ECLI:NL:RBDHA:2025:28151

ECLI:NL:RBDHA:2025:28151

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-06-2025
Datum publicatie 10-09-2026
Zaaknummer SGR 24/8259
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verzoek tot wijziging CO2-uitstoot in kentekenregister - verweerder mocht verzoek tot wijziging wijzigen en de CO2-uitstoot vaststellen aan de hand van de Scandinavische rekenmethode - geen aanleiding voor toekenning schadevergoeding ivm overschrijding van de redelijke termijn - beroep ongegrond.

Uitspraak

[eiser], uit [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. S.M. Bothof),

en

de directie van de Dienst Wegverkeer (RDW), verweerder

(gemachtigden: mr. H. Venhuizen en mr. F. Schuring).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om de in het kentekenregister geregistreerde CO2-uitstoot van het voertuig met kenteken [kenteken] te wijzigen.

Verweerder heeft dit verzoek met het besluit van 5 oktober 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 10 september 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij die afwijzing gebleven.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 19 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van verweerder. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich bij brief van 10 juni 2025 afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. De CO2-uitstoot van een voertuig is van belang voor de hoogte van de Belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (bpm). Hoe hoger de uitstoot, hoe hoger de bpm. Naar aanleiding van een naheffing bpm, heeft eiser verweerder verzocht om de in het kentekenregister geregistreerde CO2-uitstoot van het voertuig met kenteken [kenteken] (het voertuig) te wijzigen. In het kentekenregister is voor het voertuig een CO2-uitstoot van 186 gr/km geregistreerd. Volgens eiser moet dit 141 gr/km zijn. Verweerder heeft het verzoek van eiser afgewezen. Met het bestreden besluit is verweerder daarbij gebleven.

Wat vindt eiser in beroep?

3. Volgens eiser heeft verweerder de WLTP-CO2-uitstoot van het voertuig ten onrechte berekend op basis van de zogenoemde Scandinavische rekenmethode. Dit komt doordat de gegevens op het Tsjechische kentekenbewijs niet volledig zijn overgenomen. Als dat wel juist was gedaan, dan was verweerder op een uitstoot van 141 gr/km uitgekomen. Eiser heeft ook een lijst van referentievoertuigen overgelegd waaruit blijkt dat de CO2-uitstoot van het voertuig 141 gr/km dient te zijn. Verweerder had bovendien navraag kunnen doen bij de Tsjechische autoriteiten. Ter onderbouwing van zijn betoog heeft eiser verwezen naar twee recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) over de toepassing van de Scandinavische rekenmethode. Tot slot verzoekt eiser om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Wat zijn de regels?

4. Op grond van artikel 43e, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) kan een belanghebbende, indien hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een gegeven dat bij of krachtens deze wet als authentiek is aangemerkt of een niet-authentiek gegeven onjuist is opgenomen, onder opgave van die redenen aan verweerder een verzoek doen tot wijziging, verwijdering of opneming van dat gegeven.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

5. De rechtbank beoordeelt of verweerder het verzoek van eiser tot wijziging van de CO2-uitstoot in het kentekenregister heeft mogen afwijzen. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

6. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Mocht verweerder het verzoek van eiser afwijzen?

7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de WLTP-CO2-uitstoot van het voertuig mogen vaststellen op basis van de Scandinavische rekenmethode. Zij overweegt daartoe als volgt. Verweerder is bij de identificatie en registratie van het voertuig uitgegaan van de gegevens zoals vermeld op het door eiser overgelegde Tsjechische kentekenbewijs. Op het kentekenbewijs ontbreekt echter een volledig Europees typegoedkeuringsnummer. Het typegoedkeuringsnummer mist een extensie (twee cijfers op het einde), waardoor niet kan worden vastgesteld om wat voor voertuig het in dit geval precies gaat en wat de CO2-uitstoot daarvan is. Dat op het kentekenbewijs naast een (onvolledige) typegoedkeuring, ook het type en de uitvoering van het voertuig staan vermeld, maakt dat niet anders. Verweerder kon op basis van het kentekenbewijs niet de CO2-uitstoot van het voertuig vaststellen. Eiser heeft ook geen Certificaat van Overeenstemming (CVO) of andere documenten overgelegd waaruit de CO2-uitstoot blijkt, zoals een individueel goedkeuringscertificaat of een testrapport. Volgens de interne werkinstructie van verweerder wordt in die situatie de CO2-uitstoot berekend met toepassing van de Scandinavische rekenmethode. Op basis van die methode is de CO2-uitstoot vastgesteld op 186 gr/km en als zodanig geregistreerd in het kentekenregister.

Verder overweegt de rechtbank dat uit de uitspraken waarnaar eiser – zonder enige onderbouwing – heeft verwezen, niet volgt dat verweerder de Scandinavische rekenmethode in dit geval niet mocht toepassen. Bovendien is er geen sprake van vergelijkbare zaken. In de ene zaak oordeelde de Afdeling namelijk dat verweerder bij het ontbreken van een Europese typegoedkeuring juist wel de Scandinavische rekenmethode dient toe te passen. In de andere zaak oordeelde de Afdeling dat in dat specifieke geval de overgangsmaatregel van toepassing was en dus niet de Scandinavische rekenmethode maar de correlatiemethode NEDC2 moest worden toegepast om de CO2-uitstoot vast te stellen. Hiervan is in het geval van eiser geen sprake.

Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet heeft aangetoond dat de thans geregistreerde CO2-uitstoot van 186 gr/km onjuist is. Eiser kon de vastgestelde CO2-uitstoot weerleggen middels een CVO of een individueel testrapport, maar heeft geen van deze bewijsmiddelen overgelegd. De lijst met referentievoertuigen kan naar het oordeel van de rechtbank niet dienen als bewijs voor de exacte WLTP-waarde van het voertuig. Dat het om voertuigen gaat van hetzelfde merk, type en dezelfde uitvoering, betekent niet automatisch dat de CO2-uitstoot van deze voertuigen gelijk is aan dat van het voertuig van eiser. De uitstoot van een voertuig is namelijk afhankelijk van alle specifieke uitvoeringen en opties die op het voertuig zijn gekozen. Daarnaast is niet bekend of deze voertuigen op basis van een CVO of buitenlands kentekenbewijs zijn geregistreerd. Eiser heeft daarmee onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de exacte WTPL-waarde van de auto 141 gr/km is.

Gelet op het voorgaande heeft verweerder het verzoek van eiser tot wijziging van de CO2-uitstoot in het kentekenregister mogen weigeren.

Immateriële schadevergoeding

8. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het toekennen van een schadevergoeding in verband met overschrijding van de redelijke termijn. Een redelijke termijn voor de behandeling van een zaak in bezwaar en beroep gezamenlijk is in de regel twee jaar na het indienen van het bezwaarschrift, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. In deze zaak is het bezwaarschrift ingediend op 23 oktober 2023. Dit betekent dat de termijn van twee jaar nog niet is verstreken. Van bijzondere omstandigheden is ook niet gebleken.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom geen vergoeding van zijn proceskosten. Ook krijgt hij geen vergoeding voor het door hem betaalde griffierecht.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L.D. Timmermans, rechter, in aanwezigheid van mr. J.J. Yilmaz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand