Beschikking op het op 26 augustus 2025 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.M. Schouten te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Oedayrajsingh Varma te [plaats 2] .
2) Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 22 augustus 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Oedayrajsingh Varma te [plaats 2] .
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.M. Schouten te ’s-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
In de procedure met kenmerk C/09/690585 FA RK 25-6412 (voorlopige voorzieningen)
In de procedure met kenmerk C/09/671384 FA RK 24-6040 (bodemprocedure)
- het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier van 25 augustus 2025 van de man, met bijlagen;
- het F9-formulier van 26 september 2025 van de man, met bijlagen;
- het F9-formulier van 10 oktober 2025 van de man, met bijlagen;
- het F9-formulier van 11 oktober 2025 van de vrouw, met bijlagen;
- het F9-formulier van 11 oktober 2025 van de vrouw, met bijlagen;
- het F9-formulier van 13 oktober 2025 van de vrouw, met bijlage.
Mondelinge behandeling
Op 21 oktober 2025 is de mondelinge behandeling van de twee procedures gecombineerd op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man en de vrouw, bijgestaan door hun advocaten.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 1988 te [plaats 1] .
- Partijen zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen.
Verzoek en verweer
In de procedure met kenmerk C/09/690585 FA RK 25-6412 (voorlopige voorzieningen)
De man verzoekt:
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw heeft op de zitting verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
In de procedure met kenmerk C/09/671384 FA RK 24-6040 (bodemprocedure)
De vrouw verzoekt, na wijziging, echtscheiding met nevenvoorzieningen tot:
- de verdeling van de tussen partijen bestaande gemeenschap van goederen, conform het voorstel van de vrouw;
- vaststelling van door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie van € 1.882,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van datum indiening verzoekschrift,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Bovendien verzoekt de man na wijziging, zelfstandig om de echtscheiding uit te spreken, met nevenvoorzieningen tot:
- vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform
het voorstel van de man;
- voortgezet gebruik van de echtelijke woning aan de [adres 1] , met inboedel,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
In de procedure met kenmerk C/09/690585 FA RK 25-6412 (voorlopige voorzieningen)
De man voert ter onderbouwing van zijn verzoek aan dat partijen sinds 2021 gescheiden huishoudens voeren en dat de vrouw in dat jaar de voormalig echtelijke woning heeft verlaten. Zij woont sindsdien in een huurwoning elders in [plaats 2] . Desondanks komt zij te pas en te onpas de woning in. Sinds de vrouw in augustus 2024 het verzoek tot echtscheiding heeft ingediend is de verstandhouding tussen partijen verslechterd. Als gevolg van de spanningen is de man depressief en arbeidsongeschikt geraakt. Daarom verzoekt de man voor de duur van de procedure het uitsluiteind gebruik van de woning.
De vrouw erkent dat zij nog regelmatig in de woning komt, naar zij zegt om te controleren of de man de woning niet verwaarloost en deze in goede staat blijft. Bovendien wil zij haar persoonlijke spullen uit de echtelijke woning terug. Deze spullen liggen volgens haar achter gesloten deuren waar zij niet bij kan.
Gelet op de slechte verstandhouding van partijen en de slechte huidige gezondheidstoestand van de man, acht de rechtbank het onwenselijk dat partijen met elkaar in contact komen en in conflict raken in de echtelijke woning. Dat de vrouw regelmatig langskomt in de woning zorgt alleen maar voor meer spanningen onderling. De man heeft naar het oordeel van de rechtbank daarom belang bij het uitsluitend gebruik van de woning tot aan de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking en zal dit verzoek toewijzen.
Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij toegewezen.
Ten aanzien van de persoonlijke spullen van de vrouw en het verzoek van de man tot afgifte van de reservesleutel van de Toyota C-HR met kenteken [kenteken 1] hebben partijen op de zitting een afspraak gemaakt. De man zal alle persoonlijke spullen van de vrouw in een doos doen en klaarzetten. Op zondag 2 november 2025 om 11.00 uur komt de vrouw deze persoonlijke spullen ophalen en zal zij gelijktijdig de reservesleutel van de Toyota C-HR aan de man overhandigen. Deze afspraak leent zich niet voor opname in het dictum, maar de overeenstemming bindt partijen wel. De rechtbank heeft hiermee op het verzoek van de man tot afgifte van de autosleutel niets meer te beslissen.
In de procedure met kenmerk C/09/671384 FA RK 24-6040 (bodemprocedure)
Echtscheiding
Partijen zijn het erover eens dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en hebben beiden een verzoek tot echtscheiding gedaan. Deze verzoeken tot echtscheiding kunnen als op de wet gegrond worden toegewezen.
Partneralimentatie
Ontvankelijkheid
De man heeft op de zitting bezwaar gemaakt tegen het verzoek tot partneralimentatie. Volgens hem is dit verzoek in strijd met de goede procesorde, omdat de vrouw dit pas tien dagen voor de zitting heeft ingediend. Daarom moet de vrouw niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek. De rechtbank heeft de man voorgehouden het verzoek tot partneralimentatie af te splitsen in een afgescheiden procedure, zodat hij nog een schriftelijke verweertermijn zou krijgen. Dit wilde de man niet omdat hij nog een procedure te belastend vond en op zijn verzoek heeft de rechtbank daarom het verzoek wel inhoudelijk behandeld. Daarbij bleek dat de man in staat was om inhoudelijk verweer te voeren. De rechtbank zal daarom voorbijgaan aan het verzoek van de man om de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren.
Inhoudelijke beoordeling
Op de zitting heeft de man gesteld dat de vrouw naast het door haar opgegeven inkomen ook nog inkomen uit pensioen ontvangt. De vrouw heeft erkend dat zij dit ontvangt en dat zij dit ten onrechte niet bij haar behoefte heeft opgevoerd. Daarnaast is gebleken dat zij kosten heeft opgevoerd bij haar behoefte die zij in werkelijkheid niet (structureel) heeft, onder andere kosten voor een auto van de dochter van partijen. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat de vrouw haar behoefte en aanvullende behoefte onvoldoende gesteld en onderbouwd heeft. De rechtbank kan vanwege deze gebreken het daadwerkelijke inkomen van de vrouw niet vaststellen en zal het verzoek tot partneralimentatie daarom afwijzen.
Verdeling huwelijksgemeenschap
Niet gesteld of gebleken is dat de echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt.
Gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 van het Burgerlijk Wetboek (BW) – zoals deze artikelen golden tot 1 januari 2018 – moet worden aangenomen dat tussen de echtgenoten een algehele gemeenschap van goederen bestond. Het uitgangspunt is dan dat de (door indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) ontbonden huwelijksgemeenschap (op grond van artikel 1:100 BW (zoals dat gold tot 1 januari 2018)) bij helfte tussen de echtgenoten moet worden verdeeld.
Peildatum
Voor de omvang en samenstelling van de ontbonden gemeenschap geldt als peildatum 22 augustus 2024, zijnde de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding. Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen goederen geldt – voor zover de man en de vrouw niet anders overeenkomen dan wel de eisen van redelijkheid en billijkheid met zich meebrengen – de datum van feitelijke verdeling.
Omvang
Door partijen zijn de volgende bestanddelen en schulden van de gemeenschap naar voren gebracht:
a. Toyota C-HR met kenteken [kenteken 1] ;
b. de Toyota Yaris met kenteken [kenteken 2] ;
c. de scooter met kenteken [kenteken 3] ;
d. de Nissan Pixo [kenteken 4] ;
de bankrekeningen:
a. op naam van de vrouw;
b. op naam van de man;
c. gezamenlijk:
i. Rentevast (tussenrekening) [bankrekening 1] ;
ii. Renteplús [bankrekening 2] ;
iii. Renteplús [bankrekening 3] ;
contant geld;
sieraden;
inboedel.
Ad. a – de echtelijke woning aan de [adres 1]
Partijen zijn het erover eens dat de echtelijke woning aan een derde moet worden verkocht. Zij zijn het niet eens over de waarde van de woning en de te volgen procedure. De rechtbank zal de wijze van verdeling vaststellen conform het in het dictum vermelde spoorboekje. Partijen hebben in dit verband de rechtbank verzocht om een verkoopmakelaar aan te wijzen. De rechtbank bepaalt dat partijen aan [makelaar] in [plaats 2] de gezamenlijke opdracht zullen geven tot verkoop van de woning aan een derde.
Voortgezet gebruik echtelijke woning
De man verzoekt het voortgezet gebruik van de echtelijke woning aan de [adres 1] toebedeeld te krijgen. Hij wenst de vrouw uit te kopen uit de woning aan de [adres 2] , maar daar verblijft de zoon van partijen nu nog. Daarom heeft de man er belang bij om tot zes maanden na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de echtelijke woning te kunnen verblijven, voordat de woning wordt verkocht.
De vrouw voert verweer en stelt dat zij bij het uiteengaan van partijen gedwongen de echtelijke woning moest verlaten. De woning moet nu zo snel mogelijk verkocht worden. De man had volgens haar al lange tijd stappen kunnen ondernemen om een nieuwe woning te zoeken.
De rechtbank overweegt dat de situatie nu feitelijk zo is dat de man geen andere woning tot zijn beschikking heeft en dat het nog even kan duren voordat hij dit wel heeft. De vrouw woont momenteel in een huurwoning. Zoals hiervoor overwogen en in het dictum uiteengezet zal worden, wordt de echtelijke woning vanaf de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de verkoop gebracht en zo snel mogelijk verkocht. Het is te verwachten dat de verkoop en levering van de woning aan een derde niet sneller plaats zal vinden dan zes maanden na deze datum. Het belang van de vrouw wordt dus niet geschaad als de man de komende zes maanden nog in de echtelijke woning verblijft. De rechtbank zal daarom het verzoek van de man toewijzen.
Ad. b – de woning aan de [adres 2]
Beide partijen willen de woning aan de [adres 2] toebedeeld krijgen. De man heeft aangevoerd dat hij vanwege zijn huidige gezondheid- en financiële situatie de echtelijke woning niet meer kan overnemen. Daarom wenst hij de [adres 2] over te nemen en de vrouw uit te kopen met de overwaarde van de verkoop van de echtelijke woning. De vrouw betoogt dat zij vanaf het begin van uiteengaan van partijen de woning aan de [adres 2] toebedeeld wilde krijgen. Hier was de man het in het begin van de procedure ook mee eens. De man zou dan in de echtelijke woning blijven wonen. De huidige huurwoning van de vrouw is niet ingericht zoals zij zou willen, omdat zij er al jaren vanuit gaat dat zij uiteindelijk de woning aan de [adres 2] zal overnemen. Dat de man nu de echtelijke woning niet meer kan overnemen, betekent niet dat de vrouw de woning aan de [adres 2] niet meer toebedeeld kan krijgen.
De rechtbank overweegt dat de vrouw niet heeft betwist dat de man de echtelijke woning niet kan overnemen, gelet op zijn huidige financiële situatie. Dit betekent dat de man na de verkoop van de echtelijke woning geen woonruimte meer heeft. De vrouw heeft daarentegen nu een huurwoning, vanuit waar zij met de waarschijnlijke overwaarde van de twee woningen van partijen kan zoeken naar een nieuwe, voor haar wenselijke (koop)woning. Bij deze stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat de man meer belang heeft bij toedeling van de woning aan de [adres 2] dan de vrouw. Mocht blijken dat de man de woning aan de [adres 2] niet kan overnemen, krijgt de vrouw de mogelijkheid om te onderzoeken of zij de woning kan overnemen. Als blijkt dat dit niet kan, zal de woning worden verkocht aan een derde. De rechtbank zal de wijze van verdeling in het dictum vaststellen conform het gebruikelijke spoorboekje.
Ad. c. – de voertuigen
Partijen zijn het erover eens dat de Toyota CH-R met kenteken [kenteken 1] wordt toegedeeld aan de man, onder verrekening van de helft van de dagwaarde op de dag van feitelijke verdeling met de vrouw, te weten de dag van deze beschikking. De rechtbank gaat bij de waardebepaling van een auto uit van de waarde bij verkoop aan een (derde) particulier. Die situatie is namelijk vergelijkbaar met de toedeling van de auto aan de man. De dagwaarde van de Toyota CH-R op de dag van de beschikking voor verkoop aan een particulier zal worden bepaald aan de hand van de ANWB-koerslijst. De man moet de helft hiervan aan de vrouw voldoen.
Over het verzoek van de man ten aanzien van afgifte van de reservesleutel van deze auto is hiervoor overwogen dat partijen een afspraak hierover hebben gemaakt. Op 2 november 2025 om 11.00 uur komt de vrouw haar persoonlijke spullen ophalen uit de echtelijke woning en zal zij de reservesleutel aan de man afgeven.
Ten aanzien van de Toyota Yaris met kenteken [kenteken 2] heeft de vrouw op de zitting aangevoerd dat deze buiten de gemeenschap zou vallen, omdat deze auto door de dochter van partijen is betaald. Tegelijkertijd erkent de vrouw dat de Toyota Yaris op haar naam staat en dus haar eigendom is. Dit betekent dat de auto in de gemeenschap valt. In deze situatie zijn partijen het erover eens dat de auto aan de vrouw wordt toebedeeld, onder verrekening van de helft van de dagwaarde op de dag van feitelijke verdeling met de man. Net als voor de Toyota CH-R zullen partijen deze waarde op de dag van deze beschikking bepalen aan de hand van de ANBW-koerslijst en daarin de dagwaarde voor verkoop aan een particulier volgen. De vrouw moet de helft hiervan aan de man voldoen.
De scooter met kenteken [kenteken 3] willen beide partijen niet toebedeeld krijgen. Partijen hebben op de zitting afgesproken dat de man de scooter zal verkopen, waarbij de verkoopopbrengst bij helfte wordt verdeeld.
De vrouw heeft bij haar brief van 11 oktober 2025 een productie overgelegd van een bankafschrift dat zou zien op de auto Nissan Pixo [kenteken 4] , die in eigendom van de dochter van partijen zou zijn. Hierover ligt geen verzoek voor aan de rechtbank, zodat zij hier niets op heeft te beslissen.
Ad. d – de bankrekeningen
Partijen zijn het erover eens dat ieder zijn/haar eigen bankrekening houdt, onder verrekening van de saldi op de peildatum. Partijen moeten elkaar over en weer inzage verschaffen en dit onderling te verrekenen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
De gezamenlijke rekening Renteplús met rekeningnummer [bankrekening 3] zal worden toegedeeld aan de man, onder verrekening van het saldo op de peildatum bij helfte, te verrekenen met de opname van de man van € 2.500,- van deze rekening na de peildatum. De man moet dus aan de vrouw de helft van het saldo op de peildatum plus de helft van € 2.500,- (€ 1.250,-) betalen. De rechtbank zal dit vastleggen in het dictum. Op de zitting is gesproken over het feit dat de vrouw deze rekening heeft geblokkeerd en dat de man niet bij deze rekening kan. De vrouw moet deze blokkade opheffen zodat de genoemde verrekening van het saldo uitgevoerd kan worden.
De gezamenlijke rekening Renteplús met rekeningnummer [bankrekening 2] is op 21 maart 2025 beëindigd. Hiervan moet het saldo op de peildatum bij helfte worden verdeeld. De rechtbank zal dit vastleggen in het dictum.
De gezamenlijke rekening met rekeningnummer [bankrekening 1] is een tussenrekening van partijen. Het saldo hierop is nihil. Hier valt niets te verdelen en deze rekening moet worden opgeheven.
Ad. e. – contant geld
De man stelt dat de vrouw € 40.000,- in contant geld uit de echtelijke woning heeft meegenomen. Hij verzoekt te bepalen dat de vrouw de helft hiervan aan de man moet betalen. De vrouw betwist dit. De rechtbank overweegt dat de man foto’s heeft overgelegd van stapels contant geld. Hieruit blijkt niet dat het om een bedrag van € 40.000,- gaat, noch is daarmee aangetoond dat de vrouw dit heeft meegenomen. Gelet op de betwisting van de vrouw, heeft de man zijn stelling onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal dit verzoek dan ook afwijzen.
Ad. f – sieraden
De man stelt dat de vrouw sieraden ter waarde van € 40.000,- uit de echtelijke woning heeft meegenomen en wil dat de vrouw de helft van deze waarde aan hem vergoedt. De vrouw betwist dit. De man heeft nagelaten zijn stelling nader te onderbouwen of te motiveren, zodat de rechtbank dit verzoek zal afwijzen.
Ad. g – de inboedel
Partijen zijn het niet eens geworden over de wijze van verdeling van de inboedel. Wel zijn zij overeengekomen dat de vrouw op 2 november om 11.00 uur haar persoonlijke spullen komt ophalen. Verder zijn partijen het niet eens over wat zich in de echtelijke woning bevindt aan inboedel, noch wat de waarde hiervan is. De rechtbank kan hier dan ook geen beslissing over nemen anders dan bepalen dat partijen dit bij helfte met elkaar moeten verdelen. De rechtbank zal dit vastleggen in het dictum.
Beslissing
De rechtbank:
in de procedure met kenmerk C/09/690585 FA RK 25-6412 (voorlopige voorziening)
*
bepaalt dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres 1] en beveelt mitsdien dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het verzoek van de man om te bepalen dat het uitsluitend gebruik met inbegrip van de inboedel is;
in de procedure met kenmerk C/09/671384 FA RK 24-6040 (bodemprocedure)
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 1988 te [plaats 1] ;
*
stelt de verdeling van de algehele gemeenschap van goederen als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
a) partijen dienen binnen één week na de datum van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand een gezamenlijke opdracht te verstrekken aan ‘ [makelaar] ’ in [plaats 2] tot verkoop van de woning aan een derde. Deze makelaar-taxateur zal – als partijen het niet eens zijn – partijen bindend adviseren over de vast te stellen vraag- en laatprijs van de woning;
b) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de verkoopopbrengst van de woning, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de verkoop en de overdracht, waaronder de kosten van de makelaar-taxateur;
c) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
2) met betrekking tot de woning, gelegen aan de [adres 2] :
1. de woning wordt toegedeeld aan de man op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) partijen verstrekken binnen één week na de datum van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand een gezamenlijke opdracht aan ‘ [makelaar] ’ in [plaats 2] tot taxatie van de woning. Deze makelaar-taxateur zal tussen partijen bindend de waarde vaststellen waartegen de man de woning zal overnemen;
b) de man dient binnen twee maanden na de taxatie aan de vrouw aan te tonen dat hij de woning tegen de getaxeerde waarde kan overnemen met ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen;
c) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de getaxeerde waarde, minus de kosten van de makelaar-taxateur;
d) de kosten van de notariële overdracht worden door de man, als kosten koper, voldaan;
e) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
2. indien de man de woning niet kan overnemen onder de onder 1 genoemde voorwaarden dan wordt de woning toegedeeld aan de vrouw op dezelfde wijze en onder dezelfde voorwaarden als genoemd onder 1, waarbij geldt dat waar man staat moet worden gelezen vrouw en omgekeerd;
3. indien geen van partijen de woning kan overnemen onder bovengenoemde voorwaarden dan wordt de woning verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) partijen verstrekken binnen één week nadat de onder 2) genoemde termijn is verstreken of nadat de vrouw kenbaar heeft gemaakt de woning niet te kunnen overnemen aan genoemde makelaar-taxateur een gezamenlijke opdracht tot verkoop van de woning aan een derde. Deze makelaar-taxateur zal – als partijen het niet eens zijn – partijen bindend adviseren over de vast te stellen vraag- en laatprijs van de woning;
b) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de verkoopopbrengst van de woning, minus de kosten van de verkoop en de overdracht, waaronder de kosten van de makelaar-taxateur;
c) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
3) met betrekking tot de voertuigen:
4) met betrekking tot de bankrekeningen:
5) met betrekking tot de inboedel:
bepaalt dat partijen de inboedel uit de echtelijke woning in onderling overleg bij helfte dienen te verdelen;
*
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.