x NBI + € 1.310,-)] gebruiken. De draagkracht van de man bedraagt dan € 1.751,- per maand.

Draagkracht vrouw

De vrouw heeft aangegeven dat zij geen inkomen heeft en dat zij een afwijzing heeft gekregen op haar aanvraag tot een bijstandsuitkering. De man betwist dat zij geen recht zou hebben op een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. De man gaat in zijn berekening voor de vrouw uit van een draagkracht van € 50,- per maand.

De rechtbank overweegt als volgt. In het Rapport Alimentatienormen (pagina 21) staat hierover: ‘We nemen geen draagkracht aan bij een ouder bij wie een kind het hoofverblijf heeft en die een bijstandsuitkering ontvangt, ook niet als die ouder een kindgebonden budget ontvangt. Het aannemen van draagkracht in een dergelijk geval leidt er namelijk toe dat het aandeel in de kosten van de ouder bij wie het kind niet het hoofdverblijf heeft lager wordt. Dat zou de verhaalsmogelijkheid van de bijstand door de gemeente beperken. Daardoor draagt de gemeente (en niet de betreffende ouder) een deel van de kosten van de kinderen.’ In wat de man heeft aangevoerd ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding om af te wijken van dit uitgangspunt. De rechtbank zal dit uitgangspunt dus volgen en gaat er vanuit dat de vrouw geen draagkracht heeft voor kinderalimentatie.

Draagkrachtvergelijking

Aangezien de vrouw niet over draagkracht voor kinderalimentatie beschikt, bedraagt de draagkracht van partijen gezamenlijk € 1.751,- per maand. Dit is voldoende om in de behoefte van de kinderen te voorzien. Gelet hierop komt de rechtbank niet toe aan het maken van een draagkrachtvergelijking.

Zorgkorting

Gelet op de hiervoor vastgestelde voorlopige opbouwende zorgregeling, zal de rechtbank een zorgkortingspercentage toepassen van 15%. Dit bedraagt € 258,- per maand, € 86,- per kind (15% van € 1.725,-). Dit komt volledig in mindering op het aandeel van de man, zodat hij een bedrag van € 1.467,- per maand, te weten € 489,- per kind per maand, aan kinderalimentatie aan de vrouw dient te betalen. De rechtbank zal dit vastleggen per datum van deze beschikking.

Partneralimentatie

Aanvullende behoefte

De vrouw heeft gesteld dat haar huwelijkse behoefte gebaseerd moet worden op het door haar geschatte inkomen van de man van € 10.000,- per maand. Hier moeten de kosten van de kinderen vanaf gehaald worden, waarna zij op basis van de hofnorm haar huwelijkse behoefte berekent op € 4.380,- bruto per maand. De man heeft deze behoefte betwist, omdat de man alle woonlasten van de vrouw voldoet.

De rechtbank zal de huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw berekenen aan de hand van de hofnorm. Hierbij wordt de behoefte van de onderhoudsgerechtigde vastgesteld op 60% van het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) ten tijde van het uiteengaan van partijen minus de kosten van de kinderen. De rechtbank gaat hierbij uit van het NBGI van de man, gebaseerd op zijn gemiddelde winst uit onderneming over de jaren 2022 tot en met 2024. Dit bedraagt € 5.445,- per maand. Hiervan moeten de kosten van de kinderen worden afgetrokken, zodat een bedrag van € 3.825,- per maand (€ 5.445 -/- € 1.620) beschikbaar was voor het levensonderhoud van partijen. De huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw bedroeg dan volgens de hofnorm € 2.295,- netto per maand in 2024 (60% van € 3.825,- per maand). Geïndexeerd naar 2025 bedraagt dit € 2.444,- per maand.

Aanvullende behoefte

Op de hiervoor berekende netto behoefte van de vrouw van € 2.444,- per maand moet in mindering worden gebracht haar netto besteedbaar inkomen. Het aandeel van de vrouw in de kosten van de kinderen, voor zover dit aandeel niet door het door de vrouw ontvangen kindgebonden budget wordt gedekt, moet er vervolgens weer bij worden opgeteld. De man heeft gesteld dat de vrouw een verdiencapaciteit heeft. De rechtbank zal in het kader van deze voorlopige voorzieningenprocedure geen rekening houden met een verdiencapaciteit van de vrouw. Dit leidt tot een aanvullende behoefte van € 1.475,- netto per maand. Dat is € 2.070,- bruto per maand.

Draagkracht man

De rechtbank gaat bij de berekening van de draagkracht van de man voor de partneralimentatie uit van dezelfde relevante financiële gegevens als zij hiervoor heeft gebruikt bij de berekening van de draagkracht voor de kinderalimentatie.

De man heeft voor de berekening van zijn draagkracht voor partneralimentatie aangevoerd dat rekening gehouden moet worden met een aantal extra kostenposten. Ten eerste heeft hij gesteld dat een extra last van € 125,- per maand aan herinrichtingskosten heeft. Dit bedrag is niet nader onderbouwd. Ook is nog onduidelijk wie van de echtelijke woning de inboedel gaat overnemen en hoe dit verdeeld gaat worden. Een bedrag van € 125,- per maand aan herinrichtingskosten acht de rechtbank daarom niet redelijk om hiervan uit te gaan in de voorlopige voorzieningenprocedure. Hier zal de rechtbank voor de draagkrachtberekening van de man geen rekening mee houden.

De man heeft daarnaast gesteld dat rekening gehouden moet worden met een extra last van € 114,- per maand aan rechtsbijstand, omdat hij niet in aanmerking komt voor een toevoeging. De vrouw heeft dit betwist. Gelet op de betwisting van de vrouw, had het op de weg van de man gelegen om dit nader te onderbouwen, maar dit heeft hij niet gedaan. De rechtbank zal daarom bij gebrek aan onderbouwing geen rekening houden met deze extra last voor de berekening van zijn draagkracht voor partneralimentatie.

Tot slot stelt de man dat rekening gehouden moet worden met een bedrag van € 71,- per maand aan wegenbelasting voor de auto van de vrouw en een bedrag van € 207,88 per maand aan zorgpremie van de vrouw. Deze bedragen betaalt de man namelijk voor de vrouw. De vrouw heeft betwist dat er met deze bedragen rekening gehouden moet worden, maar zij heeft niet betwist dat de man dit voor haar betaalt. Ook heeft zij de hoogte van de bedragen niet betwist. De rechtbank acht het redelijk om voor de draagkrachtberekening van de man voor partneralimentatie rekening te houden met deze extra last van afgerond € 279,- in totaal per maand, waarbij de rechtbank ervanuit gaat dat de man dit voor de vrouw zal blijven betalen.

Omdat het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de man hoger is dan € 2.125,- per maand, namelijk € 5.445,-, zal de rechtbank voor de bepaling van zijn draagkracht volgens de aanbevelingen van de expertgroep de daarbij behorende draagkrachtformule van 60% x [NBI – (0,3 x NBI + 1310 + 279)] toepassen.

Hieruit volgt een draagkracht van de man van € 1.333,- per maand. Hierop wordt het aandeel van de man in de kosten van de kinderen van € 1.725,- per maand in mindering gebracht. De man heeft daarom geen draagkracht meer beschikbaar voor partneralimentatie.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te [plaats 2] aan de [adres] , en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

*

bepaalt dat de minderjarige kinderen:

aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;

*

bepaalt dat de man iedere dinsdag en donderdag tussen 18.00 uur en 19.00 uur een belmoment heeft met de kinderen;

*

bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om de kinderen bij zich te hebben:

*

bepaalt ten aanzien van de vakantieregeling dat vanaf het moment dat de man over een zelfstandige woonruimte beschikt, alle (school)vakanties en feestdagen in onderling overleg bij helfte worden verdeeld;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen (bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt)van € 1.467,- per maand, te weten € 489,- per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C. Witteman

Griffier

  • mr. L.E. Meisters

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand