Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 27 augustus 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.J. Berghout te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.B. Brouwer te Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier van 17 februari 2025 van de vrouw;
- het F9-formulier van 22 mei 2025 van de vrouw.
De vrouw heeft de rechtbank op 21 oktober 2025 bericht dat partijen voorafgaand aan de zitting overeenstemming hebben bereikt. Zij verzoekt de zaak zonder zitting af te doen en de bereikte overeenstemming van partijen op te nemen in de beschikking. De man heeft het bericht van de vrouw bevestigd en zijn zelfstandige verzoeken, behalve zijn verzoek tot echtscheiding en verkrijging van het huurrecht, ingetrokken. De zitting op 21 oktober 2025 is niet doorgegaan en de rechtbank zal de zaak schriftelijk afdoen.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2005 te [plaats] .
- Zij zijn de ouders van de volgende meerderjarige kinderen:
- [naam 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2000 te [geboorteplaats 1] ,
- [naam 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2005 te [geboorteplaats 2] .
- Partijen wonen met de meerderjarige kinderen in de echtelijke woning.
- Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen.
- Deze rechtbank heeft bij beschikking van 31 januari 2025 het verzoek van partijen tot het treffen van voorlopige voorzieningen afgewezen.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw, zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tot:
- toedeling aan de man van het huurrecht van de echtelijke woning aan de [adres] ;
- bepaling dat de man draagplichtig is voor de schulden verbonden aan de [eenmanszaak] en de door hem voorafgaande aan de datum van indiening van het echtscheidingsverzoek veroorzaakte schulden;
- bepaling dat de vrouw draagplichtig is voor de creditcardschuld en de schuld bij Odido;
- toebedeling van het saldo op de bankrekening van iedere partij aan de te naam gestelde van die rekening;
- verdeling van de inboedel in onderling overleg;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Uit het bericht van de man van 21 oktober 2025 volgt dat hij instemt met toewijzing van de verzoeken van de vrouw.
Beoordeling
Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan.
Echtscheiding
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist. Het verzoek tot echtscheiding zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden toegewezen.
Huurrecht
Partijen zijn het erover eens dat de man het huurrecht van de echtelijke woning toegedeeld krijgt. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Verdeling huwelijksgemeenschap
Niet gesteld of gebleken is dat de echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt.
Gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 van het Burgerlijk Wetboek (BW) – zoals deze artikelen golden tot 1 januari 2018 – moet worden aangenomen dat tussen de echtgenoten een algehele gemeenschap van goederen bestond. Het uitgangspunt is dan dat de (door indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) ontbonden huwelijksgemeenschap (op grond van artikel 1:100 BW (zoals dat gold tot 1 januari 2018)) bij helfte tussen de echtgenoten moet worden verdeeld.
Peildatum
Voor de omvang en samenstelling van de ontbonden gemeenschap geldt als peildatum 27 augustus 2024, zijnde de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding. Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen goederen geldt – voor zover de man en de vrouw niet anders overeenkomen dan wel de eisen van redelijkheid en billijkheid met zich meebrengen – de datum van feitelijke verdeling.
Omvang
Door partijen zijn de volgende bestanddelen en schulden van de gemeenschap naar voren gebracht:
Inhoudelijke beoordeling
Partijen zijn het erover eens dat de man draagplichtig is voor de schulden verbonden aan de eenmanszaak en de door hem voorafgaande aan de peildatum veroorzaakte schulden en dat de vrouw draagplichtig is voor de creditcardschuld en de schuld bij Odido. Verder zijn partijen het erover eens dat het saldo op de bankrekening van iedere partij wordt toegedeeld aan de te naam gestelde van die rekening en dat zij de inboedel in onderling overleg hebben verdeeld. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Beslissing
De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2005 te [plaats] ;
*
stelt de verdeling van de algehele gemeenschap van goederen als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
*
bepaalt dat de man met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurder zal zijn van de woonruimte aan de [adres] ;
*
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad.